Ik blijf het moeilijk hebben met plotse veranderingen. Hoezeer ik ook een chaoot ben en een improvisator (eerder nog als mode de vie dan als speler in het improtheater), toch moet ik vaststellen dat ik soms moeilijk om kan met wisselingen, met veranderingen, met andere gesteldheden, met nieuwe wendingen.
Vanmiddag had ik weer last van wat ik noem reiswee (ooit al eens beschreven). De lichte pijn die er is omdat een voorbije tijd is afgesloten, die leuk was en die je had willen vasthouden. Twee weken lang heb ik met een bont gezelschap een huis, neen, een domein gedeeld in de regio van de Lot-et-Garonne in het zuidwesten van Frankrijk, knal tussen Bordeaux en Toulouse. Met mooie middeleeuwse dorpjes, een ietwat tegenvallend Toulouse en een wondermooi Bordeaux.

Heerlijke tijden, een grote compagnie, veel karakters en eigenheden tesamen, maar ‘t werkte. ‘t Marcheerde, ‘t liep vlot en ‘t was zéér aangenaam. Drie mannen (nou ja, met een gemiddelde lengte van nog geen 170 centimeter), drie vrouwen en zeven kinderen, allemaal meisjes tussen 6 en 1 jaar. En en plus nog eens één week van de twee een extra vrouw én een extra meisje van 4 erbij. La compagnie folle, zoveel was duidelijk.


En dan kom je thuis, na 900 kilometer, en wacht er een zeker zwart gat. Bovendien werden we vrolijk ingehaald door enkele buren die nog de resten aan het opvegen waren (letterlijk want er werd anderhalve ton zand in onze straat gekeild om er een buurtfeest met de allures van een beach party van te maken). Gemist feestje, maar je kan niet alles doen.
En dan piekt mijn hart weer want net die buurt gaan we verlaten kort na de jaarwende. Doen we er wel goed aan om zo’n buurt te verlaten? (intussen hoorde we ook dat onze buurvrouw haar huis ook verkoopt om een B&B in Frankrijk te beginnen en onze overburen gaan om professionele redenen voor anderhalf jaar naar Japan) Tja, je weet het nooit en we zullen ‘t moeten ondervinden of we de juiste keuze hebben gemaakt. Al gaan we naar dichtbij en puur objectief verbeteren we ons want véél meer ruimte en sowieso is ‘t een heel mooi huis. En de projecten rond de buurt zijn veelbelovend en kunnen niet anders dan leiden tot een boost. Maar kom, een geboren twijfelaar annex piekeraar als ik weet het dan even niet meer.
En dan staat het autootje van mijn geliefde in de garage te blinken. Voor enkele dagen uitgeleend aan een goeie vriendin en ze heeft het rode prutsje vanbinnen én vanbuiten gepoetst. Mijn gehoede en begoede dame lachte breed.

En komen we boven en is ‘t gerieflijk en net. Onze vaste babysit, de onvolprezen “teken-Lynn” (ze heet ook Lynn én tekent en knutselt als de besten met onze twee meisjes), heeft het prachtig achtergelaten. Tijdens onze Franse trip mocht ze er wonen, voor haar ook een beetje extra ruimte én congé én wij waren op ons gemak omdat er iemand in ons huis woonde. Wat zijn wij dat meisje al heel vaak dankbaar geweest!

En dan had ze cadeautjes gelegd voor ons én voor de meisjes. Ik werd er emotioneel van, zo klein en teer van herteke ben ik wel.
En ze had een bedankkaartje gelegd met de vermelding van “wat voor een droomhuis wij toch hebben”. Hup, direct weer die twijfel, waarom hebben wij ooit iets anders gekocht? Té laat, ‘t is getekend en vanavond komt de kandidaat-koper langs om zo goed als zeker alles af te ronden…
En dingen blijven veranderen. Over enkele uren (wanneer ik dit aan ‘t schrijven ben) stapt Janne richting de derde kleuterklas en meer nog, Sientje, onze kleinste, begint al aan het eerste kleuterklasje. Clichés van tijden die vliegen en meisjes die groot worden wapperen rond mijn oren. Wat ben ik er toch dol op, op ons Janneke en ons Sientje. Janneke die echt groot wordt en -eigen kind, schoon kind, iedereen doet het, dus ik ook- die echt een meisje wordt. En mij vertedert.


En Sientje die een zot kieken is. Normaal gezien. Op reis had ze vaker dan we wilden kuren en dat vonden we jammer, meestal is ze de vlotheid en de lacherigheid zelve, maar in Frankrijk had ze ‘t moeilijk. Het weer? Moeilijk aanpassen? (zie de papa) Heimwee? Of -wat ik vooral denk- frustratie? Omdat ze niet mee kon met de oudsten en niet mee wou met de kleinsten? Hoe dan ook, eens thuis plooide ze als het ware in haar zijn van alledag van twee weken daarvoor en was ze weer écht de Sien die we kennen. Tja, ‘t groeit er wel uit.


En hoe ze zich hebben gestort op de geschenkjes van teken-Lynn. Ik ben zo klef en zo eerlijk om toe te geven dat ik mijn tranen voelde prikken. Op zoek naar buiten, maar ik hield de deur der ooglidknippering in de hand.
Pff, lastig, indrukken en gevoelens. Die je wil vasthouden, maar die, als geprikkeld door een onontkoombare bries, wegwaaien en wegwaaieren en die je enkel in gedachten nog kan koesteren. Maar gedachten zijn de bassins van de herinnering, zolang je leeft en beseft, bestaan de waarheden dan wel.
En dan is er nog iets nieuws. Morgen werk ik weer, op de sport, en da’s voor de allerlaatste maand. Daarna zwaai ik definitief af en kies ik voor de nieuwsdienst van de radio. Van half januari tot half juli mocht ik er proefstomen, wat me zeer is bevallen. De bazen blijkbaar ook, kortom, vanaf 1 oktober ben ik fulltime en definitief verslaggever voor de radionieuwsdienst. In den beginne voor de duiding, voor “De Ochtend” en “Vandaag”, zeg maar, daarna zien we wel. Ook weer een ferme verandering, die bij deze dan ook officieel is gecommuniceerd. Maar tevreden. Ik zal ruim acht jaar sportjournalistiek hebben gedaan, mooi zo, genoeg om eens iets anders te doen (en ondertussen kan ik daarover wel actief blijven als lector aan de hogeschool, ook fijn).
Veranderingen, andere tijden en wendingen en bijgevolg mood swings. Ja, ik zal ook raar ineen steken zeker? Maar kom, op naar het nieuwe, op naar andere momenten, de twijfel therapeutisch van me afgeschreven.
‘t Zal wel lukken. Toch?
(Zo is mijn blogje ook weer eens in gang gestampt. ‘t Is erg de voorbije maanden, maar nu in één tekst toch in een notendop wat me de voorbije maanden allemaal bezig hield. En eens goed nadenken nu -alweer- over hoe deze blog nader in te vullen, tips altijd welkom!)
- intussen Angelo Branduari beluisterd (jawel!), zijn “Carnevale Romano”, ik denk dat het volgend jaar weer Italië wordt…