Laatste reacties


Krullen

Katie Melua in ‘De laatste show’: dat ziet er een lieveke uit. Net het zusje van Evy Gruyaert lijkt ze. Maar dan met een putje in de kin. Zouden dat echte krullen zijn?

Blaffen, bijten, behagen

Jaja, vriend Henk Rijckaert heeft het zeer goed gedaan op Cameretten met zijn stuk uit “Loebas”. Waf! Zeer wel en een kandidaat voor de finale, ja toch in alle objectiviteit. En ondertussen heb ik de skyline van Rotterdam nog eens gezien. De meest Amerikaanse stad van Holland, waar ze gisteravond trouwens zijn opgezadeld met nog eens Balkenende – hij mag nog wat zetelen in het Buitenhof (de onderste foto in de rechterkolom). En linkse blokken die mekaars vliegen afvangen. En mogelijk “gekloot” worden door de andere kant. Maar kom, er is hoop. Boven de Moerdijk stemmen ze weer links en Pim Fortuyn is een dode uitwas van volksverlakkerij geworden.

Hieronder ook mijn recensie van Henks prestatie gisteren, ook te lezen op gentblogt.

________________

Henk Rijckaert blaft, gromt, charmeert en slaat toe

Cameretten, het is het grootste cabaretfestival van de Lage Landen. In Rotterdam is het waar heel wat grote namen van nu toen hun eerste groot succes behaalden. De erelijst toont volgende namen: Brigitte Kaandorp, Theo Maassen, Arie en Silvester, Hans Liberg, Paul De Leeuw, Bert Visscher, Herman Finkers en Neerlands Hoop – al waren enkel de eerste twee namen ooit winnaars van het concours. Ook de Belgen floreerden er al vaak: Kommil Foo won, net als Begijn Le Bleu vorig jaar. Wouter Deprez pakte er ooit een tweede plaats, Dimitri Desmyter (nu bij ‘The Lunatics’) werd derde.

Ook dit jaar staat er weer een Belg bij de laatste negen: Henk Rijckaert, van Zomergem, maar al jarenlang een getogen Gentenaar. Met zijn programma”Loebas” dingt ie naar de prijzen. Gevormd in de talentvijver van ‘The Lunatics’ (net als ook Jonas Geirnaert van Neveneffecten) is hij in enkele jaren tijd geëvolueerd van stand-up comedian tot cabaretier. En het gaat hem goed af.

“Loebas” is een programma van vijf kwartier waarin honden centraal staan. In Rotterdam moest Rijckaert het in zijn voorronde doen met een halfuur. De hondenhistories zijn gesneuveld, wat overbleef waren de randverhalen, de zijdelingse uithalen, de grappen en grollen, de liedjes en de emotionele toets. Naast de man die als een vis in het water is op het podium, die met zijn charme en overtuiging het publiek de hele tijd meekreeg.

We zagen een snedige Rijckaert, niet onder de indruk van de indrukwekkende zaal van het Nieuwe Luxor Theater. Hier en daar iets stroever dan anders omdat ie moest worstelen met een bijna nieuwe taal (Hollanders begrijpen ons taaltje soms niet goed, mijnheer). Maar vooral knap in timing, alert in de omgang met het publiek, met gevoel voor de woordkunst. Zijn verhaal staat er en bovenal: de man is erg grappig en daar draait het om in dit concours.

Traditioneel zijn er negen acts in de tweede ronde van Cameretten (uit een eerste ronde van om en bij de 80 man). Drie van hen mogen naar de finale. Rijckaert speelde op de eerste avond, er volgen nu nog nog zes kandidaten. Een dubbeltje op zijn kant, zo’n finale fase van een concours is altijd wel een loterij.

Nu, het weze gezegd, Henk is kandidaat voor de finale. Hij speelde meer dan goed. Noel en Uriah openden en hmm, neen, dat is het niet. Boys from the town, een sympathiek Rotterdams duo met een grote achterban in de zaal. Sympathiek gedaan, maar niet meer. Wat oubollig, te weinig grapdichtheid, een nobele poging, maar ze moeten nog veel boterhammen eten. Kom later eens terug, jongens.

Tussen hen en Rijckaert in stond Ellen Dikker. Een meisje alleen op het podium en ik vond dat zeer goed. Ze wervelt tussen personages in, van een Vlaams Belang-militante, tot een huisvrouw, tot een Pools hoertje over een islamvrouw tot een publieksbespeelster. Het is een actrice van vorming en dat zie je. Soms iets erover, net iets te veel drama, maar ze kan het: vertellen, boeien, charmeren, raken en verwonderen. Haar research kan wat scherper want vooral het Vlaamse getinte verhaal en ‘r accent zijn niet echt top, maar alla. Ik zeg het je, dit zou wel eens de winnares van de persoonlijkheidsprijs kunnen worden. De zaal smulde er van. Een deel van mijn gezelschap vond het totaal niets, wellicht is ze te nemen of te laten.

Na de pauze speelde Wim Helsen ten lach. Immer goed, een gigantisch talent en een geboren verteller. Weinig aan toe te voegen, dit is grand cru. Steengoede wijn behoeft geen krans.

Kortom, Henk Rijckaert naar de finale? Jazeker. Ellen Dikker? Ja. Die jongens? Neen. Maar ach, vandaag en morgen passeren nog zes namen op het podium. Dus is het afwachten hoe sterk die zijn, hoe het publiek hen al dan niet omarmt. We wachten af en houden je op de hoogte, loebassen dat ge zijt.

The Persuaders

Al enkele keren gezien de voorbije tijd: “The Persuaders” op de openbare zender, ‘s namiddags op één – vertaald als “De speelvogels”. Door mijn onregelmatig werkleven kan ik als een goede bompa ‘s namiddags wel eens televisie kijken en dan zie je toch vaak vergeten pareltjes.

Dit is er eentje van. Twee playboys die de wereld zullen redden. Die dat doen met een Engelse flair. Met een tongue in cheeck. Met een vette Britse knipoog. Die nog ouderwetse boeven inrekenen. Televisie uit het begin van de jaren 70. Muziek van de grote John Barry (dreigende violen en jazzy intermezzo’s incluis), een voor die tijd indrukwekkende generiek, mooi gemonteerd. Oké, de scenarios zijn wat dunnetjes, het einde is voorspelbaar, maar het is echt leuk kijken en de samenwerking russen hoofdacteurs Roger Moore en Tony Curtis is goed acteerwerk.

Niet vreemd ook dat even daarna Moore werd gekozen als de nieuwe James Bond. Nu, die Bond-episodes zijn niet echt mijn ding, het is me iets té spectaculair en té ongeloofwaardig. “The Persuaders” is een ruwe basis ervan, een sobere blauwdruk. Kleine tip dus voor als je ‘s namiddags eens goede ouderwetse tv wil zien. Tegenwoordig ook te verkrijgen op DVD, naar het schijnt.

Error

Gisteren. Nog geen twee dagen op het net en de blog had al een paar uur plat gelegen. En de Flickr-fotootjes waren al verdwenen. Ik slaag er toch altijd in om iets te laten crashen als ik een computer nader. Hoewel ik er waarschijnlijk niets mee te maken heb. Maar computers en ik, het is een gewaagde combinatie. Ik heb die ondingen nodig, maar ik hou er niet echt van. Ik vraag me trouwens af hoe mijn en ons leven zou zijn met enkel en alleen de typmachine, het carbonpapier, de stencils en de vaste telefoon zonder antwoordapparaat. En de brief met postzegel.

Cameretten

Vanmiddag trek ik met enkele notoire comedyliefhebbers naar Rotterdam. Om vanavond te zetelen in het indrukwekkende Nieuwe Luxor Theater daar. Aanleiding is de eerste halve finale van het vermaarde Cameretten-festival, één van de grootste cabaret- en comedywedstrijden bij onze noorderburen.

Eén van de acts bij de laatste negen is vriend Henk Rijckaert. Ik heb hem in zijn heel parcours gevolgd: van de idee over het schrijven, tot try-outs, tot bijschaven, sakkeren en vloeken. Dan een goede voorronde, nu de stress van de voorlaatste ronde.

Fijn is ook dat na de drie acts van de dag Wim Helsen de avond afsluit. Wim is een kennis van me, iemand die ik af en toe wel eens tegenkom en dan wat mee leuter. En bovenal – als je ‘t mij vraagt – het grootste talent van de voorbije jaren op de Vlaamse en Hollandse podia.

Ooit speelde ik enkele keren samen met hem. Eigenlijk voor hem, hij sloot af. Zelf had ik drie jaar lang een cabaretgroepje, Flegma. Me enorm geamuseerd daarmee, maar ingezien dat ik geschikter was (en meer motivatie had) voor radiofonische toestanden. En eigenlijk hebben we wel goed geboerd in zowat 100 optredens tijd. Toch de finale gehaald van HUMO’s Comedy Cup, de editie waarin Wouter Deprez won. En ook finalist geweest van de Lunatic Comedy Award. Die keer toen Lieven Scheire (van Neveneffecten) won.

Het is mooi geweest toen. Ik heb het gehad. Soms denk ik nog eens met een beetje melancholie in het hoofd dat we de comedy boom net hebben gemist. Maar ach, de radio is meer dan compensatie.

En ja, ook wij stonden indertijd in Rotterdam op een podium (nu al vier jaar geleden). Als deelnemers aan Cameretten. Toen speelden we één van onze beste keren ooit, maar het bleek net niet genoeg om de laatste negen te halen. Dat jaar won Ronald Goedemondt. Goede vriend en (indertijd) collega-komiek Dimitri Desmyter werd toen bijzonder knap derde. Dimi is tegenwoordig vooral coach bij the Lunatics -mijn geprefereerd clubje- maar is ook de spelbegeleider van Henk. Hoe het kan draaien…

Go, Henk, go! First you take Gent, then you take Rotterdam! Hoop ik vanuit de grote zaal…

Hete cello

Maandag gezien, in De Standaard, op pagina 30: Voetbalclub Real Madrid bracht voor zijn weekendmatch een eerbetoon aan Ferenc Puskas, de Hongaarse stervoetballer die vrijdag op 79-jarige leeftijd is overleden. Puskas beleefde zijn topperiode als speler van Real (won drie keer Europacup I) en dat is de Madrileense club duidelijk niet vergeten. Terecht. Of zoals Rik De Saedeleer tegen me zei aan de telefoon: “Hij was de nummer 4 aller tijden”.

Wat me frappeerde was de foto over het eerbetoon: een stijlvol in het zwart geklede jonge dame, met een prachtige bruinrode cello tussen de benen geprangd. Middenin de middencirkel op het groene veld. Met de blik op ergens in het ijle de gevoelige snaren (letterlijk!) bespelen. Die heerlijke grondtoon van een cello. Die aangename ondertoon van een mooie vrouw. De cello als bevoorrechte getuige.

Een cello die leunt op vrouwenhanden, het is één van de meest prikkelende beelden die er zijn.

Geschrokken, maar vereerd

Zondag, zo net voor de wissel met maandag heb ik mijn blog gelanceerd. Naar wat medebloggers een mailtje gestuurd en naar wat vrienden. En direct al geschrokken van de hoeveelheid commentaren en de fijne reacties. En de bezoekersteller, de statistische analyticus toont me dat ik al direct een behoorlijk veelkoppig publiek heb (en voor je publiek doe je het toch ondermeer). Als het maar geen monster met veel koppen wordt, hihi. En vereerd, een beetje wel.

Vilvoorde City

Hèhè, vandaag ervaren dat ik met mijn bezige bij-leventje me zal moeten vermannen om dagelijks een postje op het net te gooien. Want da’s de bedoeling. Maar we werken eraan… Vandaag ook een gat in de dag geslapen, dus dan is het al een moeilijker om veel te pennen. Ik had vier vroege diensten op het werk achter de rug. Dan slaap je vier nachten lang 3 à 4 uur per nacht. Nou, dan is een zacht ledikant met een zak vol pluimen rond je lijf een zegen.

Nu, ik ben ingeslapen met een leuke grijns rond mijn lippen. Want gisteren op bezoek geweest bij vrienden D. & M. in Vilvoorde. Leuke mensen, stijlvolle mensen, aangenaam gezelschap. Het zijn overblijfselen (oeioei, als ik zulke woorden gebruik, voel ik dat ik ouder word) uit mijn studententijd aan de Gentse unief. En we blijven ze zien en ontmoeten. Tot ons plezier. Heerlijk bijgepraat, bijgelachen en afgesloten met een goed glas whiskey: Glenmorangie van 18 jaar oud. Jaja, goede tijden! Waarschijnlijk waren we voor het laatst in hun huis in Vilvoorde City. Toevallig zijn D. & M. elders op een huis gebotst dat hun dromen wat weerspiegelde. En gekocht. Ze hopen er over enkele maanden al in te trekken. Want ze hebben nog wel enkele leuke “projecten” op stapel staan. Aha, lang leve de amicaliteit!

Bedankt ook D. voor je twee quotes van de avond. Eén: “Met zwangere wijven valt geen land te bezeilen” en “Dat is heel speciaal die live sausbedeling”.

Ja, een mens als ik kan zich vertederd wentelen in zijn sociaal leven.

Barok

Ik heb aan de ondertitel van mijn blog maar een adjectiefje toegevoegd: “barokke”. Ik sta er nogal voor bekend. Niet dat ik constant Bach loop te fluitelieren of in hermelijnen gewaden rondloop of elke dag mijn grijze pruik met krullen opzet, neen. Maar ik ben nogal te vinden voor bombast, voor dramatiek, voor dat net ietsje erover. Niet als mens, niet in mijn handel en wandel maar wel in muziek (Pink Floyd! Alan Parsons Project! Morissey! Damien Rice! Nits! Coldplay!…).

En zeker ook in theater en literatuur. De Van Ostaijens en Lanoyes van deze wereld -om er maar twee te noemen- kunnen ook nogal eens barok uit de hoek komen. Daarmee. Trouwens, mijn goede vriend/getuige vindt dat ik dit forum moet aangrijpen om me volledig te laten gaan, barokgewijs. Ewel, ik zal het proberen.

Ooit ben ik door mijn radiobazen (vriendelijk) terechtgewezen: ik klonk nogal eens barok en wat verouderd in mijn commentaren achter de microfoon. Ik heb er dan maar op gelet en het weggewerkt. Denk ik. Maar hier zal ik me wel wat laten gaan.

Aha! Bradaboem! Slijm en snotter! Wervelen en floreren, omhuld door gedachten en overpeinzingen! Bedremmeld, bedrogen en bedreven! Kadans en catheder! Afijn…

Geloofsbelijdenis

Ach ja, ik ben geplooid. Heel wat bloggende vrienden en kennissen en andere beïnvloedende lui vol goede bedoelingen én mijn lieftallige vrouw hebben me de voorbije maanden aangemaand om ook met een blog te beginnen.

Nu moet je weten dat ik meestal traag ben als het op technologietjes aankomt: ik had behoorlijk laat een GSM, ik heb lang een mailadres geweigerd, digitale fotografie vond ik tot voor kort verderferlijk, een GPS was recentelijk nog een duur onding, downloaden en MP3 vond ik woorden die klonken als vloeken… Vroeg oud, zowat. Intussen ben ik al gemoderniseerd, enkel een iPod behoort nog niet tot mijn bezit. Maar dat wil ik graag nog zo houden.

En waarom zou ik bloggen? Wat zou mijn werkgever daarvan zeggen? Als journalist moet je verdomd goed opletten wat je zegt in het publiek, op forums, op plaatsen waar iedereen je kan horen… En zowat de hele wereld kan langskomen op een blog, dus mondje toe. Toch?

Ik kan moeilijk hier zeggen dat de trainer van Anderlecht niet kan praten (wat trouwens niet zo is, integendeel). Of melden dat ik verliefd ben op omroepster X (wat ook niet zo is). Och, kwestie van er mee om te gaan zeker en wat op te letten. Collega’s zoals hij en hij doen het ook. Doen het goed. En doen het deontologisch in orde. Lap, weer een argument kwijt. Of net rijker.

En ja, eigenlijk ben ik wel extrovert genoeg om en deel van mijn zieleroerselen te delen met wie het wil. Tot op zekere hoogte, maar toch. En mijn blog zie ik als een “motivatiemedium”: ik schrijf graag, maar moet me daar soms voor opladen. Dit is -denk ik- hét middel om meer dan anders een recensie, een column, een doorwrochte tekst of een kattebelletje te publiceren.

Bovendien heb ik Flickr ontdekt (heb ik al gezegd dat ik soms een beetje “achter” ben?): ik fotografeer graag, heb me daarvoor zelfs een toptoestel aangeschaft een jaar geleden en kan blij zijn met een goed gelukt kiekje. Ik doe het té weinig, eigenlijk enkel op vakantie of tijdens tripjes. Maar kom, ook nu kan ik een extra motivatie krijgen en meer nog… nu heb ik meer dan één iemand als publiek voor mijn “Nikon-eieren”. Ha!

Wat zeg je? Vanwaar “Het Radiofonisch Instituut”? Tja, een wat zwaar beladen titel. De schuldige is vriend annex komiek Henk. Ooit riep hij me zo een café binnen. De rest van de naam is geschiedenis. En klinkt eigenljk gewoon leuk, meer moet je er niet achter zoeken.

Vanwaar die lay-out? Pfff, meer dan een week heb ik gewtijfeld over hoe mijn blog er moest uitzien. Van “Beckett” tot “Halloween” tot een tiental andere ontwerpen. Afijn, het is dan maar “Into the light” geworden. Ik hou van bruintinten en van grijze vlakken en het licht van achter de bomen is de Heilige Geest die me komt bedwelmen. Vandaar mijn geloofsbelijdenis. Af en toe zal de opmaak en de indeling nog wel wat veranderen, het is nog maar het begin hé.

Moet ik nog meer mijn credo uitschreeuwen? Neen, zeker? Allez, fijn dat u dit leest. En hopelijk tot nog eens. Hopelijk veel eens. Spui uw commentaar en u zal gehoord worden. Amen.

  Volgend bericht »