Zeit für Melancholie
11 January 2007Terugdenken aan mijn jeugd roept veel op, heel veel. Zo ook de zes à zeven keren dat ik met mijn vader (en zijn vrouw) naar Oostenrijk trok. We logeerden altijd in het dorpje Lingenau, een plek met nog geen 1.500 inwoners. Gelegen in Vorarlberg, de meest westelijke streek en deelstaat van Oostenrijk. Ik zie zo nog de toegewijde zorgen van hospita Frau Herrburger voor me. En haar blinde man die de krantenkiosk op het dorsplein uitbaatte. En haar prettige gestoorde zoon die in een plaatselijke garage werkte, Hans. En hoe we ‘s avonds, na een fikse wandeling of een bergtocht, gingen eten in “Adler” of “Zum Löwen”.
Hoe zou het met Lingenau zijn? En met de mensen daar? Er nog maar aan denken, vult mijn hoofd met melancholie. Tot zowat mijn zestiende of zeventiende speelden mijn vakanties zich daar voor een deel af. ik zie Frau Herrburger nog met het witte tafellaken zwaaien als we vertrokken, om ons een goede terugreis te wensen. En in de auto lag een joekel van een stuk chocolade smeltensklaar, van die lila Milka met hazelnoten. Ik moet terugdenken aan Torsten, de grote fan van Bayern München. Aan de Niedere, die een top met een lanceerplatform had, waar deltavliegers wild van werden. En dan de man uit Anderlecht die daar in het verre Oostenrijk de liefde had gevonden en een majesteuze Hütte had neergeplant.

(wapenschild Lingenau)
Ook de bijna fatale tocht op de Winterstaude, één van de toppers uit de omgeving. Hoe we zijn begonnen aan de trek met mijn vader en André, intussen ook al jaren gestorven. Hoe mijn vader met ademhalingsproblemen moest afhaken, André en ik gingen door. Stapten door. En het liep fout. We kwamen op een vlakte vol losliggende stenen, totaal fout georiënteerd waarschijnlijk, maar terugkeren was onmogelijk. Elke kei die onder je bergschoen kwam, schoot los. Geen evenwicht, geen steun, niets. Het was glijden naar een een kloof. Gelukkig was er André die met zijn ervaring en zijn sterke armen het onheil heeft afgewend. Eeuwig dankbaar ben ik hem ervoor! Rust in vrede.
Er was de verovering van de Widderstein, een ferme spitse berg die je verplichtte tot uren klauterwerk op rotsen. En als geboren stedeling en liefhebber van urbaan gewriemel kon ik ook in Vorarlberg mijn hart ophalen, daar aan de Bodensee, ook wel eens het Meer van Konstanz genoemd. De plaats: Bregenz, goed voor een kleine 30.000 inwoners. Het is een stad aan het water, met een licht mondain trekje door het jaarlijks weerkerend cultureel hoogtepunt daar: de Bregenzer Festspiele, een feest voor de liefhebber van opera. Om de twee jaar staat er een nieuwe grootse productie geprogrammeerd. De afgelopen twee jaar was dat “Il Trovatore” van Verdi (foto), komende zomer en die van 2008 brengen blijkbaar “Tosca” van Puccini.
Wat weer goed zal zijn voor een spectaculair podium, daar op de Seebühne. Ja, het podium in openlucht, een fan-tas-tisch decor erachter en 7.000 zitplaatsen. Indrukwekkend! Theater! Drama! Opera! Melancholie!

Enkele jaren geleden ben ik met Lien én mijn vader eens teruggekeerd. Vijf daagjes maar, vooral om er in Bregenz nog eens naar een opera te gaan kijken. In 1999 moet het geweest zijn. Juist, “Het gemaskerd bal” van Verdi was het. Een heerlijke (te korte) vijfdaagse was het, volgeprangd met herinneringen en (toen ook al) vuurpijlen van melancholie. Frau Herrburger zijn we even gedag gaan zeggen, haar man leefde niet meer. Zou zij nu -bijna acht jaar later- nog leven?
Eigenlijk wou ik alleen maar zeggen dat ik verslaafd ben aan de webcam op de site van de Bregenzer Festspiele (maar ik ben verstrikt geraakt in een tranche de jeunesse, tja). Enkele keren per week ga ik kijken naar de camera (“Livebild”) die is gericht op de Seebühne. Om te zien welk weer het is ruim duizend kilometer van hier. Om te zien of er volk rondloopt in Bregenz en om te zien hoe het is met het podium en het decor. Intrigerend vind ik dat. Vandaag zag het er onder meer zo uit:

De camera heeft blijkbaar een kleine duw naar links gekregen vandaag. ‘t Stormt daar zeker? Net zoals het even heeft gestormd in mijn hoofd de voorbije zinnen. De tempeest uit mijn jeugd dook nog eens op. Hm. Ik word een melancholicus. Nu al.
Update: Mijn vader weet mij te vertellen dat Frau Herrburger jammer genoeg is overleden, drie à vier jaar geleden zowat.
11 January 2007 om 22:23
Héél lang geleden was ik aan de Bodensee op huwelijksreis. Wij zaten in Langenargen gehuisvest bij particulieren, Herr u. Frau Schick.
Ik herinner mij nog levendig de héérlijke pistoleekes met confituur die wij daar bij het ontbijt kregen ! Ook goede herinneringen aan de uitstapjes die we daar gemaakt hebben, o.a. naar het Insel Mainau (het bloemeneiland). En dat ze daar grote pinten tappen, dat ook. En de Rheinfall, en de Säntis, en en…
En Tettnang dan ! Kwatongen beweren dat Tettnang niets anders betekent dan bustehouder…
Oh schöne Zeit ! Helaas al viel zu lang veurbaaigefleugen.
2 July 2008 om 23:25
geachte heer en mevrouw , sinds 40 jaar reis ik
naar lingenau , eerst met mijn ouders , nu met
mijn vrouw en 2 dochters . iedere zomervakantie
rijden we eerst 4 dagen rond naar andere plaatsen in oostenrijk , waarna we vervolgens afdraaien
naar lingenau voor nog 13 dagen . sinds 5 jaar
trekken we nu ook op wintersport maar dan naar
au , waar we dichter bij de skipistes zijn oa .
schoppernau , hochkrumbach en warth .
graag zou ik een reactie ontvangen om misschien
later als echte lingenauer fanaat eens in
contact te komen met elkaar .
ik woon in het kortrijkse
groetjes en tot wederhoren dirk en christine
10 August 2008 om 22:28
Ook ik kom al vanaf 1982 in het Bregenzerwald, namelijk in de buurgemeente van Lingenau, Großdorf. Ook wij brachten ieder jaar bij hetzelde gezin, de familie Ratz, door en werd er trouw ieder jaar Bregenz bezocht en uiteraard werden de Niedere, Winterstaude, Bullersch en de vele andere bergen in de omgeving bedwongen. Niet te vergeten de prachtige meertjes, zoals o.a. de Lecknersee en de Körbersee. In 2000 ben ik er mijn (toen)aanstaande man gaan voorstellen. Daarna stopten de vakanties aan deze schitterende omgeving wegens de geboorte van onze meervoudig gehandicapte zoon, maar…. ook wij zijn dit jaar weer terug gekeerd naar Großdorg, nu op een ander adres, maar met prachtig uitzicht over Lingenau, namelijk aan Großdorfer kant net voor de brug omhoog richting Gschwendtobel. Onze jongen en dochter van bijna drie hebben genoten en we gaan zeker weer terug !