Voor het personeelsblad bij ons (“Joost” genaamd) werd ik een tijdje geleden gevraagd om een column te schrijven. Ik heb dat met plezier gedaan, het schrijfsel is begin deze maand gepubliceerd. Welaan dan, bloglezers (voornamelijk niet-collega’s neem ik aan), voor wie het wil ook hier nu…
______
Ik heb stilaan mijn buik vol van “reality tv”. Ooit verkocht als een leerrijke inkijk op het doen en laten van de mens. Want we zijn toch o zo geïnteresseerd in de kleine kantjes van anderen. En camera’s en microfoons registreren alles tot in de kleinste, fijnste en zelfs goorste details. Tot jolijt van de kijker.
Maar we hebben het nu toch wel helemaal gehad? Honger op een eiland met vallende kokosnoten, would be-BV’s die de leegheid omarmen in een huis met elfendertig (in)zoemende camera’s, een familie van een ijdele ex-keeper die kweekt als een bende hitsige konijnen om de verhaallijn ten dienste te zijn, een gewezen renner die zijn failliet masceert in een zoektocht naar Zen à l’Ardenne, lelijke slimme mensen die zich amuseren met minder lelijke domme mensen… Om nog maar te zwijgen over de beestenboel, de moederkoeken en de pasgeborenen die het scherm vullen. Je zou beginnen denken dat “De laatste show” een programma over dementie is, zo erg is de “reality” in het bewustzijn van de goegemeente geslopen.
Ach neen, geef me dan maar de echte realiteit. “All the world’s a stage, and all the men and women merely players”. Zei ene William Shakespeare, die in zijn vrije tijd wel eens een toneelstukje neerpende. En gelijk had ie. Ik moet maar kijken naar mijn biotoop, de sportwereld. Met David Beckham (foto) en zijn Victoria (wat een hilarisch lege doos is zij toch) als de moderne vertwijfelde Hamlet en zijn muze Ophelia. Een woedende voetbalvoorzitter die als een ontketende Othello het veld oprent. Jammer dat ie niet zwart is. Zeyun Ye en Pietro Allatta, de baarlijke duivels uit de onderwereld van het gokken, Roger Vandenstock met Antonius-allures. Maar waar is Cleopatra?

En niet alleen daar waar de bal rolt, is er theater, spektakel, brood en spelen. De ridders van de fiets stampen zich een weg door de gure bossen, op zoek naar het regenboogvaandel. Kim en Justine (heldinnen hebben blijkbaar geen familienaam meer nodig) lijken de vrouwen uit de Griekse mythen en sagen, die de stoere mannen omzwachtelen met hun lieve blikken. Stefan Everts heeft de monkellach van Zeus. Terwijl Vincent Kompany de gekleurde versie is van Achilles: bol van talent, vol van blessures.
Dat is realiteit, dat is non-fictie! Johan Cruijff, het taalorakel uit Amsterdam, zei al dat “de bal het belangrijkste is in voetbal” en “dat je het pas ziet als je het door hebt”. Of nog: “Ieder voordeel heb zijn nadeel”. Dan smelt ik. Sport wakkert volkse wijsheid aan, levert helden uit de straat op en vormt goden uit boerenzonen.
Oei, ik moet nu echt iemand nomineren? En mee beslissen op de eilandraad? Pff, allemaal! Alle uitwassen van “reality tv”. Geef me maar het platgetrapte gras, de modderspatten in de gezichten, de zweetgeur van de sporthallen, de bedwelmende geur van benzine. Mag ik nu de dagboekkamer verlaten, Big Brother?