Ik noem mezelf niet echt materialistisch, maar soms kan ik me er toch eens in wentelen. Zo vandaag. Mijn auto, Adolf de Golf, stond bij een carrossier. Vorige week “tapke” mee gehad en er moest een nieuwe voorbumper op. En later op de dag moest de vierwieler naar mijn vaste garage, voor z’n groot onderhoud.
Ik rij al sinds zaterdag met een vervangwagen. Een of andere nieuwe versie van de Opel Corsa, ik vond het eerlijk gezegd maar niets. Blij dat ik was dat ik de kracht, de pracht en de macht van mijn Golfke mocht bezitten. Ja, ik hou van dat bakje. Adolf genaamd trouwens omdat het een Duitse schoolmeester is. Telkens er iets Adolf niet aanstaat, begint ie te mekkeren (met een irritant gepiep) én een boodschap in het Duits op het dashboard: “Bitte Gurt anlegen, “Geschwindigkeit überschritten”, Ölstand prüfen” und so weiter. Het blijft een Duitser hé. Gründlich? Ja! Maar zagen ook!
Uit pure nood tot verwennerij ben ik zelfs nog eens naar de car wash gereden. Het vuil van de voorbije vier à vijf maanden is er weer af. Hij glimt en fonkelt als nieuw, zelfs na 60.000 gereden kilometer. Nu nog eens binnenin alles proper maken.

Ja, vreemd om met enige liefde over een rijdend stuk ijzer te praten. Maar het is nu eenmaal een metgezel in mijn leven. Ik rij zo’n 45.000 kilometer per jaar, dus ja, ik heb beter iets “onder mijn gat” dat me aanstaat. En de Golf is zoiets. Nooit had ik gedacht dat ik er ooit graag zou mee rijden. Ik vond het vroeger een pure “Johnnybak”. Een auto voor blaaskaken. Carrosserrie voor nektapijten. Maar toen mijn ouwe getrouwe Renault Clio indertijd de geest gaf, pleitte Lien toen voor een type auto waarover ze bij haar thuis tevreden waren. Een Golf dus.
Testritje gedaan met een tweedehands model en ik was verkocht. En toen in het najaar van 2005 ook dát blauw bakje plooide, wou ik snel weer een Golf. In tempore non suspecto, toen waren er nog geen crisissen in Vorst. Ahoewel, om eerlijk te zijn, heb ik de indruk dat de arbeiders daar niet echt kunnen klagen over de compensaties en de vergoedingen.
Trouwens, dat plooien van mijn vorige Golf (die geen naam had gekregen) is een verhaal apart. Het was ergens in oktober in 2005. Ik had voor het eerst het sportnieuws mogen lezen in het radionieuws. Ik in volle euforie, een kleine jeugddroom was vervuld. Ik had wat vrienden opgebeld om dat te vieren in Gent. Plots, ergens tussen Affligem en Ternat, blokkeerde de auto. Het leek wel Kerstmis. Allerlei kleuren en flikkerende lichtjes. Kapot. Een geluk dat dat niet is voorgevallen op een drukke voormiddag, zo ergens op de brug van Vilvoorde. Een of andere stang was in de motor gekatapulteerd, enfin, Tod der Automobil. En dat na mijn eerste verschijning in het nieuws. Samen met Dirk Gerlo, herinner ik me. En met Mike De Mulder. Maar nadien kwam dus… Adolf.
Trouwens, door heel dat autogedoe vandaag heb ik weer eens ontdekt dat het openbaar vervoer in de Gentse stede toch ook wel dik in orde is. Mijn garage is aan de andere kant van de stad. Adolf moest toch een uur of zes binnenblijven. Zo heb ik bus en tram genomen om die tijd te doden thuis. En ja, dat ging veel sneller dan ik had gedacht. Te onthouden!