Idool 2007
Het zangcircus is weer begonnen op de commerciële zender. En ik moet zeggen… ik heb weer een aantal keren dubbel gelegen met de inschattingsfouten van bepaalde kandidaten. Ja sorry, zo slecht ben ik wel. Hilarische televisie eigenlijk.
:: Cool 4
Veerle, Lien, Het Radiofonisch Instituut, Nadine
:: Spelonken 3
Het Radiofonisch Instituut, Michel Vuijlsteke, Sabine
:: Kangoeroe 1
Luc De Roy
Het zangcircus is weer begonnen op de commerciële zender. En ik moet zeggen… ik heb weer een aantal keren dubbel gelegen met de inschattingsfouten van bepaalde kandidaten. Ja sorry, zo slecht ben ik wel. Hilarische televisie eigenlijk.
Is het je vorige week ook opgevallen? Hoe populair Kim Clijsters is? Duizenden en duizenden supporters wilden haar laatste balwisselingen op Belgische bodem zien. Want de Limburgse stopt ermee. Ergens in de loop van het seizoen. En ze wou zo graag winnen in Antwerpen. Voor het laatst tricoloor zegevieren.
Maar het mocht niet zijn. De Française Amélie Mauresmo bleek toch te sterk in de finale en mocht zelfs het peperdure diamanten racket voorgoed menenemen naar huis, naar Genève is dat bij haar. En Clijsters? Ze nam afscheid, ze zwaaide, ze lachte, ze weende, ze bedankte en ze snikte. Met haar ook een groot deel van het toeschouwersgild.

Zelden was een sportvrouw zo immens populair in ons land. Een meervoud aan populariteit in vergelijking met Justine Henin. Terwijl die laatste toch vier grandslamtitels op haar actief heeft. Clijsters “maar” eentje, al haalde ze wel nog vier finales en won ze twee keer de Masters. Dat is net Kim Clijsters, vind ik. Iets te veel nét niet. Iets te veel gestrand op de streep. Maar een zegen voor het publiek. Dat wel. Dat zeker.
Benieuwd of ze haar grote droom kan waarmaken: de beste zijn op het heilige gras van Wimbledon, in haar afscheidsjaar.
Tja, het heeft niet mogen zijn. De Boekentoren is niet in de prijzen gevallen, het grootste gedeelte van de centen is naar de stoomstroopfabriek in Borgloon gegaan. Zie ook hier.
Jammer, ik had het de toren zo gegund. Misschien heeft de verdeeldheid in Gent wel tegengewerkt? Het Campo Santo-kamp tegen het gevolg van de toren? Of was de favorietenrol te groot? Wie zal het zeggen?

Twee ontgoochelden gisteren. We waren eventjes bij mijn schoonbroer en zijn vrouw. Zij is van Duffel en steunde “Cinema Plaza” volop. Ook tevergeefs dus. Echt een gemiste kans. Hopelijk ontmoedigt dit de minnaars van de toren niet (onder wie ook de gedreven mensen van gentblogt). En hopelijk biedt dit dit extra kansen voor een herstel van het monument.
Vanavond is er de finale van “Monumentenstrijd”. Zie ook wat ik er indertijd over schreef.
Om 20.50 uur begint alles op Canvas. Volg alles ook op de Boekentoren-site.
Let wel: enkel TIJDENS de uitzending kan je stemmen!
De zondagse plaat van deze week: “Out of time man”. Het onvolprezen Mano Negra, nietwaar? Waaruit het solo-avontuur van Manu Chao is ontstaan…
Gisteren hebben we een rondrit gemaakt langs een deel van mijn familie in Lendelede. De Decroubele-clan, zeg maar. En een ietwat vreemd en deugddoend moment heb ik beleefd toen ik in het rustoord – waar mijn 94-jarige grootmoeder verblijft – een foto ontdekte in een gang met daarop mijn grootvader zaliger. Pépé Marcel, zeg maar. Hij was het die overleed in hetzelfde rustoord, bijna zes jaar geleden. Net geen 92 werd ie. Zijn kamer werd “ingepikt” door zijn vrouw.
Pépé was mijn jeugdheld. Een moeilijke mens, koel en recht door zee, maar vol idealen, werklust en wijze woorden. Een gewezen vlaswerker, radicaal tegen “den Duits”, erg gelovig en goed van inborst. Een man die me -onbewust of niet- de arbeidersethos heeft ingepompt. Onder het motto “Vergeet niet da je ook maar van gewone mensen afstamt”. En hij had een gezag eigen aan zijn generatie. De ware pater familias.
Gisteren zag ik hem dus terug. Op een mooie foto in zwart-wit van een student fotografie die enkele jaren geleden een project deed in het rustoord. Pépé zit naast een man die de volle aandacht trekt: vol, bleek gezicht, brede lach, het gezicht volledig opengetrokken, de man lijkt zielsgelukkig. Pépé ernaast dus. Klak op, aan het drinken, zijn blauw geruit hemd onder zijn débardeur (ik zie het nog zo voor me). In gedachten verzonken, contemplatief. Zoals ie de laatste jaren van zijn leven ook was. Om dan te eindigen in het jaar té veel. Jammer.
Maar hij blijft een held. De man van onder meer de uitspraak “‘t Finste è zin oar en ge moet et ton nog splettn”. Of: “Ut ne zak petattn van viftig kilo keun der gin onderd rolln”. Inspirerende man.
Zozo, wat een dag vol incidenten en gebeurtenissen heb ik gehad gisteren. Een vreemde dag echt, met verschillende gevoelens door elkaar. Eén aspect van de rollercoaster was ons improviserend exploot in het verre Hengelo, met de heren van de Lunatics. We werden aangevuld door cabaretière Kristel Zweers. Ik zag haar drie jaar geleden optreden in de halve finale van Cameretten in Rotterdam. Ze speelde intussen ook mee in “De Lama’s”, zeg maar de “Onvoorziene omstandigheden” van de Nederlandse openbare omroep. Ze stond in de Snoecks en ze heeft een nieuw programma uit.
Vanavond stond ze dus met ons (allemaal nozems die vorige week ook stonden op te treden in Den Helder) samen te spelen op het podium van “De Metropool”. Een idee van het impresariaat dat we delen. Een sympathiek, tenger, leuk meisje is die Kristel trouwens. Altijd fijn om zien, een vrouw die ballen toont op een podium.
En het liep lekker, ja. Geen massaal opgekomen publiek, wel een warme zaal. En Holland? Topland hé. Wel jammer dat ik eigenlijk niets heb kunnen zien van de stad.
Kijk, ik weet best wel dat ik Brad Pitt niet ben. Ook Tom Cruise niet. En Johnny Depp heeft de bakvissen voor het rapen, ik niet. Vreemd genoeg ben ik nu genoemd in een schoonheidsprijs. Jawel, niet gelogen!
Kijk hier, bij een top-10 die de mooiste websites (blogs eigenlijk) van België bekroont. Ha, vreemd. Ontdekt door een incoming link die mijn WordPress heeft verraden. Op nummer zes der schoonsten dan nog!
Zeg, relativeren hé. Mooi is subjectief hé. En ‘t is maar een een wetenschappelijk twijfelachtig onderzoek, me dunkt. Vanitas vanitatum et omnia vanitas: ijdelheid der ijdelheden, alles is ijdelheid. ‘t Stelt niets voor, maar ‘k vond ‘t toch eventjes geestig. Een kinderhand is gauw gevuld.
Nu vanavond wat mooi staan wezen op een podium in Hengelo. Hopelijk sta ik niet schoon te blinken.
Pff, vanochtend was het weer eens prijs. Ik was vroeg vertrokken naar het werk (om 8.30 uur, om 10 uur moet ik beginnen als ik een dagdienst heb). Je hoopt dan iets te vroeg te zullen zijn, dan kan je op je gemak een koffietje drinken. Not. Ik heb de deur van de redactie opengedaan om 10.24 uur. Na een dolle rit van exact 1 uur en 50 minuten, aan een gemiddelde snelheid van 33 kilometer per uur.
En hoe komt het? Tussen Affligem en Ternat was een vrjied accident gebeurd, op de E40 richting Gent. En aan de andere kant (mijn rijkant dus) vonden enkele kwieten het blijkbaar weer nodig om te staren naar een ietwat verfrommelde vrachtwagen. Resultaat: een “accordeoneske kijkfile” van 30 kilometer lang. Bumper tegen bumper, klink naast klink. Ja, ik word daar onnozel van! En ik niet alleen!
En kom niet af met “het openbaar vervoer” en zo. Mensen die het kunnen weten, kunnen getuigen dat de VRT bereiken (vanuit Gent) telkens een trein-metro-tramdag is. Enorm slecht gelegen is dat Omroepcentrum. Sowieso ben je daar ook anderhalf uur tijd mee kwijt. Bovendien word ik een beetje verondersteld met de auto te komen om uit te rukken als zich een dringend interview aandient.

En nog extra gevloek en gesakker vandaag. Ik holde naar onze opnamestudio om Discovery Channel-ploegleider Johan Bruyneel aan de tand te voelen en ik bleef haperen aan de klink van de deur. Die zich onder de knopjes van mijn hemd wurmde en een ferm gat prikte in mijn hemd. Toch wel een viertal centimeter diagonaal. En da’s al de tweede keer in een maand tijd dat dat gebeurt. En voor de tweede keer een zwart hemd met een wit krijtstreepje naar de vaantjes. Ik heb er dus geen meer. En neen, mijn hemden zijn niet verzekerd. En mijn werk betaalt zulke onhandigheden ook niet terug. Damned.
Ik ben van vrijdagavond terug uit Den Helder. Behoorlijk ver is dat toch want je moet toch 4 uur rijden meerekenen. Zowat 36 uur ben ik daar geweest, in de stad die leeft en leefde bij gratie van de marine. Goed voor twee optredens met het improclubje.
Optredens die artistiek niet echt je dat waren. Het waren shows voor scholen en het was dan nog een publiek van 14-jarigen die niet de minste interesse hadden voor theater. Gelukkig is wat wij doen behoorlijk breed en laagdrempelig én we kunnen erg snel inspelen op wat het publiek wil. Maar eerlijk is eerlijk, echt veel plezier heb je er als presentator of speler niet aan.
Maar wat wél plezant was, waren de gesprekken en de uren met enkele copains die ik eigenlijk al lange tijd niet meer goed had gesproken. We zijn altijd meer geweest dan een roedel podiumhonden die samen optreden. Veel meer min moatn die iets doen met theater.
O ja, ik heb ontdekt dat ook Den Helder enkele typische Hollandse trekjes heeft: kleine huizen, heel veel gelijkaardige gevels, alles netjes en afgelijnd, veel water, spraakzame en aangename mensen en niet echt de beste keuken. Maar toch, heb ik al gezegd dat ik een echte Hollandofiel ben? Hoe meer ik er kan geraken, hoe beter.
En woensdag is het alweer zover: dan optreden in Hengelo, ook behoorlijk ver zie ik, maar nu meer de oostkant van het land van Beatrix. (veel zal ik wel niet zien van de stad: ‘t wordt toekomen, podium verkennen, iets eten, opwarmen, spelen en weer weg)
En die late sneeuw van vorige week, daar heb ik niet veel van gezien. Het sneeuwfront is niet tot in het noordwesten van Holland geraakt. Op enkele minuscule vlokken na. De Noordzee, die heb ik wél gezien.
Afgelopen weekend kon ik “The lieutenant of Inishmore” van Olympique Dramatique nog eens bekijken. Zo ben ik nog eens in die mooie schouwburg van mijn geboortestad Kortrijk geraakt. En ik blijf erbij: het is heel erg aangenaam theater. Een plezier om naar te kijken! En het Kortrijkse publiek was zeer enthousiast, het verwonderde me eerlijk gezegd een beetje.

Enkele quotes voor de eeuwigheid toch nog:
“Wat edsj gie oan aa gat angen? E kljiedsken”
“Plattekes of een bitteke van zijne milky way?”
“‘t Is van den oe en de woaroem?”
“Em ies nen iëlen dangeroezen tiest”
“Teentoeters en tepeltoppen”
“Foemp”
“Mie head ies set”
“Mie klok ies kapot”
“Not, notter, nottest”
“Not mi lokken”
“Ne prot van ne wurrem”
“I remember me you”
“You hèt de pussycat met de bicyclette gesplasht en gesqueesd”
“Ein bisschen Frieden hé Freund”
Heren van Olympique Dramatique, meer van dat! Graag! Nog een stuk van het jaar! En Jan Bijvoet een komische filmrol!
‘t Kan raar lopen in het leven. Het feit dat we nét in dat huis in die buurt wonen, is toeval. Toen Lien en ik gingen samenwonen (ook alweer 7,5 jaar geleden), dachten we eerst en vooral aan de stationsbuurt. Lekker gemakkelijk om naar het werk te sporen, meenden we. Maar in onze zoektocht naar appartementen belandden we ergens aan de Leie, vlak bij de Sleepstraat.
Het appartement waar we voor vielen was op het eerste zicht vuil, verwaarloosd en het geld niet waard. Maar het had toch een discrete charme, net zoals de buurt. Dat overtuigde ons om onze wil door te drijven en er toch te gaan wonen. Met hulp van vrienden, Liens broer en van onze ouders geraakte het ingericht en opgeknapt. En tegenover ons appartement stond een huis waar we al snel verliefd op werden. Mocht dat ooit te koop staan…
En ja, als bij toeval (daar gaan we weer) stelden de eigenaars het huis te koop. Wij gingen praten en al snel was het beslist: we deden het. Toen (we hebben het over eind 2002) konden “gewone” tweeverdieners gemakkelijker dan nu nog iets kopen in Gent-centrum. Ik moet ook zeggen dat de ex-eigenaars “schappelijke” mensen zijn en waren. Ze wilden een aangename en faire deal, ze wilden duidelijk niet elke rosse eurocent uit de overeenkomst knijpen. Een schatter had een prijs bepaald, daar werd niet van afgeweken. Niet meer, niet min dus. En niets “in het zwart”. Een prijs die wij nét aankonden, dat was het.
Leuk detail: het was een aparte regeling waarbij de ex-eigenaars nog twee maanden huur betaalden aan ons én de garage voor een jaar mochten gebruiken om materiaal in te stallen. Want elders waren ze heftig aan het verbouwen. Ons geen probleem natuurlijk.
Wil het toeval dat de ex-bewoners van onze kamers vrienden zijn gebleven. En onlangs was het nieuwjaarderstijd op de Gentse wateren, samen met nog vier andere vrienden. Ja, de ex-eigenaars van “Huize Moestuin” hebben een boot. Geen yacht, geen cruiseschip, maar ook geen roeibootje. Wel een mooi wit, gemotoriseerd ding waarop je toch gemakkelijk 8 à 10 mensen kunt mee vervoeren. Naam: de “Hadar”. Hmm, eigenlijk heb ik nog nooit gevraagd vanwaar die naam komt.
Door het geweldige historische centrum hebben we gevaren en zo verder via de Blaarmeersen richting Drongen en terug. Ruim twee uur op het water. Rustgevend, fascinerend eigenlijk, je ziet je stad eens vanuit een ander oogpunt en bovenal erg gezellig. T. en E., merci! Wat dat oogpunt betreft, het biedt gelegenheid om wat foto’s te nemen die anders moeilijk lukken. Enkele staaltjes her en der in deze post dus.
O ja, nog eens beseft: Gent is het toch wel. Ik wil niet snel weg richting velden, weiden, plattelandsrust of stilte. Geef me maar de drive en het rumoer van de stad. Al was het op het water bij momenten toch wel erg stil. Aangenaam stil zelfs.