Ik had kaartjes voor de première van “Maeterlinck” in het NTG en zag er schoon volk: het acteursgild, Gentse politici, culturo’s, recensenten, acteurs en actrices, collega’s en zo meer. En ik mocht enkele keren in de schutkring van Els Dottermans komen: wie me kent, weet dat dat mijn hertekijn sneller doet slaan…
Om Maeterlinck (foto) was het dus te doen: een telg uit een Gentse bourgeois familie, advocaat, liefhebber van boksen en natuurlijk de enige Belgische Nobelprijswinnaar uit de geschiedenis. Hij schreef een ouevre bijeen dat vaak in verband wordt gebracht met predikaten als symbolistisch, door de dood geïnspireerd, mystiek en ook sociaal geëngageerd (ook al ws de man zelf meer dan bemiddeld genoeg).

Hoe dan ook, in deze bewerking staat Maeterlincks hele oeuvre centraal en wordt hier en daar iets eruit geplukt. Niet meer, niet min, een echte verhaallijn is er niet. Toch niet tekstueel. Als toeschouwer maak je je eigen verhaal, je eigen consistentie, je eigen lijn, je eigen thematiek. De tekstflarden op zich zijn barok en beschouwend, maar dwingen tot een eigen verhaal. De lijn en de kapstok is te vinden in het scenografische. Marthaler heeft Anna Viebrock, zijn vaste decorontwerpster, nog eens laten uithalen.
We zien een majestueuze werkvloer in een textielfabriek: met naaimachines, afbladderende muren, een brede af en toe openzwaaiende deur, een tegelvloer, ongezellige en felle wand- en plafondverliching, losse bakstenen… Ietwat troosteloos, grijs, somber, denk je de fabriekshal in die in Stijn Coninx’ film “Daens” voorkomt. Heel mooi gedaan is dat decor: majestueus, gedetailleerd en ook beheerst bombastisch. Operatechnisch, zeg maar.

Niet zo vreemd want Marthaler is de grote decors gewoon, heeft al heel wat operawerk achter de rug en maakt van deze “Maeterlinck” eigenlijk een theaterstuk op leest van de opera geschoeid. De grote gebaren staan bijwijlen centraal, het tempo is traag en even repetitief als de grote ijzeren naaimachines op scène en meer dan eens vult gezang de scène. De dramatiek heerst en hangt als plukjes textiel in de lucht, klaar om door iedereen geïnhaleerd te worden.
De mannen zijn de opzichters van de fabriek, de vrouwen (op de oudere dame na) zijn hardwerkende meisjes, onderbetaald en ellendig, die het juk van de rond hen cirkelende boze mannen maar moeten verdragen: de harde arbeidswerkelijkheid uit Maeterlincks dagen eigenlijk. De hogere klassen in gestileerde pakken tegenover de lagere klassen in flinterdunne en toch wel vormeloze kleedjes. Niets nieuws onder de zon eigenlijk…

Eens over het zingen: het is vaak aandoenlijk mooi, met stemmen die mekaar schitterend aanvullen (in moderne tijden mogen we dat “blenden” noemen). Op het podium staat een enorm geschoolde dame als Rosemary Hardy, internationaal vermaard en met een CV om van omver te vallen. Ook de andere vrouwen bekoren: Wine Dierckx (nog een jong talent en tegenwoordig ook aan het werk in de nieuwe film van Felix Van Groeningen), Frieda Pittoors, Hadewych Minis en Sacha Rau. Ook zij zingen, van koorachtige gezangen tot Franse doorleefde nummers over een medley van volkse liedjes (“Kriebel aan mijn gat”, Broekschijterij”, “Vivan bomma”…) tot puur tonale stukken. Mooi mooi.
En de mannen vallen goed in. Ook hier namen, zeg: Steven Van Watermeulen (één van de absolute favorieten van uw recensent, die in dit stuk al bij al weinig prominent mag spelen), Graham Valentine (net zoals enkele anderen op scène een Marthaler-protégé, polyglot, grappig, wat een persoonlijkheid), Marc Bodnar (een geweldig CV in het Franse theater én te zien in films van Rappenau en Soderbergh) en dan vergeet ik nog Bendix Dethleffsen. Die laatste is een pianovirtuoos, die ook in die hoedanigheid op het podium zit. De piano staat ook mee in de fabriekshal, het heeft iets onwezenlijks, maar ook iets intrigerends.

(foto’s: Phile Deprez)
En Christophe Marthaler dan? De Zwitser is een van de grootste namen uit de Europese theaterwereld. Hij werkt altijd vanuit een muzikaal fundament en heeft zowat overal gewerkt waar prestige te rapen valt. Een hele grote mijnheer, die volgens mensen die het kunnen weten zijn repetities ook vanuit muziek én improvisatie laat ontstaan. Om dan in de laatste weken alles samen te ballen.
Zijn regie is er ook naar: majestues, magisch, erg beheerst en uitgekiend. Ik had wel graag wat knipwerk gehad. Het stuk komt erg traag op gang, de herhalingen zijn vaak vervelingen en de traagheid op bepaalde momenten zijn kneepjes uit de opera, die de beleving niet echt omhoog stuwen. Een vakman tot en met, maar “l’art pour l’art” hoeft niet zo nodig voor mij.
“Maeterlinck” is een mooi stuk, een goed stuk, kan snoeiwerk gebruiken, maar toont aan dat kunstig, ja zelfs klassiek theater nog altijd een toekomst heeft. Het is niet hip, niet echt modern. Wel beproefd, bewerkt, doorwrocht en vakwerk. Ik ben niet omvergespeeld, ik heb geen theaterorgasme gehad, maar ik heb wel een aanrader gezien, toch voor wie in het rode pluche een tweede adem kan vinden. Mooi, magisch en met een zekere “maar”…
- leuk, een blog bijna: het dagboek van acteur Steven Van Watermeulen
- het stuk is nog te zien in het NTG vandaag en , ook nog drie keer eind april, zie de kalender