Laatste reacties


Maanlichtschaduw

Mike Oldfield, een grote mijnheer, de schepper ook van “Tubular bells”. Die plaat, waarop hij alle (en het zijn er veel) instrumenten bespeelt, maakte hij toen ie pas 20 was. We schreven toen 1973. Een instant klassieker waarmee ie voor eens en altijd zijn naam heeft gezet. In 1984 scoorde ie zelfs een grote hit met “Moonlight shadow”, met in de vocale hoofdrol de Schotse Maggie Reilly. Typisch voor die tijd, met ook een typische fade out op het einde. Zeitgeist.

Architecturaal

Ja, ik heb de reeks gekocht. Direct. Op de eerste dag dat de dozen in de winkel staan. De boekenreeks over architectuur van “De Morgen”. Tegenwoordig geeft een krant geen extraatjes meer, neen, als je een DVD of een boek koopt, heb je met wat geluk er nog een krant bij ook. Maar deze reeks moest en zou ik hebben. Voor mij geen schilderkunst, geen David Lynch-films, geen Kuifjes (toch niet in een klein formaat)… Maar architectuur? Jawel!

Als mensen mij vragen wat ik graag zou doen mocht ik geen journalist zijn (niet dat die vraag vaak langskomt, maar toch), dan is het antwoord simpel: cabaretier, fotograaf of architect. Voor dat laatste heb ik wel duidelijk de capaciteiten niet: ik kan niet tekenen, ik begin te trillen en te beven als ik een formule zie of als goniometrie in die buurt komt, ik heb geen ruimtelijk inzicht enzovoort. Maar de esthetiek, het kunstige, de drang om mooie dingen te scheppen, dat doet me iets. Echt. En vandaar ook mijn liefde voor city trips. En voor gebouwen, tuurlijk.

corbusier.jpg

“Gij zijt nen aardigen”, zullen ze weer zeggen. Bezig met architectuur, met foto’s, maar ook met wielerverslaggeving en de derde goal uit de vierde match van het vijfde WK voetbal. Tja, mensen, ik zit nu eenmaal als een lappendeken in elkaar, vrees ik. En ik vind dat ook niet altijd even gemakkelijk. Maar boeiend is het minstens wel.

Vanavond eens naar de finale van “Junior Eurosong” kijken, op één. Eens bekijken of met mijn tips en tekstjes iets wordt gedaan. Narcisme? Kritische zin? Nieuwsgierigheid? Ontspanning? Och, weer één van die rare kronkels zeker?

Nederlaag, o nederlaag

Herinner je je mijn minivoetbalexploten? Jawel, ik ben nog altijd lid van MVC Hansbeke. De eerste drie matchen van de competitie heb ik niet kunnen meespelen wegens werk en aankomend kind. Gisteren kon ik er wel eens bij zijn en tja, we hebben verloren: 6-2. Betekent dat ons ploegske nu twee keer heeft gewonnen en twee keer heeft verloren. Niet echt een wonderlijke wedstrijd van mij, integendeel, ik moet het minivoetbalspelletje (ja, ook dat is tactiek) opnieuw leren. Maar ik schiet er wel door, ooit eens. Al is het maar omdat kameraad H. ook de ploeg komt versterken vanaf nu.

Ouder worden

Zo, het is alweer gepasseerd. Gisteren heb ik Christus’ leeftijd bereikt (geen felicitaties meer, u bent te laat, ha!). Een vreemde dag was het wel. Vroeger -als kind- keek je uit naar verjaardagen want daar gingen cadeaus en feestjes en een volle dag aandacht mee gepaard. Naarmate je de 18 nadert of bent gepasseerd, wordt dat eigenlijk een dag als alle andere. Wat het ook is natuurlijk.

Gisteren was toch iets heel speciaals, iets vreemds. Mijn eerste verjaardag als vader, exact 10 dagen na de geboorte van mijn dochter. Ik ben zelfs niet buiten geweest de hele dag, ik ben gewoon bezig geweest met allerlei in huis, met telefoons en SMS’jes beantwoorden (ja, toch krijg je nog extra aandacht die dag), slapen met mijn kind op mij, wat televisie kijken… Kortom, verre van een harde werkdag en ook dat is een verjaardag. Maar toch, geen grote festiviteiten, geen grote gebaren, geen exuberante dingen.

Het had iets aparts, maar een dag later bekeken was ook dat een geweldige manier om jaargang 33 in te zetten. Ik weet nog dat ik het moeilijk had toen ik 30 werd, plots moest ik volwassen worden en zijn. Nu is dat gevoel weg, het doet me minder en minder. Ik word oud.

Oude (Engelse) comedy behoeft geen krans

Weet je waar ik de laatste weken weer verslaafd aan ben? Waarvoor de digicorder snort? Ook al is het intussen zo oud als de straat? Jawel, “Allo Allo”. Tot ergernis van mijn inwonende die er eigenlijk niets aan vindt. Maar dankuwel aan de programmatoren van één.

De serie liep tussen ’82 en ’92 (goed voor een kleine 100 afleveringen) en heel wat acteurs en actrices eruit zijn intussen al overleden. Kortom, ik kijk naar iets van bij momenten meer dan 20 jaar geleden. En goed dat dat is. Het scenaristenduo Lloyd en Croft (verantwoordelijk voor heel wat andere toppers van de comedy-afdeling van de BBC) heeft met deze serie met oorlogsinslag misschien wel zijn magnum opus neergepend.

Als je alles heel kritisch bekijkt, zie je inderdaad continu weerkerende grappen, grollen, witzen en gimmicks. De personages zijn inderdaad hyperkarikaturaal (maar moet dat niet om een sterke serie te hebben?). Heel wat wendingen zijn o zo voorspelbaar en van enige overacting is de serie ook niet gespeend.

allo_allo_cast.jpg

En toch. En toch. Hoofdrolspeler Gordon Kaye (foto, de overspelige René Artois die in het echte leven zo homosexueel als wat is) is een absolute topper, vind ik. Naast the undertaker Monsier Alphonse (Kenneth Connor, die ooit een rol had in “Blackadder”), de verrukkelijk spelende luitenant Grüber (Guy Siner, nog een topper)… En ik wil zeker de vrouwelijke personages ook niet vergeten, met Madame Edith die me bij momenten doet denken aan mijn al lange tijd overleden grootmoeder.

“Allo allo” is wellicht passé en démodé en iedereen kent bij manier van spreken alle afleveringen uit het hoofd, maar ik zit me toch nog altijd te verkneukelen. Ik ben dan ook fan van (goed gespeeld weliswaar) komisch amateurtheater. “Where’s the fallen Madonna with the big boobies?” Zo, nu nog eens enkele afleveringen programmeren zie, want het blijkt dat ik toch een aanzienlijk deel van de afleveringen niet heb gezien.

Het kind een naam geven

Zo, gisteren is het gebeurd. Met vriend J. ben ik naar de burgerlijke stand getrokken op het Zuid in Gent en we hebben mijn dochter “aangegeven”. Al lange tijd wisten we dat we eerder veel dan weinig voornamen zouden geven. Waarom? Omdat we dat leuk vinden, omdat dat mooi kan klinken en ook wel omdat ik gezegend ben met maar liefst zes voornamen.

Opposanten en critici die zeggen dat dat misdadig is: hold your horses! Ik heb nooit nadeel ondervonden van al mijn voornamen, integendeel. Het heeft gewoon enkele keren in mijn leven voor enorme hilariteit gezorgd: op de rol op de universiteit (waar ik ingeschreven was met de initialen P., M., J., W., G., J.), op mijn proclamatie aan de unief én op mijn huwelijk. Lachen, leuk en dus niet misdadig.

janne_2709.jpg

Kortom, Janne heet vanaf nu voluit JANNE MAARTJE NADINE ELKE MIES.
Opgedragen aan onszelf, aan de peter, aan de meter en aan de (gehandicapte) zus van Lien die nooit meter kan worden. De laatste naam is een koosnaampje van de voorbije dagen.

Maar, ge moogt dus gerust Janne zeggen…

Professionalisme boven alles

Belspelmeisjes: ze blijven het mikpunt van spot, ontlokken menig Homerisch gelach en doen tranen van stijgende verbazing wellen. Hoewel die meiskens het bij momenten toch wel echt zelf zoeken. Zoals het presenterend kwebbeltje hieronder. O ja, niet voor gevoelige kijkers, men weze gewaarschuwd.

Gevonden trouwens via een blog die ik de mensheid wil aanraden: Melancholia. Gevarieerde inhoud, knappe lay-out, mooie foto’s en een leuke kijk op de wereld.

Weer in opgang?

Terwijl ik net zo blij was omdat “ik heb zoiets van” stilaan aan het verdwijnen is, merk ik her en der de terugkeer op van het afschuwelijke en foute “dagdagelijks”. Fout, mijnheer? Jawel, kijk maar op de taaldatabank van onze taaladviseur.

Voor de rest alles goed, hoor…

Tongriem

Iemand kan “goed van de tongriem gesneden zijn”. Waarvoor het staat? Voor iemand die welbespraakt is, die ad rem is, die het goed kan uitleggen. Zo zijn politici, advocaten, presentatoren en succesvolle verkopers vaak goed van de tongriem gesneden. Arno Hintjens, menig wielrenner of Prins Filip hebben duidelijk geen sneetje gehad in hun tongriem.

Volgens de Van Dale is de tongriem een “spiertje onder de tong dat soms doorgesneden wordt als het de tongbeweging belemmert“. Frenotomie dus. Wel, mensen, ik heb dat gehad. Rond mijn anderhalf jaar is dat doorgeknipt, volgens mijn familie de reden waarom ik zo overvloedig praat, babbel en daar nog mijn beroep van heb gemaakt ook.

Waarom ik dit allemaal vertel? Wel, de kleine Janne eet nogal moeilijk. ‘t Is te zeggen, ze eet veel en goed, maar het hele gedoe aan de moederborst ligt haar niet zo goed en ze doet het op een hele aparte manier. Met alle pijn vandien voor Lien. Een zoektocht langs enkele specialisten leerde dat dat kan liggen aan haar tongriem die een knipje nodig heeft. Zo zou ze beter kunnen, ja euh, zuigen en sabbelen zeker? Zo’n afwijking blijkt zeldzaam te zijn. En vooral erfelijk. Dus ja, een kind van zijn haar vader?

Toch niet, een of andere getalenteerde hulp heeft vanavond wonderen verricht en heeft Lien én het kind een nieuwe techniek aangeleerd. Eten is bij kinderen dus zoals dribbelen bij voetballers, zoals zingen bij tenoren, zoals kleurenleer voor grafici en zoals didactiek voor onderwijzers. Het is een techniek, een tool, het is aan te leren, Pavlovianen en na-apers die we zijn.

Nu hopen dat het blijft duren. En zo heb ik ook eens een Flair-stukje gepleegd dat over borsten handelt. Ha! Of neen, over tongen. Nóg vettiger! Woeha! Sorry, maar het moest er even uit, ik dacht dat mijn kind van nog geen 10 dagen al onder de schaar en de scalpel moest. Nu ben ik afgestoomd, zie. Stomen? Misschien ook gefundenes Fressen en voer voor een Flair-stukje…

Gaudí inspireert Camp Nou

FC Barcelona wil zijn imposant stadion verbouwen, vergroten en een nieuw kleedje geven. Met als architect Norman Foster, de man van zoveel projecten (nieuwe WTC-torens, de koepel op de Reichstag, het nieuwe Wembley, de Hearst Tower…).

camp_nou1.jpg
(foto: estadao.com)

Geïnspireerd door Antoni Gaudí en voorzien van heel veel eurobiljetten (250 miljoen euro). Voetbal is business, meer dan ooit. Enkele maanden geleden was ik in Camp Nou als toeschouwer bij een match. Eens het nieuwe stadion er is, ga ik er zeker nog eens naartoe. Het mag kosten wat het wil.

Opslorpend

Het geweldige Janne-wezentje hieronder is de reden geweest van mijn “blogstop” van enkele dagen. Zo’n baby slorpt moedermelk, tijd en aandacht op. Maar met plezier. Afgelopen vrijdag zijn we thuis toegekomen en sindsdien was het aanpassen, rondrijden om vanalles en nog wat te regelen, bezoek ontvangen, het huis opruimen… Kortom, de besognes van de nieuwe papa die de moeder een beetje wil helpen. Maar leuk is het, zeer aangenaam.

janne2007-09-25_1.JPG

Ik heb de categorie “Kleine” maar herdoopt, leek me terecht. En morgen dan eens dat kleintje officieel “aangeven” bij de burgerlijke stand. Ik ben eens benieuwd hoeveel voornamen (en vooral ook wélke) we uiteindelijk uit onze mouw zullen schudden.

Mijn leven is veranderd, jawel, maar het lukt. Ik heb me dan ook negen maanden lang kunnen voorbereiden en inbeelden en vooral die laatste week overtijd heeft nog wat extra besef bijgebracht. Het leven normaliseert weer wat, ik ben van de wolk gevallen, nog een tiental dagen en ik ga weer werken en zo meer (van de week zelfs al mijn laatste “tekstschrijverij” voor “Junior Eurosong”). Dan komen de niet aan het kind gerelateerde posts ook weer op. En wordt het leven weer wat gewoner en normaler. Alhoewel neen, sommige zaken zijn onomkeerbaar en definitief veranderd. En dat is geeneens erg.

Vierdaagse

Ik ga er natuurlijk geen gewoonte van maken om hier dagelijks een foto van de kleine Janne te plaatsen. Sommige zaken zal ik echt privé willen houden. Maar deze week beheerst dat kleintje (4 dagen oud intussen) mijn leven. Dus ook mijn blog. En voor het eerst een prentje in kleur. Blanke pit, fluwelen bolster.

janne2007-09-20_8.JPG

Vandaag ben ik op het werk langsgeweest. Wat gepraat met én veel felicitaties gekregen van collega’s van alle slag, een nestje doopsuiker afgegeven en wat verteld over het hoe en wat van de geboorte. En ik betrap me erop dat ik al de hele week toegeef dat alle clichés gelden: over geluk, over hoe het je levenskijk verandert, over een nieuw verantwoordelijkheidsgevoel, over hoe een kindje van eigen vlees en bloed je vertedert en dergelijke meer. Clichés, misschien zelfs kleffe clichés, maar overduidelijke waarheden allemaal. Dat zijn het!

Vanavond had ik ook een vreemd gevoel bij het verlaten van de parking. Een eerste keer had ik het echt. De “weemoedopwekkingen van het zwarte gat” noem ik dat. Je wat wezenloos en verloren voelen omdat je weer terug moet naar de realiteit. Zoals na een heel leuke vakantie, na een kamp met de jeugdbeweging (alhoewel, ik ben nooit chirojongen, KSA’er of boyscout geweest), je kent dat wel.

Leuk vond ik mijn doortocht met een bak trappistbier. Vrienden J. en S. vonden het nodig om mijn vrouw zo’n bak cadeau te doen. “Want dat is heel erg goed voor de borstvoeding”, zo klonk het. En heel erg zwaar om te dragen, ja. Hoeveel (wenkbrauwfronsende en mij aanstarende) mensen zouden niet gedacht hebben dat mijn alcoholprobleem danig serieus moet zijn, zo op de sukkel met een bak bier door die vele en lange gangen van het gebouw?

Afijn, straks nog eens een heel klein beetje vieren met één van de oorzaken van die bak bier. Ik had me vooraf voorgenomen om de hele eerste week à fond uit te gaan en te vieren. Wel, mensen, da’s niet gelukt. Wegens te moe, wegens weekdagen, wegens een opdrachtje voor de werkgever toch etcetera… Zaterdag volgt het eerste feestje. Morgen niet. Dan komen Lien en Janne (ik besef het, ja, vanaf nu twee vrouwen in huis) naar huis. En die intocht is heilig en daar wil ik de hele avond en nacht bij zijn.

En straks gaat het leven zijn volle gang. En groeit een kind als een kool. En wordt het groter, zwaarder en ouder. En zo maar voort. Maar da’s later. Het nu is even té mooi.

« Vorig bericht