Hoofddoekje voor het bloeden
Ik was begin deze week getuige van het hoofddoekendebat in Gent. Wie me kent, weet dat ik politiek nogal geïnteresseerd ben én dat ik de sponde deel met een politica.
Ik ben dan ook meegegaan naar het Gentse stadhuis om het overgemediatiseerde hoofddoekendebat te volgen. En ook om op Janne te passen die tot nu toe altijd meeging met ‘r moeder: borstvoeding, weet je wel.
Ik ben ontgoocheld teruggekeerd. Goed dat mijn eega én haar partij radicaal tegen zijn én waren, net als die andere progressieve partij. Jammer dat de tsjeven weer eens tsjeventruken hebben uitgehaald en vooral geen verdraagzaamheid hebben gepredikt. Net zij dan die zwaaien met de Bijbel, de tien geboden en de deugden Gods.
Nog erger was de houding van de blauwen die hun kar draaiden en (ongewild) meeheulden met de tsjeven en de bruinen, die nu eenmaal ook hun oppositierol te vervullen hebben. Jammer dat er zo een barst is gekomen in het coalitieverbond dat al gedurende bijna een decennium een nieuw gezicht heeft gegeven aan mijn stad.
Jammer. Jammer. En waarover gaat het? Over hoofddoeken begot. Van mij mag alles: ook baseballpetjes, strings, loodzware houten kruisen en boeddhistische roze gewaden. Het geeft net variatie en kleur aan de grijze dagen. Diversiteit heet dat dan. Of multiculturalisme. Wat kan de naamgeving mij bommen. De onachtzaamheid waarmee bepaalde lichtgeraakte politici ermee omgaan, dat stoort me dan wél degelijk.
Een gemiste kans. En dat in de stad die zowat een bolwerk van verdraagzaamheid leek te zijn geworden. Terug naar af. Een beetje toch.




