Gisteren kreeg ik een mailtje van een oude bekende: de Vakgroep Communicatiewetenschappen van de Universiteit Gent. Mijn alma mater, zeg maar. In 1997 liep ik daar buiten met een diploma op zak. Licentiaat in de communicatiewetenschappen. Tegenwoordig heet dat “Master”. Ben ik nu een licentiaat of een Master? Ik weet het ook niet.
Die dienst onderzoekt nu de meningen, ervaringen, standpunten en nog meer dingen. Bij de aangesloten van de VVJ, de Vlaamse Vereniging van Journalisten. Wij noemen het gemeengoed de “journalistenbond” – daarnaast behoor ik ook nog tot de belangengroep van de sportjournalisten, Sportspress, da’s dan weer een overkoepelende, Belgische bond.
Dat VVJ bezorgt je je officiële perskaart, juridische bijstand (je weet maar nooit dat ik een of andere sporter of bobo in het harnas jaag), wat publicaties en wat andere voordelen. En nu lanceren ze dus ook een ruime bevraging onder alle aangesloten leden. Het journaille op de rooster gelegd dus.
Wat me vooral opviel, is dat er gesproken werd over blogs en over “citizen journalism”. Als opiniemakers, als bronnen en zelfs als mogelijke bedreigingen voor het journalistenvak. Zo’n vaart zal het niet lopen, de journalistiek is meer dan ooit nodig. Maar het zegt veel over de blogosfeer die niet langer als een randfenomeen of als een moderne uitstulping wordt ervaren. Neen, bloggers vormen een maatschappelijke groep die toch meer en meer au sérieux wordt genomen. Duidelijk.
De hele enquête deed me nog eens in mijn CV struinen en blijkbaar verdien ik al een zevental jaar mijn kaas (of paté, of salami) op mijn brood met journalistiek werk. De tijd vliegt (Bradaboem! En het cliché plofte neer!).
Er werd ook gevraagd naar je loon en (eventuele) voordelen en het deed me denken aan Guilllaume Gillet. De rechtsback is sinds enkele dagen officieel een Anderlecht-speler en verdient daarmee zeker een veelvoud van mij. En -afhankelijk van de bron- kon ie bij Dynamo Moskou zelfs 1 tot 2 miljoen euro per jaar verdienen. Hal-lu-ci-nant. De markt is de markt en als ploegen/bedrijven een voetballer/werknemer zoveel willen betalen, dan is dat gewoon een economisch feit. Maar dat voor iemand die van AA Gent komt. En die niet eens begeerd werd door pakweg Chelsea, Barcelona of Milan. Soms snap ik het ook niet helemaal.

Enfin, de hele vragenlijst verplichtte me nog eens mijn professionele status te beschouwen. En ja, waarschijnlijk is het één van de mooiste beroepen die er zijn. Soms hard: weekenddiensten, laat werken, vroeg werken, werken als velen thuis zitten, op café gaan of reizen maken, dat wel. Maar het is ook niet werken als anderen wél werken (vaak een zalig idee), het is variërend en uitdagend en er hangt een flard rock ‘n roll aan.
Ook al weegt dat op de agenda van een gezin als het onze: mijn vrouw werkt hard en veel (straks begint ze er weer aan na haar zwangerschapsverlof én nog eens uren per week politiek bezig zijn en vergaderen, naast haar vaste job). Probleem is dat ene Janne, nu bijna 4 maanden oud, iemand bij zich nodig heeft. Gelukkig hebben we een geweldig “babysitsysteem” (hoop ik toch), waardoor mijn schoonouders en een pak vrienden inspringen, het zou anders gewoonweg niet lukken. Met heel veel dank.
Ik bedoel maar, de glamour en de glitter van mijn professie is heel erg vaak overroepen. Maar het is waar, het is het mooiste beroep dat je je kunt indenken. Vaak toch.
Noot 1: Er is her en der (en zeker in blogland) menig klavier kapot getikt over de restyling van de VRT-nieuwsdienst (televisie en site). Wat televisie betreft vind ik het over de hele lijn een verbetering. Ik vond het vorige decor dan ook niet echt waaw, altijd gezegd. Nu zijn we moderner dan ooit. Toch? De site (deredactie.be) stuit op bakken kritiek. Ik vind ook niet alles even goed, maar ik ga er vooral over zwijgen. Ik ben gewoonweg té veel betrokken partij. Dus niet objectief.
Noot 2: Ik grijp even terug naar de titel van dit stukje. Om een of andere duistere reden worden volgens heel wat programma’s reacties altijd “gesprokkeld”. Vreemd. Hout, dat sprokkel je. Maar reacties blijkbaar ook. Misschien ook eens “vergaren”? Of “verzamelen”? Of “rapen”? Of “zoeken”? Of “bundelen”? Maar kom, zoals Lévi Weemoedt ooit schreef: “Toen God het niet meer wist, schiep Hij de journalist.”
En hij tikte lustig voort…