Waarschuwing: deze post is gedoopt in een bad van melancholie!
Ik moest nog eens een plaatje kopen. Na mijn zoveelste passage bij de ortodontiste in “Operatie Tandjesrechtzetterij” moest ik mezelf troosten. Vooral omdat ze sprak over “elastiekjes”, “nog niet de laatste fase” en “we zijn nog een tijdje zoet” (terwijl ik in september al twee jaar zal bezig zijn).
Oké, naar de Bilbo dan maar. Eens kijken of er iets in de aanbieding lag. Niet echt want de winkel was één ravage, vol verschijnselen van totale uitverkoop. Ik vond niet de moed om in al die bakken te snuisteren. Juist ja, de zaak is verhuisd, naar ietsje verder in de stad. Maar ook daar werd ik ontgoocheld. Waar de Bilbo altijd mijn favoriete platenzaak was (in mijn studententijd konden “Rataplan”, “Vynilla” of “De Kaft” me ook nog wel charmeren), is het nu verworden tot een nette, propere, zelfs bijna afgelikte winkel. Met verdomd weinig platen in de rekken.

Even testen, dacht ik. “Waar vind ik platen van The Nits?”, hoorde ik mezelf prevelen. De man achter de toonbank (het Vlaams maar half machtig) keek me aan, monsterde me en plots leek ik een Marsmannetje. “The Nits?”, klonk er. “Pfoe, niets, niemand vraagt daar nog naar”. Lap! In de Bilbo van vroeger vond je alles: van Philip Glass tot John Coltrane, van Vlaamse zangers tot mainstream pop, van alternatief gitaargeweld tot Natalia. De intrede van de DVD’s vond ik sowieso al minder, maar het bleef een oord met allerlei muziekjes, met een hele brede keuze en geweldige koopjes.
Kijk, het is duidelijk niet meer de platenboer van vroeger. Ik vrees dat ik nu aangewezen ben op de zoektocht naar een nieuwe degelijke zaak, die wél alles in huis heeft. Maar ik vrees dat ik veroordeeld ben tot shoppen, tot ronddolen in ketens als FNAC en Mediamarkt. Het is niet meer wat het geweest is. En ‘t zal misschien nooit meer worden zoals het was.
Ontgoocheld. Als notoir muziekliefhebber en fervent koper van CD’s sta ik in de kou (downloaden is niet aan mij besteed, ik heb nog altijd liever het schijfje en het boekje). De toon in mineur. Wie weet waar ergens in Gent de muzikale redding huist?

Ik werd nog enigszins getroost door de lentezon, het gewriemel in de stad, de vele studenten op terrasjes (waar is die tijd gebleven?) en de vele in het oog springende exemplaren van de vrouwelijke kunne die nog twijfelden: tussen korte rokjes en blote benen of toch nog halfslachtig warm gekleed.
Enfin, toch nog iets van Editors (zoals altijd ben ik laat met mijn ontdekkingen, maar ze beroeren me), Creedence Clearwater Revival en Charlotte Gainsbourg meegegraaid. Maar vervlogen zijn de momenten van de Bilbo binnenstappen en de vinger op de knip moeten houden omdat er gewoonweg monstrueus veel interessants ligt te blinken.
Klanken van doem en deernis drammen. De trieste plaat blijft hangen.