Een tijdje geleden had de man die nu in Seattle resideert het over zijn muziek- en radioverleden. Als luisteraar. Hij vroeg me er ook eens een stukje over te plegen. Welaan dan…
Muziek was behoorlijk tegenwoordig bij mijn moeder. Vaak Radio 2, maar ook vaak platen en later cd’s. Ik herinner me vooral haar onvoorwaardelijke liefde voor The Beatles, kleinkunst van alle slag, Edith Piaf, Gilbert Becaud, Jacques Brel, hippiemuziek, wat klassiek ook (verbazing toen ik naast Beethoven en Mozart plots de naam Von Suppé zag opduiken). Valt mee dus, al had mijn verwekster er soms ook wel een handje van weg om met dingen af te komen die me minder lagen: Andrea Bocelli, James Last, vreemde snuiters met Beatles-covers, …
Van mijn vader heb ik de zeer wijde smaak mee, denk ik. Een jazzliefhebber en hij had Johnny Cash, zelfs Tina Turner, Ennio Morricone, Urbanus Van Anus (toen had die mens nog een familienaam), ook kleinkunst. Maar ook gedrochtelijke vinylplaten van Heino en nog wat andere Duitse hoempapa. Nu, ik neem het hem niet kwalijk, een deel van mijn discotheek wekt ook lachstuipen op bij mijn omgeving.
O ja, beiden hadden ze ook de soundtrack van “Jonathan Livingston Seagull” van Neil Diamond (foto). Wie niet in die tijd? ik zeg beiden, ja. Mijn ouders durfden het aan om medio de seventies al te besluiten dat het niet zou lukken en gingen uit elkaar. Dit terzijde, maar om te duiden waarom Neil Diamond zo goed verkocht.

De radio dan. Ik herinner me dat ik naar de BRT Top 30 -met Johan De Maeyer- begon te luisteren rond mijn twaalfde. “Like a virgin” van Madonna, “Tarzan boy” van Baltimore, “Girlie girlie” van Sophia George, “A good heart” van Feargal Sharkey… En ik was verslingerd aan de radio, meer nog dan aan de muziek op zich. Al heel snel maakte ik mijn eigen radioshows. Ik nam ze op bandjes op (cassettes, wordt dat ooit weer hip? Maxell? Basf? TDK? Scotch?). En ik zorgde voor mijn eigen luistercijfers. Mijn ouders en vrienden kregen de bandjes in hun maag gesplitst. Luisteren zouden ze! Met een ferme West-Vlaamse dictie, het moet schoon geweest zijn.
Mijn tante en nonkel in Lendelede gaven me een ferme ghettoblaster cadeau en ik had direct een supersonische opnamestudio. Met microfoon en alles erbij. Al snel had ik (zogenaamd) een eigen radiostation en werkte ik een programmaschema uit. Ja, ‘t zat er toch al vroeg in. Met bij momenten radiodocumentaires die ik jammer genoeg niet gemonteerd kreeg.
En om te leren moet je luisteren. Dus draaide ik goed aan de knop om vanalles te horen. Ja, ‘t was nog draaien aan een knop, een tuner met digitale display was nog hoogst onbekend. Ik zie nog zo voor me hoe ik op zondagavond in mijn bed heimelijk naar Lutgart Simoens’ “Vragen staat vrij” luisterde (moeder mocht het niet weten want ik moest vroeg op). Met om tien uur het sportnieuws met onder meer Carlos De Veene en Johnny Dheedene. Vreemd is het nog altijd dat ik nu soms zelf dat bulletin lees.
Ik denk nu ook aan “Maneuvers in het donker” (over onder meer strips en synthesizermuziek), programma’s van Mark Lefever (nog atijd een van de beste stemmen bij ons), talloze cassettes met opnames van de Top 30, “De ochtendploeg” met Stef Bos, Chris Van den Durpel en anderen. Ook nog “Opera en belcanto”, de eucharistie die me tot priester van het moment deed ontpoppen. En natuurlijk “De sportmarathon”: Jan Wauters, Dirk Vermeylen en anderen. Later, veel later ben ik er zelf voor gaan werken. En vooral herinner ik me ook “De perschefs”, ik was daar compleet wild van. Van de imitaties, van (intussen wijlen) Daniël Van Avermaet (foto), Mark Uytterhoeven, Tom Lanoye, Myriam Thys… Lokale radio’s waren me ook niet vreemd: “Contact”, “Gemini in Kortrijk, “KLO” in Kuurne en nog wat zenders waarvan ik de naam niet meer weet.

(foto: HUMO)
Dan was er plots revolutie: de CD deed zijn intrede. Mijn eerste straalschijfjes waren “Bad” van Michael Jackson, een “Greatest hits” van Fleetwood Mac, het nog altijd onvolprezen “Violator” van Depeche Mode, “Révolutions” van Jean-Michel Jarre en heel wat compilaties.
Nog later werd ik natuurlijk een Studio Brussel-adept. Zo heb ik nog “De afrekening” staan, tot volume 6. “Frituur Victoria”, “De lieve lust”, “2 meter sessies”… Daarna was het stilaan over voor me en werd ik meer en meer een Radio 1-luisteraar. Mijn studententijd, daar zitten we. En ik herinner me naderhand topprogramma’s als “De nieuwe wereld”, later “Jongens en wetenschap” (foto: Sven Speybrouck en Koen Fillet), de vroege “De wandelgangen” en ook nog altijd veel sport.

(foto: VRT)
En kijk, intussen werk ik zelf voor de radio. Hoewel ik er maar laat aan begonnen ben. Ik was al 30, voordien vond ik redactiewerk voor televisie en de eerste online-initiatieven minstens even leuk. Achteraf gezien heb ik daar wat spijt van, ik was beter vroeger met radio begonnen, maar ja.
Radio is een heel avontuur en ik stap er nog altijd in mee. Ik weet niet hoelang nog, maar ik weet wel dat radio duizend keer authentieker en doorleefder is dan televisie, internet en dergelijke meer. Een oorlogsmedium. En wat in “den oorlog” goed was, is dat nog altijd.
Vangen dit stokje: Mikaël en Goya!