Hoedje
29 May 2008Mijn vrouw heeft een hoofd waar alles op past. Elke gekke muts, elk mogelijk hoedje, op een of andere manier lijkt dat gesculpteerd voor haar. Volgens mij staat ze zelfs met een palmboom op haar hoofd, al is dat misschien ietwat overdreven. En biologisch onmogelijk. Maar de liefde voor het hoofddeksel lepelt ze nu al in bij onze dochter.
Ze was de hele dag in de weer, ondermeer met de zoektocht naar een geschikt hoedje voor dat kind, dat de voorbije maanden als een wervelwind ons leven heeft beheerst. Om haar te beschermen tegen de prikken van de zon. De buit was een doodgewoon zonnehoedje, rood met witte stippen. Een pothelmpje voor een kabouter zowaar. Ik kwam thuis en de trotse moeder stond te blinken met de dochter, verpakt in een rood hoedje.
Wandelend door het oude centrum, het kind in de draagdoek gehesen. Plots, vlak naast de lauwe Leie, stak een windstoot op. Het hoedje was blijkbaar niet goed genoeg vastgeknoopt en dwarrelde weg. En landde op de Leie. In de Leie. De blik van mijn vrouw op dat moment was zo ongelofelijk vertederend. De wanhoop nabij, terwijl je spreekt over een stukje texiel van ochgot enkele euro’s. Die vertwijfeling (ook al na een slechte dag voor haar, er zijn zo van die momenten), die ongelovige blik, ik vond dat hartverscheurend. Aandoenlijk. Sexy. Moederlijk mooi.
Het hoedje is gered. Een kennis uit de buurt gaf een lange houten stok en de moeder viste daarmee het kleinood uit het water. Gedreven en gebeten, om te redden wat er te redden viel. Ik keek toe, zo’n makke held ben ik wel bij momenten. Maar het verschafte me wel het plezier om toe te kijken hoe de triomf haar ogen vulde. Hoedje kliedernat, maar wel herwonnen.
Geliefden vind je mooi. Of aantrekkelijk. Of apart. Of karaktervol. Die ene seconde, na die schreeuw omdat een onnozel hoedje weg vloog, daarvoor geef ik geld. De brute pracht van de ontgoocheling. De hevige macht van de moederliefde. Een detail dat alles zegt. Een onnozel windje, als metafoor voor het wankele geluk.
Hetzelfde enkele dagen geleden: met twee lagen we op bed, te kijken naar Janne die zich amuseerde met een simpele, onnozele rode wasmand. Een ontdekking. Rood plastiek, met een handvat aan. Miljoenen mogelijkheden om dat ding te manipuleren. Een uur duurde het vooraleer ze allemaal waren uitgeprobeerd.
Zelf wil ik vaker een kind zijn dat zich amuseert met een rode wasmand. De blik afgewend van de razernij daarbuiten. En maar met kousen gooien. En kruipen, naar onbestemde bestemmingen.
29 May 2008 om 10:35
ik voel lieeefde in je post
mooi geschreven.
29 May 2008 om 10:47
Inderdaad prachtig geschreven, er schuilt een groot poëet in je!
29 May 2008 om 14:33
Wat een kanjer van een tekst, en zeggen dat ik het allemaal zo voor ogen zie! Prachtig Peter, en geniet nog veel van zo’n vertederende momenten.
29 May 2008 om 19:44
schoon, echt schoon, doet me aan Bernard Dewulf denken.
29 May 2008 om 22:03
Ben een trouw bezoeker van het blog van die mama, die mooie vrouw die je beschrijft in dit stuk. Ben via haar blog hier nu terecht gekomen en eer wie eer toekomt: het verhaal van de mama en het hoedje heeft de papa meesterlijk gebracht! @ Erwin: Helemaal eens met de vergelijking met Bernard Dewulf.
30 May 2008 om 6:14
Ontroerend mooi geschreven Peter!
1 June 2008 om 8:59
wauw. wauw. wauw.
Als dat geen liefdesverklaring is !
Zooooo mooi !