Laatste reacties


Spanjolen

Vanavond de finale van het EK voetbal. Ik ben beroepshalve tot objectiviteit verplicht, maar mijn blog is nu eenmaal van mij en enkel en alleen van mij. Dus zeg ik dat ik tot in het diepste van mijn vezels hoop dat Spanje het haalt. Ik heb het echt wel gehad met den Duits. Al had ik eigenlijk liever Nederland of Frankrijk zien winnen.

Update: De match op Ardennees grondgebied kunnen bekijken en beluisteren en ja, het voetbal heeft gezegevierd.

Levenswijsheid

Een oorwurm tot en met, vaak gedraaid op mijn Radio 1, al zal dat wellicht nú al mensen irriteren. Amy MacDonald en haar “This is the life”. Een toonbeeld van een erg goed popnummer! En het bewijs dat je met een song van rond de 3 minuten goed genoeg kan doen. Die ellendige minutenlange uithalen hoeven niet zo nodig, of het moest Pink Floyd of The Alan Parsons Project zijn (en met die laatste zin haal ik weer de sympho rock-politie op mijn dak, welaan).

Hemels

Een onafhankelijk weekblad voor radio en televisie (nu ja, onafhankelijk, da’s ook niet echt waar) heeft al eens een serie lopen waarin een of andere Bezige Vlaming mag vertellen wat voor hem/haar hemels en hels is.

Een lichamelijke hemeltrip zit er altijd tussen. Met de obligate antwoorden in de zin van seks, een ferme ontlasting (kaka en pipi blijven het goed doen), een bad na een sportieve inspanning en zo meer. Ik heb weer eens ondervonden dat bij mij één van de antwoorden zou zijn: een goeie douche als je vuil bent en als je je smerig voelt. Je kent het wel: enkele dagen niet veel tijd voor de zaken des levens en voor je het weet heb je een frietvetkop, staat je baard te lang, moeten je nagels geknipt en mag er wel eens een aangename odeur verstuiven op die kathedraal van een lichaam.

De ochtendstond heeft goud in de mond, maar die mond kan ferm stinken. Net zoals een mens ook wel eens dringend toe kan zijn aan wat rincage en geurmatig oplapwerk. Hygiënisch corrigeren, noem ik dat. Trouwens, de douche was o-ver-heer-lijk. En ik mag weer buitenkomen zonder dat een nest fruitvliegen op me afkomt.

En wat die favoriete one night stand betreft waarover de reeks het altijd heeft, ik ben niet te beroerd om daarop te antwoorden – ook al heb ik thuis een behoorlijk prachtexemplaar rondlopen. Zet me gewoon aan tafel met een goeie fles rode wijn, samen met pakweg Els Dottermans, Yasmine en Juliette Binoche en ik klaag al niet. Mijn fantasie zal wel zijn werk doen. Of doet een fantasie eerder “haar” werk?

Het monster van Fiscusstein

Er zijn een hoop dingen die ik niet graag doe. Op kop staan afwassen, onnodig vroeg opstaan en zeker ook het al te vaak weerkerend gevecht met vadertje Staat, met de papiermolen, met de frustratie van de administratie en met Big Brother (jaja, die bestaat wel degelijk).

Elk jaar duikt het monster van Fiscusstein weer op. Vermomd in een bruine envelop, met als wapen enkele bladen met -zo lijkt het wel- miljoene rode hokjes die moeten worden ingevuld. Vol vreemde codes en hermetische berekeningsmanieren. Gelukkig heb ik mensen die voor een prikje het fomulier correct invullen en er voor zorgen dat ik het maximum eruit haal. Want aan de schatkist geef ik liefst zo weinig mogelijk, het is zo al erg genoeg in dit land waar het heerlijk toeven is, maar waar de belastingdruk een G-Force op zich is.

Dit jaar was het extra moeilijk omdat ik een extra document moest halen om bepaalde dingen in te voeren. Dus nog eens langsgaan bij de FOD Financiën in Gent, botsen op een overijverige controleur die me verplichtte om een hele détour te maken om te parkeren en nog een tweede keer langsgaan bij mijn “adviseurs” om nog iets te herberekenen.

Ik heb een diepgewortelde aversie tegenover cijfers, formules, rekensleutels en tabellen en elk jaar word ik op die kwaal gewezen. Enfin, alle gegevens zijn verzameld en berekend, nu nog invullen vlak voor ik enkele dagen fiscaal ga ontstressen in Dardennen. Dat ze me dan maar weer een jaar gerust laten. En dat ze me maar laten weten dat de renteloze lening die ik heb gegeven aan de Staat meer dan de moeite was. Of er zwaait wat.

(Trouwens, als je de bruine envelop bijvoorbeeld een week te laat zou indienen, zou dat echt zo’n verschil maken? Neen toch?)

Vlieg

Tijd voor een zondagsplaatje, ‘t is al enkele weken geleden. Ik ben nog even onder Franse en zuiderse invloed, vandaar dit schijfje: “Zobi la mouche” (’89), het bekendste van van Les Négresses Vertes, intussen zo goed als dood, me dunkt. Fiesta! Grappig clipje ook.

Maduromadam

Kind & Gezin, je welbekend? Kleine Janne mocht er nog eens naartoe. Wegens 9 maanden oud en toe aan een nieuwe weging. Letterlijk. Een meting ook. En o verheldering…

Qua gewicht is het dochterkijn mijn zeer regelmatig bezig. Zoiets wordt berekend aan de hand van curves, zij resideert in de P25-curve. Al de hele tijd, dus normale evolutie. Maar de lengte dan! Ha! Nu op P3. Ietwat versimpeld betekent dat dat 97 op 100 meisjes van haar leeftijd groter zijn.

Dank, dank, dank voor die eenvoudige en spotgoedkope DNA-test. Lezers die me persoonlijk kennen, weten dat ik niet van de grootste ben. Wat een understatement is. Under? Woeha, straks komen we niet meer bij. Zoals mijn vrouw zei: “Uit twee kabouters kan nu eenmaal geen reus komen”. Het gebeurt al vaak genoeg dat de blik van Janne me treft omdat ik de indruk heb dat ik naar mezelf sta te kijken. Enig erfelijk bewijs (of is het erfelijke last?) was er wel al, nu nóg meer.

In zekere zin had ik stilletjes gehoopt op zo’n mini-formaat. Dat meen ik. Mijn volle 164 centimeter (of 165, afhankelijk van het moment van de dag) is me zo genegen. Mijn eigen handelsmerk. Mochten ze me 10 centimeter extra aanbieden, ik weiger ze. En ik meen dat tot en met. Dat klein, verbeten, gedreven en doendig ding van ons. Onze kleine garnaal. Onze kleine generaal. Onze eigenste Napoleontine. Onze Maduromadam. Nu wat groter worden toch. Ooit eens.

De punten van de jury

Eerder van de week was ik lid van een jury. Een kunstig initiatief van Stad Gent om uit een reeks van kandidaten te bepalen welke artiesten/acts/doeners komend jaar hun ding mogen doen op buurtfeesten, recepties, wijkfeesten en dergelijke meer.

Ik vind zoiets eigenlijk nogal wandelen, waggelen en wankelen op een dunne lijn. Amateurs (veelal toch) met de beste bedoelingen worden gewikt en gewogen en mogen bij gratie van een jury op een podium stappen. Of niet. Uiteindelijk oordeel je subjectief, ook al heb je een drang tot objectiviteit. Maar het eerste echt objectieve oordeel in zulke zaken moet nog uitgevonden worden, het is nu eenmaal geen logica, wiskunde of fysica.

Urenlang hebben we gekeken en geluisterd, besproken en herbegonnen, besloten en getwijfeld. Hopelijk hebben we niet al te veel dromen van mensen verbrijzeld. Want zo’n jury is per definitie een veelkoppige boeman.

Maar wel leuk volk ontmoet uit alle geledingen van de “kunstwereld” (waar ik in zetelde als vertegenwoordiger van de wereld der komedianten). Net wat ik nodig had om mijn vakantiedip door te spoelen en klaar te zijn voor een helse sportzomer in de Reyerse velden.

Lingerie met ballen

Dat gedoe op VT4 laat op de avond, dat EK lingerie. Met die schaars geklede wichten die op een bal trappen. Borsten en ballen, konten en knallen. Moest dat nu echt? “Om de mannen te plezieren”, is de verklaring. Laat die dellen toch moddercatchen met elkaar, diep in hun binnenste is het dat wat ze écht willen. En wat veel mannen willen. Wie was dat ook weer die het had over de ondergang van het avondland? En er zit niet eens één vrouwspersoon tussen waarvoor ik me op straat zou omdraaien. Of ‘t zou moeten zijn omdat de forse tegenwind zand in mijn ogen strooit. Afvoeren volgende keer. Dank u.

Volkse vocalen

‘t is EK voetbal en iedereen zal het geweten hebben. Ook al glinsteren onze Rode Duivels van afwezigheid, toch leeft dat toernooi weer tot en met. De vertoonde voetbalkunstjes zijn nu eenmaal van een allooi dat we op onze velden zelfden of nooit te zien krijgen.

Gisteren bekeek ik de match tussen Rusland en Zweden met één oog. Met een Rusland dat zich verdiend plaatste voor de kwartfinales, met een Belgische scheidsrechter die er toch maar staat, maar vooral met een regelrecht kippenvelmoment vlak voor de aftrap. Wanneer de volksliederen werden gespeeld voelde ik het kiekenvlees op mijn armen springen.

Duizenden en duizenden Zweden die hun volkslied meebrulden, ook duizenden Russen die hun gezang en masse in het stadion katapulteerden. Van een intense schoonheid was het. Treffend beeld: een Russische speler die tijdens zijn volkslied zijn tranen amper kon bedwingen. Ik vind dat van een pure pracht getuigen. Het patriottisme, vaak gegeseld door negatieve connotaties, in het puurste zijn, als veredelde oppepper voor een strijd met een bal.

En wat is dat Russich volkslied toch een dijk van een lied. Rossiya svyaschhennaya nasha derzava, Rossiya lyubimaya nasha strana, Moguchaya volya velikaya slava… De melodie is nog altijd die uit tijden toen we spraken over de Sovjetunie, of de USSR (wat was die Perestroïka-benaming “GOS” toch een dooddoener van formaat), de tekst is wél gemoderniseerd.

De toon, de teneur, de tendens en de tremolo: het is van het puurste tsarengezang, de stroom van de strijd, de trawanten van de trots,… Je hoort het debiet van de Wolga, de metronomische stap van de soldaat, de inspiratie voor Eisenstein, de inkt van de manifesten…

Jaja, het is pompeus, heroïsch, buitensporig en buiten proportie. Noem het zelfs barok of overdreven, maar het doet iets met een mens. Noem het zelfs oubollig of van vervlogen tijden. Noem het een teken van Russische bloedzucht en rode rovers, maar het is in se bedwelmend.

Al weegt het nog niet op tegen de vlaggenzang van het Nederlandse legioen, het oratorium van Oranje, het Wilhelmus. Zo mogelijk nog mooier: Wilhelmus van Nassaue, ben ik van Duitsen bloed, het vaderland getrouwe, blijf ik tot in den doëd… Als duizenden van die kierewiete kezen het op een zingen zetten, siddert elk stadion, beeft elke grasspriet, wankelt elke vijand. Op zo’n moment wil je wel eens in de schoenen van pakweg Ruud van Nistelrooy staan, daar op het veld.

In de kwartfinales staat Oranje tegen Rusland. Ik programmeer nu al mijn digicorder, om nadien het moment van de volksliederen tot dovemans toe te herbeluisteren. Dat moet fantastisch zijn.

Diep in mij schuilt een vaderlandslievende soldaat, ook al haat ik tot in het diepste van mijn vezels wapengekletter, oorlog, veroveringsdrang en immoreel geweld. Die eendracht, ook al is dat vaak momentaan en van plastiek, is bekoorlijk. In het Belgiekske is dat onbestaande. Niet vreemd, ons land is een corrolarium van toeval, historische missers en samengesmeten verschillen. Ook al is ons Absurdistan eigenlijk een lapje grond met de middenvinger omhoog. En dus ook om te koesteren.

Ach, alle barok op een stokje, er zijn minstens twee volksliederen die meer dan het beluisteren waard zijn. En die het spelletje voetbal degraderen tot een reden om ze nog eens uit de kast te halen. Voetbal is bij momenten kunst, soms zelfs voor er nog maar één keer tegen de bal is getrapt.

Afgesneden

Tijdens mijn Provençaalse tijden was ik twee weken zo goed als volledig afgesneden van het tinternet – bewust trouwens. Wel, vreemd hoe je snel je daar ook van onthecht, hoe snel dat went. Blijkt nog eens dat een GSM eigenlijk moelijker te missen is dan een mail- en internetaccount. Vind ik al lang.

Dan ben je bij de terugkeer wel enkele uren zoet met mails en zo, om alles weer effen te krijgen. En als volger van iets meer dan 100 blogs heb je nadien wel een 1.200-tal blogposts te verwerken. Iets diagonaler dan anders, maar er is tijd voor, het wordt inhalen de komende weken.

Al bij al ook weinig nieuws gehoord, gezien of gelezen daar. Wel eens een krant meegepikt, een EK-match gezien, een journaaltje bekeken en vooral wat sms’jes gekregen van Sporza en van deredactie.be, dus ik was wel mee. Tom Boonens coke-historie is me van ver komen aanwaaien, maar ik kan me wel inbeelden hoe het is geweest. En nu deint het nog na, dus ben ik toch goed mee.

Vakantie in moderne tijden, het levert een hoop werk achteraf op.

Lachende oogjes

Zoals al eerder geschreven, ik heb me de pleuris gefotografeerd op vakantie. En natuurlijk was het Croubeltje een gewillig onderwerp. Het mag even meepiepen hier. Kwestie dat wie het wil haar evolutie kan blijven volgen.

janne1.JPG

Trouwens, da’s het hoedje waarover enkele weken geleden sprake. Met daaronder die oogjes die een Française omschreef als les yeux souriants.

janne2.JPG

Verloskamerblues

Intussen is mijn vrouw ook meter geworden. Van kleine Emelie, geboren op 2 juni en dochtertje van haar broer (de peter van ons Janne). Bijgevolg ben ik voor de tweede keer nonkel. Jammer dat we de eerste dagen niet echt hebben meebeleefd, de reis was al lang geboekt en vastgezet. Maar ach, wat deert dat, mijn eega kennende haalt ze dat dubbel en dik in. En vlak na de terugkeer van reis direct zo’n klein wezentje vastnemen, het heeft wel iets. Proficiat P. en M. met Emelie, ik ben mee trots.

En ook proficiat aan collega-Lunatic E. die ook moeder is geworden, van Marie. Ja mensen, de vruchtbaarheid scheert hoge toppen in onze kringen. Boer, pas op uw kippen!

« Vorig bericht