Slechte Chinese soap
Sterk blogstukje van collega Marc Willems over de schertsvertoning van de Chinese hordenloper Liu Xiang: lees maar. Chinezen? Multigedisciplineerd, volgzaam, gedreven en fanatiek. Té om goed te zijn als je ‘t mij vraagt.
:: Cool 4
Veerle, Lien, Het Radiofonisch Instituut, Nadine
:: Spelonken 3
Het Radiofonisch Instituut, Michel Vuijlsteke, Sabine
:: Kangoeroe 1
Luc De Roy
Sterk blogstukje van collega Marc Willems over de schertsvertoning van de Chinese hordenloper Liu Xiang: lees maar. Chinezen? Multigedisciplineerd, volgzaam, gedreven en fanatiek. Té om goed te zijn als je ‘t mij vraagt.
Weinig geschreven de voorbije tijd, ik had de courage niet, ik was te lamlendig na een nachtdienst. Ik heb er acht op een rij gedaan, intussen heb ik ook al twee vroege diensten geknabbeld en er staan er nog een vijftal te wachten. Het einde is in zicht, de normaliteit is weer voelbaar.
Werken tijdens de Olympische Spelen is iets aparts, het is eigenlijk geweldig om het mee te maken, om er zo middenin te zitten, maar dergelijke hondse uren vreten wel aan je lijf. Maar toch, wat hebben we opgemerkt tijdens die nachten?
- Een heel speciale, bijna ingetogen sfeer, arbeid terwijl de bevolking slaapt. Wel hopen dat er toch mensen naar de radio luisteren.
- Koppen die je anders nooit ziet tijdens helse uren (want in de loop van het jaar doe ik al eens “een vroege”) duiken plots op, ik vergeet nooit het beeld van een collega (een zekere “Prince of Darkness”) die op een ontieglijk vroeg uur binnenstommelde en me aankeek met een blik van ge-gaat-hier-nu-niet-met-mij-lachen. Goddelijk.
- Sportjournalisten eten en masse croque monsieurs als ze worden aangeboden, ook om 6 uur ‘s ochtends. Om nog maar te zwijgen over de misdadige hoeveelheden koffie die worden binnengekapt.
- Mijn bijna dagelijks koffiemoment met collega Bart Schols, vooraleer ie op tv moest beginnen presenteren.
- Om 11 uur is je dienst voorbij, maar de adrenaline pompt, je blijft wakker en ik heb daardoor een boel (niet betaalde) overuren gemaakt, met veel plezier zelfs.
- De onnozeliteiten die je langzaamaan uitkraamt, de weerkerende “moppen” met collega Carl Berteele, gedoopt in “Fawlty Towers” en meer onzinnigs. En op den duur lach je om alles en buldert het alom.
- Dé hit van de redactie in elementaire vorm als daar is “Zit daar niet te zitten”, “Beweeg met dat lijf”, “Denk aan je kindertijd” en “Sta daar niet te staan”.
- De synergie ten top: de tv-collega’s heb ik nooit eerder zo goed leren kennen.
- De zelfvoldane opluchting als de zoveelste telex in “De ochtend” of de zoveelste update van het nieuws is gelukt.
- Als je niet oplet, vreet je de hele tijd en verdik je zienderogen.
- Dagelijks, neen, nachtelijks “De vier jaargetijden” van Vivaldi in de bewerking van Nigel Kennedy in de auto.
De diensten vanaf 6 uur zijn iets minder ophefmakend, iets normaler, iets minder rock ‘n roll. En ja, eerlijk gezegd kijk ik wel weer uit naar weer eens gewoon (nog) wakker zijn op momenten dat ik nu al aan het werk ben. Een nachtraaf kan je nooit omvormen tot een kip die vroeg op stok gaat. Of zoiets.
“Hef dat lichaam, hef dat lichaam!”
De eerste nachtdienst behoorlijk overleefd (al was het zoeken hoe we alles format-gewijs in de ether moesten gooien), maar ik voel dat de Spelen voor mij iets Spartaans zullen worden. Mijn lijf protesteert nu al, het zal opletten worden. Voldoende slapen, regelmaat zoeken, goed eten, weinig andere dingen doen… Het leven van een sportman, quoi.
Ik ben nog eens naar de dokteres geweest. Mijn affaire met mijn bloedvaten van zes maand geleden lijkt echt wel voorbij nu. Volledig goedgekeurd, daar in het UZ (wat een vriendelijk personeel daar trouwens!) zijn ze nu zeker dat ik gewoon enorm slecht heb gereageerd op een virale infectie. Eén van die cliches die ik heb leren gebruiken: gezondheid is ‘t belangrijkste van allemaal.
Nu toch geregeld eens op controle blijven gaan, zo zesmaandelijks. Want reuma zit wel in de familie en ik laat me liever volgen. En ik blijf het herhalen: die dokteres van mij kan zo meespelen in “ER” of van die dingen. Jawadde.
Zo, al twee dagen geproefd van de olympische hektiek die er staat aan te komen. Nu nog een dag vrij en dan een zeventiendaagse, tot eer en glorie van de olympische beweging. De tijd van de ringen, het vuur, de medailles en de Thanatos. Hopelijk achteraf een katharsis van jewelste. En een medaille voor de Belgen mag ook wel. Of meerdere. Ik gok op drie trouwens.
Mens sana in corpore sano? Ik hoop het, ‘t zal nodig zijn om de aaneensluitende nachten en de ochtenden te overleven, zeker als je zo’n vleermuis bent als ik.
Zo, ik heb een dagje vrij gehad. De voorlaatste vrije dag in een hele tijd want er staat iets te gebeuren in Peking binnenkort. Nu nog een dagdienst en twee vroeges, dan nog een dag vrij en dan begint de waanzin. Van 9 tot en met 25 augustus werk ik continu, zonder een dag respijt. Zeventien dagen op een rij dus, maar vooral, op uren die aan horror doen denken.
De helft van die periode werk ik van 2 uur ‘s nachts tot half elf ‘s ochtends. De andere helft van 6 uur bij het ochtendkrieken tot half drie in de namiddag. Ik stoffeer vooral de nacht- en ochtenduitzendingen op de radio, daarmee.
Vooral die nachtdiensten baren me zorgen. Rond de middag kom ik dan thuis, maar moet ik dan direct slapen? Of wacht ik tot de vooravond om te slapen tot iets na middernacht? Zijn er ervaringsdeskundigen met een goed advies?
Brr, zo’n rooster vergt een ijzeren discipline en een olympische conditie. Ik vrees daar een beetje voor, mezelf kennende. Ik denk dat ik eind augustus een lappenpop zal zijn. Sportjournalistiek is een glamourjob? Durf niet hé.
Ik ga drie weken tegemoet van werken, eten, slapen en niet veel meer. Ik sluit mijn sociaal en familiaal leven maar eventjes af, ik probeer mijn dochter hoe dan ook nog zoveel mogelijk te zien. Bloggen zal wellicht ook minderen, ik weet niet of ik daar nog veel jus voor zal hebben. Misschien het moment om een serie Provence-foto’s te tonen aan het publiek?
Volledig fout volgens velen, maar ‘t kan me niet bommen. Ik hoorde het vaak thuis in mijn jeugd en ik ben er nog altijd wild van. Het melodische, het Italiaanse, het zomerse, het ietwat barokke, het frele, het dartele: Angelo Branduardi is een grote meneer. En onderstaand filmpje komt trouwens uit “Plankenkoorts”, dus ‘t is ooit Canvas-cultureel verantwoord geweest. Leun achterover, neem een glas wijn en rust uit met de “Confessioni di un malandrino”.
In de blogosfeer heb ik al hier en daar het een en het ander opgepikt over de blufboekenlijst die een Vlaamse krant heeft gepubliceerd. Je kent dat, boeken die je moét hebben gelezen of je bent een cultuurbarbaar. Bij momenten ben ik erg graag een barbaar en ‘k ben nu toch eens benieuwd welke graad van barbarisme ik literair heb bereikt.
“De naam van de roos” (Umberto Eco): verrukkelijk, de eruditie tot kunstvorm verheven
“De avonden” (Gerard Reve): ik herinner me de onmetelijke saaiheid die me overviel
“1984″ (George Orwell): meesterlijk, nóg actueel, al is “Animal Farm” zeker even goed
“Flauberts papegaai” (Julian Barnes): weet ik niet meer zo goed, is me niet echt bijgebleven
“Het verdriet van België” (Hugo Claus): halfweg toegeklapt, zoals de meesten die eraan zijn begonnen, heb ik zo de indruk
“Elementaire deeltjes” (Michel Houellebecq): ik was er niet echt wild van eigenlijk
“Generatie X” (Douglas Copeland): best oké, zonder meer
“Kartonnen dozen” (Tom Lanoye): niet zijn allerbeste werk, maar sindsdien ben ik wel een onvoorwaardelijke fan van hem
“De verborgen geschiedenis” (Donna Tartt): heerlijk vond ik dat, ik herinner me een vakantie in Oostenrijk
“De ontdekking van de hemel” (Harry Mulisch): eigenlijk nog altijd in bezig, mja, zozo, dé absolute favoriet van mijn vrouw
“Het parfum” (Patrick Süskind): Jean-Baptiste Grenouille en zijn neus, erg leuk
“Slachthuis 5″ (Kurt Vonnegut): schoolliteratuur, veel meer weet ik niet meer
Dus, 12, eigenlijk 11 en 2 halfjes. Je oordeelt maar of ik een gesprek op café waard ben. Een heel deel van het lijstje staat in mijn bibliotheek nog te wachten op mijn grijpgrage vingers en mijn lettervretende ogen. Ik moet toch dringend eens meer lezen en minder andere dingen doen, die vaak nutteloos blijken te zijn.
Ik kan dit jaar niet op het Folkfestival in Dranouter zijn. Ik was er al enkele jaren niet meer geweest, maar als ik zo het programma van dit jaar bekijk, heb ik er deze keer toch enorm veel spijt van.
Werken, mijnheer, werken is het eeuwige antwoord. Volgende keer vraag ik al in januari mijn vakantie aan. Dju toch, ‘t was zo leuk geweest om daar met mijn vrouwen naartoe te gaan. Helaas. En ‘t is niet dat de Spelen al zijn begonnen, ik was best misbaar dit weekend. Ach ja, ik zal maar een plaatje extra opleggen van Tori, Loreena, Värttinä, Suzanne, Billy, Ozark, Boudewijn en Arsenal. En Nathalie Delcroix van Laïs moet ik ook al missen. Oh, gij immense ellende, kome tot mij en bedwelme mij!
Een pokkezomer. En dan plots hitte die je overvalt. En onweer. Zweet en gekletter. Vocht en misplaatst tropicalisme. Ons land is volledig dooreen geklutst. Ook in de politieke échelons. En Prins Laurent zou dan toch de verwekker zijn van ene Clément, heeft freule Wendy Van Wanten heurzelve geïnsinueerd. We gaan hier nog lachen in die onooglijke driehoek van West-Europa. Wees maar zeker! Overdrijven wij ons eigen absurdisme of is het echt in de volksaard ingebakken?
Ik wacht op enkele sterke verhalen. Enkele mogelijkheden…
Joelle Milquet blijkt een verborgen relatie te hebben met een rockzanger. Jo Vally krijgt een eredoctoraat aan de KUL. Paul Van Himst staat weer in de basiself van Anderlecht. Tom Boonen richt zijn eigen sekte op. K3 in standbeeldvorm, op de Brusselse Grote Markt, alledrie naakt weliswaar. De VRT wordt failliet verklaard en wordt omgebouwd tot één groot tuincentrum. Doel annexeert Antwerpen. Lendelede roept zichzelf uit tot republiek. Een aardbeving doet het hellend vlak van Ronquières volledig kantelen. Rubens blijkt een plastisch gechirurgeerde neger te zijn geweest. Het Atomium wordt een bowlingzaal. Koning Albert wordt DJ op “Ten days off”. Sergio krijgt een tiental middelbare scholen naar hem genoemd. Het verdwenen paneel “De rechtvaardige rechters” duikt op, het zat verborgen in de kooi van de Antwerpse gorilla Gust. En het kasteel van Bouillon wordt overmeesterd door duizenden Smurfen met een spraakgebrek.
God, wat kan ons land toch mooi zijn.
‘t Zijn dolle weken geweest: van verbazen, twijfelen, wikken en wegen, proberen en ontgoocheld geraken. Maar wel weten dat je er toch uitgeraakt. Ooit. Gelukkig waren er die twee geweldige vrouwen thuis, die jagen alle zorgen weg. Zomaar. Daarom verdienen ze dit vierluik. Onbetaalbaar. Dankuwel, dames.