Laatste reacties


Stedelijke vrienden

Ik ben een geboren stadsmens. Getogen ook. Eerst Kortrijk, daarna lokte Gent me om te studeren en ik ben nog altijd een tomeloze fan van de stad, van Gent. Het leven heeft zo zijn wendingen en ik heb in Gent heel wat vrienden gemaakt, voor een groot deel door mijn improclubje. Maar soms zie je jammer genoeg mensen vertrekken uit Gent, ook soms keren er terug.

J. en L. bijvoorbeeld. Jaren in Brussel gewoond, maar teruggekeerd naar Gent. Uit liefde voor de stad en om er hun kinderen groot te brengen. Sinds kort. Mijn vrouw bracht ze bij hun verhuis een “welkomsttaart” en we hebben ze van de week een “welkomstmaal” gegeven. Met pasta, Brunello, cognac, Brel, pannenkoeken met ijs, het Huelgas Ensemble, getater en gelach. Fijn te weten dat ze vanaf nu dicht bij ons wonen en dat ik ze vaker kan zien. En dat J. gegarandeerd een compagnon de route wordt richting “Trefpunt” of “Le Bal Infernal”. Want ook hij houdt van de nacht, bijna inherent aan mensen uit de media.

Een ander stadsverhaal is dat van J., die intertijd bij mij op kot zat, in ons legendarisch kot in de Parklaan. Waar ik met P. een verdieping deelde en waar zowat heel het kot heelder avonturen beleefde. J. studeerde toen geschiedenis en is uiteindelijk in Pisa verzeild geraakt. De liefde nietwaar? Daar is ie nu vertaler en zoals ie me zei via Facebook (want zo hebben we mekaar weer gevonden, geweldig ding toch dat community-fenomeen): “Pisa is eigenlijk niet specialer dan Kortrijk, maar ‘t is wel in Italië natuurlijk”.

Heerlijk om verhalen te horen (lezen eigenlijk), om herinneringen op te halen aan die half verwaaide gek die bij ons op kot zat en zelfs een Facebook-groep op te richten ter zijner ere. Ik besef dat we mekaar toch nog eens moeten zien als ie weer eens in ‘t land is. Want hij keert wellicht niet terug naar Gent. De Italiaanse flair en frivoliteit heeft hem wellicht definitief omarmd.

Vrienden, kom allemaal naar Gent. Of omstreken. Het is hier goed en er zit iets speciaals in het water. Merk ik ook aan de berichtgeving van de voorbije uren. Er zullen weer baby’s worden geboren in 2009, amai. Iedereen is precies in gang geschoten (pun not intended). De stad krioelt en kronkelt.

Business Broker

Opvoeding

“In de gloria” heeft er geen lap aan! Om het in chattaal te zeggen: “ROFL”!

Business Broker

Onmetelijke schoensmeer

“The infinite shoeblack”: een film uit lang vervlogen tijden is het, met als hoofdrolspeler James -wat een familienaam- Urquhart. Maar ook één van de beste nummers van The Nits (ja, ik blijf dé promotor van Hofstede, Kloet en Stips), uit “Giant normal dwarf”. Sankt Gallen, Zwitserland, 17 jaar geleden: de heren in vol ornaat en in volle vorm. Mooi was dat.

Business Broker

Eddy Wallyvis

Ik weet eigenlijk niet wat ik hierover moet denken. Is dit dolkomisch? Of tragisch? Onversneden couleur locale? Triest? Of gewoon Vlaamse showbizz? Tja, ik lig toch wel weer dubbel. Vooral met deze: “Het groen licht is op mij gebaseerd”.

Business Broker

Multi

*stoefmodus op mijn vrouw*

Weet je waar ik jaloers op ben? Op mensen die het écht kunnen. Wat dan? Multitasken.

Ik heb mijn vrouw de voorbije tijd weer eens goed gadegeslagen en ik vraag me soms af hoe ze dat klaarspeelt. Ze werkt (maar 4/5e meer, maar toch), voedt onze dochter geweldig op en heeft daar al uren geduld mee gehad, ze runt ons gezin, ze loopt af en toe een beetje (ik bedoel dat als sportactiviteit), ze gaat vlotjes mee in mijn sociale verslaving die ertoe leidt dat ik onze vele vrienden en kennissen regelmatig wil zien (in vriendschappen moet je investeren, dat is nu eenmaal zo) en bovenal is ze nog eens gemeenteraadslid, wat hopen raden, commissies, vergaderingen en enkele bestuursmandaten met zich meebrengt. En tja, af en toe moet ze ook nog eens wat slapen.

En dan ik die moeite moet doen om twee taken tegelijkertijd te volbrengen. Of toch niet die efficiëntie en die doelgerichtheid heeft. Is het dan toch waar dat mannen maar één impuls aan kunnen? Is dat iets gerelateerd aan het brein? Of zijn het fabels?

Vanavond zijn we nog eens een avondje samen thuis, doodleuk in de zetel. Met Janne die boven slaapt. Ik heb de agenda eens bekeken: ‘t is verdomd geleden van 1 oktober. Ik ben wild van mijn onregelmatig en onvoorspelbaar leventje, maar eens gewoonweg een avondje samen thuis, een mens kijkt daar toch ook naar uit zie. Tot zover mijn huiselijke besognes.

Business Broker

First we take Vorst…

Ik heb eventjes gewacht met een recensie van Leonard Cohens concert. Omdat ik heb geleerd dat subjectiviteit, emoties van het moment en directe ingevingen vaak geen goeie basis zijn voor terechte teksten. Maar kijk, we zijn nu meer dan 48 uur na het moment, dus dan mag het.

Zondag was een topdag. Voilà. Met de deur in huis. Na té weinig slaap toch een interessante babbel met de (trouwens hoogst minzame) Jean-Luc Dehaene, een programma mee ineen boksen en sidekicken (wat een modewoord), maar dan vooral, ’s avonds Leonard Cohen in Vorst.

Vooreerst, iedereen zei me altijd dat die zaal het ideale recept is om te mislukken. Klanktechnisch. Kijk, ik ben daar nu al een aantal keer geweest en ik moet zeggen dat de klank altijd wonderwel was. Samen met vriend B. trok ik naar de Canadese singer-songwriter van 76 74 en -om het Raymondiaans te zeggen- wat ik daar zag, heeft me blij gemaakt.

Drie uur lang -met een pauze tussen- heeft de bard met de basstem zijn publiek geplezierd. Een wandeling door heel zijn oeuvre, een tocht door het beste wat ie ooit heeft gemaakt, en dat is nogal wat. Ik heb “oudere” mensen elkaar zien vastpakken zoals ze al twintig jaar niet meer hadden gedaan. Ik heb tranen gezien, sidderingen gevoeld en monden vol verwondering bekeken.

Wat Cohen daar presteerde, vond ik en vind ik van een absolute topklasse. Oké, ‘t was veel geld: 70 euro voor een ticket is des Guten zuviel, maar het was echt wel elke eurocent waard. Prachtige versies gehoord van “I’m your man”, “First we take Manhattan”, “Famues blue raincoat n°. 5″, So long Marianne”… Ook wel gemerkt dat “Hallelujah” beter is in de covers van pakweg John Cale of natuurlijk Jeff Buckley.

Hoe die man er staat, fantastisch. Met drie coryfeeën van zangeressen achter hem. Geen backing vocals, neen, vocals. En een ensemble waarin vooral de multi-instrumentalist en de klassieke gitaarspeler me opvielen.

Zoals B. het ook zei, het was bij momenten griezelig perfect. Afgemeten, afgelijnd, strak en hyperprofessioneel. Maar vele andere jonge rockers met allures en streken kunnen er nog een punt aan zuigen. Cohen excelleerde, haalde uit, gromde nog eens extra diep en deed me dromen van hoe ik op mijn 76e wil zijn.

Diep respect voor die man en ik ben blij dat ik het heb gezien. Eén van de legendes die ik nog wou zien en horen, het is gelukt. Jammer dat Brel niet meer leeft, hij zou geaccordeerd hebben met de “Joodse treurwilg”. Cohen zorgde voor de perfecte cohabitatio met zijn publiek. Zelden gezien. Zelden gehoord.

Business Broker

Cohen

Vanavond kijken naar een levende legende: Leonard Cohen in Vorst Nationaal. Het zal mij benieuwen. Als voorproevertje voor mezelf en voor jullie, één van zijn beste nummers: “Who by fire”. Zo live als wat, met een kei van een saxofonist erbij.

Business Broker

Goesting

Ik heb er eens ferm zin in vandaag. Of mooier: goesting. Honger zelfs.

Op vrijdag heeft mijn werkgever me ook al geplezierd. Ik trok naar Sint-Andries-Brugge om er een klankreportage te maken over Cercle Brugge, met het oog op Club-Cercle van morgen, dé stadsoorlog in het voetbal. Eens buiten komen (zoals wij dat noemen), da’s een zéér welkome afwisseling op het vele redactiewerk. En trouwens, die Cercle-entourage, dat doet denken aan voetbal uit de jaren ’50, toen iedereen nog bereikbaar, open en sympathiek was. Nu zitten voetballers en hun clubs vaak te veel in een ivoren toren. Groen-zwart vond ik nu eens een openbaring zie. Net als Stijn De Smet die me met veel geduld te woord stond.

En voor het eerst sinds lang doe ik eens een late zaterdagdienst. Veel in “Sporza” komen op Radio 1, als “nieuwsjongen” en het nieuws lezen om 22 uur en middernacht. Ik doe dat eigenlijk best graag. Zeker met een komisch figuur annex fijne collega als Carl Berteele naast mij. ’t Is eens iets anders dan de vroege dienst op zondag (om 4 uur opstaan, vaak een hel voor mij) of mijn telex in “Vandaag”, tijdens de week.

En op zondagochtend word ik op de koffie verwacht bij de enigmatische Jean-Luc Dehaene. Bij hem thuis, jawel, aan zijn tafel. Om hem wat vragen te stellen voor het namiddagprogramma natuurlijk, niet omdat ie me zo een ongelofelijk sympathieke gast vindt. Maar toch. Hopelijk is het lekkere koffie. Het is hem geraden. Zou ik een truitje van Cercle aantrekken?

Eigenlijk heb ik -ondanks de onregelmatige uren- best een mooie job, ik moet dat soms eens meer beseffen.

Business Broker

Lookalike?

D’Artagnan

En garde

Gene Simmons (Kiss)

Kiss, the return!

Von Karajan

Von Karajan

Shirley Temple

Natte engel

Ach, vaderlijke trots…

Business Broker

Chronologie

Een week niets geschreven, ‘t komt er maar niet van. Tijdens de vrije momenten me pedagogisch bezig gehouden, met een dochterkijn dat voor de tweede week op een rij niet naar de crèche kan wegens een vieze parasiet in dat mini-lijfje. Maar geen nood, het leed is zo goed als geleden.

Intussen Janne bezig gezien met kabouters (vertel ik nog wel eens) en de première van vriend Henk Rijckaert bekeken. “Karton”: knap gedaan, hier en daar nog wat schaafwerk, maar gezien dat ie het grote podiumtalent is waarvoor ik hem altijd heb versleten. Nog enkele opvoeringen en het staat er volledig. Leuke gathering van mensen uit de comedy trouwens. Eten bij vrienden, wat werken en dus ook wat toepassen van hoe-entertain-ik-een-godganse-dag-een-kind-van-een-jaar-oud.

Intussen ook wat impro getraind, de Algemene Vergadering van mijn clubje voorgezeten en gezien dat de Rode Duivels hun uiterste best deden. Maar het resultaat en het wedstrijdverloop tonen het verschil aan tussen goede wil en absolute top.

En dat er voor de rest weinig te melden valt van mijn kant. Behalve dat die dwaze kikker in de keel maar blijft gedijen, straks drink ik reigersaus, dan zal ie wel weg zijn.

En hup, straks een reportage over Cercle Brugge en twee trouwers fêteren. En zo kruipt de tijd vooruit, sluipend en snerpend, tegen de ijdelheid en de dwaze waan van de tijdstoppers en de bankcrisissen in.

Business Broker

Le Grand Jacques

Hij werd gisteren zowat overal gefêteerd, Jacques Brel. Op mijn geliefde Radio 1, in kranten en katernen, op heel wat blogs, her en der in Vlaanderen en Frankrijk… Ja, 30 jaar geleden stierf hij. Ver weg van waar ie kwam, geveld door wat men dan zo vaak een slepende ziekte noemt.

Jaren later vechten mensen voor zijn rechten, voor zijn muziek, claimen ze een link met hem en storten ze zich op zijn oeuvre. Een groot performer, ook al was dat Engels woord nog geen gemeengoed in zijn tijd.

Hij frappeerde mij van erg vroeg in mijn jeugd. Mijn moeder draaide zijn muziek, mijn grootmoeder (van Waalse afkomst) verheerlijkte hem, mijn ooms waren onder de indruk van hem. Wie niet? Ik zou een halve maandwedde veil hebben om hem nog eens levend en live aan het werk te zien. Maar in dit leven zijn er nu eenmaal onmogelijkheden, dat maakt het ook zo mooi.

Ik heb een box met zowat zijn hele oeuvre, ik las boeken over de man (onder meer elegieën van Johan Anthierens), ik beluisterde hem, met mijn cabaretgroepje gebruikte ik hem als inspiratie (mocht ik nooit gedaan hebben, blijf van de goden af!) en ik zat diep onder de indruk te kijken naar beelden van hem.

Een mooie man? In zekere zin wel, al was ie te robuust van kop, te verweerd door groeven en te doorwrocht om een sekssymbool te zijn. Maar als je over een X-factor spreekt (nog zo’n term die in zijn tijden niet bestond), dan heb je ‘t over hem. Een raspaardje, een topper, een absoluut fenomeen. De lyriek verweven met muzikale kunst, taaltovenarij gecombineerd met pure podiumprésence, stoppen op het hoogtepunt en dan weggaan en langzaam sterven. Het is enkel de allergrootsten gegeven.

Ruim drie jaar geleden ben ik getrouwd. Op zich niets belangrijks. Maar dan heb je een openingsdans nodig. En ik ontbreek en ontbeer veel talenten, waaronder dansen. Gelukkig was er en is er “La chanson des vieux amants”. Genoeg om enkel maar tegen elkaar te moeten schuifelen, genoeg om enkel mekaar vast te pakken. Simpel en goed. Nog altijd ben ik blij dat ik tot ter dood dat nummer kan aanhalen.

Zijn beste nummer? Ja, één van. Naast “Amsterdam”, dat fantastisch ontploft op het einde. Of “Quand on n’a que l’amour”. Het overmijdelijke “Ne me quitte pas”. En “Mijn vlakke land”. Dubbel pijnlijk omdat Le Grand Jacques geen sant was in eigen land, omdat ie werd uitgespuugd door de flaminganten, omdat ie de burgerij in het harnas jaagde, nét dat volk dat ie zelf verachtte. En toch dweepten ook zij – met hun mooie en dure auto’s, hun exquise gewaden, hun twijfelachtige statussen en hun lege retoriek – met de man van Zandvoorde, Brussel, Parijs en de Markiezeneilanden.

Idolatrie is me niet vreemd, maar is toch beperkt bij mij. Maar “Abbé Brel” (ooit schertsend zo genoemd door Georges Brassens) behoort er absoluut toe. Toe zing nog een keer, Jacques. Zing nog een keer. Zoals hij zei: “Ce qui compte dans une vie, c’est l’intensité d’une vie, ce n’est pas la durée d’une vie”. Ik geef hem groot gelijk. Liever intens, veel en snel, dan grijs, verlaten en onnodig lang. Ook al word je dan amper 50 jaar oud.

Brel was zanger, artiest, filosoof, dichter, egocentrist en toptalent. Een wereldster in de dop, maar 30 jaar geleden was de wereld niet de wereld van nu – schrijft een jongetje dat amper de 30 voorbij is. Bien sûr nous eûmes des orages

Business Broker

Aardige jongens

Gekregen voor mijn verjaardag: het plaatje van het trio Frank Boeijen-Henk Hofstede-Henny Vrienten, “Aardige jongens” gedoopt. Eén van de drie (Henk Hofstede) is één van mijn absolute helden, dus dan verwacht je wel het een en het ander.

De verwachtingen worden grotendeels ingelost. Typische zang van de drie. De invloeden van ska, reggae en aparte ritmes bij Vrienten. Het filmische, het kunstige, het lijzige bij Hofstede. De diepe bas en het chansoneske van Boeijen.

Het zijn drie grote namen uit de Hollandse muziekwereld, die hun eigen stijl meestal weten te doen samengaan. Eerder werkte ze al samen. Boeijens beste plaat, “Wilde bloemen”, liet de twee anderen passeren (denk aan het geweldige nummer “Hollandse hemel”) en drie jaar geleden maakte Vrienten de muziek op een DVD van Hofstede, onder de titel “Nacht: de soundtrack”. Toen ook deed Boeijen mee, naast ook Tom Barman, Thé Lau, Boudewijn de Groot, Herman Finkers en anderen.

Opvallend toch: de composities van Vrienten en Hofstede steken er bovenuit, Boeijen komt toch een trapje lager te staan. Ik hoor hem toch tot twee maal toe naar de betere smartlap neigen, niet direct mijn ding.

Toppers? De leuke opener “Aardige jongens”, “Bleekwater” (geweldige titel toch), “De Loods” (het kon een hit van The Nits geweest zijn) en zeker “De Bruid” (waar Vrienten de intense melancholie uithaalt, waar Hofstede vocaal steunt en waar Boeijen een voor kippenvel zorgende klaagzang ontketent).

Ter info, de tracklist: vol van een leuk minimalisme, Hofstede niet onbekend.

01. Aardige Jongens
02. Glazen Hart
03. Geluk
04. Vrouw Voor Het Raam
05. Bleekwater
06. Walvis
07. Zonder Mij
08. Ik Dwaal, U Wacht
09. De Loods
10. Ronda
11. De Bruid
12. Wachten Op Een Vriend

(Hier en daar nog langere en meer gedetailleerde recensies)

Business Broker

« Vorig bericht