Vroeger was digitale fotografie of een spiegelreflexcamera onbestaande voor mij. Ik vond fotograferen best leuk, kon hier en daar wel eens een mooi fotootje plegen, maar het bleef beperkt tot wat vakantiefotografie. Klassieke fotorolletjes waren best duur, de ontwikkeling ook eigenlijk. Nu is dat onvoorstelbaar, nu fotografeer je je vingers in een kramp en je gooit alles op een harddisk. En een foto ontwikkelen, dat kost tegenwoordig minder dan een kauwgom uit de sjiekenbak.
In die tijden was ik heilig overtuigd van zwart-wit fotografie. Van de esthetische kracht ervan. Nu nog,, het blijft iets aparts hebben, iets kunstigs, iets speciaals. Maar ik doe het minder en minder omdat mijn goeie ouwe Nikon D50 nu eenmaal per definitie de foto’s in kleur opslaat. En ja, ik kan die wel bewerken naar zwart-wit, maar doe dat eigenlijk te weinig. Trouwens, wat een amateur ben ik eigenlijk niet? Ik gebruik geen Photoshop, geen Lightroom, geen andere moeilijke toestanden, simpelweg de software die werd meegeleverd bij mijn Nikon: Picture Project. Goed genoeg, vind ik. Voor mij toch.
Ik haat trouwens postprocessing. Ik doe dat niet graag, dat is me te omslachtig allemaal. Da’s voor technische freaks, detaillisten en perfectionisten. Vind ik. Ik hou van het fotograferen op zich. Het prentje zoeken, het oog doen werken en vooraf wat foefelen met licht en scherpte en diafragma. Ik doe mijn Photoshopping als het ware vooraf. En daarna laat ik het gerust. Dan heb ik mijn voldoening gehad, dan is het af voor mij. Te lui? Nen, laat het ons ambachtelijk noemen. Hoe weinig je misschien over een ambacht mag spreken in digitale tijden.
Ik heb sinds ik digitaal ben beginnen fotograferen -en zeker sinds Janne op de wereld is- werkelijk duizenden foto’s. En ik neem me niet de moeite om die allemaal nog eens te bewerken. Heel af en toe eens eentje, als de foto naar een fotoboek of naar de Flickr moet, meer niet. Al dat geklooi.
En daarbij, vroeger kon het ook niet. In de tijd toen de dieren nog spraken, toen ik met mijn eeuwige Ilford 400-film werkte. Dan was het kijken, regelen, klikken en hopen op een goeie foto, een week nadat je het rolletje had binnengebracht bij een ontwikkelaar. En dat is geeneens erg lang geleden. Vijf jaar geleden bijvoorbeeld, in 2003.
Want ik keek in enkele digitale fotomappen en vond onderstaande foto terug uit dat jaar. Oorspronkelijk een analoge foto, ontwikkeld en op papier gezet en daarna eens ingescand. Eén van de mooiste dingen in zwart-wit die ik ooit maakte, vind ik. Beeld van mijn eega, ja, ergens in een klooster in Berlijn, weet ik nog. De foto straalt iets lyrisch, iets enigmatisch uit, heb ik altijd gevonden. Met die weerspiegeling in het venster achter haar, wat de indruk geeft dat de hele foto wazig is. Enfin, oordeel vooral zelf.

We zijn intussen vijf jaar verder. Ons leven is danig geëvolueerd, de overstap naar de digitale fotografie was maar een voetnoot. Vijf jaar geleden liep de jeugdigheid nog van onze gezichten, nu durven we onszelf al ietwat matuur noemen. Of zag iedereen er gewoon jonger uit in analoge tijden? In zwart-wit?