Pensioen
Straks ga ik mijn vader fêteren. Hij moest nog enkele weken verlof nemen en vanaf 1 mei gaat zijn pensioen in. Gedaan met werken, gedaan met “moeten”, zoals ie me zei. Hij is 61 en ‘t is mooi geweest.
Mijn vader is één van die mensen uit zijn generatie die eigenlijk hun hele professionele leven bij dezelfde werkgever zijn gebleven. Na zijn studies in Gent, in het stadslabo in het Baudelopark (vlakbij waar ik woon) en aan Sint-Lievens. In zijn geval was de broodheer het Stedelijk Ziekenhuis in Roeselare, waar ie klinisch laborant was. Was. Dat is het nu echt wel. Zolang trouw aan één werkgever, het is mijn generatie tamelijk onbekend.
‘t Doet me ook mijn relatie met mijn vader overpeinzen. Die is vreemd. We hebben elkaar nooit veel gezien eigenlijk. Mijn vader scheidde behoorlijk vroeg van mijn moeder, zowat midden de zeventiger jaren. Toen was dat revolutionair, toen schopte je daar keet mee, toen kroop je enkele maanden tot jaren in je schulp. En toen werd ik toegewezen aan mijn moeder. En om de twee weken mocht ik een weekend naar mijn vader.
Nu, mijn vader was een bezige bij, die me al bij al weinig zag. Die kon rekenen op mijn grootouders én een fantastische oom en tante van me, die me geweldig in de watten legden en voor mijn opvoeding zéér belangrijk zijn gebleken.
Naderhand is alles zo gebleven. Hertrouwen en een tweeling die nu 18 is, dat veranderde weinig. Mijn vader en ik respecteren en appreciëren elkaar, maar of de ene de andere nu goed kent, neen, wellicht niet. Nu, hij is mijn vader, dat heeft zo zijn belang. Soms zien of horen we mekaar wekenlang niet, maar zet ons samen en die sprankel is er toch.
Stiekem hoop ik dat zijn pensionering iets verandert. Dat we mekaar meer zien, meer opzoeken. Dat ie zijn kleindochter vaker ziet, dat ie sneller eens naar Gent afreist, dat de gesprekken ontluiken. Eigenlijk hoop ik ook dat zijn pensioen hem weer aanwakkert om zijn vervlogen hobby nieuw in te blazen: hij is een getalenteerd acteur in het amateurtheater en bovenal was ie een goeie regisseur. Weer doen, pa!
Ik weet dat ie meeleest, dus zeg ik hem dat ie zijn demonen moet bezweren en er nog het meest intense moet uithalen. En wie weet spelen we ooit samen die Beckett waar we al zo lang over praten. Pa, geniet ervan! En blijf bezig! En weet me te vinden.




