2010!
Aan alle lezers hier wens ik simpelweg een formidabel 2010 toe, met alleen maar hoogtepunten!
(foto: Annelies Vanhove)
Aan alle lezers hier wens ik simpelweg een formidabel 2010 toe, met alleen maar hoogtepunten!
(foto: Annelies Vanhove)
Hupla, nog eens de eighties binnen… Uit de tijd toen ik cassetjes vulde (cassettes, mensen, ze bestonden, Maxell en BASF) en hier wild van was: “A good heart” van Feagal Sharkey. Heel heel af en toe hoor je ‘t nog eens op Radio 1. De man in het clipje heeft een volledig fout kapsel, Joël De Ceulaer, maar dan nog erger, maar wat een nummer. Nostalgie en kunst tegelijkertijd.
Een week van extremen is het geweest. Opperste tevredenheid en ook maximaal balen. Op maandag en dinsdag waren er de opnames van “Het besluit” in de Arenbergschouwburg in Antwerpen. Vooral de dinsdag was een goeie avond, stof genoeg voor de radio- en de televisiemontage – al doe ik enkel het televisieluik.
Jammer wel dat je bepaalde jokes of bepaalde filmpjes die speciaal waren gedraaid moet schrappen, omdat het niet past en zo meer.
Zelf twee keer mogen opwarmen, een zaal van 800 personen die je volgt in je drukdoenerij (met de eerste avond onder meer Bart Peeters op de eerste rijen), mja, deugddoend.
Op woensdag kreeg ik dan te horen dat ik geslaagd ben voor het legendarische journalistenexamen van mijn werk. Mijn deelname was een combinatie van allerlei dingen: een uit de hand gelopen weddenschap, een stuk prettig gestoord engagement, een zekere ambitie om één van de weinigen te zijn die slaagt in zowel het sport- als het nieuwsexamen én een gevoel van ik-ben-er-nu-maar-aan-begonnen-dus-ik-werk-het zo-goed- mogelijk-af. En kijk, honderden mensen hebben deelgenomen, enkelen zijn geslaagd. Ach ja, de factor geluk speelt ook mee en we zijn zover.
Is dat een sollicitatie naar andere dingen? Ja en neen. “Ja” omdat ik altijd heb gezegd dat ik per toeval bij de sport ben terechtgekomen en ook eens andere dingen wil proeven. “Neen” omdat ik me eigenlijk best amuseer bij Sporza (echt waar, geweldige collega’s) en de laatste maanden leuke dingen mocht doen voor de sport. Bovendien zijn er niet direct open plaatsen bij het nieuws, dus we zien wel.
Minder was mijn werkdag op zondag. Door de sneeuwellende drie uur (!) onderweg geweest om op de VRT te geraken. Werk gedaan, sidekick gespeeld, maar dan ‘s avonds in de terugrit naar huis ferme malchance. Geslipt, de vangrail tot twee keer toe gekust en Dolf de Golf bleek plots ietwat immobiel. Ikzelf ben er heelhuids uitgekomen, gelukkig waren mijn vrouw en mijn dochtertje er niet bij, maar de schade is aanzienlijk. Blikschade vooral, alle carrosserie rond de wielen aan de linkerkant is gedeukt, daar moeten nieuwe stukken op, de goede verstaander weet wat dat kost.
Hopen nu op een goede regeling op het vlak van woon-werkverkeer bij mijn werkgever. Ik heb alle bewijzen in handen die tonen dat ik effectief van mijn werk kwam, zonder dralen, volgens de kortste route. Vingers gekruist dat ze willen tussen komen of het wordt wel een erg kwalijk grapje.
Geschrokken tot en met, maar kijk, het is maar een auto – ook al betekent de reparatie enkele dagen/weken behelpen met truukjes, maneuvers en improvisaties om overal te geraken (zeker bij vroege diensten die me dwingen om om 5 uur ‘s ochtends in Brussel te zijn).
Lachen was wel de sleepdienst: een Turk en zijn broer die familie hebben “in de Sleepstraat”, we hebben zowaar goed gelachen in hun camionnette.
Ach, het geluk zit in een klein hoekje. Het ongeluk loert van om een andere hoek. Niets is eeuwig, zeker de meeval niet.
Straks om 13 uur op Radio 1. Ook volgende week zaterdag (Tweede kerstdag) om 12 uur op Radio 1. En op Kerstdag om 21.35 uur op Canvas. Ook nog eens in de nacht van 1 op 2 januari op Canvas, vlak na middernacht.

Ik heb in “Het Besluit” heel wat werk werk en zweet gestoken, als inhoudelijk adviseur, noem het eindredacteur. Maar ik heb er voldoening uit gehaald én leerde enkele professionele mensen als Luc Janssen en Warre Borgmans kennen (de andere komieke kwieten kende ik al). Graag nog eens! En luisteren! Of kijken!
Snuisteren in mijn archieven deed me inzien dat ik nog nooit iets van Fischer-Z heb gepubliceerd bij mijn zondagsplaten. Schaamte, kome over mij! Geen “Berlin”, geen “Marliese”, geen “So Long”, maar wél dit (tameijlk) onbekend pareltje: “Red skies over paradise”. Jongens, wat hou ik van het geluid van die groep! De eighties tot en met, ik blijf het zeggen, een zwaar onderschat decennium in de muziekgeschiedenis!
Vandaag en mogen ben ik druk in de weer. In de Arenbergschouwburg in Antwerpen. Een tijdje geleden vroeg mijn eerbiedwaardige werkgever me om eindredacteur te zijn van “Het Besluit”, een humoristisch jaaroverzicht dat op Radio 1 en op Canvas komt (ik ben vooral bezig met het Canvas-luik).
Leuk! Eens iets anders dan sport, ook voor de VRT en volledig mijn vrijetijdsbesteding kruisend: Vitalski, Warre Borgmans, Philippe Geubels, Gunter Lamoot en Nigel Williams blikken op hun eigenste manier terug op het al bij al dolkomische afgelopen jaar 2009. Afgewisseld met filmpjes van de kwajongens van “Zonde van de zendtijd: Bert Gabriëls en vriend Henk Rijckaert. En met Luc Janssen als MC.

Uitzending op Canvas trouwens op Kerstdag en nieuwjaarsdag. Op Radio 1 op 20 december, tussen 13 en 14 uur. Op 26 december, tussen 12 en 13 uur.
Er is veel werk aan vooraf gegaan. Meer dan gedacht, een bijjobke werd plots toch veel meer. Hopelijk kan ik op dinsdag tevreden en opgelucht zuchten. En dan alles afwerken in de montage. ‘t Zou me plezieren.
En zo is direct ook de algehele lethargie van de voorbije maanden op mijn blog verklaard. Ik geraak al drie maanden niet meer aan een respectabel aantal publicaties hier. Straks treedt de rust opnieuw in. En is er weer ruimte om hier te schrijven. Hopelijk is mijn publiek intussen niet al te zeer afgekalfd.
En eind januari (of iets later) een nieuw Croubeliaantje op de wereld: iets zegt me dat ik dan ook weer zal weten wat gedaan. Ach wat, we blijven bezig. En zolang het allemaal leuk is…
Dat de broers Neil en Tim Finn een liedekijn kunnen schrijven, dat weten we al langer. Even zaten ze samen in Crowded House, ten tijde van “Woodface” (denk aan “Weather with you”, “Four seasons in one day” en “Chocolate cake”). ‘t Leverde een dijk van een plaat op. Her en der hadden de broers zo nog hun nevenprojecten annex “samenprojecten”. Ooit kwam er een plaat van de toen zogenoemde Finn Brothers, “Won’t give in” is een staaltje van hun kunnen. Beatlesek, ietwat zeemzoeterig, maar ook een toonbeeld van gedegen songschrijverij. Lennon en McCartney revisited. Al zijn de broers die vergelijking wellicht kotsbeu. Geniet ervan!
De hype waait weer over het land.Op het moment dat deze tekst geschreven wordt, zijn er al vier afleveringen gepasseerd. Episodes van “De slimste mens ter wereld”. Iedereen weet dat het bedrijf genaamd Woestijnvis, op minstens één ding het patent heeft. Namelijk zijn programma’s zodanig pluggen en verpakken dat het pure voltreffers zijn, op cijfervlak. (naast het feit dat dat huis natuurlijk ook vaak instaat voor televisie zoals die moet gemaakt worden, dat ook)
Kijkcijfers
En laat ons mekaar geen Liesbet noemen. Iedereen zei jaren geleden dat die cijfers er niet toe doen en er niet toe deden. Ach, mag ik dat nonsens noemen? Of het nu “den openbaren” is of “de commerciëlen”, de getallekes doen er wél toe. Logisch toch? Je wil toch je inspanning, je inzet, je energie en je zweet afmeten aan het aantal afnemers. Niets mis mee trouwens. Niets. Iedereen doet iets voor een publiek. Iedereen. Het tegendeel zou pas nieuws zijn.
Sinds maandag heeft het quizgeweld televisiezender één weer ingenomen. Een niet gekunstelde, half afgeborstelde en ook sympathieke presentator. Drie panelleden annex kandidaten. Die -als ze eerlijk en oprecht zijn- zo ver mogelijk willen geraken. Tuurlijk. Het is een wedstrijd, zoals Bram Vermeulen zo heerlijk en zo kwistig zong. Ook niets mis mee, voor de duidelijkheid.
Toch ben ik op de hoogte
Het lijkt bon ton in medialand: in de sector werken, maar zelf niets (of amper) iets zien. Ergo ego. Ondergetekende ook dus. Wegens onregelmatige roosters en een -gelukkig- sociaal regime. Ik heb in vier afleveringen tijd nog geen enkele seconde gezien van het succesprogramma van het voorbije kwintet jaren. Excuus. Werkelijk.
En toch ben ik op de hoogte. En da’s nét het punt. In de “pretgazet”, noem het “Het Laatste Nieuws”, is er een halve pagina open en gereed verklaard om de beste quotes van de afgelopen avond te etaleren. Om te zeggen wie wel door gaat en wie niet. En waarom. En hoe dat kon vermeden worden. En wat voor een kolossaal en Colloseum-esk spektakel dat weer was. Op “den Vlaamschen televies”. Brussel Vlaams. Ook andere kranten pakken er mee uit; Want “De slimste mens” is talk of the town. Talk of the train. Talk of everybody. Allemansklap.
Op deredactie.be (toch de site die me toelaat om mijn al dan niet ter zake doende mening te publiceren) kun je dagelijks een soort “Best of” bekijken. De grappige panelleden, de missers en de treffers, de uitkomst van de aflevering. De winnaars. De verliezers. De grappen. De grollen.
Televisie is meer dan kijken
Veelbetekenend. Televisie is meer geworden dan kijken op het moment dat het wordt uitgezonden. Mee verantwoordelijk is het fenomeen digitale televisie, dat elke sterveling toelaat om te kijken naar wat hij/zij wil, wanneer en hoe. Om een of andere reden laat het digitale tijdperk nog beter toe om mee te surfen op de golven van het succes. En kijken doen we.
“De slimste mens”. Enkelen zijn er wel bij gevaren. Zo onder meer de standupperige komieken Bert Kruismans en Wouter Deprez, die door hun eclatante overwinning ook hun zaalshows konden slijten. Het weze hen gegund, Vaklui moeten een podium krijgen om hun krulwerk te verkopen. Televisie is in deze plots weer volksopvoedend. Wo bistu bleben? Paula Semer, Pros Verbuggen, Toni Corsari et alii. Toen vedettisme nog een term van buiten de planeet was.
Laat Youp maar winnen
Ach, laat Youp van ‘t Hek maar winnen. Of Matthijs van Nieuwkerk. Hollandse nieuwlichters die geen enkel “paneeltje” wilden bemannen in eigen land, buiten datgene dat Erik Van Looy bestiert. In eldersland. Met opnames in Schelle, godbetert, Schelle, mocht het geen polderdorp zijn, het zou er één kunnen zijn. De gebouwen van Studio 100 dus. Bumba is dichtbij. Of Plop. Kindertelevisie of grotemensentelevisie, ach wat.
Ik blijf met verbazing kijken naar het quizprogramma dat de week in de greep houdt. Naar de invloed op krantenkolommen. Naar de invloed op de perceptie en de gesprekken van de (honderdduizendenvoudige) kijker. Naar de algemene invloed. De vierde macht? De pers? Maar baneen, televisie in het algemeen. Zoek het niet verder.
De slimste mens van de hele wereld? U toch ook? Minstens? En moge Youp winnen…
(eerder verschenen op deredactie.be)
In Nederland is het woord “twitteren” het woord van het jaar. Het genootschap “Onze taal” vond dat (werk)woord invloedrijker dan “vaccinatieangst”, “koninginnedagramp” of “vuvuzela” (da’s die vreselijke voetbaltoeter, de uitvergroting van 1.000 zoemende bijen) .
Het zegt veel over de toenemende invloed van het internet. Op het leven van de gemiddelde internetgebruiker, in onze contreien is dat intussen toch 8 op 10 mensen, durf ik zo denken. Elke huiskamer is een marktplaats geworden, een forum, een uitwisselingsplaats en zelfs een communicatiecentrum.
Het zegt ook veel over de toegenomen extravertie van de internetgebruiker. Die wil gerust prijsgeven wat ie denkt, doet of plant. In maximaal 140 karakters kom je te weten dat iemand hard aan het werk is (maar blijkbaar toch de tijd had om daarover te twitteren – bekt toch raar). Of straks naar de fitness trekt. Of champignonsoep aan het maken is. Of zo verliefd als wat is op Marie Vinck en haar twee troeven. En dan staan er nog van die vreemde dingen in als RT of # of @. Net codetaal, zijn de Russen op komst misschien? Met hun internetfalanksen?
Twitteren doe ikzelf niet. Ik ben al modern genoeg. Ik mail, ik surf én ik ben al goed drie jaar lang een blogger. Twitteren is me te snappy, te kort, te weinig, te gebald, te weinig verhalend. Op een blog kun je nog de mens zelf ontdekken. En kijken of ie kan schrijven. Of niet. Want ook dat heb je dan. Door de intrede van de burgerjournalistiek (een luxewoord toch?) kan nu iedereen zijn mening laten walmen. Publiceren. In een klik en een draai. De heropleving van de vox populi. De volksmond spreekt en gaapt. En die volksmond kan bij momenten verschrikkelijk stinken.
De (digitale) schuur openzetten voor alleman is nobel en democratisch en zelfs goed voor de samenleving, maar zorgt wel voor een ratatouille van meninkjes, niveautjes en uithaaltjes. Allemaal beroemd, iedereen journalist. Maar ’t is zoals met een televisie. Of een krant. Of een radiozender. Als je ’t niet goed vindt, zet je de knop af. Of gooi je het vodje weg. Internetgewijs wordt dat de verbanning van een welbepaalde URL uit je surfwinkel.
Een “tweet” lijkt onschuldiger. Ach, ’t is maar kort en wat kan je daar nu in kwijt? Tarara, sommige mededelingen hebben toch al voor ophef gezorgd. Ik denk in mijn vakgebied nog maar aan wielrenner Lance Armstrong die tijdens de vorige Tour De France zijn mond niet hield over ploegmaat annex pijn-in-het-hol Alberto Contador. Want kijk, “The Boss” heeft op dit eigenste moment meer dan 2 miljoen volgers op Twitter. Dan kun je al eens een bommetje droppen. Wat ook is gebeurd, mijns inziens zeer bewust.
Facebook, Twitter, blogs: het zijn de vensters op de wereld, de appels van de moderne generatie. Je zou bijna denken dat de nieuwe culturele revolutie ofte de “computercumulus” de mens opener, transparanter en duidelijker heeft gemaakt. “A ja, mijnheer, we communiceren toch meer en beter?” Meer wel. Beter niet, vrees ik. Bij deze dan ook de welgemeende boodschap om af en toe eens met je adresboek of je vriendenlijst of je followers een gewone pint te gaan pakken. Lekker echt, niet digitaal of virtueel. Dan kan je wel tien tweets per minuut lanceren. Toch? Of word ik oud?
(eerder verschenen op deredactie.be)