Tweet tweet
13 December 2009In Nederland is het woord “twitteren” het woord van het jaar. Het genootschap “Onze taal” vond dat (werk)woord invloedrijker dan “vaccinatieangst”, “koninginnedagramp” of “vuvuzela” (da’s die vreselijke voetbaltoeter, de uitvergroting van 1.000 zoemende bijen) .
Het zegt veel over de toenemende invloed van het internet. Op het leven van de gemiddelde internetgebruiker, in onze contreien is dat intussen toch 8 op 10 mensen, durf ik zo denken. Elke huiskamer is een marktplaats geworden, een forum, een uitwisselingsplaats en zelfs een communicatiecentrum.
Het zegt ook veel over de toegenomen extravertie van de internetgebruiker. Die wil gerust prijsgeven wat ie denkt, doet of plant. In maximaal 140 karakters kom je te weten dat iemand hard aan het werk is (maar blijkbaar toch de tijd had om daarover te twitteren – bekt toch raar). Of straks naar de fitness trekt. Of champignonsoep aan het maken is. Of zo verliefd als wat is op Marie Vinck en haar twee troeven. En dan staan er nog van die vreemde dingen in als RT of # of @. Net codetaal, zijn de Russen op komst misschien? Met hun internetfalanksen?
Twitteren doe ikzelf niet. Ik ben al modern genoeg. Ik mail, ik surf én ik ben al goed drie jaar lang een blogger. Twitteren is me te snappy, te kort, te weinig, te gebald, te weinig verhalend. Op een blog kun je nog de mens zelf ontdekken. En kijken of ie kan schrijven. Of niet. Want ook dat heb je dan. Door de intrede van de burgerjournalistiek (een luxewoord toch?) kan nu iedereen zijn mening laten walmen. Publiceren. In een klik en een draai. De heropleving van de vox populi. De volksmond spreekt en gaapt. En die volksmond kan bij momenten verschrikkelijk stinken.
De (digitale) schuur openzetten voor alleman is nobel en democratisch en zelfs goed voor de samenleving, maar zorgt wel voor een ratatouille van meninkjes, niveautjes en uithaaltjes. Allemaal beroemd, iedereen journalist. Maar ’t is zoals met een televisie. Of een krant. Of een radiozender. Als je ’t niet goed vindt, zet je de knop af. Of gooi je het vodje weg. Internetgewijs wordt dat de verbanning van een welbepaalde URL uit je surfwinkel.
Een “tweet” lijkt onschuldiger. Ach, ’t is maar kort en wat kan je daar nu in kwijt? Tarara, sommige mededelingen hebben toch al voor ophef gezorgd. Ik denk in mijn vakgebied nog maar aan wielrenner Lance Armstrong die tijdens de vorige Tour De France zijn mond niet hield over ploegmaat annex pijn-in-het-hol Alberto Contador. Want kijk, “The Boss” heeft op dit eigenste moment meer dan 2 miljoen volgers op Twitter. Dan kun je al eens een bommetje droppen. Wat ook is gebeurd, mijns inziens zeer bewust.
Facebook, Twitter, blogs: het zijn de vensters op de wereld, de appels van de moderne generatie. Je zou bijna denken dat de nieuwe culturele revolutie ofte de “computercumulus” de mens opener, transparanter en duidelijker heeft gemaakt. “A ja, mijnheer, we communiceren toch meer en beter?” Meer wel. Beter niet, vrees ik. Bij deze dan ook de welgemeende boodschap om af en toe eens met je adresboek of je vriendenlijst of je followers een gewone pint te gaan pakken. Lekker echt, niet digitaal of virtueel. Dan kan je wel tien tweets per minuut lanceren. Toch? Of word ik oud?
(eerder verschenen op deredactie.be)