Laatste reacties


Filmisch

En dan zit een mens thuis. Nog ietwat verdwaasd van de afgelopen dagen en ook wachtend op een spartelende en naar bevrijding zoekende kleine. Wat doe je dan? Inderdaad, baby’s bezoeken. Ruben, bij vrienden P. en S. en Noor, bij B. en S., juist zo. Ritje van Gent naar het Pajottenland en dan naar West-Vlaanderen profonde, geen probleem. Je moet iets doen met je (wacht)tijd.

‘s Avonds kom je thuis, constateer je dat er weer niets is gebeurd en kruip je samen in de zetel. En zowaar, twee films gezien. Ik, cinefiel van het negende knoopsgat, die amper films bekijkt wegens daar gewoon geen tijd en geduld voor. Twee keer toevallig binnen gevallen op VTM en op Canvas, net in het begin van de film en blijven plakken.

Dus, gezien… “Chocolat” van Lasse Hallström, met vooral de hoogst ravissante Juliette Binoche in de hoofdrol. Ik werd zo weer verliefd op de emanatie van de echte Parisienne. En een leuke soundtrack trouwens, van Rachel Portman.

En daarna viel ik zowaar in “High Fidelity”. Ooit las ik de roman van Nick Hornby, nu zag ik de hoogst amusante verfilming ervan. Met John Cusack als protagonist. Ik zag hem ooit wel nog eens bezig. Maar hij heeft een geweldige naturel, vind ik. En hij charmeerde me. Net als Tim Robbins en Bruce Springsteen in de film.

Afijn, filmpjes gezien, nog tekstje geschreven en nu slapen… en zien wat de zondag brengt.

Laatkomer

Mja, ‘t is weer van dattum. Net als Janne zal kind #2 een laatkomer zijn want de uitgerekende datum is voorbij. Niet dat ‘t erg is, de voorbije dagen waren al intens genoeg, even nog wat rust is welkom.

Intussen is er een consensus over de jongensnaam, de meisjesnaam ligt zo goed als vast, maar is wellicht nog niet helemaal zeker, niets te vroeg eigenlijk.

Enfin, ik moet niemand vertellen dat ‘t hier spannende dagen zijn. En dat ander sprotje hier, dat blijft intussen zot doen en lachen. De onwetendheid en de onschuld van een tweejarige, ik ben er jaloers op.

Cheese!

En ‘t zal me benieuwen, ja, ‘t zal me benieuwen…

Los

‘t Is schoon geweest. We zagen er allemaal tegenop, maar we hebben van de uitvaart van Elke iets moois kunnen maken. De dienst die we wilden. Een massa volk erbij (met veel vrienden van ons erbij, hartverwarmend), het koor van mijn schoonpa (“De Welgezinden”) in topvorm, de teksten gezegd die we wilden zeggen.

‘t Is keihard allemaal, maar er is gebeurd wat moest gebeuren. Een last is van onze schouders gevallen eigenlijk, Elke is (weer eens) goed begeleid. Lien en ik zijn ‘s avonds zelfs samen iets gaan eten, los van alles, tesamen. Nog eens alles nuchter, ja zelfs vrolijk, overschouwend. En ‘s nachts is een goeie vriend nog langs gekomen. Een glas wijn, een gesprek. Meer moet het niet zijn.

Elke rust nu, wij ook. ‘t Blijft een gemis, maar we boeren voort. En één dezer komt er nieuw leven aan. De slinger van het leven slaat heen en weer.

Hieronder de prachtige tekst die schoonbroer Pieter declameerde in de dienst. Uit volle liefde en met veel warmte…

_________

Elke,
Onze zus,

Jij was het die met ons opgroeide,
Jij was het waar wij van hoorden, toen wij nog heel klein waren, dat jij anders was.

Toch probeerden wij jou overal bij te betrekken. Weet je nog toen wij naar de Komi’s gingen, naar de activiteiten, op kamp, en zelfs samen met de leiding naar de na-activiteiten, Ondanks je anders-zijn probeerden we je overal bij te betrekken.

Maar onze levensweg ging verder. Wij leerden autorijden, jij niet. Wij hadden een liefje, jij niet. Wij trouwden, jij niet. Wij kregen kindjes, jij niet.
Elke, voor jou als grote zus was dit héél moeilijk. Jij was het die vanaf de zijlijn moest toekijken naar de dingen die wij deden, dingen die jij ook allemaal graag zou gedaan hebben, maar door jou anders- zijn niet kon.

Jouw levensweg was vaak een lijdensweg, een weg van de ene instelling na de andere. Telkens je ergens weer ergens gelukkig was moest je weer weg… Jij wilde dit niet maar wij stonden machteloos. We botsten vaak op een muur van onbegrip.

Toch ben je je hele leven omringd geweest door mensen die jou zielsgraag zien: mama, papa, wij als je broer en zus. Peter en Marjan sloten hun aparte schoonzusje met veel liefde in hun hart. Voor Ludje en Gilbert, tante Mia en nonkel Johan was geen enkele moeite hen te veel: zij hebben je ontelbare keren terug naar de Okkernoot gebracht of gehaald. Jouw begeleiders van De Okkernoot die altijd geprobeerd hebben je een fijne tijd te bezorgen. En nog zoveel mensen meer…

Zusje, waar je ook bent, waar we ook zijn: jij zult altijd bij ons blijven. Je blijft onze grote zus. Je blijft de tante van onze kindjes, je zag hen zo graag. We zullen hen veel vertellen over hun tante Elke.

Wij hopen nu dat je eindelijk de rust gevonden hebt die je nooit gevonden hebt in dit leven. We zullen je heel erg missen.

_________

En nu voortdoen. Voort leven. In de geest van…

Ode aan Elke

Lieve Elke,

Zowat 14 jaar geleden leerde ik je kennen. Ik was dolverliefd op je zus en ik kwam bij je thuis. Lien had me verteld dat je wel een beetje anders was dan de anderen. Ja, dat bleek zo, maar je had een schattigheid, een ontwapenende eerlijkheid over jou.

Ik herinner me nog hoe we samen aan de keukentafel aten. Jij, je ouders, Pieter, Lien en ik. Hoe je je hand op mijn been legde en in mijn oor fluisterde dat ik het niet mocht zeggen aan Lien. Je zei het wel zo luid dat iedereen het kon horen. Geweldig.

Ik herinner me de zee, de wandelingen, je liefde voor kinderen, je meebrullen met liedjes, je lieve momenten, je driftbuien ook. Ik onthou ook de jarenlange reactie als je iets gezegd werd. “A joe wèt het”, waarna je onbedaarlijk en luidop lachte. En wij herhaalden de “A joe wèt het” en we lachten mee.

Ik heb je in de loop der jaren zien evolueren. Je ziekte, de medicijnen, de instellingen, de behandelingen, het tekende je allemaal en het sleurde je mee. De laatste jaren zagen we je zelden gelukkig, we moeten daar eerlijk in zijn. Wat ging er allemaal om in dat mooie hoofd van jou? Niemand kon het vatten, niemand kon het volgen. In die zin hoop ik dat je nu rust en geluk hebt gevonden. Ik weet niet of er een leven is na het aardse leven, maar ik hoop het voor jou.

Lieve Elke, je vader en je moeder hebben mijn eeuwig respect gewonnen door hoe ze met je omgingen. Ze hebben alles, meer dan alles gedaan om je gelukkig te maken, om je te verzorgen. Voor dat alleen al verdienen ze lof, respect en hopen applaus. Wat zij konden opbrengen voor jou getuigt van een oneindig graag zien, van ouder zijn in de schoonste vorm. Weet dat jij als eiland altijd bent omringd geweest door een meer van liefde.

Elke, kerst 2009
Elke, Kerstdag 2009

Lieve Elke, hoe graag had ik gehad dat Jonas, Emelie en Janneke je echt hadden leren kennen. Hoe graag had ik gezien dat je het tweede kind van Lien en mij -dat er elk moment kan zijn- eens kon vasthouden en iets toeprevelen. Het heeft niet mogen zijn. We zullen je vier neven en nichtjes dan maar honderduit vertellen over jou. Wie je was, hoe je was, hoe je ons hebt beroerd en zelfs geïnspireerd. Op die manier zul je nooit verdwijnen.

Lieve Elke, ik ben nog nooit in mijn leven zo ontdaan geweest, zo kapot geweest van iets, zo zonder woorden gevallen, maar zoals het cliché zegt: we moeten erdoor.

Elke, ik zou een arm en een been geven om nog één keer, een uur lang met je te converseren. Op een manier zoals we het nooit hebben kunnen doen. Even alles doorlopen, alles doorpraten en dan eindigen met een geweldige knuffel. Eén keer nog. Weet je, Elke, ik hou dat gesprek te goed. En ik voer het zeker ook met de kindjes, Jonas, Janne, Emelie en Jipke.

En dan hebben we het over die geweldige lachrimpeltjes die je toch had. Over die keer dat je besloot dat je lange haren er af moesten. Knip. Over je liefje dat je had, wat je plots o zo normaal deed lijken. Over je knuffels met mama, over je lange wandelingen met papa.

Lieve Elke, nog één keer “A joe wèt het” zou ik zo koesteren. Mijn laatste beeld van jou is hoe je was op Kerstdag, enkele weken geleden. Een heel mooi moment en ik wil dat als jouw sublieme finale zien.

Elke, één ding nog. Als dat nieuwe kindje wordt geboren, wil je toch heel even zwaaien? En onbedaarlijk lachen. Ik hoop dat je een engelbewaarder kunt zijn voor ons allemaal. Bedankt dat je er was. Bedankt voor hoe je was. En leg nog eens je hand op mijn been, lieve Elke. Doe gerust.

Even zo

Hier zit ik dan. Leeg in het hoofd en vol van emoties. Straks moet ik mijn schoonzus ten grave dragen. Plots weggevallen, 35 pas, we werden koud gepakt en nog altijd hoop ik dat ik wakker word en dat ik weet dat het maar een vieze droom was.

Maar neen, realiteitsbesef is me niet vreemd. Ik zie enorm op tegen de uitvaart. Al dat gedoe, al die samengepakte emoties, al die pijn. Ik zie op tegen het feit dat ik een tekst ga lezen. ‘t Was mijn voorstel, een laatste ode aan Elke, ze verdient dat. En ik kan met mijn beperkte gaven niet veel meer dan een woordje plegen, dan doe ik dat maar beter ook. Maar ik ben bang dat ik stok, dat ik blokkeer, dat ik niet meer voort kan doen.

Zo lastig allemaal, zo pijnlijk. Het moest een tijd van blij uitkijken worden naar ons tweede kind, uitgerekend voor de 28e. Nu doorkruist een ramp alle vreugde. We hebben ons voorgenomen om op het moment zelf niet meer te treuren, dat kleintje verdient een enorm warm onthaal. ‘k Ben al blij dat Lien van de emoties niet vroeger is bevallen. Straks treuren we ons leeg, om dan het kind van de hoop te verwelkomen. Een cliché zegt soms dat als er eentje komt er ook eentje gaat. Hoe het leven verschrikkelijk bizar kan zijn.

Wat had ik al gesakkerd in december. Auto naar de vaantjes én een vakantie met vrienden die niet is gelopen zoals gewenst. Maar wat daarna gebeurde zette alles in de schaduw – materie stelt niets voor. Mijn schoonvader overleefde net een bloeding in zijn buik en moest daarna nog eens opgenomen worden. En er wachten hem nog operaties en een lange medische weg. Maar dat Elke dan moet verdwijnen, dat was er te veel aan.

Ik was al leeg na enkele maanden hard werken en vliegen en jagen, nu ben ik nog leger en eigenlijk wil ik een periode gewoon niets doen. Niet denken, niet doen, niet ondernemen, niet uit huis komen. Maar dat kleintje verplicht me tot meedoen. Niet nadenken, maar meedoen. Maar ik zal dat ook doen, uit nu al pure liefde voor dat nog ongeboren kind. Mag ik de goden of dergelijke vragen om die bevalling tenminste vlot te laten verlopen?

Ik had enkele dagen geleden een heel goed gesprek met een collega en goede vriend. Hij had ooit ook zo’n rampjaar en werd sarcastisch en cynisch. En zei me dat ik dat best ook wat mag zijn, ondanks mijn positivisme. ‘t Slijt wel, wist ie me te vertellen. Of een andere vriend die me zei dat het vanaf nu niet verboden is om “niet goed” te zeggen als iemand vraagt hoe het met je is.

De voorbije dagen hebben heel veel mensen hun steun en medeleven aangeboden. Per SMS, per mail, per telefoon, door bij ons thuis te komen… Deugddoend. Ik moet ook zeggen dat bepaalde mensen hebben gefloreerd in boertigheid, door gewoonweg te doen alsof hun neus bloedde. Wat zeg je op zulke momenten? Ik weet dat ook niet, ik ben daar ook slecht in, maar niets zeggen, tja, het heeft me veel geleerd. Over hoe onkundig sommigen zijn. Over de ego-cultuur. Over homo homini lupus. Over de relativiteit van alles.

Want dat heb ik me voorgenomen: ze gaan allemaal niet te veel moeten memmen over hun pietluttigheden en onbelangrijke feiten. Zonder een zure, norse man te willen worden ga ik meer nog op zoek naar het genot van het moment. Ik had dat al enkele jaren in mij, gelukkig, ik ga het nog meer doen. Wat zou ik me druk maken over hoe ik mijn bankrekening meer kan spekken? Wat kan het mij schelen dat ik geen flashy sportkar heb? Waarom zou ik me conformeren en een brave burger worden? Waarom zou ik censuur tolereren?

Ik zal de komende tijd wel erg kregelig worden als ik de mensen bezig hoor over die toch niet zo zachte biefstuk, over de slechte sneeuw in Avoriaz, over die foute tackle in match X, over de boter die weer 20 cent duurder is geworden of over de mindere aanbiedingen in de solden. Waar gaat het allemaal over zeg? Over dat vuil slijk, dat de warmte uit mensen zuigt?

Ach, laat ik vanaf hier maar mijn zuurtegraad weer naar beneden trekken. Maar ik bedoel maar, geen onnozele praatjes voor deze jongen de komende tijd. Tijd voor vrienden en plezier. Tijd voor (werktitel) Jip die eraan komt. Tijd voor Janneke, die groot wordt.

Nu eerst nog tijd voor Elke. Ons gruwelijk onttrokken, maar we gaan ze ook vrolijk uitwuiven. Met een glimlach. Of een grimlach.

Elke

Elke, omdat je was wie je was. Lieve (schoon)zus, het ga je goed. Vol gedachten en vol herinneringen ben ik. Zonder woorden ook.

Elke, mijn zus

Proche du peuple?

Ik viel bijna van mijn stoel toen ik het zag. Neen, niet bijna, ik donderde gewoonweg naar beneden. Uit mijn bruine hoekzetel. Op de zender genaamd VTM voltrok zich het jaarlijkse showspektakel van de verenigde Belgische voetballerij: het Gala van de Gouden Schoen.

Calimero

Milan Jovanovic, een Servische spits met kruit in de voeten, werd (wellicht terecht) gelauwerd als de beste voetballer op de Belgische velden in 2009. Maar de man was niet aanwezig op de uitreiking. Standard, niet vies van af en toe eens een Calimero-houding (“wij worden gekloot door Jan en alleman, vooral door Jan”), stuurde alle Luikse katten naar de show. Want de krant Het Laatste Nieuws had Axel Witsel na de hele affaire met Marcin Wasilewski van Anderlecht (tackle hier, tackle daar, voet volledig omgeplooid) durven te catalogeren als een slechterik pur sang. Eigenlijk zelfs niet de krant, eerder de site, die redactioneel volledig onafhankelijk is van de krant, wist de hoofdredacteur van de krant me te vertellen.

Juist, ‘t was ietwat overdreven. De vorige Gouden Schoen werd gecatalogiseerd in een rijtje van seriemoordenaars en dilettant gespuis als Kim De Gelder. Overdreven? Nogal enorm. Maar de krant had haar excuses aangeboden. Volstaat dat? Misschien wel niet, een journalistieke dwaling van jewelste kan je niet zomaar gauw even met de mantel der liefde bedekken. Maar de papier maché uit Asse had de fout ingezien en liet dat blijken.

Standard bleek toch -een dag voor de uitreiking- nog altijd gevoelige en blauwe tenen te hebben. Niemand mocht zich vertonen op euh, ja, de vertoning. Zelfs niet de gedoodverfde winnaar, Jovanovic. Kleintjes.

Een deus ex machina

En wat gebeurt er? Een Shakespeariaans maneuver, een schoolvoorbeeld van een deus ex machina. Ene Yves Leterme kwam het podium op om de trofee van de hoogst afwezige Jovanovic in ontvangst te nemen. Grijnsbekkend en half geforceerd nam de man de replica van de schoen in ontvangst. En er kwam nog een potje halfbakken Servisch idioom aan te pas. De katholieke koorknaap uit de Westhoek had een mondje Balkanees geleerd en wou zo de Luikse tifosi charmeren.

Mogen we dat hoogst dubieus noemen? Hoogst wenkbrauwfronsend? Hoogst opportunistisch? Dat de man supporter is van een welbepaalde club, ach wat. Schoonvader Dehaene heeft ook een onomstotelijke link met Club Brugge, senator Pol Van Den Driessche voert het hoge woord bij Cercle Brugge, Vincent Van Quickiebornie stond al eens met een sjaal van KV Kortrijk te wankelen en Caroline Gennez doet nog beter: zij supportert voor én Racing én voor KV Mechelen. Da’s zoals kiezen voor de Hutu’s én de Tutsi’s – vergeef me de licht misplaatste overdrijving.

Profilering

Hoe “de politiek” een volkse belevenis aangrijpt om aan profilering te doen, verbijsterend. Direct schiet het beeld op mijn netvlies waarbij Didier Reynders én Michel Daerden indertijd de kampioenenviering van de Rouches van Standard kwamen meevieren. Wat Daerden, retorisch best apart te noemen, de volgende historische uitspaak ontlokte: “Regarde, ça c’est aimer le peuple, proche des gens, vive la Standard!” Die Daerden is diezelfde van de grote presidentiële akkoorden in Ans, die man die in een handomdraai van een groenboek een witboek maakt, die een nietszeggend antwoord over de aanpak van de pensioenen verpakt in een stand-up comedy-act van hoog niveau. Met een grijns erbij, zo breed als de Maas. En da’s breed.

Al snel denk ik ook aan Silvio Berlusconi, wiens prominente oren doen denken aan de betere pizzabodem van casa di mama. Mediamagnaat, zakenman, politicus ook naar ‘t schijnt, wellicht zo corrupt als het gemiddelde personage uit “The Godfather”. Die middels zijn voorzitterschap van AC Milaan zieltjes won. En wint. De Rossoneri als opstapje naar de eeuwige roem. En dan krijgt zo iemand al eens een Dom van Milaan tegen zijn smikkel. Tot bloedens toe. Het toeristenkleinood verworden tot wapen van de protesterende burger. Je moet iets doen met de ontkerkelijking. Wat ie dan weer handig uitbuit. Als de Calimero van Italië. Een risorgimento van de moderne tijden.

Calimero? Kwam al eerder voor. Bij Standard, bestuurd en bestierd door de broertjes D’Onofrio. Lekker Italiaans. Pastamonarchieën. ‘t Zal wel toeval zijn en een door een columnist vergezochte link. Maar toch. En Yves, past ie, die schoen? Of heb je hem toch al aan Jovanovic gegeven? Met een kwinkslag op zijn Servisch.

Laat voetbal voetbal zijn. Een sport, een spektakel, een beleving, een cultuur zelfs. Maar geen electoraal wingewest. Grazie mille.

(ook verschenen op deredactie.be)