Lieve Janne,
‘t Is exact drie jaar geleden dat je op de wereld bent geworpen. Ik had toen nog niet door welke revolutie me te beurt viel, ik heb zelfs nog enkele weken, ja zelfs maanden, moeten wennen.
Naderhand werd me duidelijk wat me was overkomen en wat me nog zou te beurt vallen. Je nam stukje bij beetje je eigen leventje in en je klauwde kriebelend aan mijn leven, aan mijn zijn, aan mij, aan mijn vaderhart. Je moeder heb je zo mogelijk nog meer ingepalmd, zij heeft dan ook al immens veel tijd met je gespendeerd, nu drie jaar later is dat nog altijd zo, ik sta soms in opperste bewondering hoe zij dat allemaal voor elkaar krijgt met haar drukke agenda.
Janne, de mensen zeiden me dat je niet weet wat je mist als je geen kinderen hebt. Dat klopt. Je hebt me de voorbije drie jaar gecharmeerd, getroffen, opgejaagd, en heel af en toe ook eens geërgerd, geprikkeld en meermaals ontroerd. Sinds jij er bent wellen tranen vlotter dan ooit in mijn ogen. In alle mogelijke situaties. Een mens wordt ouder, gevoeliger, weker. Verstandiger ook zeker?

Janneke, ik kan honderden momenten noemen die me zijn bijgebleven de voorbije 36 maanden. Maar ik ga er niet aan beginnen uit schrik minstens één topmoment te vergeten. Het zit in mijn hoofd, dat is onbetaalbaar. En bovenal, ik heb duizenden, werkelijk duizenden foto’s van jou én ik heb enkele honderden filmpjes. Allemaal materieel, maar toch…
Hoe graag ik je moeder ook zie, als ik jouw haar besnuffel ben ik op slag weer verliefd. Als jij prevelt en spreekt, zijn de muren als klankkasten vol galm en zoete melodie – je was een late prater, maar het zeemzoet van je iele stemmetje is er langzaam toch doorgekomen (de huig-r ook trouwens, grappig). Als je weer eens je intussen bekend oerkaraktertje laat spreken, verman ik me om het niet al te zeer toe te juichen. De wereld is niet gediend met seuten en brave ja-knikkers. Kloten heb je nodig, maar nu ook niet al te veel.

Maar doe maar. Doe vooral maar. Kies maar, ga maar, wees wie je bent. Laat af en toe die -ook ouder wordende- papa van je in je leventje binnen. Blijf hem bedwelmen met je vette lach. Blijf hem -en je mama- verdoven met je liefde voor je zusje (prachtig om jullie de voorbije tijd samen bezig te zien). Blijf ons ontroeren en ontvoeren met je ogen die geen tranen dragen, maar zachte parels.
En weet, Janneke, dat er van ergens heel ver weg minstens twee paar ogen meekijken, van lieve mensen die je liefst hadden vastgepakt. Maar in het leven gaat het vaak niet zoals je het zelf wil, dat leer je nog wel.
Later, veel later. Maar trek je dat niet aan, eerst nog een hoop jaren gewoon Janneke zijn, dat zou me plezieren. En neuzeneuze doen. En springen op mijn buik. En op mijn rug hangen. En knuffelen. En zeggen dat papa “lief” is.
Straks een berekoek, Janneke?