En dan kom je thuis. Al vier dagen heb je je kinderen amper of niet gezien. Door late diensten op het werk. En door een afspraak met maten (de jaarlijkse “Godfather”-avond). En als er tijd was op zondagvoormiddag moest er nog in ijltempo gemonteerd worden voor de uitzending op zondagnamiddag. Dat doe je tegenwoordig met een laptop met alles erop en eraan, met een GSM-verbinding, zo kan alles hypersnel worden doorgestuurd. Thuis dus, dat wel.
En dat doe je dan met je gedochterte in de buurt. En je kan eigenlijk veel te weinig aandacht schenken aan hen want “papa is bezig met werken”. Dus ze storen eigenlijk wel wat. Beetje sneu, ik weet het. Al vroeg ik Janneke of ze later ook voor de radio wou werken. En zei: “Ja, papa”. Ik zal er haar maar niet op afrekenen zeker? Maar een leuk antwoord, dat wel.
En dan komt dat stukje op de radio. Een al bij al -al zeg ik het zelf- mooi werkstuk, de eerste aflevering van een serie die ik maak voor “Sporza” op zondag. “Hoe zou het zijn met?”, terugblikken op én interviewen van grote persoonlijkheden uit het sportverleden (eerste in de rij was/is ex-trainer Henk Houwaart). En als je ‘t dan hoort in de ether ben je content. Maar je weet ook dat je een voormiddag leuke tijd met je kinderen hebt laten schieten.
En ‘s nachts -bij het thuis komen- zie je dat er boven nog licht brandt. Janneke heeft nogal de gewoonte om dat licht aan te leggen, ook al verbieden we dat. Je gaat naar boven om dat licht te doven. En zij ligt dwars over haar bed, op een pyjama na volledig bloot. En je legt haar goed want het is toch de eerste koude nacht van het najaar.
En ze wordt wakker. Heel eventjes. En ze drukt zich tegen je aan. En ze zegt nachtelijk oprecht: “Papa is lief hé”. Tja, ik kan je zeggen dat je dan de tranen uit mijn ogen kan vissen. Zo week ben ik wel. Weer onder het Roodkapje-dekentje leggen, zoen, en slaapwel. Een vaderhart prikt dan, maar is gelukkig.
Om nog maar te zwijgen over die kleinste in huis, onze Sienemie. Té weinig beschreven op dit blogje de voorbije maanden wegens bezig. Met de dingen des levens en met enkele familiale toestanden die de pure schrijfgoesting vaak ontnamen. Sientje minder belangrijk? Quod non, wees maar zeker.
Een kind is het dat bijna continu lacht en daarbij opklaart. Echt, heel haar gezicht gaat mee. En plooit mee. Mee lachen is het. Binnenkort nog eens een postje over haar alleen. Ter vergoelijking. Al hoeft dat niet echt. Toch niet om het goed te maken. Ze weet dat wel. Ook zij is mijn copine, mijn helft van mijn vaderlijk geluk. Zij slaapt rustig beneden. En kan nog geen lichtjes aansteken. Maar dat zegt niets.
Ach, vis maar die tranen, voel maar die weekheid als het over hen gaat. Ik ben er zéér gelukkig mee. Nooit gedacht -pakweg vijf jaar geleden- dat ik dat ooit zou zeggen. Mijn gedochterte…
Ik ben ouder geworden. En vader. En zachter. En beter, ja, denk ik wel. Vis maar… Graag.