Laatste reacties


Manisch en ik

Om de vorige post wat te milderen en omdat slaan en zalven nu eenmaal mijn eeuwige ik is… “My manic and I”, van ene Laura Marling. De nieuwe Suzanne Vega wat mij betreft. Ooit getoerd met ene Marcus Mumford (ja die) in haar voorprogramma. Een zondagsplaat, op woensdag deze keer. Haar plaatjes liggen al bij mij thuis. Té goed om te laten liggen…

Angry older man

Ik zit al meer dan een week te sikkeneuren op dit postje. Doen, of niet? Dus wel. Niet het vrolijkste van mezelf, m’enfin. Omdat iets me van het hart moet. Omdat schrijven therapeutisch werkt. Omdat dit mijn persoonlijk (weliswaar openbaar) dagboek is. Omdat ik het toch eens moet zeggen. Inhouden heeft geen zin, braken is beter dan slikken.

Feit is dat ik al enkele weken niet langer mijn vrolijke zelf ben. De reden is niet ver te zoeken: vorig jaar was een rampjaar voor mijn vrouw, omgeving en ik. Drie mensen afgeven die je dierbaar zijn, in amper twaalf maanden tijd, het doet wat met een mens. Oké, ook intussen een kleintje bijgekregen dat het zeer goed doet, net als dat ander heerlijk meisje in huis. Niet te vergeten. Opbeurend en ‘t heeft en ‘t geeft zin. Maar enkele mokerslagen doen iemand sterretjes zien, ook bij “sterke karakters” zoals mijn eega en ik. De puist heeft een jaar gegroeid, ze is nu opengebarsten. En etter is lelijk. En stinkt. En stoot af. Het weze zo.

Een onomstotelijk feit is dat ik minder lach tegenwoordig. Ik betrap mezelf erop dat ik me aan alles en iedereen erger. Dat de kleinburgerlijke besognes en materialistische nulliteiten me mateloos de gordijnen injagen. Dat ik me soms alleen voel. Dat ik mijn passie, zijnde comedy, verwaarloos. Dat ik mijn naasten en vrienden wellicht ook wat in de kou laat staan. Ik ben in plaats van een bolide met snelle reactie- en injectiemotor een aftandse, trage diesel geworden. Die roet spuugt. En vitriool.

Ik erger me de pleuris aan wat ik dagelijks rond me zie. Slijmballerij en gatlikkerij. Opportunisme en halfslachtig vermomd geneuzel. En dat net die kwalen vaak de sleutel blijken te zijn “om er te geraken”. Ergerlijk. Ik kan dat niet, ik ben een slechte leugenaar. Liever de naïeve Don Quichot dan de vileine Don Corleone. Ik wil niet mee in de mallemolen, ik bezit liever mijn eigen malle kindermolen, met plezante figuurtjes en leuke deuntjes, wars van conformisme en zo-moet-het-nu-eenmaal. Ach wat, wie zegt dat? En als je daar dan gehoor aan geeft, ben je dan niet grijs en nauwelijks betrokken? Of is grijs een eeuwige modekleur?

Ik zie combines die er geen zijn. Ondanks veel steun en vriendschap en gehoor, ik heb veel vrienden. Veel oren. Veel vangnetten. Maar uiteindelijk, moet je niets alles zelf beredderen en oplossen? L’enfer, c’est les autres. Ik eis te veel van mezelf. En bijgevolg van iedereen.

Ik twijfel aan alles en trek alles in twijfel. Ik sla heen en weer tussen koele ratio en ongebreidelde vulkanische emotionaliteit. Ik sakker en mekker. Ik catalogeer onnodig veel en schrijf af waar het niet nodig is. Ik wil meer en beter en veel. Ik wil alles, nu of nooit.

Het ideale scenario is duidelijk. Mijn boeltje pakken, mijn drie vrouwtjes mee en weg. Weg. Ver weg. Buitenland. Zon. Onbekenden. Nieuwe horizonten. Onbekende plekjes. Tijd om te denken. Te ordenen. Te doen. Enkele maanden. Huis zo laten, vrienden in stoppen voor een tijd en elders naartoe. Met een minimum aan communicatiemiddelen. Narcismebook Facebook, Splitter Twitter (wat ik sowieso al niet doe), Jail Mail, … Niets van dat. Enkel wat telefoon (voor sommigen al een onoverkomelijke drempel) en desnoods een envelop met een brief in. Met een poststempel die uitgelopen is door de woedende en geselende regen in Belgenland. Of Vlaanderland. Of Absurdistan.

Maar tussen droom en daad staan wetten in de weg en praktische bezwaren (dank je, Willem). Vooral dat laatste. Sabatten kost centen. Ik ben de eerste -al sinds ik werk- om niet in te zitten met mijn rekeningsaldo. Gewoon ervoor zorgen dat je rond komt, dat je kinderen en vrouw het goed hebben en meer doet niet ter zake. Wie weet ben je morgen dood en daar staan die getalletjes dan. Verweesd en uitgerekend, niet van tel en hopeloos weggecijferd. Maar zomaar eventjes weg van alles, neen, kan ik niet. Gaat niet. Realiteit. Waarheid. Naakte waarheid. Confronterend naakt. Niet eens functioneel.

Geen optie, die exodus. Ik moet er zijn en blijven. Ik ga dat ook doen. En strijdend (wat klinkt dit fout poëtisch en ouderwets revolutionair), desnoods tegen windmolens en winderige orakels, zo komen we er weer bovenop. Zeker van. Ik heb een missie, een doel, een ideaal, een principe. Ik heb nog principes, ha!

Waarom word ik nu plots zo’n hopeloos passé angry young man? Older man intussen. Nog zoiets: de tand des tijds die om zich heen bijt en kloven, gaten en littekens trekt. Nog eens 26 zijn, nog één keer zo, heel even… Te laat, gedaan, voorbij, voortdoen.

We komen er wel, zeker weten. Liever snel dan traag, liever ooit dan nooit, liever met obstakels dan nooit geprobeerd. Ni Dieu, ni maître. Maar sta me vrijelijk toe dat ik dezer dagen heel even, even, soms, regelmatig, vaak eens wil roepen en schoppen. Omdat ik veel dingen beu ben. Behalve die dingen en die mensen die me heel nauw aan het hart liggen. En dat is toch nogal wat, kan ik zeggen. Best maar.

Om het met mijn eeuwige wijsgeer Jacques Brel te zeggen:

Il faut oublier
Tout peut s’oublier
Qui s’enfuit déjà
Oublier le temps
Des malentendus
Et le temps perdu
A savoir comment
Oublier ces heures
Qui tuaient parfois
A coups de pourquoi
Le coeur du bonheur

En als ik dan toch tijdelijk zou verdwijnen…

Moi je t’offrirai
Des perles de pluie
Venues de pays
Où il ne pleut pas

Ach, alles komt altijd goed, zeg ik altijd. Ik heb het niet van mezelf, ik heb het van elders, ik het het ooit eens gehoord, of ooit eens gelezen. Of het mezelf ooit eens ingebeeld.

Sta me toe dat ik deze traan van woorden pleng. Wellicht was ik nooit eerder zo duister. Ik ben à fond ook niet duister, ik ben gewoon moe, ben heel veel toestanden beu en ik wil dat het anders begint te lopen.

Met dank voor uw aandacht. Geen commentaren, noch wensen. We komen er wel. Leef toch je leven als het allerlaatste uur, zong Youp. Motto. Slagzin. Levenswijsheid. Welaan dan, op naar morgen, naar beter, naar voldoening.

Iemand nog een aperitiefje? AvantiEt demain est un autre jour

(en nu op Publish drukken, of ik durf het nooit meer…)

Vlinderend draaien

Kort maar krachtig: “Papillon” van Editors. ‘t Heeft hier al ooit eens gestaan, maar niet deze prachtige akoestische versie, die de collega’s van Stubru konden registreren, in die legendarische Marconi-studio bij ons.

Trouwens, bij deze aankondigen dat ik vanavond nog eens Zondagsdraaier ben in “Trefpunt” aan Sint-Jacobs. Nog eens onversneden en zonder regels de plaatjes opleggen die ik wil horen. En die “het publiek” dan ook zal horen. Lange tijd heb ik het niet meer gedaan wegens allerlei redenen. Ik weet dat ik de vorige keer ook minder gelukkig was achteraf. God mensen, ‘t is al bijna twee jaar geleden zeg, zie ik. Ik heb er zin in.

Caleidoscopie wordt het weer, voor elk wat wils. Klaar voor Mumford & Sons, Stornoway, Postal Service, Morrissey, Nits, Preisner, Rota, Coltrane, Brel, Stranglers, The Police, Everything But The Girl en Tiersen. Met als werktitel The Peter Pan Project.

U mag ook komen!

Klassiek momentje

Soms, heel soms, ben ik een beetje een oude zak. En ik ben dat graag. Ik ben immers een geweldige liefhebber van oude klassieke muziek, van Vlaamse polyfonie, van barok (O Orlandus Lassus, O Josquin Des Prez), van renaissance, van Vlaamse topdingen als Collegium Vocale en Philippe Herreweghe of van Paul Van Nevel zijn Huelgas Ensemble.

Ook kan ik me heerlijk wentelen in werk van bijvoorbeeld Sir John Eliot Gardiner, die ik een paar maanden geleden Monteverdi zag dirigeren in het Concertgebouw in Brugge. En van die mens heb ik nu net bij mijn favoriete online winkel een box besteld. Met onder meer zijn bewerking van “The Indian Queen” en “Music for Queen Mary”, allemaal van een absoluut onderschatte, minder bekende en barokke Engelse componist: Henry Purcell.

Ik heb er dan maar nog wat werk bijgevoegd van iemand die ik op last.fm al dikwijls eens zag passeren: de Catalaan Jordi Savall. “La folia” is een standaardwerk van hem en ik las zoveel goeds over zijn “El Nuevo mundo”, dat ik het ook heb besteld. Blindweg, al weet ik wel zeker dat ik het zal lusten.

Allemaal oude niet-krakende muziek, voor mijn nieuwjaar.

En jij daar snoodaard, die zit te wachten tot ik mijn overstap naar Klara aankondig, helaba gij, ik heb ook die worp van Balthazar in huis gehaald, “Applause”. Zo oud ben ik nu ook nog niet!

De nacht…

Gisteravond om 22 uur in bed gekropen. Niét ziek nochtans én er zijn geen speciale goede voornemens gemaakt (er was wel een glurende ochtenddienst). Sommige dingen gebeuren. En passeren. Voor iedereen een 2011 vol rode rozen gewenst. Wacht maar op de nacht…

Deze als muziek op zondag, ook al is ‘t dinsdag…

2011 en poging elfendertig

De voorbije maanden heb ik hier weinig geplaatst. Heel vorig jaar eigenlijk. Ik moest me vaak naar mijn blogje slepen om er iets op te zetten. Tja, dan liever niet. ‘t Moet leuk blijven.

En leuk was het vorig jaar allerminst. Ik heb veel te vroeg mijn schoonzus en mijn schoonvader moeten laten gaan. Elke is in januari heel plots overleden en je kan alleen maar hopen dat haar zo veel ellende is bespaard. Raf werd ziek op oudejaar 2009 en is goed een half jaar later ook al overleden, na een hevige en niet te winnen strijd tegen de vieze ziekte. Hij zo sterk als tien beren, maar langzaamaan uitgedoofd.

Ik heb veel van hem geleerd, ik had hem graag, ik zag hem graag en ik voelde dat dat omgekeerd ook zo was. Helaas, ik had nog zoveel glazen wijn te goed met hem, nog zoveel dolle gesprekken, nog zoveel hilarische discussies. Nooit meer. Een getalenteerde opa is weggevallen. Mijn gedachten gaan naar mijn schoonmoeder die haar huis ongewild zag leeglopen.

En op het einde van vorig jaar moesten we ook nog noodgedwongen afscheid nemen van het piepjonge dochtertje van goeie vrienden, ook metekindje van mijn vrouw, die zo wel tot drie keer toe een mep in haar mooie gezicht kreeg. In één verschrikkelijk jaar tijd. Annus horribilis.

Nu, in het voorbije jaar werd ook onze Sien geboren, die opperbest en wonderwel langzaamaan groeit en bloeit. Gelukkig maar. En Janneke doet het ook voortreffelijk, dat hebben we toch. Die twee zijn meer dan ooit mijn absolute heldinnen. Twee klaterende bronnen van geluk.

Professioneel mocht ik niet klagen: mooie en leuke dingen mogen doen op de radio, van “Het Besluit” een mooie versie kunnen maken. Daarnaast met mijn Lunatics een mooi jaar neergezet op het podium. En bovenal heb ik kunnen dobberen in een warm bad van veel vrienden. Zeker op momenten dat ik/we het kon(den) gebruiken.

Een mens mag niet zuur, verbitterd, duister of ongelukkig worden. Dat is ook niet mijn stijl. Maar meer dan ooit ben ik een bohémien in mijn kop geworden. Wat doen hebben en houden ertoe? Wat is bezit, status, titulatuur of aanzien waard? Niets. Ik raas maar door, meer en meer bekijkend wat de volgende dag brengen zal. Niet blind, niet stomweg. Mijn kinderen wil ik voorzien van toekomst, veel toekomst.

Meermaals heb ik me geërgerd aan de onwezenlijke besognes van sommigen, aan de materialistische kopzorgen van menigeen, aan het geneuzel over details, aan de petieterige onrust over de niet-dingen des levens (ook bij mezelf). Velen die amper of geen ellende hebben meegemaakt, beseffen niet hoe goed het hen allemaal vergaat. En gaan maar door in de drang naar meer. Rücksichtlos.

Neem het van me aan, alles kan in enkele uren tijd totaal omkeren. Geniet dan ook van de pure dingen des levens, van de échte waarheden. En die hebben meestal niets met bezit, status of bankstatussen te maken. Dit klinkt zo naïef wereldverbeterend. Maar neem ook dat van me aan, het is gewoonweg zo. Zonder tegenspraak. Dat waar de suffix “euro” niet achter staat, is vaak veel mooier.

Afgelopen jaar heb ik veel blogposts ingeslikt. Net als mijn geliefde, die vaak ook bepaalde tekstjes niet meer wou bloggen. Wat doet het ertoe? Wie heeft nu nood aan mijn/onze mening? Is er eigenlijk wel enig belang te koppelen aan dat wat je op een blog kwakt? Wat is het allemaal waard? Dat maakte dat ik veel ideetjes in mijn kop liet, hier niet publiceerde.

Maar in 2011 wil ik poging elfendertig wagen om “Het Radiofonisch Instituut” nieuw leven in te blazen. Omdat ik het eigenlijk graag doe. Omdat ik door het afgelopen jaar plannen heb afgevoerd, andere plannen heb gewijzigd. En nieuwe plannen heb gelanceerd. Ambitie, wil en gedrevenheid. In die bohémienkop van mij.

In de hoop dat gebeurt wat moet gebeuren. Een rustig jaar zonder incidenten. Zonder weerga. Zonder obstakels. Vloeiend en kabbelend en fris. Omdat ik blijf geloven dat uiteindelijk alles altijd goed komt.

Ik wens mezelf een topjaar toe. Met op de eerste plaats de drie meisjes in mijn huis. En ik wens het ook iedereen die me dierbaar is toe, en dat zijn er velen. Ik wens het u, beste lezer, ook toe.

Welaan dan… Op naar beter! En dat ze voor de rest mijn Glockenspiel kussen…