Oudercontact
Ik zette dit op m’n Facebook: “Oordeel van juf Caroline na iets meer dan een jaar eerste kleuterklasje voor Janne: sociaal, lief en leuk kind, clever en een harde werker, maar wel nogal een willetje, ja, zelfs dominant te noemen. Waarom was ik niet verrast?”
We gingen/moesten/wilden naar het oudercontact en kregen te horen wat we hadden voorspeld. Onze oudste is niet onbesproken, is nogal een karaktertje, weet wat ze wil en manifesteert zich. Graag gezien, leuk kind, maar niet de makkelijkste. Soms té, vinden wij ook, maar ze heeft tenminste vista in haar bloed. De scherpe kantjes willen we er wel afvijlen, anders wordt het onaangenaam, maar kom, de jongedame stelt zich. Dat tenminste.
Janne is een heerlijk kind, een meisje met een wil en veel gedoe, die zich niet laat doen en duwt en trekt waar ze wil. Soms té. Soms te letterlijk. Maar ze gaat recht door zee. Maar o wee als ze ze een zoen niet heeft gekregen, of als een knuffel haar is onthouden.
En we hadden Sien mee, de jongste, en de jongedame baande zich (letterlijk) een weg doorheen de school, langs de gangen, langs de dames van de opvang. Zij is -denken we- zo mogelijk nog astranter, doordebakser, recht vooruit, ze moet ook opboksen tegen een oudere zus met pit. Het willetje spat soms haar uit haar kleine oogjes.
Ik heb -samen met mijn eega voor alle duidelijkheid- twee meisjes met fond, pit, wil, karakter, hoe je het ook wil noemen, gemaakt. We gaan ons dat nog beklagen, we zullen het ons nog heugen, dat ook.
Ze zullen lof ontvangen, maar ook banbliksems, omdat ze nu eenmaal niet altijd mee willen. Ach wat, de weg der mediocriteit is bezaaid met de stenen der meegaandheid. Ik vind het nu eenmaal bijwijlen leuk, ja uitdagend, ja lovenswaardig om wat tegen te spartelen. Ze zullen in hun levensloop al genoeg moeten knikken. Deemoedig. Omdat het moet. Omdat je dat vooruit helpt. Zwijgen is vaak beter dan spreken. Hoezeer ikzelf dat ook verafschuw.
Nu, weet je, we spreken over ettelijke jaren. Hopelijk zijn ze dan gevormd, gepokt, gemazeld, en geleerd. En zeg ik dat het een beetje excentrieker, anders, vrijer en specialer kon. Maar dat hun attitude hen vooruit zal helpen.
Janneke, volgend schooljaar iets meer meedoen, iets minder bazen en commanderen. En al de rest is rabarber, zoals een oom én mijn grootmoeder plachten te zeggen.
Ga maar, ga dan, wie houdt je tegen?
