Post #1000
Dit is em dan: mijn duizendste post op “Het Radiofonisch Instituut”. Het zat al een tijdje te tikken en nu is het zover. Duizend meninkjes van mij, duizend gedachten, duizend tekstuele neerslagen. Met deze post begonnen, op 19 november 2006. Toen was ik al radiomannetje voor Sporza, maar ik had nog geeneens kinderen, het eerste moest zelfs nog “gemaakt” worden. Hoe de tijden in een periode van duizend posts zijn veranderd…
Mijn vrouw blogde al een tijdje, had mee Gentblogt opgericht en ik ben gezwicht. Ik wou meedoen, ik wou publiceren, ik wou een publiek. Welaan dan. Zo ging het.
Nu zijn we 46 maanden later. Duizend posts, goed voor gemiddeld 2,5 comments per stukje. Zowat 1000 stukjes op pakweg 1400 dagen, pas mal. Niet overdreven veel, maar toch iets. Ik heb -denk ik- een tijdje geresideerd tussen de zogenoemde A-list bloggers. Ik had volgens enkele internetuele parameters wel wat influence, maar’ t zal afgenomen zijn. Zeker van. Ik publiceer het laatste jaar te weinig. Bedolven onder een blogger’s block, bevangen ook door enkele keiharde privézaken die me vaak het schrijven hebben belet. Ik zal nog eens wat links van de “grote bloggers” nodig hebben.
Als ik de voorbije maanden bekijk, heb ik schandalig weinig geplaatst. Maar ik ben blijkbaar ook die efficiëntie kwijt om rap tussendoor iets te pennen: werk, relatie, twee kleine dochters, geen goesting, bezig met tientallen andere zaken etcetera. Excuses zijn er om ze aan te wenden. Ik moet vooral nog eens iets over mijn jongste dochter plaatsen. Onder meer. Evenzeer mijn oogappel, maar nog te weinig over geschreven. Alhoewel, is dat de bedoeling van mijn blog? Mja, beetje wel.
Veel geleerd in die bijna vier jaar tijd. Hoe je op het internet in principe iedereen aanspreekt met je zieleroerselen. Hoe iedereen kan, mag en zal meelezen. Vaak amusant van reacties, soms hard confronterend qua commentaren. Al eens met twisten ook. Hoort er dan bij zeker, als je alles op het net gooit?
Vreemde dingen ook meegemaakt in die bijna vier jaar tijd. Mijn zogenoemde “muziek op zondag” (nooit zo an sich geproclameerd) dat een fanbase heeft gekregen. Ik, ego, de man met de diverse maar bijwijlen foute muzieksmaak, die mensen lokt met zijn muziekjes. Hoe divers en discutabel ook.
Dit blogje heeft ook al dingen opgeleverd, ben ik eerlijk in: schrijfopdrachten en presentatieverzoeken. Maar vooral ook, enkele vriendschappen die zich zonder deze URL nooit zouden hebben voorgedaan. Van virtuele kennissen naar contacten in real life, vaak zeer amusant. Leuke bijkomstigheid, daarvoor alleen al ben ik blij dat ik een blogje ben begonnen.
Ik doe voort. Schrijven. Ik heb een hernieuwde goesting. En hopelijk nog een publiek. En zoniet, wat dan? Een blog is het beste dagboek. U blijft lezen? Welkom!
Raf
Raf, het is heel erg dat je moest gaan. Omdat het nog te vroeg is. Omdat je een geboren opa was, een gedreven en getalenteerde vader, een meester-handigaard, een mens naar mijn hart, een droge komiek, een poespashater, een heerlijke gesprekspartner, een ideale schoonvader. De strijd ben je aangegaan, maar heb je verloren.
Rust goed, geef Elke een zoen van ons en weet dat je een voorbeeld zal blijven. We vertellen alles aan je kleinkinderen, die je amper of niet zullen hebben gekend, dat is nog het grootste drama. Je zotte konijnen.
En nu is het genoeg geweest, in nog geen half jaar tijd. Nu willen we allemaal rustig voortdoen. En ik hoop dat je ons op een of andere manier nog kunt gadeslaan. En nog eens onbedaarlijk kan lachen. Met onze onnozelheden. Maar ook met onze pogingen om je geest voort te zetten.
“Al wie zijn gedacht doet, zal een jaar langer leven”, zei je altijd. Hmm. Nochtans heb jij altijd je gedacht gedaan.
Bedankt, Raf. Vaarwel. Verdomme toch.
Sien, dag 3
Sien is drie dagen oud en ‘t voelt allemaal nog wat vreemd aan. Ik moet nog wennen aan de idee dat ik een tweede kind heb, loop eigenlijk wat half verdwaasd rond (ook al door heel het regelgedoe dat erbij komt kijken), vind het vreemd om ‘s avonds in een leeg huis toe te komen (want Janneke verblijft dezer dagen bij vrienden en schoonfamilie en komt af en toe eens piepen in het ziekenhuis, gelukkig lijkt ze goed te reageren op haar zusje).
Nog even en we zijn met heel onze nest verenigd thuis. Ik met mijn drie vrouwen zeg, een vreemd maar aangenaam idee.
Benieuwd wat het allemaal brengen zal. Een deel van wat komt, kennen we al. Een ander deel moeten we schonekes afwachten. We zullen wel Sien (woeha, daarmee is de eerste foute punch line er ook al).
Iedereen bedankt voor de wensen hier, via Facebook, via SMS en vooral ook in het ziekenhuis. ‘t Overdondert nog allemaal wat eigenlijk…
Elfdaagse
Wachten is wat ik vooral heb gedaan de voorbije anderhalve week. Wachten op iets wat komen zal, maar je weet eigenlijk niet goed hoe of wanneer. Elf vakantiedagen kwijt in zekere zin, maar aan de andere kant heb ik ook wel degelijk die elfdaagse gehad.
Ik had en heb heel wat op mijn to do-lijst staan en daar zal eigenlijk maar een deel van gedaan zijn. Omdat je hoofd er niet naar staat, omdat je in andere sferen zit en ook wel door de turbulentie van de voorbije weken.
Maar ‘t heeft me een Gran Canaria in Gent bezorgd. Veel slapen (ik had precies wel wat in te halen), veel mentale rust, weinig ondernemen, enkel het weer viel minder mee. Veel kunnen samen zijn met mijn vrouw en dat is niet van onze gewoonte wegens agenda’s en van die moderne dingen. Veel samen geweest met Janne ook die haar laatste dagen als enige knuffelpop in huis beleefde. Ik vraag me af hoe bewust ze daarvan is. Ze was wel bewust genoeg om nu al de kleuren te leren en alles wat naar een bepaalde kleur neigt zo te benoemen. En ja, “groen” toont al een verdoken neiging tot een typische Gentse (schraap) -r.
Een dag als de afgelopen dag biedt dan ook leuke uitjes. Gewoon wat wandelen in de stad, fotootje trekken, hapje eten, muziekcollectie uitbreiden tegen batjesprijzen (Daan, Kings of Convenience, Absynthe Minded uiteindelijk, Massive Attack, Bram Vermeulen, Arsenal en Editors) en nadenken over hoe alles aan te pakken de komende weken. Leuk nevenfeit was en is hoe de blogosfeer, het Facebook-dom (of hoe noem je dat?) en de goeie ouderwetse vriendschap meeleefde. Tot op zeker moment, plots denkt iedereen dat er deze keer wél eentje zal blijven zitten.
Ooit moet dat kleintje de marathonzitting in de buik voor bekeken houden, ‘t moet wel voor één dezer dagen zijn zeker?
Dan nog enkele weken babybabablues en dan langzaamaan weer de serieuze dingen des levens en eens een puur rationele post. Een mens kan niet blijven in zijn purperen kasteel zitten…
Laatkomer
Mja, ‘t is weer van dattum. Net als Janne zal kind #2 een laatkomer zijn want de uitgerekende datum is voorbij. Niet dat ‘t erg is, de voorbije dagen waren al intens genoeg, even nog wat rust is welkom.
Intussen is er een consensus over de jongensnaam, de meisjesnaam ligt zo goed als vast, maar is wellicht nog niet helemaal zeker, niets te vroeg eigenlijk.
Enfin, ik moet niemand vertellen dat ‘t hier spannende dagen zijn. En dat ander sprotje hier, dat blijft intussen zot doen en lachen. De onwetendheid en de onschuld van een tweejarige, ik ben er jaloers op.
En ‘t zal me benieuwen, ja, ‘t zal me benieuwen…
Ter afwisseling
Ik kom maar niet aan schrijven toe de voorbije tijd, nochtans liggen een hoop ideeën te rijpen – dus de statements of besprekingen komen er nog aan. Maar druk, geen tijd en wat ambetante gebeurtenissen op deze plek, enfin, dan maar even vullen met dat koddig persoontje hier in huis (en klikken op de foto leidt naar andere plekjes).
Janne, na twee jaar
Op 17 september 2007 werd ik vader, voor het eerst. Ik kondigde dat zo aan. Op 17 september 2008 werd Janne een jaar oud, ik schreef er toen ook over. Nu is ze twee jaar oud.
Twee jaar al tors ik een verpletterende verantwoordelijkheid, hoewel dat zelden zo aanvoelt. Twee jaar al heb ik een heldin, twee jaar al is mijn wereld veranderd en toch ook totaal niet. Lijkt het soms zo ongelofelijk logisch.
In een jaar tijd is ze weer veel veranderd en geëvolueerd. Haar haar is enorm gegroeid en krult zelfs, zelfs is ze ook gegroeid, ze stapt en loopt als de besten, ze praat meer en meer (met als mijn absoluut favorietje het woord “mooi”, hoe ze dat uitspreekt, da’s ook echt “mooi”), ze communiceert, ze heeft een willetje, ze wordt groot.
Ach, ik spaar verder de bijwijlen kleffe lyriek van de trotse papa. Maar prentjes mogen wel (klikken leidt je naar meer kiekjes), voor de liefhebbers.
En volgend jaar is het weer anders, als alles goed loopt de komende maanden, is er dan nog een wezentje extra. En ik die nooit ofte nooit kinderen wou, moet je dan weten…
Zeewaarts
Ik moest afgelopen zaterdag werken en reed zo rond 9 uur richting Brussel. Voor de oprit van de autostrade was het pokkedruk. Want ook daar ligt de oprit naar de andere kant, richting Oostende, richting zee. En aanschuiven, dat waarschijnlijk kilometers lang.
Ik verbaas me er altijd over. Wie doet dat nu vrijwillig? Wie wil nu aanschuiven terwijl ie vooraf weet dat het van dattum zal worden. Raar. Geef me dan maar de Ardennen. ‘t Is verder, maar ‘t bevalt me meer.
Al moet ik toch eens meer met mijn dochter naar zee, dat wel. Mijn collectie foto’s van haar (duizenden en duizenden intussen) toont toch maar weinig zandkorrels. Ik zal inderdaad eens de fotograferende autochtonen (zijn dat dan vissen?) moeten inschakelen.
Ma fille de fluor
‘t Is een tijdje geleden dat mijn heldin hier nog eens stond. Ook al omdat ik meer dan een week lang geen enkele foto heb genomen van haar (voor wie me kent: dat is een half mirakel). Ze was overwoekerd door tientallen muggenbeten. Eén dolle nacht had haar gezichtje en haar armpjes volledig verwoest, er was bij momenten niet op te kijken.
Maar de natuur herstelt snel en ‘t is zo goed als in orde nu. En zo groeit en bloeit en tatert ze alsmaar meer. Voor de liefhebbers: een reeks nieuwe foto’s als je doorklikt…


















