Terugdenken aan 9/11. Ik herinner me vooral een ouderwetse tv-avond met allemaal televisielozen die kwamen kijken daar in ons appartementje, recht tegenover waar we nu wonen. En dat we goed gelachen hebben. Sorry, guys.
Ik herinner me bij de schuldigen zeker nog mijn vrouw-die-toen-nog-vriendin-was, mijn nog altijd zeer goeie vriend annex peter van mijn jongste en ik van de zijne, Joris, vriendin Lies, die Henk van “Zonde van de zendtijd”, vriendin/actrice Katrien en Bjorn, ook al van “Zonde van de zendtijd”. En eigenlijk allemaal kornuiten van “The Lunatics”. Daarmee dat lachen zeker?
Enkele dagen later begon ik op de VRT. Da’s tien jaar geleden, mensen. Ik ga me even onderdompelen in een emmer melancholie.
Ik heb het moeten leren, maar ik ben een liefhebber geworden van geuren en smaken. Geuren als daar zijn de geur van de nacht, Davidoff for Men, een bakkerij aan het werk, diesel, Italiaanse rode wijn, pepers, frietvet, drukwerk dat ruikt naar frietvet, een goed gebakken steak en zo meer.
Ik ben in de loop der jaren, ja, ik geef het toe een verslaafde geworden. Niet aan drank of drugs, wel aan koffiebonen en mosterd. Sinds enkele maanden hebben we thuis een op en top Italiaanse koffiemachine. Dat werkt op echte bonen en dat produceert de meest fantastische, lekkerste koffie. We kunnen die gelukkig vinden in één van dé speciaalzaken van Gent, de Mokabon, in die typische gele zakjes.
Heel af en toe, neen, heel vaak kan ik me niet bedwingen en graai ik in het bonencompartiment van de machine. En ruik aan de bonen en aan mijn vingers. Heerlijk is dat, simpelweg.
Idem met mosterd. Ik ben al jarenlang fan van harde smaken, van pikant, van fors, van stevig, van mét kloten. Ik zweer dan ook al jaren bij mosterd van Dijon (leuke stad, trouwens), al de rest vind ik maar flauwe kak. Tot een tijdje geleden vrouwlief thuis arriveerde met een potje Tierenteyn mosterd. Leek me niets voor mij te zijn want die mosterd met graantjes, ik ben daar niet zo voor.
Neen, ‘t was zonder graantjes, “schetekleur” (zoals een baby’tje in de pamper laat vallen). Geproefd en direct verkocht. Wat een smaak, wat een aroma, wat een lekker penetrante aanval! Gewichtheffers hebben de gewoonte om voor hun poging iets op te snuiven dat alle luchtwegen volledig open zet, wel, die moutarde komt in de buurt. Al-les open! Heer-lijk!
Op de Groentenmarkt in Gent heb je nog zo een typisch winkeltje, met typische Gentse lekkernijen. Met daarvoor het karretje met de even typische Cuberdons. Daar kun je ‘t kopen. Tegenwoordig -ja, verklaar mij maar zot- durf ik enkele lepels nemen, rechtstreeks uit de bokaal.
Mosterd en koffie, wat een combinatie. Laat het vooraf gaan door een spumante, nadien nog een goeie steak bien cuit en een limoncello en ik ben content. Echt.
Dit is em dan: mijn duizendste post op “Het Radiofonisch Instituut”. Het zat al een tijdje te tikken en nu is het zover. Duizend meninkjes van mij, duizend gedachten, duizend tekstuele neerslagen. Met deze post begonnen, op 19 november 2006. Toen was ik al radiomannetje voor Sporza, maar ik had nog geeneens kinderen, het eerste moest zelfs nog “gemaakt” worden. Hoe de tijden in een periode van duizend posts zijn veranderd…
Mijn vrouw blogde al een tijdje, had mee Gentblogt opgericht en ik ben gezwicht. Ik wou meedoen, ik wou publiceren, ik wou een publiek. Welaan dan. Zo ging het.
Nu zijn we 46 maanden later. Duizend posts, goed voor gemiddeld 2,5 comments per stukje. Zowat 1000 stukjes op pakweg 1400 dagen, pas mal. Niet overdreven veel, maar toch iets. Ik heb -denk ik- een tijdje geresideerd tussen de zogenoemde A-list bloggers. Ik had volgens enkele internetuele parameters wel wat influence, maar’ t zal afgenomen zijn. Zeker van. Ik publiceer het laatste jaar te weinig. Bedolven onder een blogger’s block, bevangen ook door enkele keiharde privézaken die me vaak het schrijven hebben belet. Ik zal nog eens wat links van de “grote bloggers” nodig hebben.
Als ik de voorbije maanden bekijk, heb ik schandalig weinig geplaatst. Maar ik ben blijkbaar ook die efficiëntie kwijt om rap tussendoor iets te pennen: werk, relatie, twee kleine dochters, geen goesting, bezig met tientallen andere zaken etcetera. Excuses zijn er om ze aan te wenden. Ik moet vooral nog eens iets over mijn jongste dochter plaatsen. Onder meer. Evenzeer mijn oogappel, maar nog te weinig over geschreven. Alhoewel, is dat de bedoeling van mijn blog? Mja, beetje wel.
Veel geleerd in die bijna vier jaar tijd. Hoe je op het internet in principe iedereen aanspreekt met je zieleroerselen. Hoe iedereen kan, mag en zal meelezen. Vaak amusant van reacties, soms hard confronterend qua commentaren. Al eens met twisten ook. Hoort er dan bij zeker, als je alles op het net gooit?
Vreemde dingen ook meegemaakt in die bijna vier jaar tijd. Mijn zogenoemde “muziek op zondag” (nooit zo an sich geproclameerd) dat een fanbase heeft gekregen. Ik, ego, de man met de diverse maar bijwijlen foute muzieksmaak, die mensen lokt met zijn muziekjes. Hoe divers en discutabel ook.
Dit blogje heeft ook al dingen opgeleverd, ben ik eerlijk in: schrijfopdrachten en presentatieverzoeken. Maar vooral ook, enkele vriendschappen die zich zonder deze URL nooit zouden hebben voorgedaan. Van virtuele kennissen naar contacten in real life, vaak zeer amusant. Leuke bijkomstigheid, daarvoor alleen al ben ik blij dat ik een blogje ben begonnen.
Ik doe voort. Schrijven. Ik heb een hernieuwde goesting. En hopelijk nog een publiek. En zoniet, wat dan? Een blog is het beste dagboek. U blijft lezen? Welkom!
Dat mijn vrouw gemeenteraadslid is in Gent vergt veel organisatie, veel opofferingen en zo meer, maar soms ook wel eens voordeel. Zo mogen we van de stad naar Leonard Cohen op 21 augustus op het Sint-Pietersplein. Ik zag hem eerder al eens in Vorst Nationaal en ik was toen zeer onder de indruk. Benieuwd wat het geeft op dat grote Gentse plein, hopelijk op een zwoele zomeravond.
Ik heb trouwens nog wel wat dingen staan de komende tijd: het volledige Dranouter Festival begin augustus (topaffiche weer, benieuwd wat het geeft met mijn nest op de familiecamping – uitijken naar The Pogues, Paolo Conte, Absynthe Minded, Tom McRae en nog meer), Mumford and Sons nog eens eind september, Arno een kleine maand later in de KVS, nog een maand later OMD zowaar en voor volgend jaar in februari ligt Arbeid Adelt! al vast.
We zijn terug. Heel kort na de begrafenis van mijn schoonpa zijn mijn vrouw en ik vertrokken. Op reis met vrienden: met I., H., J. en L., en alle kinderen erbij – onze kleinste had zo haar peter én meter mee, niet dat ze dat zelf beseft, maar best leuk. Deugddoend, negen dagen lang. Wegens vrienden bij ons en ook mensen die de hele situatie hebben gevolgd. En wisten waarom we er soms eens niet met ons hoofd bij liepen.
Gelogeerd in een huis in Olargues, in de Hérault, goed ten westen van de Provence, zeg maar, zeer mooie streek alleszins. Weinig tripjes verricht (wel onderweg de wonderlijke brug van Millau bereden, ontworpen door de man van vele grootse projecten, Norman Foster) , maar geluierd, gedronken, gezwommen, gepraat, gesakkerd op de tientallen muggenbeten, maar ook wel écht genoten. In de terugtocht als bij toeval ook nog gelogeerd in een erg aangenaam landhuis/kasteel in Les Deux Chaises, in de Bourbonnais-streek, hartje Frankrijk (enkele foto’s later eens).
Thuis op het terras een frietje gegeten en nog eens afgesloten met mijn twee dochters, die zich weer -meestal- erg aangenaam hebben gedragen. Wat een bloedjes, allebei!
De klanken van de Gentse Feesten overspoelen al de terrastafel. Hinderlijk? Neen. Ik ga er niet meer zoals vroeger elke avond naartoe, maar ‘t hoort bij een bruisende stad als Gent.
En langzaamaan moeten we weer ons leven opnemen. Voortdoen. Voortwerken. Er zijn. In de eerste plaats voor Janne en Sien. Voor mijn schoonmoeder. Voor onze talrijke vrienden, die ons geweldig hebben gesteund. Voor onszelf. Dat heeft mijn schoonpa zo gewild.
Vooruit dan maar, al zullen we nog veel achterom kijken. Om te taxeren of Raf daar toch niet staat. Ik vrees van niet, maar ‘t gedacht alleen al…
Ik heb me ingehouden. Ook al door mijn behoorlijk doorgedreven “blogpauze” (ach, had ik maar wat meer tijd om te schrijven), maar kom. Ik kom uit een politiek zeer geïnteresseerd nest en bovendien leef ik natuurlijk samen met een mandataris. En toch had ik er even mijn buik van vol. Zelden eerder gemerkt. Nooit eerder eigenlijk.
Ik, die zo zot ben van politiek, heb amper een debat gevolgd. Ik heb de campagne vooral bekeken viavia, beluisterd op de radio en af en toe eens geneusd op deredactie.be, dat wel.
Maar ik bemerkte een -voor mijn doen- politieke apathie. Maar dus gisteren gaan stemmen en achteraf de schade ingehaald. Terwijl ik op mijn (nagenoeg gerenoveerd) terras aan het werken was, volgde ik de nieuwtjes via de radio. En zoals zo vaak zijn de eerste vijf uitslagen die binnen zijn een exponent van de trends. En een voorbode van de werkelijkheid. De kiezer heeft beslist.
N-VA slaat toe dus, de groenen en de rooien krijgen (gelukkig) niet al te veel klappen, de rest ziet bont en blauw. Ik kan ermee leven. Even heb ik getwijfeld over wat ik zou kleuren, maar langzaamaan duwde toch mijn reflex tegen mijn geest om er toch minstens voor te zorgen dat er ook aan de linkse zijde werd gescoord.
Maar de zegetocht van N-VA is wel zodanig dat er nu iets moet veranderen. Dat er nu iets moet ondernomen worden. Is ook zo.
Ik feliciteer bij deze de blogger die ik halvelings ken, die naar het parlement mag. Goed voor hem.
Ik feliciteer vooral ook de “linksen” die hebben gevochten voor hun brok. Zeker ook in Gent. Het is toch de max: alweer eens is mijn stad tegendraads en niet volgzaam, een houding die ik sowieso apprecieer. Progressiever gekozen dan waar dan ook, ik ben er zowaar nog meer trots op dat ik in Gent woon.
Laat ons hopen op eindelijk goed uitgewerkte akkoorden. Op eindelijk voortwerken. Op eindelijk niet-rancuneus overleg. Op zin tot oplossen.
Ja, ik heb zo mijn voorkeurscoalitie, hopelijk zonder al te veel tsjeventruken, ja. Maar wel oprecht, gemeend en met zin voor verantwoordelijkheid, ondernemen en ageren. Met of zonder Wevermans.
Ja, ik ben sportjournalist. En ja, dan zou je mogen verwachten dat ik iets deftigs doe van sport. En neen, dat doe ik niet. Sinds mijn vasculitis-affaire (die trouwens twee jaar na datum volledig afgelopen lijkt) heb ik niet meer gelopen en minivoetballen heb ik ook moeten laten (vooral omdat dat met mijn agenda niet te doen is, zo een vaste sportavond). Kortom, ik beperk me tot stappen, autorijden (ja, dat is een sport, denk maar aan rally en Formule 1), trappen bestijgen en theatersport beoefenen.
Enkele weken geleden heb ik uit benevolentie een fiets gekocht. Een nieuwe. Gloednieuw. Spiksplinternieuw. Geassembleerd op maat zowaar, aluminium van kader, versnellingen, hydraulische voorvork, jongens toch, wat een machine! In een poging ons sportief imago te rehabiliteren hebben de peter van mijn tweede dochter en ikzelf de economie dus cyclogewijs gesteund.
En vandaag was het zover, ik kon nog eens telewerken bij Radio 2 op de Martelaarslaan in Gent en dat bood -zeker met dat lentezonnetje in de lucht- de gelegenheid om voor professionele doeleinden eens de trappers rond te wentelen. Heerlijk toch, ik moet het toegeven. Door zon en wind, laverend tussen de rest en ‘t is ook besparend én ecologisch correct.
Morgen heb ik weer dienst in Brussel, iets zegt me toch dat ik mijn auto zal moeten uit de garage halen. Trouwens, na mijn gepertotaliseerd ongeval eind december is Dolf de Golf er niet meer. Weet iemand een goeie roepnaam voor een zwarte Skoda Octavia, lang van gat, leder van zitting, krachtig van motor en Duits-Tsjechisch van makelij?
En hoe moet ik mijn geweldige tweewieler dopen? Gents van productieplaats trouwens.
De voorbije weken ben ik een paar keer naar dit nummer gesurft om eens goed te lachen. Geniaal gedaan: leuk muziekje, vettig Gents dialect, Piet De Praitere die me ook altijd wel doet lachen, die twee backing girls die zodanig miscast zijn dat het goed wordt.. Allez, ‘t is eens iets geëngageerds met humor en zonder vingertje in de lucht. Meer erover ook op Gentblogt…
Wachten is wat ik vooral heb gedaan de voorbije anderhalve week. Wachten op iets wat komen zal, maar je weet eigenlijk niet goed hoe of wanneer. Elf vakantiedagen kwijt in zekere zin, maar aan de andere kant heb ik ook wel degelijk die elfdaagse gehad.
Ik had en heb heel wat op mijn to do-lijst staan en daar zal eigenlijk maar een deel van gedaan zijn. Omdat je hoofd er niet naar staat, omdat je in andere sferen zit en ook wel door de turbulentie van de voorbije weken.
Maar ‘t heeft me een Gran Canaria in Gent bezorgd. Veel slapen (ik had precies wel wat in te halen), veel mentale rust, weinig ondernemen, enkel het weer viel minder mee. Veel kunnen samen zijn met mijn vrouw en dat is niet van onze gewoonte wegens agenda’s en van die moderne dingen. Veel samen geweest met Janne ook die haar laatste dagen als enige knuffelpop in huis beleefde. Ik vraag me af hoe bewust ze daarvan is. Ze was wel bewust genoeg om nu al de kleuren te leren en alles wat naar een bepaalde kleur neigt zo te benoemen. En ja, “groen” toont al een verdoken neiging tot een typische Gentse (schraap) -r.
Een dag als de afgelopen dag biedt dan ook leuke uitjes. Gewoon wat wandelen in de stad, fotootje trekken, hapje eten, muziekcollectie uitbreiden tegen batjesprijzen (Daan, Kings of Convenience, Absynthe Minded uiteindelijk, Massive Attack, Bram Vermeulen, Arsenal en Editors) en nadenken over hoe alles aan te pakken de komende weken. Leuk nevenfeit was en is hoe de blogosfeer, het Facebook-dom (of hoe noem je dat?) en de goeie ouderwetse vriendschap meeleefde. Tot op zeker moment, plots denkt iedereen dat er deze keer wél eentje zal blijven zitten.
Ooit moet dat kleintje de marathonzitting in de buik voor bekeken houden, ‘t moet wel voor één dezer dagen zijn zeker?
Dan nog enkele weken babybabablues en dan langzaamaan weer de serieuze dingen des levens en eens een puur rationele post. Een mens kan niet blijven in zijn purperen kasteel zitten…
Wat een prachtig woord: zo vol sfeer, zo vol rook, vol muziek, vol klinkende glazen, vol verlopenen en verlatenen, vol mooie vrouwen, vol licht zwalpende creaturen. Vol gesprekken, vol stiltes, vol scheldpartijen, vol stille gebaren, vol verholen woorden, vol ingehouden passie. Kroeg. KROEG. Prachtig, duizenden keren mooier dan dat ordinaire, bijna vulgaire “café”.
Ik kom er. Heel soms alleen, meestal in gezelschap. Heerlijk die dinsdagavonden waarop mijn comedy clubje weer in volle zwang is. Heerlijk die nachten die telkens uitlopen. Heerlijk ook die collega’s en vrienden die weten dat ik na een late dienst, nachtelijk dus, bereid ben tot een babbel. Nachtelijk. Gentelijk. Een SMS’je volstaat. Rock ‘n rollig op mijn manier. Mijn vrouwen slapen toch dan. Wel telkens dezelfde plekken, bakens in de nacht, zekerheden onder de maan. Met schuim of gewoon wit of rood.
Over goed twee weken is het buurtfeest bij ons. Vier straten organiseren samen iets en ze zien het artistiek. Bij heel wat buren gebeurt er iets “kunstigs” en kan iedereen langsgaan. Wij hebben voorlopig nog niets verdorie. Geprobeerd met kindertheater, improvisatietheater en fotografie, maar we zijn toch nog op zoek naar iets anders om onze garage te vullen.
Leuk toch, dat de buurt zo aan elkaar hangt dat er zo’n initiatief van komt. Met mooie namen die ten gehore zullen spelen hé: Raf Walschaerts van Kommil Foo, Kathleen Vandenhoudt, Bruno Deneckere, de immer sympathieke Rembert De Smet. En nog meer!
Tegenover ons én naast ons is het weer de dans der bouwvakkers. De farandolle der werktuigen. De horlepiep van de renovaties. Ik vind dat wijs. Dat zorgt -wanneer ik na een vroege dienst nog wat computerwerk doe- tenminste voor leven in de brouwerij. En dat kabaal heeft een leuk einde: ‘t is ter verbetering, verfraaiing, verschoning en opwaardering van de buurt. We zijn hier al een heel eind opgeschoven, maar ‘ t kan altijd nog beter.