Laatste reacties


Premature prammetjes

Tja, volgens de pers groeien de borstjes sneller bij meiskens in het centrum van Gent dan bij de rest van Vlaanderens aankomende vrouwen. Moet ik me al zorgen beginnen maken? Een eerste BH kopen voor mijn dochtertje? Alle korstjes van de tafel weren? Help!

Klokkengelui

Ik woon middenin de stad. Ik woon daar heel graag, ik heb het gevoel dat er elke seconde iets gebeurt. Een tuin heb ik niet, dat hoort er nu eenmaal bij als je in het centrum wil resideren. Gelukkig wel een groot dakterras en daar intrigeren sommige geluiden me altijd. Geluiden die me doen denken aan mijn uren in het kleine West-Vlaamse dorp waar de helft van mijn familie woont. Ook daar ben ik graag, zij het voor enkele uren. Dan moet ik weg, dan is er de lokroep van de stad, de sirene van het centrum, de verleiding van de urbane nacht.

Afijn, die geluiden. Ik denk maar aan de meeuwen die overzwermen, op zoek naar lekkers in de Leie die aan mijn deur kronkelt. De vogels die je vooral ‘s namiddags ten volle kan horen. Jawel, in de stad, onderschat het niet. Maar vooral, op geregelde tijdstippen, de “Bim Bam Beieren” van de Sint-Salvatorkerk in de Sleepstraat, klokkengelui dat doet denken aan dorpjes in Frankijk, aan gehuchten in West-Vlaanderen, aan kleine sociale gemeenschappen in Friesland.

Het geluid van klokken is van het mooiste wat er is. Ook middenin de stad. En dan geniet ik intens. Heel even. De duur van het klokkengelui. Op mijn terras. In de stad.

Feestgedruis

De Gentse Feesten, ‘t blijft iets hebben. Elk jaar weer laat ik me vangen en verzwelg ik in de poel des verderfs. Hét moment om bij te praten, om mensen te zien die je lang niet meer zag, om heerlijke nachtelijke momenten mee te maken.

Eigenlijk ben ik kalm gebleven tot nu toe. Wat tot in de vroege uurtjes in het Baudelopark gehangen, heel even op Bataclan geweest en weer le tout complet van de Vlaamse comedy gezien en gesproken (al wil ik zeker nog terug om Janne op de alternatieve kindermolen bezig te zien), de Flashmarkt gezien en beschouwd als zijnde niet meer voor mijn leeftijd, een poëzieavond gepresenteerd en waaw, die jonge lichting dichters heeft de rock ‘n roll in zich van stand-up comedians.

Ik ga nog naar Daan en vooral… ik heb mijn eigen Gentse Feesten. De verbouwingen in onze garage leveren de harde werkers van toen een barbecue op. Nu, met dat Belgisch, wispelturig weer moeten we denken aan alternatieve maaltijden, m’enfin, wijn en ambiance zullen er zijn! Mijn eigen Baudelo!

Daarna valt de stad weer stil, dan is Gent echt doods, ik hou er niet zo van dan. Daarom dus best nog enkele dagen gewoon meedruisen.

Stemmen zeggen…

Stemmen zeggen dat Vlaanderen weer eens heeft gekozen.
Stemmen zeggen dat het een verwachte rechtse keuze blijkt.
Stemmen zeggen dat de bange en brave Vlaming heeft gekozen.
Stemmen zeggen dat er eigenlijk maar één grote partij meer is, de rest is één groot peloton.
Stemmen zeggen dat mensen Europees toch anders kleuren, er wordt dus toch over nagedacht.
Stemmen zeggen dat iedereen uiteindelijk gelijk heeft, dat de kiezer gelijk heeft, dat iedereen ermee doet wat ie wil (gelukkig kan dat hier).
Stemmen zeggen dat de linkerzijde weer eens kleiner is geworden.
Stemmen zeggen dat ik toch verrast ben: ik had de groenen zien doorstoten, ik had de judocoach groter ingeschat. En de partij van Wevermans had ik nooit zo groot verwacht.
Stemmen zeggen dat het Vlaams Belang nu wellicht definitief weet dat het niet aan de macht zal komen.
Stemmen zeggen dat de Gentenaars weer eens vierkant contrarie hun gedacht hebben gedaan en dat rood daar groot blijft.
Stemmen zeggen dat het een geweldig moeilijke regeringsvorming wordt.
Stemmen zeggen dat ik niet zo gelukkig ben met de uitslagen, maar ik had dat al ingecalculeerd.

‘t Blijft toch boeiend die verkiezingen. Ook al was ik weinig enthousiast deze keer, ‘t boeit me immer weer. Zelf bolletjes gaan kleuren en weer merken dat dat in onze buurt altijd ambiancevol is. Het buurtcomité en enkele buurtbewoners waaronder wij baatten weer een drankstandje uit en dan krijg je de gezelligheid troef in Sluizeken-Tolhuis-Ham. Na de verkiezingen wat chitchat met wat dierbare buurtbewoners, niets is leuker (zie foto). Jammer dat ‘t zo goot. En dan was het richting Brussel. Want er was ook nog sport vandaag, al hebben de nieuwsmakers dat amper opgemerkt.

verkiezingen
(foto: Michel Vuijlsteke, de snoodaard was er ook)

Ach, afwachten maar welk réveil Vlaanderen nu wacht. Trouwens, ik heb heel de namiddag en avond met één oog vanop de redactie de VRT-verkiezingsshow bekeken. Geweldig! Pure Shakespeare!

Tranche de vie

Ik zoek inspiratie in de nevelen van de nacht. De vroege nacht weliswaar, niet dat nachtelijk moment dat al vervaarlijk overhelt naar het eerste gekwetter van de vroege vogels.

‘t Is hier stil in huis. Mijn madam is weg, ze hangt ergens in Kopenhagen uit, om professionele redenen. Vier dagen lang, ja, ik mag spreken van een zeker gemis. Ondertussen ben ik fulltime verantwoordelijk voor die pruts van ons – een geluk dat ik net enkele dagen vrij heb (mijn weekend valt in de week, weet je). En zonder te willen doelen op een predikaat van “nieuwe man” mag ik zeggen dat het me wel afgaat. ‘t Is dan ook een schoon, lief kind. Zoals elk kind van elke ouder is.

Al doe ik ze straks wel naar de crèche. Ze is dat gewoon en vooral… er wachten hier enkele taken die al maanden wachten. Opruimen, klasseren, uitmesten, het is niet altijd mijn ding. Ik ben de koning van het uitstellen, tot er zich een berg vormt die schrikwekkende schaduwen met zich meebrengt. Ik hoor de papieren en de documenten ritselen en waaien, ik hoor de platenkast en de bib kreunen onder de chaos en ik hoor piepende digitale prentjes die op een Endlösung en een definiëring wachten. Maar waarom zijn veel dingen nu eenmaal gemakkelijker, eenvoudiger en appetijtelijker om te verrichten? Leg me dat eens uit. Zucht, hopelijk sta ik voor een vruchtbare werkdag. Arbeidsethiek, dat gij tot mij kome!

En nachtelijk wemelen de overpeinzingen. Dat ik vorige week een collega fêteerde voor zijn huwelijk, dat ik overmorgen nog eens ga fêteren omdat een vriend papa is geworden (jongens toch, een vruchtbare vriendencocon waarin ik me beweeg, niet te geloven), dat ik de Ardèche en de Bourgogne mis en dat ik dus weer met melancholische monsters vecht: zoveel leuke dingen komen niet meer terug (maar zijn er dus wel geweest) en we worden ouder. Misschien ook saaier.

Ook politiek zal ik maar eens overpeinzen. Vreemd: ik ben gepokt en gemazeld door het politieke bedrijf, maar ik betrap me op een zekere onverschilligheid. Ik die thuis altijd over politiek discussieerde, ik die een vader heb die OCMW-voorzitter was, ik die pol & soc studeerde, ik die samenleef met een Gents gemeenteraadslid, ik die ooit onvertogen politieke ambities had (en misschien nog wel heb)… En toch, de debatten op radio en televisie, de krantencommentaren, de editorialen en de sneren, ze laten me deze keer wat koud. Ik ben in zekere zin een beetje afgehaakt, al zal dat wel een tijdelijk fenomeen zijn.

Zondag stem ik wel voor de goeie, ik wil mijn linkse stem laten horen, in de ijdele waan dat de verrechtsing daarmee tegen te gaan is. Waan, dat is het. De bange, brave burger zal zich laten zien zondag, dat zie je zo. Het rechtse front wordt nog groter en breder: de judocoach zal scoren, de racisten zullen scoren en de donkerblauwen en de tsjeven zullen ook wel hun bolletjes halen. Stilaan lijk je een naïeve uil als je nog links van het politieke midden wil staan.

En juist, wat is links en wat is rechts? Het zijn achterhaalde begrippen en wankele definities, maar de lezer weet wat ik bedoel. Maar volgende maandag wordt het weer ontwaken in Bangeland, in het land van klei en kabaal, in het half misantropische Vlaamsche regiootje dat een misplaatst ethisch réveil propageert. Ik huiver nu al. Ik kleur zondag wel, maar eerlijk is eerlijk, het heeft me deze keer ook te weinig beroerd. Laat het een alarmsignaal zijn.

En het vlieden der tijd doet de dorst gevoelen. Waar is dat glas rode wijn gebleven?

Covergirl

Ik mag het zeggen: ik slaap met een covergirl. Lien op de cover van Knack, een special over Gent. Goed gedaan van haar, een beloning (nou ja) voor haar harde werk, mag ik zeggen. En beter op die voorplaat dan op pakweg “Playboy” of “Ché” eigenlijk. Ik moet beginnen opletten of ik word “de man van”.

knack

En het artikel dan:

lien-owkee

Of nog ietsje groter daar.

En nog andere bekenden op de cover, zoals Steven. En ook al gelinkt aan Gentblogt. Ja jongens, Gent en de toekomst.

Gents talent

Gent is een bruisende stad en waar het bruist, welt ook talent op. Gent is dan ook een stad met heel wat aanstormende namen in de muzikale scene. Gentblogt heeft een waarlijk leuke, wekelijkse lijst met een top-8 van veelbelovende schijfjes.

Ik was vereerd dat ze me daar van de week vroegen om de uwged8 deze keer te becommentariëren. Ga akkoord met mij, of ook totaal niet.

En ondertussen heb ik nog eens gelinkt naar de beste stadsblog van het land. De beste stad van het land ook, al word ik nu weer vervaarlijk chauvinistisch.

De garage: historie en revolutie

Dat het al incidentrijke weken zijn geweest tonzens thuis. We vonden het nodig om onze garage te renoveren. En uit te breiden. Moest ook wel, op de vloer kon je je benen breken. Alles was compleet naar de verdoemenis, dus ‘t was van moetens.

Wat is er intussen gebeurd? De oude vloer des verderfs is er dus uit en de muur naar een vroeger ontoegankelijke ruimte in ingeslagen. Ook de beerput is gesupprimeerd. Ruim drie containers hebben we vol gesmeten, goed voor zowat 45 ton, volgens de aannemer.

Met dank trouwens aan alle medewerkers, die al hebben gebeuld en versleept en gebabysit. Ook bloggers zijn blijkbaar behulpzame wezens. Waarvoor veel dank. Natuurlijk ook dikke merci aan de niet-bloggende beulen met dienst, de leveranciers van kruiwagens, schoppen en koevoeten en zij die stockageruimte bieden voor enkele weken.

Intussen hebben we al regenwaterputten, nieuwe rioleringen en buizen, glasdallen in wat een nieuwe (archief/bureau)ruimte wordt, stabilisé op de grond etcetera.

Nu ligt alles een week stil en daarna komt er een nieuwe vloer, afbakening van was- en andere ruimtes en de afwerking van de nieuwe kamer. Nog ietsje later krijgt de garage een lik witte verf en daarna zou alles dus moeten vernieuwd zijn en hebben we de volgende verbouwfase achter de rug. En zijn we blut. Zo gaat het leven van de huiseigenaar, die zijn eigenste Suezkanaalproject heeft.

Wie sfeerbeelden wil van steen, gruis, aarde, groeven en spleten, bakstenen en stof, kan hier eens klikken.

Eén prentje wil ik toch meegeven:

Kunstatelier

Het is zo dat de eigenares voor de vorige eigenaar (hoe heet je zoiets, een grooteigenares?) de grote garage gebruikte om de kinderen uit de buurt wat artistieke opvoeding te geven (ze was dan ook tekenlerares). Het opschrift is er nog altijd en zal -als het van ons afhangt- ook tot in de eeuwigheid blijven op de muren prijken. De geschilderde autoroute op de vloer is wel verdwenen.

Van onze overbuur én van de vorige eigenaar hebben we nog weer heel wat bijgeleerd over ons huis. Dat het twee huizen in één zijn (klopt, want eigenlijk wonen we op nummers 3 én 5), dat veertig jaar geleden iemand in de garage een soort productieruimte had voor schuurpapier, dat volgens enkele historische documenten die we hebben enkele eeuwen geleden op onze oppervlakte een fabriekje stond (ideaal, vlak aan de Leie, alles was zo op de boot op), dat de toegemetste deur in de garage wijst op de “grooteigenares” die de minnares was van de man van het huis naast ons, een deur was dan zoveel gemakkelijker. En bij het afbreken hebben we ook versteende koehorens en een oud Aladdin-achtig potje ontdekt. Naast ons is nog een slachter aan het werk geweest, daarmee. En we wonen ook dicht bij de Huidevetterskaai, dat wijst ook al op iets. ‘t Was beestenboel indertijd.

Historisch allemaal. Zal iemand over 100 jaar schrijven over ons? Over die mensen die het muurtje hebben ingesmeten? En dat in dat werkkamertje leuke dingen zijn ontstaan? Hopelijk wel.

Brave kop?

De nacht van zaterdag op zondag, ik kom rond kwart over één Gent binnengereden. Na mijn late dienst, aan het Zuidpark. Enkele blauwe lichten staan te flikkeren, twee auto’s blokkeren de weg, een controle duidelijk. Iedereen wordt gemonsterd en gekeurd, agenten kijken in de auto’s en loeren naar de bestuurders.

Stiekem hoop ik dat ze me eruit pikken. Nog nooit ben ik gecontroleerd, nooit heb ik moeten blazen of iets dergelijks. Nu ben ik natuurlijk bloednuchter na het werk en nog scherp van geest. De agent kijkt naar mij, knikt en zegt dat ik door mag rijden. Een tweede herhaalt dat. Langs de kant, aan de tramrails aan de bibliotheek zie ik hopen auto’s staan die het object van onderzoek zijn.

Ik mag dus door. Heb ik een te brave kop? Stond mijn brilletje net goed genoeg ? Of ligt het aan het feit dat mijn haar eens niet warrig staat en dat ik eens goed geschoren ben? Is mijn melksmoel een gift? Of is het omgekeerd? Wie weet denkt mijnheer den agent bij het zien van mijn facie wel aan rampspoed. Wie weet denkt ie dat ie met mij alleen maar vodden krijgt en dat ie het maar beter zo laat? Waar baseert zo’n flik zich op?

Enfin, ik ben maar doorgereden en ik heb tenminste geen nachtelijke tijd verloren bij zo’n controle. Eenmaal thuis gekomen heb ik de cocaïne goed weggestopt. Grapje.

Zon op Gent

Fantastisch toch, rondlopen in de stad terwijl de zon bedwelmend over Gent hangt. Toch twee keer kunnen meemaken deze week (onder meer tijdens mijn zoektocht naar Einaudi) en dat doet goed. Zo’n geweldig zonnekind ben ik niet, maar de sombere grijsheid van de voorbije maanden heb ik echt wel gehad.

En in die sfeer rondlopen in Gent, tja, da’s het gevoel van la città dat je overmeestert. Dan weet ik weer waarom ik die files richting Brussel tors en doorsta (‘t was erg de voorbije tijd, een filemagneet was ik, ik reed nog maar de stad uit of ik had het aan mijn rekker). In zo’n stad wil je maar al te graag flaneren, ‘t doet me altijd plezier als ik die toeristen zie rondstappen, dan weet je nog maar eens dat je woonplaats toch de moeite is.

Ja, ik kan me daar mateloos laten in gaan. In de liefde voor iets, in de passie voor een stad. Die van mij is. Die mij toelaat. En die mij inpalmt. Grazie mille Ganda.

Kruithof is niet meer

Zo stak het in het radionieuws daarnet: “In Boechout, bij Antwerpen, is filosoof Jaap Kruithof overleden. Hij doceerde lange tijd het vak moraalfilosofie aan de universiteit van Gent. Kruithof publiceerde ook veel over actuele maatschappelijke problemen. Als vrijzinnige lag hij mee aan de basis van het Humanistisch Verbond. Jaap Kruithof is 79 geworden.”

Professor Kruithof is niet meer. Het is één van die professoren van de toenmalige Rijksuniversiteit Gent waarvan ik nooit les kreeg. Gemist dus. Net zoals Etienne Vermeersch. Stommerik die ik ben. Ik kon toch gewoon langslopen in hun les, ook al waren dat geen verplichte vakken voor mij. Maar neen, ik had veel boeiendere en interessantere dingen te doen blijkbaar. Een snotjong was ik, onverstandig en nog niet rijp.

l19069276495_7609

Ik zag hem voor het laatst ruim een jaar geleden, denk ik. Ik zie hem nog zo zitten. Op de bank, links als je binnen komt in het mij geliefde “Trefpunt” aan Sint-Jacobs. Ook zijn geliefd “Trefpunt” trouwens, hij werd onder meer daar legendarisch als debater. Toen ik hem zag was ie aan het praten, orerend, gesticulerend en overtuigend. Leek me een een zachte man te zijn, een lieve opa.

Ik moet eens iets lezen van hem. Ik struinde net in het audio-archief en ik kon nog een reportage over hem beluisteren (ze is ook hier te vinden). Over zijn verzamelwoede, zijn eigen museum in huis met pakweg 15.000 voorwerpen. Hij wou bewaren, collectioneren, niet weggooien en niet oeverloos consumeren. Een tegendraads iemand. Wat we best kunnen gebruiken in onze samenleving van volgers, kuddedieren en makke lammetjes. Hopelijk inspireert Kruithof nog vele studenten. Van hen moet de verbeelding komen. Dat vond ie zelf ook namelijk.

Ajuus, Jaapie.

Een Novak in huis

Dat ik voor de radio werk én dat ik hou van het medium, da’s wel duidelijk. Afgelopen weekend heb ik nog een episode toegevoegd aan het verhaal. Al lange tijd zocht ik een mooie, oude radio. Om in de living te laten prijken én als het even kon nog een exemplaar waar nog muziek uit komt.

En gevonden! Op de wekelijkse rommelmarkt op Sint-Jacobs vlak aan mijn deur. Een Novak, mensen. Nu, ik ga er niet over pochen, ik wist eigenlijk niet eens dat het een merk van radio’s was, wel dat er ooit een tennisser was die zo heet. Wat research leert me dat het om een toestel moet gaan van eind vijftiger jaren. In bakeliet trouwens, duurzaam tot en met. ‘t Is er aan te zien, op wat krassen na lijkt de radio als nieuw.

Radio

Nu nog een nieuwe draad aan laten monteren of met een adaptertje werken en er komt muziek uit. Heeft de verkoper me toch beloofd. De man had trouwens een gemakkelijke klant aan mij. Mijn vrouw vroeg me of ik niet zou afdingen. Neen, ik kan dat niet. Ik vind dat wat gênant en ‘t heeft iets van kruideniersmentaliteit in zich. Ik hou daar niet van.

Novak

Novak

Blij als een kind ben ik er mee. Ik zou nog wel enkele modellen willen in de loop der tijden. Al ken ik iemand die zal protesteren. Radio, zowel het medium als het toestel: bestaat er iets mooiers?

« Vorig bericht   Volgend bericht »