Laatste reacties


Groei, groeier, groeist

Vandaag onderstaand prentje gezien in “De Morgen” over de groei van de informatiesnelweg, de totale explosie op het internet, het blijft me verbazen. Wat wordt er in 60 seconden tijd wereldwijd gepubliceerd en gedaan op het net? Meer dan ooit is de wereld one global village. En dan weten dat toen ik afstuurde het internet een al bij al onooglijk ding was dat mogelijk snel zijn grenzen zou bereiken. Quod non. Onvoorstelbaar eigenlijk.

60 Seconds - Things That Happen On Internet Every Sixty Seconds
Infographic by- Shanghai Web Designers

En dan heb ik het nog niet gehad over de revolutie in je hand, de smart phone. Sinds enkele maanden ben ik een overtuigd gebruiker (en of dat nu HTC, iPhone, Blackberry of iets anders is, dat doet er niet toe, dat zijn maar labeltjes, hypes, image fillers) en het is zowat het enige wat ik niet meer zou kunnen missen op technologisch vlak. Een computer en een link met het net op enkele vierkante centimeter.

iPod? Nooit gehad. iPad? zegt me niets, ik zie er de meerwaarde niet van in. Twitter? Geen nood aan. Tumblr? Huh, why? Skype? Nooit eerder gedaan, maar ‘t zal er binnenkort wel eens van komen. Benieuwd hoe snel ik plooi voor de andere hollende hypes. Maar mijn somtijdse tegendraadsheid kennende, kan dat nog wel even duren. Ik ben al modern genoeg. En soms ben ik nu eenmaal graag hopeloos ouderwets.

Kuchen en hoesten

Het is me wat geweest al. Vorige week ging ik met vriend D. kijken naar “Lucifer”. Tekst van (Joost van den) Vondel, geënsceneerd door Theater Zuidpool. Met Koen van Kaam, Sofie Decleir en haar vader Jan Decleir op het podium.

Een behoorlijk zwaar stuk, tekstueel dan toch. Behoorlijk barok en niet zomaar weg te happen. Maar goed gedaan, mooi uitgewerkt met levensgrote poppen die door de acteurs manueel werden “bediend”. Met (alweer eens) een indrukwekkende Jan Decleir. De man is een levende legende, maar ‘t is niet zomaar, hij is gewoon een acteur opgetrokken uit klasse en kunde.

Vreemd genoeg voer ie -tamelijk op het einde van het stuk- uit tegen het publiek. Dat “theater net als muziek ontstaat uit stilte”, dat ze als spelers “vergast werden op een grof concert van kuchen en hoesten”. Zoiets. Ik zat wat perplex in mijn pluchen zetel, door te zien hoe Decleir letterlijk uit zijn rol stapte om het publiek te berispen. Ik wist niet wat ik er mee aan moest, een absolute held van mij had mij doen schrikken. Terwijl er -mijns inziens- niet echt al te veel gekucht en gehoest was.


(foto: Leo van Velzen)

Enfin, het weze zo, dat gebeurt nu eenmaal in het theater, ik had het meegemaakt en einde verhaal. De dag erna spookte de scène nog door mijn hoofd en zette ik volgende status op mijn Facebook-account: Ik zag gisteren een weer eens indrukwekkende Jan Decleir in “Lucifer”, maar de mythe is toch wat ineengestuikt. Hij begon te razen op het publiek (over kuchen en hoesten en theater vanuit de stilte) en ik vond het precies niet gepast en onterecht. Dubbel. Jammer.

Plots kreeg ik telefoon van een journalist van “Het Nieuwsblad”, die mijn status had gelezen via een collega van hem, een FB-vriend van mij. Of ik daar iets meer wou over zeggen. En getuigen. Wat ik ook deed, voor wat het waard was. Als ie maar zou vermelden dat ik het stuk schitterend gespeeld vond. En dat de acteurs veel applaus kregen.

Het kwam ook zo in de krant. Maar daarna rolde de sneeuwbal voort. Zelfs ik, journalist zijnde en de media toch een beetje kennende, werd enorm verrast door wat één getuigenis en één artikel teweeg kunnen brengen.

Plots kreeg ik telefoontjes van her en der om nog eens te getuigen en alles te duiden. Wat ik telkens afwimpelde, ik had mijn ding gezegd, het was/is ook geen staatsdrama en meer adem moest daar niet aan verspild worden. Uit reacties in mijn mailbox en op mijn Facebook bleek dat Decleir wel vaker eens om stilte vraagt in zijn voorstellingen. Alleen al in deze “Lucifer” heeft ie blijkbaar hetzelfde gedaan in Heusden-Zolder, Leuven, Strombeek-Bever, Sint-Niklaas en nog wel op wat plaatsen. Een gimmick? Een constante? Een gevoeligheid?

Wat de dagen nadien is gebeurd, tartte mijn verbeelding. De Gazet van Antwerpen citeerde me plagiërend zonder me ooit te hebben gebeld, “De Morgen” pakte uit met een groot artikel over collega-acteurs die Decleir steunden, het item geraakte zelfs in “Peeters en Pichal” (die me blijkbaar ook citeerden zonder dat ze mij, een collega toch, eens hadden gebeld). “Man bijt hond” wijdde er een stukje aan en ik hoorde nu ook dat “Reyers laat” het onderwerp heeft aangegrepen.

Ik zit er zeer mee verveeld. Of Decleir nu gelijk had of niet om die avond in het NTG zo uit te halen, feit blijft dat ik hem bewonder en dat ik het beste van het beste heb gezien door hem. Ik ben al langer dan 15 jaar een trouw theaterbezoeker, ik heb honderden stukken gezien, en wat hij telkens deed was geweldig goed. Ik herinner me zijn vertolking in “Meneer Paul” van de Blauwe Maandag Compagnie (nooit vergeet ik dat ik toen amper één dag samen was met mijn toenmalig lief, mijn huidige vrouw, we schrijven werkelijk 15 jaar geleden). Ik herinner me vooral ook zijn vertolking van Risjaar Modderfokker den Derde in “Ten Oorlog” van Tom Lanoye, waar ie het laatste kwartier tot bloedens toe de zaal plat speelde, een monoloog zoals ik er nooit meer één heb gezien. Los van zijn vele superbe vertolkingen in films.

Enfin, ik ben een fan en vind het een beetje gênant dat een opmerking van mij een kleine hetze heeft ontketend, een item van enkele dagen is geworden “in de media”.


(foto: cobra.be)

Leert me drie dingen…

Ten eerste de macht en invloed van Facebook, wat een nieuwsbron op zich is geworden.
Ten tweede dat ondanks politieke strubbelingen in ons land en het feit dat Noord-Afrika en de Arabische regio in brand staan er blijkbaar toch geen nieuws genoeg is.
Ten derde, dat kranten en andere media niet te verlegen zijn om onderwerpen van elkaar in te pikken. Zomaar, om te vullen. En te citeren hoe en wie zij willen. Vreemd.

Ik mag dan journalist zijn, mijn eigen habitat blijft me verrassen. Deze keer toch ietwat onaangenaam. Enfin, zoals zoveel nieuwtjes is dat iets van gaan en komen. Over enkele dagen weet niemand het nog. Is het overgewaaid. Denk ik. Maar ik heb weer bijgeleerd.

O ja, mijnheer Decleir, mag ik Jan zeggen trouwens? Ik vind je nog altijd steengoed. Ik vond je uitval vorige week in die prachtige schouwburg in Gent gewoon wat vreemd. Maar het volgende stuk waarin je speelt, kom ik met veel graagte weer bekijken. Omdat je van een heel apart en alleenstaand kaliber bent.

Einde, wat mij betreft.

Angry older man

Ik zit al meer dan een week te sikkeneuren op dit postje. Doen, of niet? Dus wel. Niet het vrolijkste van mezelf, m’enfin. Omdat iets me van het hart moet. Omdat schrijven therapeutisch werkt. Omdat dit mijn persoonlijk (weliswaar openbaar) dagboek is. Omdat ik het toch eens moet zeggen. Inhouden heeft geen zin, braken is beter dan slikken.

Feit is dat ik al enkele weken niet langer mijn vrolijke zelf ben. De reden is niet ver te zoeken: vorig jaar was een rampjaar voor mijn vrouw, omgeving en ik. Drie mensen afgeven die je dierbaar zijn, in amper twaalf maanden tijd, het doet wat met een mens. Oké, ook intussen een kleintje bijgekregen dat het zeer goed doet, net als dat ander heerlijk meisje in huis. Niet te vergeten. Opbeurend en ‘t heeft en ‘t geeft zin. Maar enkele mokerslagen doen iemand sterretjes zien, ook bij “sterke karakters” zoals mijn eega en ik. De puist heeft een jaar gegroeid, ze is nu opengebarsten. En etter is lelijk. En stinkt. En stoot af. Het weze zo.

Een onomstotelijk feit is dat ik minder lach tegenwoordig. Ik betrap mezelf erop dat ik me aan alles en iedereen erger. Dat de kleinburgerlijke besognes en materialistische nulliteiten me mateloos de gordijnen injagen. Dat ik me soms alleen voel. Dat ik mijn passie, zijnde comedy, verwaarloos. Dat ik mijn naasten en vrienden wellicht ook wat in de kou laat staan. Ik ben in plaats van een bolide met snelle reactie- en injectiemotor een aftandse, trage diesel geworden. Die roet spuugt. En vitriool.

Ik erger me de pleuris aan wat ik dagelijks rond me zie. Slijmballerij en gatlikkerij. Opportunisme en halfslachtig vermomd geneuzel. En dat net die kwalen vaak de sleutel blijken te zijn “om er te geraken”. Ergerlijk. Ik kan dat niet, ik ben een slechte leugenaar. Liever de naïeve Don Quichot dan de vileine Don Corleone. Ik wil niet mee in de mallemolen, ik bezit liever mijn eigen malle kindermolen, met plezante figuurtjes en leuke deuntjes, wars van conformisme en zo-moet-het-nu-eenmaal. Ach wat, wie zegt dat? En als je daar dan gehoor aan geeft, ben je dan niet grijs en nauwelijks betrokken? Of is grijs een eeuwige modekleur?

Ik zie combines die er geen zijn. Ondanks veel steun en vriendschap en gehoor, ik heb veel vrienden. Veel oren. Veel vangnetten. Maar uiteindelijk, moet je niets alles zelf beredderen en oplossen? L’enfer, c’est les autres. Ik eis te veel van mezelf. En bijgevolg van iedereen.

Ik twijfel aan alles en trek alles in twijfel. Ik sla heen en weer tussen koele ratio en ongebreidelde vulkanische emotionaliteit. Ik sakker en mekker. Ik catalogeer onnodig veel en schrijf af waar het niet nodig is. Ik wil meer en beter en veel. Ik wil alles, nu of nooit.

Het ideale scenario is duidelijk. Mijn boeltje pakken, mijn drie vrouwtjes mee en weg. Weg. Ver weg. Buitenland. Zon. Onbekenden. Nieuwe horizonten. Onbekende plekjes. Tijd om te denken. Te ordenen. Te doen. Enkele maanden. Huis zo laten, vrienden in stoppen voor een tijd en elders naartoe. Met een minimum aan communicatiemiddelen. Narcismebook Facebook, Splitter Twitter (wat ik sowieso al niet doe), Jail Mail, … Niets van dat. Enkel wat telefoon (voor sommigen al een onoverkomelijke drempel) en desnoods een envelop met een brief in. Met een poststempel die uitgelopen is door de woedende en geselende regen in Belgenland. Of Vlaanderland. Of Absurdistan.

Maar tussen droom en daad staan wetten in de weg en praktische bezwaren (dank je, Willem). Vooral dat laatste. Sabatten kost centen. Ik ben de eerste -al sinds ik werk- om niet in te zitten met mijn rekeningsaldo. Gewoon ervoor zorgen dat je rond komt, dat je kinderen en vrouw het goed hebben en meer doet niet ter zake. Wie weet ben je morgen dood en daar staan die getalletjes dan. Verweesd en uitgerekend, niet van tel en hopeloos weggecijferd. Maar zomaar eventjes weg van alles, neen, kan ik niet. Gaat niet. Realiteit. Waarheid. Naakte waarheid. Confronterend naakt. Niet eens functioneel.

Geen optie, die exodus. Ik moet er zijn en blijven. Ik ga dat ook doen. En strijdend (wat klinkt dit fout poëtisch en ouderwets revolutionair), desnoods tegen windmolens en winderige orakels, zo komen we er weer bovenop. Zeker van. Ik heb een missie, een doel, een ideaal, een principe. Ik heb nog principes, ha!

Waarom word ik nu plots zo’n hopeloos passé angry young man? Older man intussen. Nog zoiets: de tand des tijds die om zich heen bijt en kloven, gaten en littekens trekt. Nog eens 26 zijn, nog één keer zo, heel even… Te laat, gedaan, voorbij, voortdoen.

We komen er wel, zeker weten. Liever snel dan traag, liever ooit dan nooit, liever met obstakels dan nooit geprobeerd. Ni Dieu, ni maître. Maar sta me vrijelijk toe dat ik dezer dagen heel even, even, soms, regelmatig, vaak eens wil roepen en schoppen. Omdat ik veel dingen beu ben. Behalve die dingen en die mensen die me heel nauw aan het hart liggen. En dat is toch nogal wat, kan ik zeggen. Best maar.

Om het met mijn eeuwige wijsgeer Jacques Brel te zeggen:

Il faut oublier
Tout peut s’oublier
Qui s’enfuit déjà
Oublier le temps
Des malentendus
Et le temps perdu
A savoir comment
Oublier ces heures
Qui tuaient parfois
A coups de pourquoi
Le coeur du bonheur

En als ik dan toch tijdelijk zou verdwijnen…

Moi je t’offrirai
Des perles de pluie
Venues de pays
Où il ne pleut pas

Ach, alles komt altijd goed, zeg ik altijd. Ik heb het niet van mezelf, ik heb het van elders, ik het het ooit eens gehoord, of ooit eens gelezen. Of het mezelf ooit eens ingebeeld.

Sta me toe dat ik deze traan van woorden pleng. Wellicht was ik nooit eerder zo duister. Ik ben à fond ook niet duister, ik ben gewoon moe, ben heel veel toestanden beu en ik wil dat het anders begint te lopen.

Met dank voor uw aandacht. Geen commentaren, noch wensen. We komen er wel. Leef toch je leven als het allerlaatste uur, zong Youp. Motto. Slagzin. Levenswijsheid. Welaan dan, op naar morgen, naar beter, naar voldoening.

Iemand nog een aperitiefje? AvantiEt demain est un autre jour

(en nu op Publish drukken, of ik durf het nooit meer…)

Uit het boek gehaald

Facebook is als een portefeuille, af en toe moet je het ding eens rigoureus uitkuisen en alles eens opblinken, zei een wijsgeer uit Gent.

Gedaan zo. Iedereen in mijn “portefeuille” kén ik nu wel degelijk, ik heb met hem/haar eens een geweldig (vaak laat) moment gehad of ik zie hem of haar in staat om de komende zes maanden mijn pad te kruisen – mijn voorwaarden om te mogen blijven.

Narcismbook, het is iets… Is toch zo, FB is toch meer en meer een moderne uiting van narcisme aan ‘t worden, waar we ons nagenoeg allemaal aan bezondigen?

Enfin, ruim 700 vrienden/contacten, iets zegt me dat ik de voorbije 10 jaar te weinig thuis ben geweest, haha… Maar ‘k zou ‘t zo herdoen, voor een sociale verslaving bestaat toch geen afdoende kuur.

Ontvrienden

Al opgemerkt? De tijd van mopjes allerhande en flauwe Powerpoint-presentaties lijkt zowat voorbij in menig mailbox. Enkele jaren geleden was het nog schering en inslag. Het mailverkeer kreunde eronder. Al heeft het fenomeen zich verplaatst naar Facebook, vol dwaze testjes, virtuele cadeautjes, een overload aan filmpjes en zo meer.

Facebook, toch iets aparts. Ik ken nogal wat mensen en heb daardoor een brede “vriendenlijst”, maar ik kuis daar af en toe in. Binnenkort nog eens. Criterium is simpel: of ik ken je, of ik heb al fijn met je samengewerkt, of ik heb al eens pint gedronken met je. Of een wijntje.

Zo niet, excuseer, toch elimineren. Neen, defrienden heet dat nu hip en modern. Facebook is nu eenmaal geen marketing tool voor mij, ik hou het liever overzichtelijk.

Ik ken al volk genoeg dat ik wil blijven zien, waarmee ik blijven vriendje wil mee zijn, waarmee ik wil blijven samenwerken of een pint mee pakken. Vreemden, hoe sympathiek ook vaak, die me verzoeken om op “bevestigen” te klikken, neem het me niet kwalijk dat ik het niet altijd doe.

Toch bedankt aan alle echte vrienden die ik heb. Ik besef dat dat een grote deugd is. En iemand die mee een pint gaat pakken?

Post #1000

Dit is em dan: mijn duizendste post op “Het Radiofonisch Instituut”. Het zat al een tijdje te tikken en nu is het zover. Duizend meninkjes van mij, duizend gedachten, duizend tekstuele neerslagen. Met deze post begonnen, op 19 november 2006. Toen was ik al radiomannetje voor Sporza, maar ik had nog geeneens kinderen, het eerste moest zelfs nog “gemaakt” worden. Hoe de tijden in een periode van duizend posts zijn veranderd…

Mijn vrouw blogde al een tijdje, had mee Gentblogt opgericht en ik ben gezwicht. Ik wou meedoen, ik wou publiceren, ik wou een publiek. Welaan dan. Zo ging het.

Nu zijn we 46 maanden later. Duizend posts, goed voor gemiddeld 2,5 comments per stukje. Zowat 1000 stukjes op pakweg 1400 dagen, pas mal. Niet overdreven veel, maar toch iets. Ik heb -denk ik- een tijdje geresideerd tussen de zogenoemde A-list bloggers. Ik had volgens enkele internetuele parameters wel wat influence, maar’ t zal afgenomen zijn. Zeker van. Ik publiceer het laatste jaar te weinig. Bedolven onder een blogger’s block, bevangen ook door enkele keiharde privézaken die me vaak het schrijven hebben belet. Ik zal nog eens wat links van de “grote bloggers” nodig hebben.

Als ik de voorbije maanden bekijk, heb ik schandalig weinig geplaatst. Maar ik ben blijkbaar ook die efficiëntie kwijt om rap tussendoor iets te pennen: werk, relatie, twee kleine dochters, geen goesting, bezig met tientallen andere zaken etcetera. Excuses zijn er om ze aan te wenden. Ik moet vooral nog eens iets over mijn jongste dochter plaatsen. Onder meer. Evenzeer mijn oogappel, maar nog te weinig over geschreven. Alhoewel, is dat de bedoeling van mijn blog? Mja, beetje wel.

Veel geleerd in die bijna vier jaar tijd. Hoe je op het internet in principe iedereen aanspreekt met je zieleroerselen. Hoe iedereen kan, mag en zal meelezen. Vaak amusant van reacties, soms hard confronterend qua commentaren. Al eens met twisten ook. Hoort er dan bij zeker, als je alles op het net gooit?

Vreemde dingen ook meegemaakt in die bijna vier jaar tijd. Mijn zogenoemde “muziek op zondag” (nooit zo an sich geproclameerd) dat een fanbase heeft gekregen. Ik, ego, de man met de diverse maar bijwijlen foute muzieksmaak, die mensen lokt met zijn muziekjes. Hoe divers en discutabel ook.

Dit blogje heeft ook al dingen opgeleverd, ben ik eerlijk in: schrijfopdrachten en presentatieverzoeken. Maar vooral ook, enkele vriendschappen die zich zonder deze URL nooit zouden hebben voorgedaan. Van virtuele kennissen naar contacten in real life, vaak zeer amusant. Leuke bijkomstigheid, daarvoor alleen al ben ik blij dat ik een blogje ben begonnen.

Ik doe voort. Schrijven. Ik heb een hernieuwde goesting. En hopelijk nog een publiek. En zoniet, wat dan? Een blog is het beste dagboek. U blijft lezen? Welkom!

Polletiek

Ik heb me ingehouden. Ook al door mijn behoorlijk doorgedreven “blogpauze” (ach, had ik maar wat meer tijd om te schrijven), maar kom. Ik kom uit een politiek zeer geïnteresseerd nest en bovendien leef ik natuurlijk samen met een mandataris. En toch had ik er even mijn buik van vol. Zelden eerder gemerkt. Nooit eerder eigenlijk.

Ik, die zo zot ben van politiek, heb amper een debat gevolgd. Ik heb de campagne vooral bekeken viavia, beluisterd op de radio en af en toe eens geneusd op deredactie.be, dat wel.

Maar ik bemerkte een -voor mijn doen- politieke apathie. Maar dus gisteren gaan stemmen en achteraf de schade ingehaald. Terwijl ik op mijn (nagenoeg gerenoveerd) terras aan het werken was, volgde ik de nieuwtjes via de radio. En zoals zo vaak zijn de eerste vijf uitslagen die binnen zijn een exponent van de trends. En een voorbode van de werkelijkheid. De kiezer heeft beslist.

N-VA slaat toe dus, de groenen en de rooien krijgen (gelukkig) niet al te veel klappen, de rest ziet bont en blauw. Ik kan ermee leven. Even heb ik getwijfeld over wat ik zou kleuren, maar langzaamaan duwde toch mijn reflex tegen mijn geest om er toch minstens voor te zorgen dat er ook aan de linkse zijde werd gescoord.

Maar de zegetocht van N-VA is wel zodanig dat er nu iets moet veranderen. Dat er nu iets moet ondernomen worden. Is ook zo.

Ik feliciteer bij deze de blogger die ik halvelings ken, die naar het parlement mag. Goed voor hem.

Ik feliciteer vooral ook de “linksen” die hebben gevochten voor hun brok. Zeker ook in Gent. Het is toch de max: alweer eens is mijn stad tegendraads en niet volgzaam, een houding die ik sowieso apprecieer. Progressiever gekozen dan waar dan ook, ik ben er zowaar nog meer trots op dat ik in Gent woon.

Laat ons hopen op eindelijk goed uitgewerkte akkoorden. Op eindelijk voortwerken. Op eindelijk niet-rancuneus overleg. Op zin tot oplossen.

Ja, ik heb zo mijn voorkeurscoalitie, hopelijk zonder al te veel tsjeventruken, ja. Maar wel oprecht, gemeend en met zin voor verantwoordelijkheid, ondernemen en ageren. Met of zonder Wevermans.

Comeback II

Nog eens herhalen dat een nieuwe stroom van berichten staat te wachten. ‘t Is hier zeer kalm geweest de voorbije maanden, ik weet het, maar geen nood, ik heb er weer zin in en tijd voor, deze blog wordt weer opgestart – zeker ook na vele vragen van lezers. Hopelijk ben ik niet al te veel publiek kwijt dat dacht dat ik volledig versteend ben geraakt…

Brandboar

De voorbije weken ben ik een paar keer naar dit nummer gesurft om eens goed te lachen. Geniaal gedaan: leuk muziekje, vettig Gents dialect, Piet De Praitere die me ook altijd wel doet lachen, die twee backing girls die zodanig miscast zijn dat het goed wordt.. Allez, ‘t is eens iets geëngageerds met humor en zonder vingertje in de lucht. Meer erover ook op Gentblogt

Comeback

Ja, ik besef het, het is hier meer dan een maand stil geweest. Veel te stil! Schandalig! Ongehoord! Ongelezen, dat vooral. Hopen te doen en als er dan tijd was geen zin om nog te bloggen. Terwijl ik dringend eens prentjes van de nieuw geborenen moet tonen (hoewel die, tenminste als je niet volgt via een feedreader, rechts op de home staan, in die mozaïekjes). Enfin, er komen hopen teksten aan, dat zeker. Nu eens piepen naar mijn cijfers, ik vrees voor een ferm afgekalfd publiek.

Elfdaagse

Wachten is wat ik vooral heb gedaan de voorbije anderhalve week. Wachten op iets wat komen zal, maar je weet eigenlijk niet goed hoe of wanneer. Elf vakantiedagen kwijt in zekere zin, maar aan de andere kant heb ik ook wel degelijk die elfdaagse gehad.

Ik had en heb heel wat op mijn to do-lijst staan en daar zal eigenlijk maar een deel van gedaan zijn. Omdat je hoofd er niet naar staat, omdat je in andere sferen zit en ook wel door de turbulentie van de voorbije weken.

Maar ‘t heeft me een Gran Canaria in Gent bezorgd. Veel slapen (ik had precies wel wat in te halen), veel mentale rust, weinig ondernemen, enkel het weer viel minder mee. Veel kunnen samen zijn met mijn vrouw en dat is niet van onze gewoonte wegens agenda’s en van die moderne dingen. Veel samen geweest met Janne ook die haar laatste dagen als enige knuffelpop in huis beleefde. Ik vraag me af hoe bewust ze daarvan is. Ze was wel bewust genoeg om nu al de kleuren te leren en alles wat naar een bepaalde kleur neigt zo te benoemen. En ja, “groen” toont al een verdoken neiging tot een typische Gentse (schraap) -r.

Daglicht

Een dag als de afgelopen dag biedt dan ook leuke uitjes. Gewoon wat wandelen in de stad, fotootje trekken, hapje eten, muziekcollectie uitbreiden tegen batjesprijzen (Daan, Kings of Convenience, Absynthe Minded uiteindelijk, Massive Attack, Bram Vermeulen, Arsenal en Editors) en nadenken over hoe alles aan te pakken de komende weken. Leuk nevenfeit was en is hoe de blogosfeer, het Facebook-dom (of hoe noem je dat?) en de goeie ouderwetse vriendschap meeleefde. Tot op zeker moment, plots denkt iedereen dat er deze keer wél eentje zal blijven zitten.

Ooit moet dat kleintje de marathonzitting in de buik voor bekeken houden, ‘t moet wel voor één dezer dagen zijn zeker?

Dan nog enkele weken babybabablues en dan langzaamaan weer de serieuze dingen des levens en eens een puur rationele post. Een mens kan niet blijven in zijn purperen kasteel zitten…

Proche du peuple?

Ik viel bijna van mijn stoel toen ik het zag. Neen, niet bijna, ik donderde gewoonweg naar beneden. Uit mijn bruine hoekzetel. Op de zender genaamd VTM voltrok zich het jaarlijkse showspektakel van de verenigde Belgische voetballerij: het Gala van de Gouden Schoen.

Calimero

Milan Jovanovic, een Servische spits met kruit in de voeten, werd (wellicht terecht) gelauwerd als de beste voetballer op de Belgische velden in 2009. Maar de man was niet aanwezig op de uitreiking. Standard, niet vies van af en toe eens een Calimero-houding (“wij worden gekloot door Jan en alleman, vooral door Jan”), stuurde alle Luikse katten naar de show. Want de krant Het Laatste Nieuws had Axel Witsel na de hele affaire met Marcin Wasilewski van Anderlecht (tackle hier, tackle daar, voet volledig omgeplooid) durven te catalogeren als een slechterik pur sang. Eigenlijk zelfs niet de krant, eerder de site, die redactioneel volledig onafhankelijk is van de krant, wist de hoofdredacteur van de krant me te vertellen.

Juist, ‘t was ietwat overdreven. De vorige Gouden Schoen werd gecatalogiseerd in een rijtje van seriemoordenaars en dilettant gespuis als Kim De Gelder. Overdreven? Nogal enorm. Maar de krant had haar excuses aangeboden. Volstaat dat? Misschien wel niet, een journalistieke dwaling van jewelste kan je niet zomaar gauw even met de mantel der liefde bedekken. Maar de papier maché uit Asse had de fout ingezien en liet dat blijken.

Standard bleek toch -een dag voor de uitreiking- nog altijd gevoelige en blauwe tenen te hebben. Niemand mocht zich vertonen op euh, ja, de vertoning. Zelfs niet de gedoodverfde winnaar, Jovanovic. Kleintjes.

Een deus ex machina

En wat gebeurt er? Een Shakespeariaans maneuver, een schoolvoorbeeld van een deus ex machina. Ene Yves Leterme kwam het podium op om de trofee van de hoogst afwezige Jovanovic in ontvangst te nemen. Grijnsbekkend en half geforceerd nam de man de replica van de schoen in ontvangst. En er kwam nog een potje halfbakken Servisch idioom aan te pas. De katholieke koorknaap uit de Westhoek had een mondje Balkanees geleerd en wou zo de Luikse tifosi charmeren.

Mogen we dat hoogst dubieus noemen? Hoogst wenkbrauwfronsend? Hoogst opportunistisch? Dat de man supporter is van een welbepaalde club, ach wat. Schoonvader Dehaene heeft ook een onomstotelijke link met Club Brugge, senator Pol Van Den Driessche voert het hoge woord bij Cercle Brugge, Vincent Van Quickiebornie stond al eens met een sjaal van KV Kortrijk te wankelen en Caroline Gennez doet nog beter: zij supportert voor én Racing én voor KV Mechelen. Da’s zoals kiezen voor de Hutu’s én de Tutsi’s – vergeef me de licht misplaatste overdrijving.

Profilering

Hoe “de politiek” een volkse belevenis aangrijpt om aan profilering te doen, verbijsterend. Direct schiet het beeld op mijn netvlies waarbij Didier Reynders én Michel Daerden indertijd de kampioenenviering van de Rouches van Standard kwamen meevieren. Wat Daerden, retorisch best apart te noemen, de volgende historische uitspaak ontlokte: “Regarde, ça c’est aimer le peuple, proche des gens, vive la Standard!” Die Daerden is diezelfde van de grote presidentiële akkoorden in Ans, die man die in een handomdraai van een groenboek een witboek maakt, die een nietszeggend antwoord over de aanpak van de pensioenen verpakt in een stand-up comedy-act van hoog niveau. Met een grijns erbij, zo breed als de Maas. En da’s breed.

Al snel denk ik ook aan Silvio Berlusconi, wiens prominente oren doen denken aan de betere pizzabodem van casa di mama. Mediamagnaat, zakenman, politicus ook naar ‘t schijnt, wellicht zo corrupt als het gemiddelde personage uit “The Godfather”. Die middels zijn voorzitterschap van AC Milaan zieltjes won. En wint. De Rossoneri als opstapje naar de eeuwige roem. En dan krijgt zo iemand al eens een Dom van Milaan tegen zijn smikkel. Tot bloedens toe. Het toeristenkleinood verworden tot wapen van de protesterende burger. Je moet iets doen met de ontkerkelijking. Wat ie dan weer handig uitbuit. Als de Calimero van Italië. Een risorgimento van de moderne tijden.

Calimero? Kwam al eerder voor. Bij Standard, bestuurd en bestierd door de broertjes D’Onofrio. Lekker Italiaans. Pastamonarchieën. ‘t Zal wel toeval zijn en een door een columnist vergezochte link. Maar toch. En Yves, past ie, die schoen? Of heb je hem toch al aan Jovanovic gegeven? Met een kwinkslag op zijn Servisch.

Laat voetbal voetbal zijn. Een sport, een spektakel, een beleving, een cultuur zelfs. Maar geen electoraal wingewest. Grazie mille.

(ook verschenen op deredactie.be)

« Vorig bericht