Vandaag op de radio de legendarische Grote Prijs van Monaco mogen verslaan. Op de playlist van het programma (“Sporza” natuurlijk) stonden de eerste twee hierna volgende nummers. Liedjes die me op een of andere manier vrolijk maken. En zo zijn er nog wel enkele, ik heb ze maar bijgevoegd, zo direct een vijftal humeuroppeppers. Heerlijke deuntjes.
Komende woensdag ga ik in de AB deze mens beluisteren, één van de nieuwe exponenten van de minimal music die me zo dierbaar is. Eén van de vele IJslandse speciale geesten ook. “Fordlandia” is zowat zijn meesterwerk, zijn nieuwste (“The miner’s hymns: United to obtain the just reward of our labour “) moet ik nog eens beluisteren eigenlijk. Maar nu al wat dromen…
Heerlijk zondags, Hawaïaans van toon, vind ik. Ukulele, mondharmonica, zomerse stem, frisse teneur… “Pencil full of lead”, bijzonder leuke song van Paolo Nutini.
Sinds mijn studententijd ben ik fan van Frank Boeijen. zijn diepe stem, zijn looks, zijn zwarte kostuums, zijn teksten. Zijn “Zeg me dat het niet zo is” is van he mooiste uit de Nederpop. Onlangs een versie gevonden waarin ie -ruim 20 jaar geleden- dat nummer samen zong met de grote Ramses Shaffy. Prachtig. Grijpt naar de keel.
Shaffy, intussen al anderhalf jaar overleden, is één van mijn vele helden. Superstem, non-conformistisch, niet bezig met uiterlijkheden, merken, verworvenheden of bezittingen, op en top podiumbeest, intelligent van aard, wars van conventies en dingen die je doet om je omgeving tevreden te stellen, ach, heerlijk. Karakter pur sang.
Ik heb op YouTube zijn laatste openbare verschijning gevonden, enkele dagen voor ie stierf, kapot van de slokdarmkanker. Maar hij wou nog piano spelen. Wat een mens, wat een stem, wat een persoonlijkheid, die geweldige Ramses Shaffy… Kippenvel, en zéér terecht!
Vanochtend op deze minder bekende parel van Jacques Brel gestoten: “Pourquoi faut-il que les hommes s’ennuient?”. Op de dag van de meiklokjes, op de dag dat het socialisme als beweging nog eens extra in de spiegel moet kijken én op de dag dat Johannes-Paulus II wordt zalig verklaard. Of hoe iemand die zijn job slecht heeft gedaan dan toch wordt bewierookt en een lift naar de hoogste hemelsferen krijgt. Ik snap het allemaal niet.
Wat Brel (weer eens) bezingt is zo ongelofelijk één van mijn levenshoudingen: Durf! Leef! Geniet! Doe! Handel! Word boos! Jaag je droom na! Onderneem! ‘t Kan je laatste dag zijn! Al die verveling, dat gemem, dat negativisme, die materialistische verzuchtingen, ik word er zo horendol van!
Zoals zo vaak is de tekst van Brel pure poëzie, dus bij deze…
Pourtant les hôtesses sont douces
Aux auberges bordées de neige
Pourtant patientent les épouses
Que les enfants ont pris au piège
Pourtant les auberges sont douces
Où le vin fait tourner manège
Pourquoi faut-il que les hommes s’ennuient
Pourtant les villes sont paisibles
Où tremblent cloches et clochers
Mais le diable dort-il sous la bible
Mais les rois savent-ils prier
Pourtant les villes sont paisibles
De blanc matin et blanc coucher
Pourquoi faut-il que les hommes s’ennuient
Pourtant il nous reste à rêver
Pourtant il nous reste à savoir
Et tous ces loups qu’il faut tuer
Tous ces printemps qu’il reste à boire
Désespérance ou désespoir
Il nous reste à être étonnés
Pourquoi faut-il que les hommes s’ennuient
Pourtant il nous reste à tricher
Être le pique et jouer le cœur
Être la peur et rejouer
Être le diable et jouer fleur
Pourtant il nous reste à patienter
Bon an mal an on ne vit qu’une heure
Pourquoi faut-il que les hommes s’ennuient
Mijnheer Melancholia plaatste het vandaag op zijn Facebook-pagina en ‘t is inderdaad wonderprachtig. Ik ontdekte het enkele weken geleden al na een mailtje van die andere minimalistenbewonderaar – direct heb ik me dan al twee schijfjes aangeschaft bij mijn favoriete platenboer.
‘t Gaat over ene Nils Frahm, een jonge Duitser, het doet me denken aan Yann Tiersen, aan Keith Jarrett en vooral aan een nieuw geluid in het minimalisme, piano met folk vermengd, in een soortement nieuwe saudade. “Nue”, het is zeer de moeite, en dat 9 minuten lang.
Hopen ideetjes voor tekstjes, maar hier geraakt niets meer op. Ik doe mijn best om dat bij te sturen, maar mijn dagen zijn té vol tegenwoordig, blijkbaar.
Toch nog eens een muziekje, in een late zondagnacht, één van de revelaties van de voorbije tijd. Heerlijke plaat heeft ze uitgebracht, die Agnes Nobel. Met dit prachtige “Riverside” op. Ik denk dat ik de kruising tussen Suzanne Vega en Tori Amos heb gevonden, kan niet slecht zijn. Geniet.
Ik weet het, ik weet het. Ik ben hier de voorbije weken niet meer geraakt. Druk en zo, enfin, ik vraag om vergoelijking met twee zondagse platen, de twee nummers die me de voorbije weken op Radio 1 ietwat omver bliezen. Very gay, maar ook wel very good.
Beth Ditto die zingt dat zij het boek schreef. Een icoon voor forse madammen én een lesbo-voorbeeld. Die Madonna zo eventjes heruitvindt. Dansschoenen aan!
En Jamie Woon is een Britse knaap die weet wat producen en arrangeren is. Een nachtelijke bries uit je boxen, inderdaad van het mooiste wat er is, de geneugten van de nacht.
Om de vorige post wat te milderen en omdat slaan en zalven nu eenmaal mijn eeuwige ik is… “My manic and I”, van ene Laura Marling. De nieuwe Suzanne Vega wat mij betreft. Ooit getoerd met ene Marcus Mumford (ja die) in haar voorprogramma. Een zondagsplaat, op woensdag deze keer. Haar plaatjes liggen al bij mij thuis. Té goed om te laten liggen…
Kort maar krachtig: “Papillon” van Editors. ‘t Heeft hier al ooit eens gestaan, maar niet deze prachtige akoestische versie, die de collega’s van Stubru konden registreren, in die legendarische Marconi-studio bij ons.
Trouwens, bij deze aankondigen dat ik vanavond nog eens Zondagsdraaier ben in “Trefpunt” aan Sint-Jacobs. Nog eens onversneden en zonder regels de plaatjes opleggen die ik wil horen. En die “het publiek” dan ook zal horen. Lange tijd heb ik het niet meer gedaan wegens allerlei redenen. Ik weet dat ik de vorige keer ook minder gelukkig was achteraf. God mensen, ‘t is al bijna twee jaar geleden zeg, zie ik. Ik heb er zin in.
Caleidoscopie wordt het weer, voor elk wat wils. Klaar voor Mumford & Sons, Stornoway, Postal Service, Morrissey, Nits, Preisner, Rota, Coltrane, Brel, Stranglers, The Police, Everything But The Girl en Tiersen. Met als werktitel The Peter Pan Project.
Soms, heel soms, ben ik een beetje een oude zak. En ik ben dat graag. Ik ben immers een geweldige liefhebber van oude klassieke muziek, van Vlaamse polyfonie, van barok (O Orlandus Lassus, O Josquin Des Prez), van renaissance, van Vlaamse topdingen als Collegium Vocale en Philippe Herreweghe of van Paul Van Nevel zijn Huelgas Ensemble.
Ook kan ik me heerlijk wentelen in werk van bijvoorbeeld Sir John Eliot Gardiner, die ik een paar maanden geleden Monteverdi zag dirigeren in het Concertgebouw in Brugge. En van die mens heb ik nu net bij mijn favoriete online winkel een box besteld. Met onder meer zijn bewerking van “The Indian Queen” en “Music for Queen Mary”, allemaal van een absoluut onderschatte, minder bekende en barokke Engelse componist: Henry Purcell.
Ik heb er dan maar nog wat werk bijgevoegd van iemand die ik op last.fm al dikwijls eens zag passeren: de Catalaan Jordi Savall. “La folia” is een standaardwerk van hem en ik las zoveel goeds over zijn “El Nuevo mundo”, dat ik het ook heb besteld. Blindweg, al weet ik wel zeker dat ik het zal lusten.
Allemaal oude niet-krakende muziek, voor mijn nieuwjaar.
En jij daar snoodaard, die zit te wachten tot ik mijn overstap naar Klara aankondig, helaba gij, ik heb ook die worp van Balthazar in huis gehaald, “Applause”. Zo oud ben ik nu ook nog niet!
Gisteravond om 22 uur in bed gekropen. Niét ziek nochtans én er zijn geen speciale goede voornemens gemaakt (er was wel een glurende ochtenddienst). Sommige dingen gebeuren. En passeren. Voor iedereen een 2011 vol rode rozen gewenst. Wacht maar op de nacht…