Laatste reacties


Kiezels

Mijn geliefde camping “L’escargot” in Theux. Heerlijk plekje, heerlijke mensen. Zen.

En dan zie je je twee meisjes spelen. Simpelweg met kiezelsteentjes. In een potje gooien. In het water. En terug.

Eenvoud. Van een onversneden schoonheid.

Teken van leven

Tja, wat moet ik zeggen? En schrijven? Mijn laatste post dateert van bijna twee maanden geleden, bloggen is echt een detail der details geworden bij mij. Jammer, maar ‘k ga proberen de discipline en de goesting op te vijzelen – al heb ik dat al vaak gezegd hier.

Enfin, ik kan gelukkig zeggen dat in die twee maanden tijd mijn schoonmoeder goed vooruit is gegaan. Van intensieve, naar een kamer, naar een revalidatiecentrum, naar huis… Het komt goed, stilletjesaan.

In juli goed gewerkt voor de Tour op de radio en dan in augustus maar op vakantie getrokken. Met leuke en gezellige mensen en hun partners. Ietwat zwak festival muzikaal, het weer was ook maar zo en zo, maar wel een week lang genoten alweer van die heerlijke streek daar. En intussen gegeten met een ster (in alle betekenissen) in “In de Wulf”. Zoiets probeer je toch om de zoveel jaar eens te doen.

Nadien Umbrië verkend, mijn favoriete Italiaanse streek, met vrienden ook alweer. En met de twee meisjes die het fantastisch deden. Ook weer top, zij het dat ik er met een joekel van een dubbele oorontsteking ben geplaagd, verhalen van een spoedafdeling in een Italiaans ziekenhuis, immense doofheid… enfin, een vakantie met een dubieuze rand aan.

Afijn, de doofheid neemt stilaan af, het normale leventje keert terug. En hopelijk straks wat energie om wat posts in te halen, over de voorbije maanden. En over wat komen zal… Blijf lezen!

Angry older man

Ik zit al meer dan een week te sikkeneuren op dit postje. Doen, of niet? Dus wel. Niet het vrolijkste van mezelf, m’enfin. Omdat iets me van het hart moet. Omdat schrijven therapeutisch werkt. Omdat dit mijn persoonlijk (weliswaar openbaar) dagboek is. Omdat ik het toch eens moet zeggen. Inhouden heeft geen zin, braken is beter dan slikken.

Feit is dat ik al enkele weken niet langer mijn vrolijke zelf ben. De reden is niet ver te zoeken: vorig jaar was een rampjaar voor mijn vrouw, omgeving en ik. Drie mensen afgeven die je dierbaar zijn, in amper twaalf maanden tijd, het doet wat met een mens. Oké, ook intussen een kleintje bijgekregen dat het zeer goed doet, net als dat ander heerlijk meisje in huis. Niet te vergeten. Opbeurend en ‘t heeft en ‘t geeft zin. Maar enkele mokerslagen doen iemand sterretjes zien, ook bij “sterke karakters” zoals mijn eega en ik. De puist heeft een jaar gegroeid, ze is nu opengebarsten. En etter is lelijk. En stinkt. En stoot af. Het weze zo.

Een onomstotelijk feit is dat ik minder lach tegenwoordig. Ik betrap mezelf erop dat ik me aan alles en iedereen erger. Dat de kleinburgerlijke besognes en materialistische nulliteiten me mateloos de gordijnen injagen. Dat ik me soms alleen voel. Dat ik mijn passie, zijnde comedy, verwaarloos. Dat ik mijn naasten en vrienden wellicht ook wat in de kou laat staan. Ik ben in plaats van een bolide met snelle reactie- en injectiemotor een aftandse, trage diesel geworden. Die roet spuugt. En vitriool.

Ik erger me de pleuris aan wat ik dagelijks rond me zie. Slijmballerij en gatlikkerij. Opportunisme en halfslachtig vermomd geneuzel. En dat net die kwalen vaak de sleutel blijken te zijn “om er te geraken”. Ergerlijk. Ik kan dat niet, ik ben een slechte leugenaar. Liever de naïeve Don Quichot dan de vileine Don Corleone. Ik wil niet mee in de mallemolen, ik bezit liever mijn eigen malle kindermolen, met plezante figuurtjes en leuke deuntjes, wars van conformisme en zo-moet-het-nu-eenmaal. Ach wat, wie zegt dat? En als je daar dan gehoor aan geeft, ben je dan niet grijs en nauwelijks betrokken? Of is grijs een eeuwige modekleur?

Ik zie combines die er geen zijn. Ondanks veel steun en vriendschap en gehoor, ik heb veel vrienden. Veel oren. Veel vangnetten. Maar uiteindelijk, moet je niets alles zelf beredderen en oplossen? L’enfer, c’est les autres. Ik eis te veel van mezelf. En bijgevolg van iedereen.

Ik twijfel aan alles en trek alles in twijfel. Ik sla heen en weer tussen koele ratio en ongebreidelde vulkanische emotionaliteit. Ik sakker en mekker. Ik catalogeer onnodig veel en schrijf af waar het niet nodig is. Ik wil meer en beter en veel. Ik wil alles, nu of nooit.

Het ideale scenario is duidelijk. Mijn boeltje pakken, mijn drie vrouwtjes mee en weg. Weg. Ver weg. Buitenland. Zon. Onbekenden. Nieuwe horizonten. Onbekende plekjes. Tijd om te denken. Te ordenen. Te doen. Enkele maanden. Huis zo laten, vrienden in stoppen voor een tijd en elders naartoe. Met een minimum aan communicatiemiddelen. Narcismebook Facebook, Splitter Twitter (wat ik sowieso al niet doe), Jail Mail, … Niets van dat. Enkel wat telefoon (voor sommigen al een onoverkomelijke drempel) en desnoods een envelop met een brief in. Met een poststempel die uitgelopen is door de woedende en geselende regen in Belgenland. Of Vlaanderland. Of Absurdistan.

Maar tussen droom en daad staan wetten in de weg en praktische bezwaren (dank je, Willem). Vooral dat laatste. Sabatten kost centen. Ik ben de eerste -al sinds ik werk- om niet in te zitten met mijn rekeningsaldo. Gewoon ervoor zorgen dat je rond komt, dat je kinderen en vrouw het goed hebben en meer doet niet ter zake. Wie weet ben je morgen dood en daar staan die getalletjes dan. Verweesd en uitgerekend, niet van tel en hopeloos weggecijferd. Maar zomaar eventjes weg van alles, neen, kan ik niet. Gaat niet. Realiteit. Waarheid. Naakte waarheid. Confronterend naakt. Niet eens functioneel.

Geen optie, die exodus. Ik moet er zijn en blijven. Ik ga dat ook doen. En strijdend (wat klinkt dit fout poëtisch en ouderwets revolutionair), desnoods tegen windmolens en winderige orakels, zo komen we er weer bovenop. Zeker van. Ik heb een missie, een doel, een ideaal, een principe. Ik heb nog principes, ha!

Waarom word ik nu plots zo’n hopeloos passé angry young man? Older man intussen. Nog zoiets: de tand des tijds die om zich heen bijt en kloven, gaten en littekens trekt. Nog eens 26 zijn, nog één keer zo, heel even… Te laat, gedaan, voorbij, voortdoen.

We komen er wel, zeker weten. Liever snel dan traag, liever ooit dan nooit, liever met obstakels dan nooit geprobeerd. Ni Dieu, ni maître. Maar sta me vrijelijk toe dat ik dezer dagen heel even, even, soms, regelmatig, vaak eens wil roepen en schoppen. Omdat ik veel dingen beu ben. Behalve die dingen en die mensen die me heel nauw aan het hart liggen. En dat is toch nogal wat, kan ik zeggen. Best maar.

Om het met mijn eeuwige wijsgeer Jacques Brel te zeggen:

Il faut oublier
Tout peut s’oublier
Qui s’enfuit déjà
Oublier le temps
Des malentendus
Et le temps perdu
A savoir comment
Oublier ces heures
Qui tuaient parfois
A coups de pourquoi
Le coeur du bonheur

En als ik dan toch tijdelijk zou verdwijnen…

Moi je t’offrirai
Des perles de pluie
Venues de pays
Où il ne pleut pas

Ach, alles komt altijd goed, zeg ik altijd. Ik heb het niet van mezelf, ik heb het van elders, ik het het ooit eens gehoord, of ooit eens gelezen. Of het mezelf ooit eens ingebeeld.

Sta me toe dat ik deze traan van woorden pleng. Wellicht was ik nooit eerder zo duister. Ik ben à fond ook niet duister, ik ben gewoon moe, ben heel veel toestanden beu en ik wil dat het anders begint te lopen.

Met dank voor uw aandacht. Geen commentaren, noch wensen. We komen er wel. Leef toch je leven als het allerlaatste uur, zong Youp. Motto. Slagzin. Levenswijsheid. Welaan dan, op naar morgen, naar beter, naar voldoening.

Iemand nog een aperitiefje? AvantiEt demain est un autre jour

(en nu op Publish drukken, of ik durf het nooit meer…)

Reislijst

Ik ben ne raren. Soms. Ik durf al eens laat te leven. En dan heb ik gedachten die ik kwijt wil aan mijn geliefde. Maar zij slaapt dan al. Dus mail ik ze. Ge moet gebruik maken van den techniek, vind ik. Is er voor gemaakt.

Zo zat ik afgelopen nacht nog eens te bepeinzen dat ik graag reis. En meer wil reizen. Niet professioneel (dat doe ik trouwens toch amper), daar lig ik niet zo van wakker. Maar privé. Zelf tempo en inhoud bepalen. Ik heb dan maar volgend lijstje doorgemaild naar de oudste vrouw in huis:

- Oxford/Cambridge/Canterbury
- Boedapest en Wenen
- IJsland
- New York
- Kroatië
- Berlijn
- Venetië/Milaan/Turijn
- Sicilië
- nog wat Umbrië en Toscane
- Madrid
- Zeeland/Friesland/Urk
- Bordeaux
- Rijsel
- Barcelona (toch nog eens, al is ‘t maar voor de evolutie van de Sagrada Familia)

Zoals ge ziet, ben ik niet zo’n Afrikaan of Aziaat. Niets daartegen, maar da’s voor later eens. Het enige wat ik nu nog zoek is iemand die mijn dienstroosters zodanig wil vervalsen dat ik pakweg 100 vakantiedagen per jaar heb. En een exorbitante milde schenking van zilverlingen vanwege een legaat Gods zou ook welkom zijn – want er is een manifest tekort.

Een mens mag al eens dromen, toch?

Update: Nog vergeten: Istanboel en Lissabon.

Post #1000

Dit is em dan: mijn duizendste post op “Het Radiofonisch Instituut”. Het zat al een tijdje te tikken en nu is het zover. Duizend meninkjes van mij, duizend gedachten, duizend tekstuele neerslagen. Met deze post begonnen, op 19 november 2006. Toen was ik al radiomannetje voor Sporza, maar ik had nog geeneens kinderen, het eerste moest zelfs nog “gemaakt” worden. Hoe de tijden in een periode van duizend posts zijn veranderd…

Mijn vrouw blogde al een tijdje, had mee Gentblogt opgericht en ik ben gezwicht. Ik wou meedoen, ik wou publiceren, ik wou een publiek. Welaan dan. Zo ging het.

Nu zijn we 46 maanden later. Duizend posts, goed voor gemiddeld 2,5 comments per stukje. Zowat 1000 stukjes op pakweg 1400 dagen, pas mal. Niet overdreven veel, maar toch iets. Ik heb -denk ik- een tijdje geresideerd tussen de zogenoemde A-list bloggers. Ik had volgens enkele internetuele parameters wel wat influence, maar’ t zal afgenomen zijn. Zeker van. Ik publiceer het laatste jaar te weinig. Bedolven onder een blogger’s block, bevangen ook door enkele keiharde privézaken die me vaak het schrijven hebben belet. Ik zal nog eens wat links van de “grote bloggers” nodig hebben.

Als ik de voorbije maanden bekijk, heb ik schandalig weinig geplaatst. Maar ik ben blijkbaar ook die efficiëntie kwijt om rap tussendoor iets te pennen: werk, relatie, twee kleine dochters, geen goesting, bezig met tientallen andere zaken etcetera. Excuses zijn er om ze aan te wenden. Ik moet vooral nog eens iets over mijn jongste dochter plaatsen. Onder meer. Evenzeer mijn oogappel, maar nog te weinig over geschreven. Alhoewel, is dat de bedoeling van mijn blog? Mja, beetje wel.

Veel geleerd in die bijna vier jaar tijd. Hoe je op het internet in principe iedereen aanspreekt met je zieleroerselen. Hoe iedereen kan, mag en zal meelezen. Vaak amusant van reacties, soms hard confronterend qua commentaren. Al eens met twisten ook. Hoort er dan bij zeker, als je alles op het net gooit?

Vreemde dingen ook meegemaakt in die bijna vier jaar tijd. Mijn zogenoemde “muziek op zondag” (nooit zo an sich geproclameerd) dat een fanbase heeft gekregen. Ik, ego, de man met de diverse maar bijwijlen foute muzieksmaak, die mensen lokt met zijn muziekjes. Hoe divers en discutabel ook.

Dit blogje heeft ook al dingen opgeleverd, ben ik eerlijk in: schrijfopdrachten en presentatieverzoeken. Maar vooral ook, enkele vriendschappen die zich zonder deze URL nooit zouden hebben voorgedaan. Van virtuele kennissen naar contacten in real life, vaak zeer amusant. Leuke bijkomstigheid, daarvoor alleen al ben ik blij dat ik een blogje ben begonnen.

Ik doe voort. Schrijven. Ik heb een hernieuwde goesting. En hopelijk nog een publiek. En zoniet, wat dan? Een blog is het beste dagboek. U blijft lezen? Welkom!

Retour

We zijn terug. Heel kort na de begrafenis van mijn schoonpa zijn mijn vrouw en ik vertrokken. Op reis met vrienden: met I., H., J. en L., en alle kinderen erbij – onze kleinste had zo haar peter én meter mee, niet dat ze dat zelf beseft, maar best leuk. Deugddoend, negen dagen lang. Wegens vrienden bij ons en ook mensen die de hele situatie hebben gevolgd. En wisten waarom we er soms eens niet met ons hoofd bij liepen.

Gelogeerd in een huis in Olargues, in de Hérault, goed ten westen van de Provence, zeg maar, zeer mooie streek alleszins. Weinig tripjes verricht (wel onderweg de wonderlijke brug van Millau bereden, ontworpen door de man van vele grootse projecten, Norman Foster) , maar geluierd, gedronken, gezwommen, gepraat, gesakkerd op de tientallen muggenbeten, maar ook wel écht genoten. In de terugtocht als bij toeval ook nog gelogeerd in een erg aangenaam landhuis/kasteel in Les Deux Chaises, in de Bourbonnais-streek, hartje Frankrijk (enkele foto’s later eens).

Thuis op het terras een frietje gegeten en nog eens afgesloten met mijn twee dochters, die zich weer -meestal- erg aangenaam hebben gedragen. Wat een bloedjes, allebei!

De klanken van de Gentse Feesten overspoelen al de terrastafel. Hinderlijk? Neen. Ik ga er niet meer zoals vroeger elke avond naartoe, maar ‘t hoort bij een bruisende stad als Gent.

En langzaamaan moeten we weer ons leven opnemen. Voortdoen. Voortwerken. Er zijn. In de eerste plaats voor Janne en Sien. Voor mijn schoonmoeder. Voor onze talrijke vrienden, die ons geweldig hebben gesteund. Voor onszelf. Dat heeft mijn schoonpa zo gewild.

Vooruit dan maar, al zullen we nog veel achterom kijken. Om te taxeren of Raf daar toch niet staat. Ik vrees van niet, maar ‘t gedacht alleen al…

Komen & gaan

Uitgelezen, eindelijk dan: “Komen & gaan” van Youp van ‘t Hek, één van mijn eeuwige helden én onderwerp van mijn thesis waarmee ik mijn diploma haalde dat zei dat ik volwassen ben. Een week lang zat Youp in een hotel aan het Parijse Gare du Nord. Zijn Parijs. Mijn Parijs.

komenengaan_boek

Verhalen over herinneringen aan het Parijs van dertig jaar geleden. Parijs van nu. Over romantiek, schoonheid, verwondering en ergernissen. Hapklare filosofietjes. Geen wereldliteratuur, maar wel typische en dus rake beschouwingen van de man. Zinnen die gensters slaan, al zijn ze soms maar enkele woorden lang.

Als je eens een uurtje of twee over hebt, is het een aanrader. Al is het maar om met zijn universum kennis te maken. Eventjes. Leuk en treffend, zonder meer. ‘t Doet je nadenken, dat zeker.

Waalse slak

Heerlijke dagen gehad. Vier dagen in de Ardennen. Tussen Luik en Spa. Jevoumont, vlakbij Theux. Heerlijke, overheerlijke camping. Rustig, stijlvol, uitgerust met luxe zo veel of zo weinig je wil, lekker restaurant en nog meer superlativa. Geïnteresseerd? De site van “L’Escargot” is er, ik ga zelfs eerlijk zijn, er staan wat fotootjes op van mij. Maar hou het een heel klein beetje geheim, die topplek, dat we er niet met zijn duizenden toekomen.

Alweer gemerkt en ontdekt: Wallonië is onderschat, staat in de schaduw van Frankrijk, maar heeft heel wat moois te bieden. Vive la Belgique! Mensen, doe uw eigen land eens een plezier en ga eens langs bij de Waalse vrienden. Vaut la peine! Desnoods met een slakkengangetje.

Terug van de Loire

Zo, enkele dagen geleden ben ik teruggekeerd. Terug van waar het goed was: met J. en L. en kinderen Sam en petekindje Milo. De Loire was het deze keer: het kasteel van Chambord bezocht, dat van Cheverny (was de inspiratie voor kasteel Molensloot uit Kuifje trouwens). Het kasteel van Chenonceau heb ik niet kunnen bezoeken. Ach, dan heb ik een reden om er eens terug te keren.

Ook bezocht: de steden Blois (best interessant en gezellig) en Orléans, geboorteplaats van de legendarische Jeanne D’Arc, maar niet zo interessant op zich.

Foto’s later eens, ik zoek nog altijd een container vol tijd om eens wat aan fotoklassement te doen.

De retour

De reiswee is alweer voorbij. Terug van een tiendaagse trip langs de Bourgogne en de Ardèche. Heel wat natuurmoois gezien, heel wat amusement gehad met mijn vrouwen, de meereizende vrienden en hun kinderen. Er volgen nog wel foto’s, die van Parijs moeten trouwens ook nog eens komen (doet me eraan denken dat de Franse economie me dankbaar mag zijn de laatste tijd). Maar ik geraak maar niet aan mijn fotomasjien.

Dat prutske van bij ons thuis vond het alleszins leutig genoeg daar, in de vlammende zon en daar waar water en ruimte was.

janneke

En felicitaties aan W. en L. die intussen voor een nieuwe Arthur op de wereldbol zorgden.

Meer volgt, eerst weer wat wennen aan de gewone dingen des levens.

Van de week

Sinds Parijs sukkel ik met een tijdsbeheersingsprobleem, ik kreeg maar niets gepend hier, te veel anders te doen. Daarom een overzicht van een tiental dagen overpeinzingen…

Parijs. Heerlijke stad, alweer als splendide bevonden. Logeren en kuieren op Montmartre, relicten vinden uit “Le fabuleux destin d’Amélie Poulain”, de stad overschouwen van aan de Sacré Coeur. Wandelen van aan Opéra de la Bastille langs de mooie Marais-wijk en het Place des Vosges, Centre Pompidou in zijn architecturale zotheid nog eens gezien, de Notre Dame en Ile de la Seine geplukt als getuigen van een flamboyante stad, de zon gevangen aan het Louvre en in de Tuilerieën. Geluisterd en gekeken naar wat Franse jongelingen in “Chez Camille”. Dan nog wat hotspots bekeken als La Grande Arche (ik blijf onder de indruk van dat bouwwerk), de Arc de Triomphe, de Eiffeltoren en het park ervoor. Een stad trouwens volledig in de ban van de release van de Chanel-film. De affiches met de rokende Audrey Tatou moeten nu plots wel weg, wat een onzin toch, wat een foute reflex. Dat rokers worden ingeperkt, alla, maar er zijn grenzen. Een 500-tal foto’s heb ik mee, binnenkort eens een selectie hier.

Een heerlijke impro show gehad met mijn Lunatics. Ik overwoog om te stoppen met spelen, om enkel nog te MC’en. Ik ga dat toch nog eens goed overleggen met mezelf.

De verbouwingen in de garage gaan goed vooruit, het wordt een polyvalente ruimte zowaar. Goed werk.

Dank ook aan bezoekers P., en Nike en S., goed volk. En wat wordt er lekker gekookt ten huize van volume 12 en morgen komt polly. Inschoon moment daar: de zoon des huizes die op zijn trompet een wiegeliedje speelde voor onze Janne, ze luisterde bewonderend en deed een dansje, mijn gemoed schoot vol.

Gewerkt? Dat ook, ja. Sporza blijft gaan en ik doe gretig mee.

Me ook kapot geërgerd aan de strapatsen van de kornuiten van JM Dedecker, de zelfverklaarde werkgever der detectives. Ik hoed me om hier al te veel politieke standpunten in te nemen, maar wat een bende kwartels bijeen. Die Ivan Sabbe van LDD, die zelfgenoegzaam kwam orakelen in “Terzake”, mijn broek zakte af terwijl ik mijn opstuwende misselijkheid probeerde te beheersen. Onvoorstelbaar. Het opperhoofd was beter judocoach gebleven: daarmee heeft ie geweldige resultaten geboekt, politiek gezien is ie gediskwalificeerd. Over enkele weken verkiezingen, ik doe mijn al geblutste helm aan om de nieuwe ruk naar rechts op te vangen. Zucht.

Had ik al gezegd dat ik “Mijn restaurant” fabuleuze televisie vind? Reality, ja, dus ook voor een deel gestuurd door de productie. Maar heerlijke personages, sterke verhaallijnen en professioneel gemaakt. Als het goed is, moet het gezegd: de concullega’s uit Vilvoorde scoren. Ook met hun opnieuw gelanceerde Digitext trouwens, de VRT is op dat vlak nog achter. Een uitdaging.

En we ploegen voort, op zoek naar het krink’lende, wink’lende levensding…

Even weg, ik ben zo terug

Zo, ik heb weer nieuwe oren. Allez, ik heb weer een nieuw buisje in mijn rechteroor sinds donderdag en ‘t klinkt allemaal weer goed. Ik heb mijn laatste MC-beurt verricht in de toernee van Neveneffecten met The Lunatics en ‘t was genieten. Fijn in Geel! Maar permitteer me nu om enkele dagen mentaal én fysiek offline te gaan. Montmartre wacht. En La Grande Arche. En la Tour Eiffel. En de Seine. En gezellig tafelen en zo. Voor het eerst in het anderhalf jaar bestaan van mijn dochter drie dagen zonder haar. ‘t Zal me benieuwen. Paris vaut bien une messe.

« Vorig bericht