Kiezels
Mijn geliefde camping “L’escargot” in Theux. Heerlijk plekje, heerlijke mensen. Zen.
En dan zie je je twee meisjes spelen. Simpelweg met kiezelsteentjes. In een potje gooien. In het water. En terug.
Eenvoud. Van een onversneden schoonheid.
Mijn geliefde camping “L’escargot” in Theux. Heerlijk plekje, heerlijke mensen. Zen.
En dan zie je je twee meisjes spelen. Simpelweg met kiezelsteentjes. In een potje gooien. In het water. En terug.
Eenvoud. Van een onversneden schoonheid.
Tja, wat moet ik zeggen? En schrijven? Mijn laatste post dateert van bijna twee maanden geleden, bloggen is echt een detail der details geworden bij mij. Jammer, maar ‘k ga proberen de discipline en de goesting op te vijzelen – al heb ik dat al vaak gezegd hier.
Enfin, ik kan gelukkig zeggen dat in die twee maanden tijd mijn schoonmoeder goed vooruit is gegaan. Van intensieve, naar een kamer, naar een revalidatiecentrum, naar huis… Het komt goed, stilletjesaan.
In juli goed gewerkt voor de Tour op de radio en dan in augustus maar op vakantie getrokken. Met leuke en gezellige mensen en hun partners. Ietwat zwak festival muzikaal, het weer was ook maar zo en zo, maar wel een week lang genoten alweer van die heerlijke streek daar. En intussen gegeten met een ster (in alle betekenissen) in “In de Wulf”. Zoiets probeer je toch om de zoveel jaar eens te doen.
Nadien Umbrië verkend, mijn favoriete Italiaanse streek, met vrienden ook alweer. En met de twee meisjes die het fantastisch deden. Ook weer top, zij het dat ik er met een joekel van een dubbele oorontsteking ben geplaagd, verhalen van een spoedafdeling in een Italiaans ziekenhuis, immense doofheid… enfin, een vakantie met een dubieuze rand aan.
Afijn, de doofheid neemt stilaan af, het normale leventje keert terug. En hopelijk straks wat energie om wat posts in te halen, over de voorbije maanden. En over wat komen zal… Blijf lezen!
Ik heb nogal twee geweldige dochters. De oudste is de lieve resolute, de jongste de kleine komieke. Wel, dat Sientje mocht van de week twee keer op bezoek bij Sofie en Tom (schrijft die eigenlijk ooit nog iets?), ze hadden daar veel zin in.
En ‘t is blijkbaar leuk geweest, voor iedereen. Hartverwarmend. Fijn om te lezen. Leuk. En bedankt!
Ik zette dit op m’n Facebook: “Oordeel van juf Caroline na iets meer dan een jaar eerste kleuterklasje voor Janne: sociaal, lief en leuk kind, clever en een harde werker, maar wel nogal een willetje, ja, zelfs dominant te noemen. Waarom was ik niet verrast?”
We gingen/moesten/wilden naar het oudercontact en kregen te horen wat we hadden voorspeld. Onze oudste is niet onbesproken, is nogal een karaktertje, weet wat ze wil en manifesteert zich. Graag gezien, leuk kind, maar niet de makkelijkste. Soms té, vinden wij ook, maar ze heeft tenminste vista in haar bloed. De scherpe kantjes willen we er wel afvijlen, anders wordt het onaangenaam, maar kom, de jongedame stelt zich. Dat tenminste.
Janne is een heerlijk kind, een meisje met een wil en veel gedoe, die zich niet laat doen en duwt en trekt waar ze wil. Soms té. Soms te letterlijk. Maar ze gaat recht door zee. Maar o wee als ze ze een zoen niet heeft gekregen, of als een knuffel haar is onthouden.
En we hadden Sien mee, de jongste, en de jongedame baande zich (letterlijk) een weg doorheen de school, langs de gangen, langs de dames van de opvang. Zij is -denken we- zo mogelijk nog astranter, doordebakser, recht vooruit, ze moet ook opboksen tegen een oudere zus met pit. Het willetje spat soms haar uit haar kleine oogjes.
Ik heb -samen met mijn eega voor alle duidelijkheid- twee meisjes met fond, pit, wil, karakter, hoe je het ook wil noemen, gemaakt. We gaan ons dat nog beklagen, we zullen het ons nog heugen, dat ook.
Ze zullen lof ontvangen, maar ook banbliksems, omdat ze nu eenmaal niet altijd mee willen. Ach wat, de weg der mediocriteit is bezaaid met de stenen der meegaandheid. Ik vind het nu eenmaal bijwijlen leuk, ja uitdagend, ja lovenswaardig om wat tegen te spartelen. Ze zullen in hun levensloop al genoeg moeten knikken. Deemoedig. Omdat het moet. Omdat je dat vooruit helpt. Zwijgen is vaak beter dan spreken. Hoezeer ikzelf dat ook verafschuw.
Nu, weet je, we spreken over ettelijke jaren. Hopelijk zijn ze dan gevormd, gepokt, gemazeld, en geleerd. En zeg ik dat het een beetje excentrieker, anders, vrijer en specialer kon. Maar dat hun attitude hen vooruit zal helpen.
Janneke, volgend schooljaar iets meer meedoen, iets minder bazen en commanderen. En al de rest is rabarber, zoals een oom én mijn grootmoeder plachten te zeggen.
Ga maar, ga dan, wie houdt je tegen?
Van de week nu al twee keer Els Dottermans op televisie gezien, bij Marcel Vanthilt in zijn zomerprogramma én in de documentaire met haar prachtige vader (in de reeks “Mijn vader”, het stond nog te wachten op de digicorder). Al sinds mijn achttiende is la Dottermans zowat een godin voor mij. Ooit wil ik haar spreken en interviewen, bloednerveus zal ik zijn. Trouwens, hoe haar vader over zijn kinderen spreekt, hopelijk doe ik dat ook zo als ik zijn leeftijd heb…
Dottermans. Horen over spreken ten tijde van “Wilde Lea”, de poster ervan heeft jarenlang op mijn kot geprijkt. Liefjes die passeerden, moesten er op kijken. Ik zag ze later in “All for love”, in de film “Beck”. Meer nog, ik figureerde als jonge snaak in “Moeder, waarom leven wij?” en ik mocht in (het oude “vettekot” in) Kuurne net niet meespelen met haar. Ik speelde wel met Dirk Roofthooft samen, ook een held van mij. Maar ik zag haar, met haar toenmalige levenspartner Luk Perceval, samen met mij in de kleedkamer, in lingerie, jawel, voor een potente achttienjarige was dat alles.
Een deel van mijn licentiaatsthesis ging over de Blauwe Maandag Compagnie, waar Dottermans een absolute protagoniste was. Het intrigeerde mij en ik kon haar zo heel even van nabij volgen.
Ik ben haar blijven volgen omdat ze nu eenmaal een steengoede actrice is én omdat ze schoonheidsgewijs dartele dingen met me deed. Zeker meer dan de helft van haar werk op het theater heb ik gezien.
En nog altijd beroert ze mij, tien jaar ouder dan ik ben, maar een majestueuze vrouw, zoals ze is. Met haar vader zeg, een kruising (uiterlijk én van manier van doen) tussen mijn eigen vader én Jan Decorte, vind ik. Hoe die sprak over vader zijn van (vier) dochters, over de jongste, zijn zoon, die uit het leven is gestapt. En hoe vader en dochter naar elkaar keken. Goddelijk.
Zo wil ik over dertig, ja, veertig jaar ook bestaan. Zo kunnen spreken over mijn kinderen, in mijn geval mijn twee heldinnen, Janne en Sien. ‘t Zou mooi zijn, trouwens iets waar ik, hypochonder pur sang, mee bezig ben. Hoelang leef je, hoelang heb je? Wat zou ik nu direct tekenen om 80 te mogen worden, er dus nog net geen 45 jaar bijdoen, en dan langzaam en stil doodgaan in je slaap. Wie wil dat niet?
Hopelijk is het me gegund. Zo ja, ben ik tevreden. Maar in een leven is je niets gegund, of beter, is niets zeker, niets afgelijnd, niets te bespreken. Je neemt wat komt. Je moet wel. Iets of iemand beslist voor jou.
Mevrouw Dottermans, een dezer bel ik je. Voor een interview, of liever nog voor een gesprek met drama, misbaar, gestes, witte wijn en gelach.
Dochters, vrouwen, meisjes, het zijn godinnen, zeg ik je.
Nu we allebei een smartphone hebben (de evolutie der dingen, nietwaar?) kunnen we nog sneller eens ons gedochterte filmen en voor het archief vastleggen. Mijn eega filmde dit, bij een routinebezoekje aan de kinderarts. Sien in full force. Ze stond al goed recht op haar 11 maanden, liep zowat op een jaar en is nu (bijna 15 maanden) al razendsnel te been. Ons komisch kleintje…
En dan afgelopen zondag, 1 mei, niet onbelangrijk met een socialistische mandataris in huis. Zij stapte mee op in de stoet en Janne (ook volledig in het rood getooid) mocht mee. En tijdens “De Internationale” (op de tweede rij) wist ze niet waar eerst gekeken, veel te veel te beleven…
Heerlijk doendig en bezig altijd, die twee…
Ik zit al meer dan een week te sikkeneuren op dit postje. Doen, of niet? Dus wel. Niet het vrolijkste van mezelf, m’enfin. Omdat iets me van het hart moet. Omdat schrijven therapeutisch werkt. Omdat dit mijn persoonlijk (weliswaar openbaar) dagboek is. Omdat ik het toch eens moet zeggen. Inhouden heeft geen zin, braken is beter dan slikken.
Feit is dat ik al enkele weken niet langer mijn vrolijke zelf ben. De reden is niet ver te zoeken: vorig jaar was een rampjaar voor mijn vrouw, omgeving en ik. Drie mensen afgeven die je dierbaar zijn, in amper twaalf maanden tijd, het doet wat met een mens. Oké, ook intussen een kleintje bijgekregen dat het zeer goed doet, net als dat ander heerlijk meisje in huis. Niet te vergeten. Opbeurend en ‘t heeft en ‘t geeft zin. Maar enkele mokerslagen doen iemand sterretjes zien, ook bij “sterke karakters” zoals mijn eega en ik. De puist heeft een jaar gegroeid, ze is nu opengebarsten. En etter is lelijk. En stinkt. En stoot af. Het weze zo.
Een onomstotelijk feit is dat ik minder lach tegenwoordig. Ik betrap mezelf erop dat ik me aan alles en iedereen erger. Dat de kleinburgerlijke besognes en materialistische nulliteiten me mateloos de gordijnen injagen. Dat ik me soms alleen voel. Dat ik mijn passie, zijnde comedy, verwaarloos. Dat ik mijn naasten en vrienden wellicht ook wat in de kou laat staan. Ik ben in plaats van een bolide met snelle reactie- en injectiemotor een aftandse, trage diesel geworden. Die roet spuugt. En vitriool.
Ik erger me de pleuris aan wat ik dagelijks rond me zie. Slijmballerij en gatlikkerij. Opportunisme en halfslachtig vermomd geneuzel. En dat net die kwalen vaak de sleutel blijken te zijn “om er te geraken”. Ergerlijk. Ik kan dat niet, ik ben een slechte leugenaar. Liever de naïeve Don Quichot dan de vileine Don Corleone. Ik wil niet mee in de mallemolen, ik bezit liever mijn eigen malle kindermolen, met plezante figuurtjes en leuke deuntjes, wars van conformisme en zo-moet-het-nu-eenmaal. Ach wat, wie zegt dat? En als je daar dan gehoor aan geeft, ben je dan niet grijs en nauwelijks betrokken? Of is grijs een eeuwige modekleur?
Ik zie combines die er geen zijn. Ondanks veel steun en vriendschap en gehoor, ik heb veel vrienden. Veel oren. Veel vangnetten. Maar uiteindelijk, moet je niets alles zelf beredderen en oplossen? L’enfer, c’est les autres. Ik eis te veel van mezelf. En bijgevolg van iedereen.
Ik twijfel aan alles en trek alles in twijfel. Ik sla heen en weer tussen koele ratio en ongebreidelde vulkanische emotionaliteit. Ik sakker en mekker. Ik catalogeer onnodig veel en schrijf af waar het niet nodig is. Ik wil meer en beter en veel. Ik wil alles, nu of nooit.
Het ideale scenario is duidelijk. Mijn boeltje pakken, mijn drie vrouwtjes mee en weg. Weg. Ver weg. Buitenland. Zon. Onbekenden. Nieuwe horizonten. Onbekende plekjes. Tijd om te denken. Te ordenen. Te doen. Enkele maanden. Huis zo laten, vrienden in stoppen voor een tijd en elders naartoe. Met een minimum aan communicatiemiddelen. Narcismebook Facebook, Splitter Twitter (wat ik sowieso al niet doe), Jail Mail, … Niets van dat. Enkel wat telefoon (voor sommigen al een onoverkomelijke drempel) en desnoods een envelop met een brief in. Met een poststempel die uitgelopen is door de woedende en geselende regen in Belgenland. Of Vlaanderland. Of Absurdistan.
Maar tussen droom en daad staan wetten in de weg en praktische bezwaren (dank je, Willem). Vooral dat laatste. Sabatten kost centen. Ik ben de eerste -al sinds ik werk- om niet in te zitten met mijn rekeningsaldo. Gewoon ervoor zorgen dat je rond komt, dat je kinderen en vrouw het goed hebben en meer doet niet ter zake. Wie weet ben je morgen dood en daar staan die getalletjes dan. Verweesd en uitgerekend, niet van tel en hopeloos weggecijferd. Maar zomaar eventjes weg van alles, neen, kan ik niet. Gaat niet. Realiteit. Waarheid. Naakte waarheid. Confronterend naakt. Niet eens functioneel.
Geen optie, die exodus. Ik moet er zijn en blijven. Ik ga dat ook doen. En strijdend (wat klinkt dit fout poëtisch en ouderwets revolutionair), desnoods tegen windmolens en winderige orakels, zo komen we er weer bovenop. Zeker van. Ik heb een missie, een doel, een ideaal, een principe. Ik heb nog principes, ha!
Waarom word ik nu plots zo’n hopeloos passé angry young man? Older man intussen. Nog zoiets: de tand des tijds die om zich heen bijt en kloven, gaten en littekens trekt. Nog eens 26 zijn, nog één keer zo, heel even… Te laat, gedaan, voorbij, voortdoen.
We komen er wel, zeker weten. Liever snel dan traag, liever ooit dan nooit, liever met obstakels dan nooit geprobeerd. Ni Dieu, ni maître. Maar sta me vrijelijk toe dat ik dezer dagen heel even, even, soms, regelmatig, vaak eens wil roepen en schoppen. Omdat ik veel dingen beu ben. Behalve die dingen en die mensen die me heel nauw aan het hart liggen. En dat is toch nogal wat, kan ik zeggen. Best maar.
Om het met mijn eeuwige wijsgeer Jacques Brel te zeggen:
Il faut oublier
Tout peut s’oublier
Qui s’enfuit déjà
Oublier le temps
Des malentendus
Et le temps perdu
A savoir comment
Oublier ces heures
Qui tuaient parfois
A coups de pourquoi
Le coeur du bonheur
En als ik dan toch tijdelijk zou verdwijnen…
Moi je t’offrirai
Des perles de pluie
Venues de pays
Où il ne pleut pas
Ach, alles komt altijd goed, zeg ik altijd. Ik heb het niet van mezelf, ik heb het van elders, ik het het ooit eens gehoord, of ooit eens gelezen. Of het mezelf ooit eens ingebeeld.
Sta me toe dat ik deze traan van woorden pleng. Wellicht was ik nooit eerder zo duister. Ik ben à fond ook niet duister, ik ben gewoon moe, ben heel veel toestanden beu en ik wil dat het anders begint te lopen.
Met dank voor uw aandacht. Geen commentaren, noch wensen. We komen er wel. Leef toch je leven als het allerlaatste uur, zong Youp. Motto. Slagzin. Levenswijsheid. Welaan dan, op naar morgen, naar beter, naar voldoening.
Iemand nog een aperitiefje? Avanti… Et demain est un autre jour…
(en nu op Publish drukken, of ik durf het nooit meer…)
De voorbije maanden heb ik hier weinig geplaatst. Heel vorig jaar eigenlijk. Ik moest me vaak naar mijn blogje slepen om er iets op te zetten. Tja, dan liever niet. ‘t Moet leuk blijven.
En leuk was het vorig jaar allerminst. Ik heb veel te vroeg mijn schoonzus en mijn schoonvader moeten laten gaan. Elke is in januari heel plots overleden en je kan alleen maar hopen dat haar zo veel ellende is bespaard. Raf werd ziek op oudejaar 2009 en is goed een half jaar later ook al overleden, na een hevige en niet te winnen strijd tegen de vieze ziekte. Hij zo sterk als tien beren, maar langzaamaan uitgedoofd.
Ik heb veel van hem geleerd, ik had hem graag, ik zag hem graag en ik voelde dat dat omgekeerd ook zo was. Helaas, ik had nog zoveel glazen wijn te goed met hem, nog zoveel dolle gesprekken, nog zoveel hilarische discussies. Nooit meer. Een getalenteerde opa is weggevallen. Mijn gedachten gaan naar mijn schoonmoeder die haar huis ongewild zag leeglopen.
En op het einde van vorig jaar moesten we ook nog noodgedwongen afscheid nemen van het piepjonge dochtertje van goeie vrienden, ook metekindje van mijn vrouw, die zo wel tot drie keer toe een mep in haar mooie gezicht kreeg. In één verschrikkelijk jaar tijd. Annus horribilis.
Nu, in het voorbije jaar werd ook onze Sien geboren, die opperbest en wonderwel langzaamaan groeit en bloeit. Gelukkig maar. En Janneke doet het ook voortreffelijk, dat hebben we toch. Die twee zijn meer dan ooit mijn absolute heldinnen. Twee klaterende bronnen van geluk.
Professioneel mocht ik niet klagen: mooie en leuke dingen mogen doen op de radio, van “Het Besluit” een mooie versie kunnen maken. Daarnaast met mijn Lunatics een mooi jaar neergezet op het podium. En bovenal heb ik kunnen dobberen in een warm bad van veel vrienden. Zeker op momenten dat ik/we het kon(den) gebruiken.
Een mens mag niet zuur, verbitterd, duister of ongelukkig worden. Dat is ook niet mijn stijl. Maar meer dan ooit ben ik een bohémien in mijn kop geworden. Wat doen hebben en houden ertoe? Wat is bezit, status, titulatuur of aanzien waard? Niets. Ik raas maar door, meer en meer bekijkend wat de volgende dag brengen zal. Niet blind, niet stomweg. Mijn kinderen wil ik voorzien van toekomst, veel toekomst.
Meermaals heb ik me geërgerd aan de onwezenlijke besognes van sommigen, aan de materialistische kopzorgen van menigeen, aan het geneuzel over details, aan de petieterige onrust over de niet-dingen des levens (ook bij mezelf). Velen die amper of geen ellende hebben meegemaakt, beseffen niet hoe goed het hen allemaal vergaat. En gaan maar door in de drang naar meer. Rücksichtlos.
Neem het van me aan, alles kan in enkele uren tijd totaal omkeren. Geniet dan ook van de pure dingen des levens, van de échte waarheden. En die hebben meestal niets met bezit, status of bankstatussen te maken. Dit klinkt zo naïef wereldverbeterend. Maar neem ook dat van me aan, het is gewoonweg zo. Zonder tegenspraak. Dat waar de suffix “euro” niet achter staat, is vaak veel mooier.
Afgelopen jaar heb ik veel blogposts ingeslikt. Net als mijn geliefde, die vaak ook bepaalde tekstjes niet meer wou bloggen. Wat doet het ertoe? Wie heeft nu nood aan mijn/onze mening? Is er eigenlijk wel enig belang te koppelen aan dat wat je op een blog kwakt? Wat is het allemaal waard? Dat maakte dat ik veel ideetjes in mijn kop liet, hier niet publiceerde.
Maar in 2011 wil ik poging elfendertig wagen om “Het Radiofonisch Instituut” nieuw leven in te blazen. Omdat ik het eigenlijk graag doe. Omdat ik door het afgelopen jaar plannen heb afgevoerd, andere plannen heb gewijzigd. En nieuwe plannen heb gelanceerd. Ambitie, wil en gedrevenheid. In die bohémienkop van mij.
In de hoop dat gebeurt wat moet gebeuren. Een rustig jaar zonder incidenten. Zonder weerga. Zonder obstakels. Vloeiend en kabbelend en fris. Omdat ik blijf geloven dat uiteindelijk alles altijd goed komt.
Ik wens mezelf een topjaar toe. Met op de eerste plaats de drie meisjes in mijn huis. En ik wens het ook iedereen die me dierbaar is toe, en dat zijn er velen. Ik wens het u, beste lezer, ook toe.
Welaan dan… Op naar beter! En dat ze voor de rest mijn Glockenspiel kussen…
En dan kom je thuis. Al vier dagen heb je je kinderen amper of niet gezien. Door late diensten op het werk. En door een afspraak met maten (de jaarlijkse “Godfather”-avond). En als er tijd was op zondagvoormiddag moest er nog in ijltempo gemonteerd worden voor de uitzending op zondagnamiddag. Dat doe je tegenwoordig met een laptop met alles erop en eraan, met een GSM-verbinding, zo kan alles hypersnel worden doorgestuurd. Thuis dus, dat wel.
En dat doe je dan met je gedochterte in de buurt. En je kan eigenlijk veel te weinig aandacht schenken aan hen want “papa is bezig met werken”. Dus ze storen eigenlijk wel wat. Beetje sneu, ik weet het. Al vroeg ik Janneke of ze later ook voor de radio wou werken. En zei: “Ja, papa”. Ik zal er haar maar niet op afrekenen zeker? Maar een leuk antwoord, dat wel.
En dan komt dat stukje op de radio. Een al bij al -al zeg ik het zelf- mooi werkstuk, de eerste aflevering van een serie die ik maak voor “Sporza” op zondag. “Hoe zou het zijn met?”, terugblikken op én interviewen van grote persoonlijkheden uit het sportverleden (eerste in de rij was/is ex-trainer Henk Houwaart). En als je ‘t dan hoort in de ether ben je content. Maar je weet ook dat je een voormiddag leuke tijd met je kinderen hebt laten schieten.
En ‘s nachts -bij het thuis komen- zie je dat er boven nog licht brandt. Janneke heeft nogal de gewoonte om dat licht aan te leggen, ook al verbieden we dat. Je gaat naar boven om dat licht te doven. En zij ligt dwars over haar bed, op een pyjama na volledig bloot. En je legt haar goed want het is toch de eerste koude nacht van het najaar.
En ze wordt wakker. Heel eventjes. En ze drukt zich tegen je aan. En ze zegt nachtelijk oprecht: “Papa is lief hé”. Tja, ik kan je zeggen dat je dan de tranen uit mijn ogen kan vissen. Zo week ben ik wel. Weer onder het Roodkapje-dekentje leggen, zoen, en slaapwel. Een vaderhart prikt dan, maar is gelukkig.
Om nog maar te zwijgen over die kleinste in huis, onze Sienemie. Té weinig beschreven op dit blogje de voorbije maanden wegens bezig. Met de dingen des levens en met enkele familiale toestanden die de pure schrijfgoesting vaak ontnamen. Sientje minder belangrijk? Quod non, wees maar zeker.
Een kind is het dat bijna continu lacht en daarbij opklaart. Echt, heel haar gezicht gaat mee. En plooit mee. Mee lachen is het. Binnenkort nog eens een postje over haar alleen. Ter vergoelijking. Al hoeft dat niet echt. Toch niet om het goed te maken. Ze weet dat wel. Ook zij is mijn copine, mijn helft van mijn vaderlijk geluk. Zij slaapt rustig beneden. En kan nog geen lichtjes aansteken. Maar dat zegt niets.
Ach, vis maar die tranen, voel maar die weekheid als het over hen gaat. Ik ben er zéér gelukkig mee. Nooit gedacht -pakweg vijf jaar geleden- dat ik dat ooit zou zeggen. Mijn gedochterte…
Ik ben ouder geworden. En vader. En zachter. En beter, ja, denk ik wel. Vis maar… Graag.
Lieve Janne,
‘t Is exact drie jaar geleden dat je op de wereld bent geworpen. Ik had toen nog niet door welke revolutie me te beurt viel, ik heb zelfs nog enkele weken, ja zelfs maanden, moeten wennen.
Naderhand werd me duidelijk wat me was overkomen en wat me nog zou te beurt vallen. Je nam stukje bij beetje je eigen leventje in en je klauwde kriebelend aan mijn leven, aan mijn zijn, aan mij, aan mijn vaderhart. Je moeder heb je zo mogelijk nog meer ingepalmd, zij heeft dan ook al immens veel tijd met je gespendeerd, nu drie jaar later is dat nog altijd zo, ik sta soms in opperste bewondering hoe zij dat allemaal voor elkaar krijgt met haar drukke agenda.
Janne, de mensen zeiden me dat je niet weet wat je mist als je geen kinderen hebt. Dat klopt. Je hebt me de voorbije drie jaar gecharmeerd, getroffen, opgejaagd, en heel af en toe ook eens geërgerd, geprikkeld en meermaals ontroerd. Sinds jij er bent wellen tranen vlotter dan ooit in mijn ogen. In alle mogelijke situaties. Een mens wordt ouder, gevoeliger, weker. Verstandiger ook zeker?
Janneke, ik kan honderden momenten noemen die me zijn bijgebleven de voorbije 36 maanden. Maar ik ga er niet aan beginnen uit schrik minstens één topmoment te vergeten. Het zit in mijn hoofd, dat is onbetaalbaar. En bovenal, ik heb duizenden, werkelijk duizenden foto’s van jou én ik heb enkele honderden filmpjes. Allemaal materieel, maar toch…
Hoe graag ik je moeder ook zie, als ik jouw haar besnuffel ben ik op slag weer verliefd. Als jij prevelt en spreekt, zijn de muren als klankkasten vol galm en zoete melodie – je was een late prater, maar het zeemzoet van je iele stemmetje is er langzaam toch doorgekomen (de huig-r ook trouwens, grappig). Als je weer eens je intussen bekend oerkaraktertje laat spreken, verman ik me om het niet al te zeer toe te juichen. De wereld is niet gediend met seuten en brave ja-knikkers. Kloten heb je nodig, maar nu ook niet al te veel.
Maar doe maar. Doe vooral maar. Kies maar, ga maar, wees wie je bent. Laat af en toe die -ook ouder wordende- papa van je in je leventje binnen. Blijf hem bedwelmen met je vette lach. Blijf hem -en je mama- verdoven met je liefde voor je zusje (prachtig om jullie de voorbije tijd samen bezig te zien). Blijf ons ontroeren en ontvoeren met je ogen die geen tranen dragen, maar zachte parels.
En weet, Janneke, dat er van ergens heel ver weg minstens twee paar ogen meekijken, van lieve mensen die je liefst hadden vastgepakt. Maar in het leven gaat het vaak niet zoals je het zelf wil, dat leer je nog wel.
Later, veel later. Maar trek je dat niet aan, eerst nog een hoop jaren gewoon Janneke zijn, dat zou me plezieren. En neuzeneuze doen. En springen op mijn buik. En op mijn rug hangen. En knuffelen. En zeggen dat papa “lief” is.
Straks een berekoek, Janneke?
Dit is em dan: mijn duizendste post op “Het Radiofonisch Instituut”. Het zat al een tijdje te tikken en nu is het zover. Duizend meninkjes van mij, duizend gedachten, duizend tekstuele neerslagen. Met deze post begonnen, op 19 november 2006. Toen was ik al radiomannetje voor Sporza, maar ik had nog geeneens kinderen, het eerste moest zelfs nog “gemaakt” worden. Hoe de tijden in een periode van duizend posts zijn veranderd…
Mijn vrouw blogde al een tijdje, had mee Gentblogt opgericht en ik ben gezwicht. Ik wou meedoen, ik wou publiceren, ik wou een publiek. Welaan dan. Zo ging het.
Nu zijn we 46 maanden later. Duizend posts, goed voor gemiddeld 2,5 comments per stukje. Zowat 1000 stukjes op pakweg 1400 dagen, pas mal. Niet overdreven veel, maar toch iets. Ik heb -denk ik- een tijdje geresideerd tussen de zogenoemde A-list bloggers. Ik had volgens enkele internetuele parameters wel wat influence, maar’ t zal afgenomen zijn. Zeker van. Ik publiceer het laatste jaar te weinig. Bedolven onder een blogger’s block, bevangen ook door enkele keiharde privézaken die me vaak het schrijven hebben belet. Ik zal nog eens wat links van de “grote bloggers” nodig hebben.
Als ik de voorbije maanden bekijk, heb ik schandalig weinig geplaatst. Maar ik ben blijkbaar ook die efficiëntie kwijt om rap tussendoor iets te pennen: werk, relatie, twee kleine dochters, geen goesting, bezig met tientallen andere zaken etcetera. Excuses zijn er om ze aan te wenden. Ik moet vooral nog eens iets over mijn jongste dochter plaatsen. Onder meer. Evenzeer mijn oogappel, maar nog te weinig over geschreven. Alhoewel, is dat de bedoeling van mijn blog? Mja, beetje wel.
Veel geleerd in die bijna vier jaar tijd. Hoe je op het internet in principe iedereen aanspreekt met je zieleroerselen. Hoe iedereen kan, mag en zal meelezen. Vaak amusant van reacties, soms hard confronterend qua commentaren. Al eens met twisten ook. Hoort er dan bij zeker, als je alles op het net gooit?
Vreemde dingen ook meegemaakt in die bijna vier jaar tijd. Mijn zogenoemde “muziek op zondag” (nooit zo an sich geproclameerd) dat een fanbase heeft gekregen. Ik, ego, de man met de diverse maar bijwijlen foute muzieksmaak, die mensen lokt met zijn muziekjes. Hoe divers en discutabel ook.
Dit blogje heeft ook al dingen opgeleverd, ben ik eerlijk in: schrijfopdrachten en presentatieverzoeken. Maar vooral ook, enkele vriendschappen die zich zonder deze URL nooit zouden hebben voorgedaan. Van virtuele kennissen naar contacten in real life, vaak zeer amusant. Leuke bijkomstigheid, daarvoor alleen al ben ik blij dat ik een blogje ben begonnen.
Ik doe voort. Schrijven. Ik heb een hernieuwde goesting. En hopelijk nog een publiek. En zoniet, wat dan? Een blog is het beste dagboek. U blijft lezen? Welkom!