Laatste reacties


Er klaar voor

Eens een zondag thuis. Wat met het gedochterte spelen en mijn gouwe ouwe studentenkameraad ontvangen. En tussenin ook eens naar collega’s luisteren, naar “Sporza”. ‘t Is Super Sunday (twee heuse voetbaltoppers) en ik ben eens benieuwd of mijn nieuwste worp, mijn lange reportage in de nieuwe reeks “Hoe zou het zijn met?”, een plaatsje krijgt. Mijn lange babbel met Michel Verschueren is dat, compleet met docu-achtige muzikale score van Yann Tiersen.

Ook luisteren is het naar Gert Geens, mijn goeie collega en zelfs vriend. Die z’n show startte met het onderstaand sterk nummer van Arcade Fire (uit die intrigerende plaat “The Suburbs”)…

En daarna kwam zelfs “Eye in the sky” van The Alan Parsons Project, mooi mooi…

Post #1000

Dit is em dan: mijn duizendste post op “Het Radiofonisch Instituut”. Het zat al een tijdje te tikken en nu is het zover. Duizend meninkjes van mij, duizend gedachten, duizend tekstuele neerslagen. Met deze post begonnen, op 19 november 2006. Toen was ik al radiomannetje voor Sporza, maar ik had nog geeneens kinderen, het eerste moest zelfs nog “gemaakt” worden. Hoe de tijden in een periode van duizend posts zijn veranderd…

Mijn vrouw blogde al een tijdje, had mee Gentblogt opgericht en ik ben gezwicht. Ik wou meedoen, ik wou publiceren, ik wou een publiek. Welaan dan. Zo ging het.

Nu zijn we 46 maanden later. Duizend posts, goed voor gemiddeld 2,5 comments per stukje. Zowat 1000 stukjes op pakweg 1400 dagen, pas mal. Niet overdreven veel, maar toch iets. Ik heb -denk ik- een tijdje geresideerd tussen de zogenoemde A-list bloggers. Ik had volgens enkele internetuele parameters wel wat influence, maar’ t zal afgenomen zijn. Zeker van. Ik publiceer het laatste jaar te weinig. Bedolven onder een blogger’s block, bevangen ook door enkele keiharde privézaken die me vaak het schrijven hebben belet. Ik zal nog eens wat links van de “grote bloggers” nodig hebben.

Als ik de voorbije maanden bekijk, heb ik schandalig weinig geplaatst. Maar ik ben blijkbaar ook die efficiëntie kwijt om rap tussendoor iets te pennen: werk, relatie, twee kleine dochters, geen goesting, bezig met tientallen andere zaken etcetera. Excuses zijn er om ze aan te wenden. Ik moet vooral nog eens iets over mijn jongste dochter plaatsen. Onder meer. Evenzeer mijn oogappel, maar nog te weinig over geschreven. Alhoewel, is dat de bedoeling van mijn blog? Mja, beetje wel.

Veel geleerd in die bijna vier jaar tijd. Hoe je op het internet in principe iedereen aanspreekt met je zieleroerselen. Hoe iedereen kan, mag en zal meelezen. Vaak amusant van reacties, soms hard confronterend qua commentaren. Al eens met twisten ook. Hoort er dan bij zeker, als je alles op het net gooit?

Vreemde dingen ook meegemaakt in die bijna vier jaar tijd. Mijn zogenoemde “muziek op zondag” (nooit zo an sich geproclameerd) dat een fanbase heeft gekregen. Ik, ego, de man met de diverse maar bijwijlen foute muzieksmaak, die mensen lokt met zijn muziekjes. Hoe divers en discutabel ook.

Dit blogje heeft ook al dingen opgeleverd, ben ik eerlijk in: schrijfopdrachten en presentatieverzoeken. Maar vooral ook, enkele vriendschappen die zich zonder deze URL nooit zouden hebben voorgedaan. Van virtuele kennissen naar contacten in real life, vaak zeer amusant. Leuke bijkomstigheid, daarvoor alleen al ben ik blij dat ik een blogje ben begonnen.

Ik doe voort. Schrijven. Ik heb een hernieuwde goesting. En hopelijk nog een publiek. En zoniet, wat dan? Een blog is het beste dagboek. U blijft lezen? Welkom!

Campsisme

Nog eens een stukje Hugo Camps in “De Morgen” van vandaag. Over het tot nu toe zoutloze WK voetbal schrijft ie. Zijn geweldige slotzin:

Niet de bal zwabbert. Voetballers zwabberen, in ijle praatjes en misbaar.

Heerlijk, overheerlijk. Hopelijk brengt de krant zijn columns ooit eens uit in boekvorm. Dan hol ik naar de winkel. Ja, ik blijf fan. Barok en lyriek horen nu eenmaal thuis in sportjournalistiek. Mijn mening.

Voetbal met Agnew

Een voetbalmomentje met Alex Agnew, te bekijken op de Sporza-site… Trouwens, morgen zondag in “Sporza”, op Radio 1, mijn gesprek met hem. Over karate zowaar!

Sprokkelen

Terug te vinden op de geweldige site van de online collega’s dit fragmentje (of het televisieprogramma “Studio 1″ dat reacties “sprokkelde” naar aanleiding van het vertrek van Dick Advocaat – eentje ervan door mezelf gedaan, dat met Thomas Vermaelen).

Maar nu niet voor het een of het ander, maar hoe komt het dat reacties altijd worden “gesprokkeld”. Ik die dacht dat je enkel hout kon sprokkelen. Maar reacties? Een vreemde versteende uitdrukking, toch? “Reacties sprokkelen”, ik hoor het altijd en overal en ‘k blijf het iets vreemds vinden.

O ja, dat vertrek van die Advocaat, mag ik nu eens heel pedant, arrogant en zelfbewust doen en zeggen dat ik dat al van in het begin kon voorspellen? Je zag toch zo dat die mens met enkele verborgen agenda’s in zijn gesteven blazer zat? Dat ze nu bij de bond maar eens kiezen voor rechttoe rechtaan, eerlijkheid, gedrevenheid en kunde. Kortom, voor Eric Gerets. Al is ie wellicht onbetaalbaar. En vooral: wellicht wil hij zelfs gewoonweg niet eens komen.

Kromgebogen over het stuur

Ja, ik ben sportjournalist. En ja, dan zou je mogen verwachten dat ik iets deftigs doe van sport. En neen, dat doe ik niet. Sinds mijn vasculitis-affaire (die trouwens twee jaar na datum volledig afgelopen lijkt) heb ik niet meer gelopen en minivoetballen heb ik ook moeten laten (vooral omdat dat met mijn agenda niet te doen is, zo een vaste sportavond). Kortom, ik beperk me tot stappen, autorijden (ja, dat is een sport, denk maar aan rally en Formule 1), trappen bestijgen en theatersport beoefenen.

Enkele weken geleden heb ik uit benevolentie een fiets gekocht. Een nieuwe. Gloednieuw. Spiksplinternieuw. Geassembleerd op maat zowaar, aluminium van kader, versnellingen, hydraulische voorvork, jongens toch, wat een machine! In een poging ons sportief imago te rehabiliteren hebben de peter van mijn tweede dochter en ikzelf de economie dus cyclogewijs gesteund.

En vandaag was het zover, ik kon nog eens telewerken bij Radio 2 op de Martelaarslaan in Gent en dat bood -zeker met dat lentezonnetje in de lucht- de gelegenheid om voor professionele doeleinden eens de trappers rond te wentelen. Heerlijk toch, ik moet het toegeven. Door zon en wind, laverend tussen de rest en ‘t is ook besparend én ecologisch correct.

Morgen heb ik weer dienst in Brussel, iets zegt me toch dat ik mijn auto zal moeten uit de garage halen. Trouwens, na mijn gepertotaliseerd ongeval eind december is Dolf de Golf er niet meer. Weet iemand een goeie roepnaam voor een zwarte Skoda Octavia, lang van gat, leder van zitting, krachtig van motor en Duits-Tsjechisch van makelij?

En hoe moet ik mijn geweldige tweewieler dopen? Gents van productieplaats trouwens.

Proche du peuple?

Ik viel bijna van mijn stoel toen ik het zag. Neen, niet bijna, ik donderde gewoonweg naar beneden. Uit mijn bruine hoekzetel. Op de zender genaamd VTM voltrok zich het jaarlijkse showspektakel van de verenigde Belgische voetballerij: het Gala van de Gouden Schoen.

Calimero

Milan Jovanovic, een Servische spits met kruit in de voeten, werd (wellicht terecht) gelauwerd als de beste voetballer op de Belgische velden in 2009. Maar de man was niet aanwezig op de uitreiking. Standard, niet vies van af en toe eens een Calimero-houding (“wij worden gekloot door Jan en alleman, vooral door Jan”), stuurde alle Luikse katten naar de show. Want de krant Het Laatste Nieuws had Axel Witsel na de hele affaire met Marcin Wasilewski van Anderlecht (tackle hier, tackle daar, voet volledig omgeplooid) durven te catalogeren als een slechterik pur sang. Eigenlijk zelfs niet de krant, eerder de site, die redactioneel volledig onafhankelijk is van de krant, wist de hoofdredacteur van de krant me te vertellen.

Juist, ‘t was ietwat overdreven. De vorige Gouden Schoen werd gecatalogiseerd in een rijtje van seriemoordenaars en dilettant gespuis als Kim De Gelder. Overdreven? Nogal enorm. Maar de krant had haar excuses aangeboden. Volstaat dat? Misschien wel niet, een journalistieke dwaling van jewelste kan je niet zomaar gauw even met de mantel der liefde bedekken. Maar de papier maché uit Asse had de fout ingezien en liet dat blijken.

Standard bleek toch -een dag voor de uitreiking- nog altijd gevoelige en blauwe tenen te hebben. Niemand mocht zich vertonen op euh, ja, de vertoning. Zelfs niet de gedoodverfde winnaar, Jovanovic. Kleintjes.

Een deus ex machina

En wat gebeurt er? Een Shakespeariaans maneuver, een schoolvoorbeeld van een deus ex machina. Ene Yves Leterme kwam het podium op om de trofee van de hoogst afwezige Jovanovic in ontvangst te nemen. Grijnsbekkend en half geforceerd nam de man de replica van de schoen in ontvangst. En er kwam nog een potje halfbakken Servisch idioom aan te pas. De katholieke koorknaap uit de Westhoek had een mondje Balkanees geleerd en wou zo de Luikse tifosi charmeren.

Mogen we dat hoogst dubieus noemen? Hoogst wenkbrauwfronsend? Hoogst opportunistisch? Dat de man supporter is van een welbepaalde club, ach wat. Schoonvader Dehaene heeft ook een onomstotelijke link met Club Brugge, senator Pol Van Den Driessche voert het hoge woord bij Cercle Brugge, Vincent Van Quickiebornie stond al eens met een sjaal van KV Kortrijk te wankelen en Caroline Gennez doet nog beter: zij supportert voor én Racing én voor KV Mechelen. Da’s zoals kiezen voor de Hutu’s én de Tutsi’s – vergeef me de licht misplaatste overdrijving.

Profilering

Hoe “de politiek” een volkse belevenis aangrijpt om aan profilering te doen, verbijsterend. Direct schiet het beeld op mijn netvlies waarbij Didier Reynders én Michel Daerden indertijd de kampioenenviering van de Rouches van Standard kwamen meevieren. Wat Daerden, retorisch best apart te noemen, de volgende historische uitspaak ontlokte: “Regarde, ça c’est aimer le peuple, proche des gens, vive la Standard!” Die Daerden is diezelfde van de grote presidentiële akkoorden in Ans, die man die in een handomdraai van een groenboek een witboek maakt, die een nietszeggend antwoord over de aanpak van de pensioenen verpakt in een stand-up comedy-act van hoog niveau. Met een grijns erbij, zo breed als de Maas. En da’s breed.

Al snel denk ik ook aan Silvio Berlusconi, wiens prominente oren doen denken aan de betere pizzabodem van casa di mama. Mediamagnaat, zakenman, politicus ook naar ‘t schijnt, wellicht zo corrupt als het gemiddelde personage uit “The Godfather”. Die middels zijn voorzitterschap van AC Milaan zieltjes won. En wint. De Rossoneri als opstapje naar de eeuwige roem. En dan krijgt zo iemand al eens een Dom van Milaan tegen zijn smikkel. Tot bloedens toe. Het toeristenkleinood verworden tot wapen van de protesterende burger. Je moet iets doen met de ontkerkelijking. Wat ie dan weer handig uitbuit. Als de Calimero van Italië. Een risorgimento van de moderne tijden.

Calimero? Kwam al eerder voor. Bij Standard, bestuurd en bestierd door de broertjes D’Onofrio. Lekker Italiaans. Pastamonarchieën. ‘t Zal wel toeval zijn en een door een columnist vergezochte link. Maar toch. En Yves, past ie, die schoen? Of heb je hem toch al aan Jovanovic gegeven? Met een kwinkslag op zijn Servisch.

Laat voetbal voetbal zijn. Een sport, een spektakel, een beleving, een cultuur zelfs. Maar geen electoraal wingewest. Grazie mille.

(ook verschenen op deredactie.be)

Vanalles

Ik ben nogal overtuigd dat ik bij de juiste werkgever ben terechtgekomen. Wat ik kan doen op Sporza doe ik (meestal) met plezier, wat er in de toekomst nog allemaal volgt, dat zien we wel.

Leuk aan de VRT is dat je af en toe zijpaden kan en mag bewandelen. Al een tijdje ben ik ook bezig als eindredacteur voor “Het besluit” (humoristisch jaaroverzicht dat op Radio 1 en Canvas moet komen) en van de week was mijn mediaoffensief compleet. Sporza.be, het product van de toffe mannen van online, lanceert nu een wedstrijd waarbij je een Sporza-bal kan winnen. Enkele bekende VRT’ers moeten daarvoor een aantal keren de bal hoog houden, jongleren zeg maar. En de schrijver van dit blogje mag dat een beetje aan mekaar praten. Kleinschalig, maar leuk. Bekijken? Zozie!

Even miniem, maar even leuk is het feit dat deredactie.be me heeft gevraagd als blogger. Om de zoveel tijd zal ik eens een tekstje plegen. Ik heb afgesproken dat ik niets schrijf over sport én dat ik probeer te linken aan de grote wereld van de media. Te lezen daar.

En zo blijft een mens bezig, soms wat te veel misschien…

Tijd en goesting

‘t Is me opgevallen dat ik echt aan time management moet doen. Of een cursus moet volgen. Ik geraak gewoon niet meer rond in mijn eigen leven. Ik heb hopen dingen op de plank liggen, maar ik geraak er gewoon niet aan. Ik heb uren te kort, manifest.

Wat is er gebeurd de voobije dagen? Een résumé dan maar…

Een geweldig buurtfeest, maar écht geweldig. Dikke ambiance, een superbe Kathleen Vandenhoudt, Mich Walschaerts e tutti quanti. Geweldig feestje, met iedereen uit de buurt in volle vorm! Historisch! Zeker ook het ABBA-ensemble van de felle vrouwen uit de buurt, waartoe ik mijn vrouw reken.

Nachtelijk een uur lang alles over 2 Belgen gehad, met buurman Rembert De Smet. Nu weet ik alles! Heerlijk. Bijzonder leuke mens ook, tussen pint en sigaar.

Intussen… veel gewerkt, overuren vol, omdat ene Witsel ene Wasilewski een drieste tackle heeft toegediend. Ik heb duizenden meningen gehoord en gelezen, ik heb ook zo de mijne (ontleend aan meerderen van de week): zulke tackles gebeuren elke week overal in al de topcompetitites, die Witsel heeft pech dat hij een slachtoffer heeft. Klinkt simplistisch, maar jammer genoeg is ‘t zo. Meer wil ik er niet over zeggen, na vier dagen geleuter heb ik de hele affaire wel gehad nu. Er zijn grenzen!

Voor de rest: veel vergaderd, veel gewerkt en nu uitkijken naar een tripje richting vrienden, richting Utrecht en Zeist. Nederland, ik zie je graag!

Grote namen

Volgens sommigen heb ik een “wereldjob”, een broodwinning waar zowat iedereen zit op te wachten. Tja, ik heb daar zo mijn bedenkingen bij. Oké, ik klaag niet, ik amuseer me, maar ‘t is niet zo dat ik elke dag de beroemdheden bij bosjes zie passeren. Vaak doe ik ook hele gewone dingen, zit ik achter een bureau op een redactie (meestal zelfs) en zie ik de wereld voor mij passeren via telexen. En om 4 uur opstaan, daar weet ik alles van!

Volgens diezelfde “sommigen” kom ik enkel in contact met “grote namen”. Quod non. Maar af en toe kom je inderdaad letterlijk, noem het lijfelijk, in contact met die grote namen. Vorige week stond ik enkele minuten te tateren met Freek De Jonge. Hij was te gast bij Klara en ik wou hem spreken over het programma dat ik maak voor Canvas de komende maanden. Niet dat hij eraan mee doet, maar volgend jaar misschien wel.

Eergisteren was ene Usain Bolt op de VRT. Dé ster van de Olympische Spelen van vorig jaar, dé man van het WK atletiek van dit jaar, eigenlijk een hele grote. Ik was erbij, ik heb me vooral moeten ergeren aan managers, bodyguards en ander gajes dat daar rond cirkelt, maar kom, ik heb de man op een halve meter van mij gehad.

Ach, wat stelt het voor? Niets. En ik vond Freek De Jonge eigenlijk veel imposanter. Ook een lange mens, maar niet zoals die supersnelle Jamaicaan. En toch. Om maar te relativeren, ik zie het soms te weinig gebeuren bij sport en bij uitbreiding op de sportredactie.

Freek, volgende keer een hapje eten?

Jongskes

Ik word er stilaan zenuwachtig van. ‘t Is hard, ‘t doet de melancholie en de weemoed opwellen. Vorige week bijvoorbeeld: ik ga naar de voetbalbond om daar van bondscoach ad interim Frank Vercauteren te vernemen hoe zijn selectie voor Tsjechië-België eruit ziet. Vijfentwintig namen. De oudste uit de lijst (Timmy Simons) is van het jaar 1976.

‘t Is erg, ‘t is wreed, ‘t is schandalig: ik heb het jobgewijs tegenwoordig bijna altijd over mensen die jonger zijn dan ikzelf. Sporters hebben hun top al lang gehad op mijn leeftijd, pff. Ik hoop dat de mijne nog moet komen. En ik hoop dat ik me kan neerleggen bij het feit dat de “3×7″ verder en verder weg is.

Confronterend, echt.

Twitteritis

Twitter is een fenomeen. Al jaren oud, ik ken het ook al jaren door de hype die er plots ook was in de blogosfeer en nu breekt het door. Lance Amstrong twittert en heeft nu al meer dan 1.300.000 “volgers” en plots hebben ze ‘t bij ons op het werk ook ontdekt. Want ja, ‘t is een mogelijke nieuwsbron en da’s absoluut waar.

De Sporza-site twittert en doet dat gedegen, secuur en consequent . Heel wat (wieler)journalisten doen het nu ook en zelfs enkele andere leden van de “brede” redactie doen het. Hoe een nieuwlichterij plotseling een tweede leven kan leiden.

Ikzelf? Neen, dank je. ‘t Is me iets te beperkt en ik blog liever. Da’s al veel en ik heb nu ook geen uren op overschot. In zekere zin is het vechten voor je publiek, in tijden van Facebook, Twitter en ander vormen van civiele journalistiek annex digitaal exhibitionisme.

Maar doe voort! Internet is meer dan opzoeken geworden. ‘t Is een middel tot geworden, een expressievorm van de 21e eeuw, iedereen beroemd! Hoppa!

« Vorig bericht