Laatste reacties


Angry older man

Ik zit al meer dan een week te sikkeneuren op dit postje. Doen, of niet? Dus wel. Niet het vrolijkste van mezelf, m’enfin. Omdat iets me van het hart moet. Omdat schrijven therapeutisch werkt. Omdat dit mijn persoonlijk (weliswaar openbaar) dagboek is. Omdat ik het toch eens moet zeggen. Inhouden heeft geen zin, braken is beter dan slikken.

Feit is dat ik al enkele weken niet langer mijn vrolijke zelf ben. De reden is niet ver te zoeken: vorig jaar was een rampjaar voor mijn vrouw, omgeving en ik. Drie mensen afgeven die je dierbaar zijn, in amper twaalf maanden tijd, het doet wat met een mens. Oké, ook intussen een kleintje bijgekregen dat het zeer goed doet, net als dat ander heerlijk meisje in huis. Niet te vergeten. Opbeurend en ‘t heeft en ‘t geeft zin. Maar enkele mokerslagen doen iemand sterretjes zien, ook bij “sterke karakters” zoals mijn eega en ik. De puist heeft een jaar gegroeid, ze is nu opengebarsten. En etter is lelijk. En stinkt. En stoot af. Het weze zo.

Een onomstotelijk feit is dat ik minder lach tegenwoordig. Ik betrap mezelf erop dat ik me aan alles en iedereen erger. Dat de kleinburgerlijke besognes en materialistische nulliteiten me mateloos de gordijnen injagen. Dat ik me soms alleen voel. Dat ik mijn passie, zijnde comedy, verwaarloos. Dat ik mijn naasten en vrienden wellicht ook wat in de kou laat staan. Ik ben in plaats van een bolide met snelle reactie- en injectiemotor een aftandse, trage diesel geworden. Die roet spuugt. En vitriool.

Ik erger me de pleuris aan wat ik dagelijks rond me zie. Slijmballerij en gatlikkerij. Opportunisme en halfslachtig vermomd geneuzel. En dat net die kwalen vaak de sleutel blijken te zijn “om er te geraken”. Ergerlijk. Ik kan dat niet, ik ben een slechte leugenaar. Liever de naïeve Don Quichot dan de vileine Don Corleone. Ik wil niet mee in de mallemolen, ik bezit liever mijn eigen malle kindermolen, met plezante figuurtjes en leuke deuntjes, wars van conformisme en zo-moet-het-nu-eenmaal. Ach wat, wie zegt dat? En als je daar dan gehoor aan geeft, ben je dan niet grijs en nauwelijks betrokken? Of is grijs een eeuwige modekleur?

Ik zie combines die er geen zijn. Ondanks veel steun en vriendschap en gehoor, ik heb veel vrienden. Veel oren. Veel vangnetten. Maar uiteindelijk, moet je niets alles zelf beredderen en oplossen? L’enfer, c’est les autres. Ik eis te veel van mezelf. En bijgevolg van iedereen.

Ik twijfel aan alles en trek alles in twijfel. Ik sla heen en weer tussen koele ratio en ongebreidelde vulkanische emotionaliteit. Ik sakker en mekker. Ik catalogeer onnodig veel en schrijf af waar het niet nodig is. Ik wil meer en beter en veel. Ik wil alles, nu of nooit.

Het ideale scenario is duidelijk. Mijn boeltje pakken, mijn drie vrouwtjes mee en weg. Weg. Ver weg. Buitenland. Zon. Onbekenden. Nieuwe horizonten. Onbekende plekjes. Tijd om te denken. Te ordenen. Te doen. Enkele maanden. Huis zo laten, vrienden in stoppen voor een tijd en elders naartoe. Met een minimum aan communicatiemiddelen. Narcismebook Facebook, Splitter Twitter (wat ik sowieso al niet doe), Jail Mail, … Niets van dat. Enkel wat telefoon (voor sommigen al een onoverkomelijke drempel) en desnoods een envelop met een brief in. Met een poststempel die uitgelopen is door de woedende en geselende regen in Belgenland. Of Vlaanderland. Of Absurdistan.

Maar tussen droom en daad staan wetten in de weg en praktische bezwaren (dank je, Willem). Vooral dat laatste. Sabatten kost centen. Ik ben de eerste -al sinds ik werk- om niet in te zitten met mijn rekeningsaldo. Gewoon ervoor zorgen dat je rond komt, dat je kinderen en vrouw het goed hebben en meer doet niet ter zake. Wie weet ben je morgen dood en daar staan die getalletjes dan. Verweesd en uitgerekend, niet van tel en hopeloos weggecijferd. Maar zomaar eventjes weg van alles, neen, kan ik niet. Gaat niet. Realiteit. Waarheid. Naakte waarheid. Confronterend naakt. Niet eens functioneel.

Geen optie, die exodus. Ik moet er zijn en blijven. Ik ga dat ook doen. En strijdend (wat klinkt dit fout poëtisch en ouderwets revolutionair), desnoods tegen windmolens en winderige orakels, zo komen we er weer bovenop. Zeker van. Ik heb een missie, een doel, een ideaal, een principe. Ik heb nog principes, ha!

Waarom word ik nu plots zo’n hopeloos passé angry young man? Older man intussen. Nog zoiets: de tand des tijds die om zich heen bijt en kloven, gaten en littekens trekt. Nog eens 26 zijn, nog één keer zo, heel even… Te laat, gedaan, voorbij, voortdoen.

We komen er wel, zeker weten. Liever snel dan traag, liever ooit dan nooit, liever met obstakels dan nooit geprobeerd. Ni Dieu, ni maître. Maar sta me vrijelijk toe dat ik dezer dagen heel even, even, soms, regelmatig, vaak eens wil roepen en schoppen. Omdat ik veel dingen beu ben. Behalve die dingen en die mensen die me heel nauw aan het hart liggen. En dat is toch nogal wat, kan ik zeggen. Best maar.

Om het met mijn eeuwige wijsgeer Jacques Brel te zeggen:

Il faut oublier
Tout peut s’oublier
Qui s’enfuit déjà
Oublier le temps
Des malentendus
Et le temps perdu
A savoir comment
Oublier ces heures
Qui tuaient parfois
A coups de pourquoi
Le coeur du bonheur

En als ik dan toch tijdelijk zou verdwijnen…

Moi je t’offrirai
Des perles de pluie
Venues de pays
Où il ne pleut pas

Ach, alles komt altijd goed, zeg ik altijd. Ik heb het niet van mezelf, ik heb het van elders, ik het het ooit eens gehoord, of ooit eens gelezen. Of het mezelf ooit eens ingebeeld.

Sta me toe dat ik deze traan van woorden pleng. Wellicht was ik nooit eerder zo duister. Ik ben à fond ook niet duister, ik ben gewoon moe, ben heel veel toestanden beu en ik wil dat het anders begint te lopen.

Met dank voor uw aandacht. Geen commentaren, noch wensen. We komen er wel. Leef toch je leven als het allerlaatste uur, zong Youp. Motto. Slagzin. Levenswijsheid. Welaan dan, op naar morgen, naar beter, naar voldoening.

Iemand nog een aperitiefje? AvantiEt demain est un autre jour

(en nu op Publish drukken, of ik durf het nooit meer…)

Weekendwoorden

De twee woorden van het afgelopen weekend….

Gelezen in een weekendkrant én bij een Facebook-vriend: procrastinatie, zeg maar extreem uitstelgedrag, zie ook op Wiki of daar.

Van Dale blijkt het zelfs niet te vermelden, vreemd. Maar nu heb ik eindelijk een diagnose/naamgeving voor mijn afwijking.

Ook mooi, Angela Merkel die erkent dat de multiculturele samenleving is mislukt in Duitsland (en wellicht her en der in Europa) en ze heeft het over MultiKulti. ‘t Lijkt de naam van een stripfiguur, maar ‘t is een politiek geladen, zelfs zeer beladen term.

En uw woorden waren?

Post #1000

Dit is em dan: mijn duizendste post op “Het Radiofonisch Instituut”. Het zat al een tijdje te tikken en nu is het zover. Duizend meninkjes van mij, duizend gedachten, duizend tekstuele neerslagen. Met deze post begonnen, op 19 november 2006. Toen was ik al radiomannetje voor Sporza, maar ik had nog geeneens kinderen, het eerste moest zelfs nog “gemaakt” worden. Hoe de tijden in een periode van duizend posts zijn veranderd…

Mijn vrouw blogde al een tijdje, had mee Gentblogt opgericht en ik ben gezwicht. Ik wou meedoen, ik wou publiceren, ik wou een publiek. Welaan dan. Zo ging het.

Nu zijn we 46 maanden later. Duizend posts, goed voor gemiddeld 2,5 comments per stukje. Zowat 1000 stukjes op pakweg 1400 dagen, pas mal. Niet overdreven veel, maar toch iets. Ik heb -denk ik- een tijdje geresideerd tussen de zogenoemde A-list bloggers. Ik had volgens enkele internetuele parameters wel wat influence, maar’ t zal afgenomen zijn. Zeker van. Ik publiceer het laatste jaar te weinig. Bedolven onder een blogger’s block, bevangen ook door enkele keiharde privézaken die me vaak het schrijven hebben belet. Ik zal nog eens wat links van de “grote bloggers” nodig hebben.

Als ik de voorbije maanden bekijk, heb ik schandalig weinig geplaatst. Maar ik ben blijkbaar ook die efficiëntie kwijt om rap tussendoor iets te pennen: werk, relatie, twee kleine dochters, geen goesting, bezig met tientallen andere zaken etcetera. Excuses zijn er om ze aan te wenden. Ik moet vooral nog eens iets over mijn jongste dochter plaatsen. Onder meer. Evenzeer mijn oogappel, maar nog te weinig over geschreven. Alhoewel, is dat de bedoeling van mijn blog? Mja, beetje wel.

Veel geleerd in die bijna vier jaar tijd. Hoe je op het internet in principe iedereen aanspreekt met je zieleroerselen. Hoe iedereen kan, mag en zal meelezen. Vaak amusant van reacties, soms hard confronterend qua commentaren. Al eens met twisten ook. Hoort er dan bij zeker, als je alles op het net gooit?

Vreemde dingen ook meegemaakt in die bijna vier jaar tijd. Mijn zogenoemde “muziek op zondag” (nooit zo an sich geproclameerd) dat een fanbase heeft gekregen. Ik, ego, de man met de diverse maar bijwijlen foute muzieksmaak, die mensen lokt met zijn muziekjes. Hoe divers en discutabel ook.

Dit blogje heeft ook al dingen opgeleverd, ben ik eerlijk in: schrijfopdrachten en presentatieverzoeken. Maar vooral ook, enkele vriendschappen die zich zonder deze URL nooit zouden hebben voorgedaan. Van virtuele kennissen naar contacten in real life, vaak zeer amusant. Leuke bijkomstigheid, daarvoor alleen al ben ik blij dat ik een blogje ben begonnen.

Ik doe voort. Schrijven. Ik heb een hernieuwde goesting. En hopelijk nog een publiek. En zoniet, wat dan? Een blog is het beste dagboek. U blijft lezen? Welkom!

Sprakeloos

Ik lees graag. Ik las vroeger heel veel, maar dat is de laatste jaren té weinig geworden. Er deze keer tijdens de vakantie wél door gejaagd is “Sprakeloos”, van één van mijn helden, Tom Lanoye.

Alweer eens sta ik met open mond, sprakeloos, als ik die man zijn teksten lees. Dat ie romans kan schrijven, columns, scherpschriften en toneelstukken, dat wist ik al. Maar hij wierp zich dus ook op de autobiografische tekst, op de hagiografie, op de kenschets van zijn afkomst, op de liefdeslyriek voor zijn moeder met divatrekjes. In een barokke taal die ik graag pleeg te fêteren, die ik zelf een beetje probeer te beheersen, maar hij doet dat zo oog- en oorverdovend goed.

De typeringen van zijn buren van weleer veroorzaakten bij mij zelfs iets wat me zelden overkomt: honderduit lachen om een boek. Hoe de twee zotte vrouwen, moeder en dochter van leeftijd, worden neergepend, ik lag dubbel, in een middeleeuws hemelbed dan nog. Los van de soms pijnlijke waarheden over ouderliefde.

Iemand die zo kan schrijven. En ik die dan schrijversambities heb. Man man, hoe begin er dan aan?

Campsisme

Nog eens een stukje Hugo Camps in “De Morgen” van vandaag. Over het tot nu toe zoutloze WK voetbal schrijft ie. Zijn geweldige slotzin:

Niet de bal zwabbert. Voetballers zwabberen, in ijle praatjes en misbaar.

Heerlijk, overheerlijk. Hopelijk brengt de krant zijn columns ooit eens uit in boekvorm. Dan hol ik naar de winkel. Ja, ik blijf fan. Barok en lyriek horen nu eenmaal thuis in sportjournalistiek. Mijn mening.

Sprokkelen

Terug te vinden op de geweldige site van de online collega’s dit fragmentje (of het televisieprogramma “Studio 1″ dat reacties “sprokkelde” naar aanleiding van het vertrek van Dick Advocaat – eentje ervan door mezelf gedaan, dat met Thomas Vermaelen).

Maar nu niet voor het een of het ander, maar hoe komt het dat reacties altijd worden “gesprokkeld”. Ik die dacht dat je enkel hout kon sprokkelen. Maar reacties? Een vreemde versteende uitdrukking, toch? “Reacties sprokkelen”, ik hoor het altijd en overal en ‘k blijf het iets vreemds vinden.

O ja, dat vertrek van die Advocaat, mag ik nu eens heel pedant, arrogant en zelfbewust doen en zeggen dat ik dat al van in het begin kon voorspellen? Je zag toch zo dat die mens met enkele verborgen agenda’s in zijn gesteven blazer zat? Dat ze nu bij de bond maar eens kiezen voor rechttoe rechtaan, eerlijkheid, gedrevenheid en kunde. Kortom, voor Eric Gerets. Al is ie wellicht onbetaalbaar. En vooral: wellicht wil hij zelfs gewoonweg niet eens komen.

Proche du peuple?

Ik viel bijna van mijn stoel toen ik het zag. Neen, niet bijna, ik donderde gewoonweg naar beneden. Uit mijn bruine hoekzetel. Op de zender genaamd VTM voltrok zich het jaarlijkse showspektakel van de verenigde Belgische voetballerij: het Gala van de Gouden Schoen.

Calimero

Milan Jovanovic, een Servische spits met kruit in de voeten, werd (wellicht terecht) gelauwerd als de beste voetballer op de Belgische velden in 2009. Maar de man was niet aanwezig op de uitreiking. Standard, niet vies van af en toe eens een Calimero-houding (“wij worden gekloot door Jan en alleman, vooral door Jan”), stuurde alle Luikse katten naar de show. Want de krant Het Laatste Nieuws had Axel Witsel na de hele affaire met Marcin Wasilewski van Anderlecht (tackle hier, tackle daar, voet volledig omgeplooid) durven te catalogeren als een slechterik pur sang. Eigenlijk zelfs niet de krant, eerder de site, die redactioneel volledig onafhankelijk is van de krant, wist de hoofdredacteur van de krant me te vertellen.

Juist, ‘t was ietwat overdreven. De vorige Gouden Schoen werd gecatalogiseerd in een rijtje van seriemoordenaars en dilettant gespuis als Kim De Gelder. Overdreven? Nogal enorm. Maar de krant had haar excuses aangeboden. Volstaat dat? Misschien wel niet, een journalistieke dwaling van jewelste kan je niet zomaar gauw even met de mantel der liefde bedekken. Maar de papier maché uit Asse had de fout ingezien en liet dat blijken.

Standard bleek toch -een dag voor de uitreiking- nog altijd gevoelige en blauwe tenen te hebben. Niemand mocht zich vertonen op euh, ja, de vertoning. Zelfs niet de gedoodverfde winnaar, Jovanovic. Kleintjes.

Een deus ex machina

En wat gebeurt er? Een Shakespeariaans maneuver, een schoolvoorbeeld van een deus ex machina. Ene Yves Leterme kwam het podium op om de trofee van de hoogst afwezige Jovanovic in ontvangst te nemen. Grijnsbekkend en half geforceerd nam de man de replica van de schoen in ontvangst. En er kwam nog een potje halfbakken Servisch idioom aan te pas. De katholieke koorknaap uit de Westhoek had een mondje Balkanees geleerd en wou zo de Luikse tifosi charmeren.

Mogen we dat hoogst dubieus noemen? Hoogst wenkbrauwfronsend? Hoogst opportunistisch? Dat de man supporter is van een welbepaalde club, ach wat. Schoonvader Dehaene heeft ook een onomstotelijke link met Club Brugge, senator Pol Van Den Driessche voert het hoge woord bij Cercle Brugge, Vincent Van Quickiebornie stond al eens met een sjaal van KV Kortrijk te wankelen en Caroline Gennez doet nog beter: zij supportert voor én Racing én voor KV Mechelen. Da’s zoals kiezen voor de Hutu’s én de Tutsi’s – vergeef me de licht misplaatste overdrijving.

Profilering

Hoe “de politiek” een volkse belevenis aangrijpt om aan profilering te doen, verbijsterend. Direct schiet het beeld op mijn netvlies waarbij Didier Reynders én Michel Daerden indertijd de kampioenenviering van de Rouches van Standard kwamen meevieren. Wat Daerden, retorisch best apart te noemen, de volgende historische uitspaak ontlokte: “Regarde, ça c’est aimer le peuple, proche des gens, vive la Standard!” Die Daerden is diezelfde van de grote presidentiële akkoorden in Ans, die man die in een handomdraai van een groenboek een witboek maakt, die een nietszeggend antwoord over de aanpak van de pensioenen verpakt in een stand-up comedy-act van hoog niveau. Met een grijns erbij, zo breed als de Maas. En da’s breed.

Al snel denk ik ook aan Silvio Berlusconi, wiens prominente oren doen denken aan de betere pizzabodem van casa di mama. Mediamagnaat, zakenman, politicus ook naar ‘t schijnt, wellicht zo corrupt als het gemiddelde personage uit “The Godfather”. Die middels zijn voorzitterschap van AC Milaan zieltjes won. En wint. De Rossoneri als opstapje naar de eeuwige roem. En dan krijgt zo iemand al eens een Dom van Milaan tegen zijn smikkel. Tot bloedens toe. Het toeristenkleinood verworden tot wapen van de protesterende burger. Je moet iets doen met de ontkerkelijking. Wat ie dan weer handig uitbuit. Als de Calimero van Italië. Een risorgimento van de moderne tijden.

Calimero? Kwam al eerder voor. Bij Standard, bestuurd en bestierd door de broertjes D’Onofrio. Lekker Italiaans. Pastamonarchieën. ‘t Zal wel toeval zijn en een door een columnist vergezochte link. Maar toch. En Yves, past ie, die schoen? Of heb je hem toch al aan Jovanovic gegeven? Met een kwinkslag op zijn Servisch.

Laat voetbal voetbal zijn. Een sport, een spektakel, een beleving, een cultuur zelfs. Maar geen electoraal wingewest. Grazie mille.

(ook verschenen op deredactie.be)

Tweet tweet

In Nederland is het woord “twitteren” het woord van het jaar. Het genootschap “Onze taal” vond dat (werk)woord invloedrijker dan “vaccinatieangst”, “koninginnedagramp” of “vuvuzela” (da’s die vreselijke voetbaltoeter, de uitvergroting van 1.000 zoemende bijen) .

Het zegt veel over de toenemende invloed van het internet. Op het leven van de gemiddelde internetgebruiker, in onze contreien is dat intussen toch 8 op 10 mensen, durf ik zo denken. Elke huiskamer is een marktplaats geworden, een forum, een uitwisselingsplaats en zelfs een communicatiecentrum.

Het zegt ook veel over de toegenomen extravertie van de internetgebruiker. Die wil gerust prijsgeven wat ie denkt, doet of plant. In maximaal 140 karakters kom je te weten dat iemand hard aan het werk is (maar blijkbaar toch de tijd had om daarover te twitteren – bekt toch raar). Of straks naar de fitness trekt. Of champignonsoep aan het maken is. Of zo verliefd als wat is op Marie Vinck en haar twee troeven. En dan staan er nog van die vreemde dingen in als RT of # of @. Net codetaal, zijn de Russen op komst misschien? Met hun internetfalanksen?

Twitteren doe ikzelf niet. Ik ben al modern genoeg. Ik mail, ik surf én ik ben al goed drie jaar lang een blogger. Twitteren is me te snappy, te kort, te weinig, te gebald, te weinig verhalend. Op een blog kun je nog de mens zelf ontdekken. En kijken of ie kan schrijven. Of niet. Want ook dat heb je dan. Door de intrede van de burgerjournalistiek (een luxewoord toch?) kan nu iedereen zijn mening laten walmen. Publiceren. In een klik en een draai. De heropleving van de vox populi. De volksmond spreekt en gaapt. En die volksmond kan bij momenten verschrikkelijk stinken.

De (digitale) schuur openzetten voor alleman is nobel en democratisch en zelfs goed voor de samenleving, maar zorgt wel voor een ratatouille van meninkjes, niveautjes en uithaaltjes. Allemaal beroemd, iedereen journalist. Maar ’t is zoals met een televisie. Of een krant. Of een radiozender. Als je ’t niet goed vindt, zet je de knop af. Of gooi je het vodje weg. Internetgewijs wordt dat de verbanning van een welbepaalde URL uit je surfwinkel.

Een “tweet” lijkt onschuldiger. Ach, ’t is maar kort en wat kan je daar nu in kwijt? Tarara, sommige mededelingen hebben toch al voor ophef gezorgd. Ik denk in mijn vakgebied nog maar aan wielrenner Lance Armstrong die tijdens de vorige Tour De France zijn mond niet hield over ploegmaat annex pijn-in-het-hol Alberto Contador. Want kijk, “The Boss” heeft op dit eigenste moment meer dan 2 miljoen volgers op Twitter. Dan kun je al eens een bommetje droppen. Wat ook is gebeurd, mijns inziens zeer bewust.

Facebook, Twitter, blogs: het zijn de vensters op de wereld, de appels van de moderne generatie. Je zou bijna denken dat de nieuwe culturele revolutie ofte de “computercumulus” de mens opener, transparanter en duidelijker heeft gemaakt. “A ja, mijnheer, we communiceren toch meer en beter?” Meer wel. Beter niet, vrees ik. Bij deze dan ook de welgemeende boodschap om af en toe eens met je adresboek of je vriendenlijst of je followers een gewone pint te gaan pakken. Lekker echt, niet digitaal of virtueel. Dan kan je wel tien tweets per minuut lanceren. Toch? Of word ik oud?

(eerder verschenen op deredactie.be)

Envoi

Je kent het wel, “Envoi”, van Absynthe Minded. Je kent het wel, het is gebaseerd op één van de vele poëtische hoogtepunten van Hugo Claus zaliger. We gaan muziek en lyriek combineren: eest het clipje, dan de tekst. Mooi allemaal.

ENVOI

Mijn verzen staan nog wat te gapen.
Ik word dit nooit gewoon. Zij hebben hier lang
genoeg gewoond.
Genoeg. Ik stuur ze ‘t huis uit, ik wil niet wachten
tot hun tenen koud zijn.
Ongehinderd door hun onhelder misbaar
wil ik het gegons van de zon horen
of dat van mijn hart, die verraderlijke spons die verhardt.

Mijn verzen neuken niet klassiek,
zij brabbelen ordinair of brallen al te nobel.
In de winter springen hun lippen,
in de lente liggen zij plat bij de eerste warmte,
zij verzieken mijn zomer
en in de herfst ruiken zij naar vrouwen.

Genoeg. Nog twaalf regels lang op dit blad
hou ik ze de hand boven het hoofd
en dan krijgen zij een schop in hun gat.
Ga elders drammen, rijmen van een cent,
elders beven voor twaalf lezers
en een snurkende recensent.

Ga nu, verzen, op jullie lichte voeten,
jullie hebben niet hard getrapt op de oude aarde
waar de graven lachen als zij hun gasten zien,
het ene lijk gestapeld op het andere.

Ga nu en wankel naar haar
die ik niet ken.

(Hugo Claus)

Tussen nostalgie en Ostalgie

Melancholie is de moeder van de mistroostigheid en nostalgie is de navigator van het nijpend besef. Dat het ooit beter is geweest. Of toch tenminste anders.

De eighties zijn weer in. Je kan er niet naast kijken. Onlangs vulden duizenden mensen een zaal in Hasselt om “I love the 80’s” te bevolken, om daar ene Rick Astley nog eens zijn ding te zien doen. En The Confetti’s godbetert. En een gebotoxte Kim Wilde. Het Noorse poptrio A-ha vulde de Ancienne Belgique en toont aan dat het weer bon ton is om met synthesizers te goochelen. Een groep als Editors komt af met een geluid dat 25 jaar geleden al scoorde, toen doemdenkerij en zwarte gedachten inspiratiebronnen waren in hitparades overal. Het woord “hitparade” alleen al, hoe meer jaren ‘80 kan iets klinken?

De muur

Twintig jaar geleden viel in Berlijn de Muur. Ook in de eighties dus. Frustraties werden verbrokkeld en dromen konden rijzen, al is het Berlijnse paradijs 20 jaar na datum nog altijd niet opgedoken. Daarvoor moet je immers geesten ontwrikken en mentaliteiten omvormen. En dat kan niet. Toch niet zolang je hersenen niet genetisch kan en mag manipuleren. Wat dan resulteert in Ostalgie, in dwepen met Ampelmännchen en Oost-Duitse augurken. Rücksichtlos omkijken. Is het dat maar?

Ik bekeek de beelden van de viering. Een feest omdat die verdammte Mauer in november 1989 dan toch werd neergehaald. Nadat de wormen van het Westen al geruime tijd de voegen en het beton hadden aangetast. Goed dat het is gebeurd. Die betonstorm toch. De viering op zich was één grote parade van staats- en regeringsleiders, Duits klank- en lichtspel (en dat is -laat ons eerlijk zijn- toch altijd wat ouderwets, of neen, zo jaren ‘80). Ook wat voorgebakken speeches en een dominospel met bekunstelde wanden – wat op zich wel een leuk idee was.

Walesa en Co

En lap! Daar sprongen de jaren van weleer in het oog. Lech Walesa mocht nog eens opdraven, met zijn pet die hem nog eens het aura van een dokwerker uit Gdansk gaf. Angela Merkel, de vleesgeworden betonmolen, was duidelijk naar haar Berlijnse coiffeuse geweest en sprak wat obligate zinnen. De tsarina van de CDU-CSU moest haa woorden zelfs aflezen van een papiertje, zo gründlich is ze blijkbaar niet in impovisaties.

Dan trok een stoet onder de Brandenburger Tor met Prime Minister Gordon Brown mee voorop. De man met het charisma van een zakje Lemon Tea was er ook bij zie. En Obama had een videoboodschap ingesproken (wie weet zelfs op zo’n oude Betamax-cassette), Berlijn halen lukte hem niet. Te ver, te druk en misschien minder interessant dan die keer in volle verkiezingscampagne toen ie JFK deed vergeten door zelf de Berlijnse bollen toe te spreken. Of neen, hij noemde zich geen Berliner, zo slim waren zijn speechschrijvers wel. Ach, Hilarious Clinton was er. Den Amerikaan was toch aanwezig.

Opdonder

Maar bovenal sprong die kleine opdonder eruit. Monsieur Sarkozy, de Louis de Funès van de wereldpolitiek. Nerveus, continu met het hoofd schuddend, mimisch en druk doend. Pas op, een zegen voor het oog, een welkome spat rock ‘n roll in de grijze brij van de politiek, maar wat deed le petit Nicolas? Hij liet vooraf foto’s verspreiden die moesten tonen dat ie op die welbewuste 9 november 1989 eigenhandig gaten aan het kappen was. Neen, kleine geschiedvervalsing toch, Nicolas liet zijn promojongens een beetje antidateren. Alles voor het imago, n’est-ce pas? ”Le gendarme à Berlin”, zoiets.

De reus

Onthutsend beeld, enkele dagen voordien. De oude Mikhail Gorbatsjov dook op, op een staatsieportret. Met Helmut Kohl, de reus uit Ludwigshafen, naast hem. In een rolstoel zelfs, de aftakeling spaart niemand, zelfs geen wegbereiders van de Grote Eenmaking. En daarbij ook ene George Bush Sr., toen de muur werd gesloopt de president van de Verenigde Staten van Amerika (wat ik me trouwens afvraag: vraagt die mens zijn zoontje Jr. wel eens op de koffie of is de schaamte te groot?). Drie tenoren van toen die allemaal van hun voetstuk zijn gevallen. Gorby omdat ie reclame begon te maken voor Louis Vuitton-tassen, de natte droom van menig (zelfverklaarde) stijlvolle Rode Duivel. Bush omdat ie de ene stinkende zaak met de andere niet echt koosjere affaire bleek te hebben gecombineerd. Kohl omdat ie het principe van dubieuze partijfinanciering eerder gehuldigd heeft dan afgewimpeld. De man moest zelfs zijn erevoorzitterschap van de CDU teruggeven daarvoor. Dat is nog eens iets anders dan een liberaal die een overloper voor enkele jaren een parlementaire wedde belooft.

Dwaze ideologie

Ach, de Muur is gevallen, in de tijd toen de dieren nog spraken. Of toch fezelden. Een zoveelste dwaze ideologie kwam onzacht in aanraking met de drieste en hongerige onwil van het volk. Maar elders blijven dwaze overtuigingen floreren. Je kan alleen maar hopen dat ze aan de Westelijke Jordaanoever sneller dan mogelijk kunnen vieren omdat “hun” Muur weg is.

O ja, tussen al dat geweld aan hoge piefen liep onder de Brandenburger Tor ook een man uit het kiesarrondissement Brussel-Halle-Vilvoorde. Onopvallend, maar toch aanwezig. Herman Van Rompuy, genoemd als de mogelijke president van Europa. Da’s toch al ietsje prestigieuzer dan voorzitter van het Davidsfonds in Zwevezele. Met alle respect voor Zwevezele en voor het Davidsfonds. Van Rompuy aan de macht? De eighties zijn weer in, ik zei het al. Waar liggen die beenverwarmers ook alweer?

(eerder verschenen op deredactie.be)

Strooien dakske

‘t Is het jaar van de bekende doden aan het worden zo stilaan. Gisteren hield Jef Nys het dus voor bekeken, de tekenaar van Jommeke. Leuk om te zien trouwens dat nieuwslezer Freek Braeckman wel heel toevallig een Jommeke-outfit aan had (Jommeke was ook voor hem een jeugdheld, weet ik).

‘t Deed me nog denken aan afgelopen zondag. We reden terug van Hasselt richting Gent, mijn vader en zijn drie kinderen hadden er een Decroubele-weekend op zitten, om zijn pensioen te vieren. Achteraan zat mijn broer, Robbe, een Jommeke te lezen. Ik weet niet meer welke titel, maar ‘t viel op, zeker als je weet dat ie nu in zijn eerste jaar geschiedenis zit aan de unief. Grote kinderen, niets dat mooier is.

jommeke

Afijn, Jef Nys is niet meer, Jommeke nog altijd wel, die blijft voort leven. Gelukkig maar voor de aankomende generaties. Ik heb ook uren versleten met dat manneke, net als met Suske en Wiske, met Kiekeboe, Roel Hansen, de Rode Ridder, Kuifje, Kramikske en nog wel enkele namen.

Uit heel die periode heb ik jammer genoeg niet zo heel veel stripboeken meer over. Nu, de collectie Suske en Wiske is nog altijd groot én is goed bewaard gebleven, ik zal ze met plezier aan mijn dochtertje schenken.

Bedankt, mijnheer Nys voor de uren plezier. In mijn hoofd tollen titels als “De grasmobiel” en “Kaas met gaten gaatjes” en prachtige figuren als Gobelijn, Jampudding en Kwak en Boemel. En oei, wat heb ik weer een geweldige opstoot van melancholie en nostalgie…

Taalinformant

Ik keeg een mailtje met de vraag of ik zin heb om “informant” te worden op taalgebied. Het informantenpanel van Taaladvies.net zoekt wat nieuwe mensen, die op die manier dus advies geven aan de Nederlandse Taalunie.

Het gaat dan over -ik citeer- “iemand die in zijn adviezen de intuïtie van Vlaamse en Nederlandse taalgebruikers mee in overweging neemt”. Komt erop neer dat Nederlands Nederlands en Belgisch Nederlands tegenover elkaar worden afgewogen, als panellid kan je mee oordelen over teneur, tendens en evolutie.

Interessant, want een taal is in ontwikkeling, continu. Ik krijg jeukende puisten van dogmatici, regelneukers en linguïstische conservatievelingen. Een taal evolueert, verandert, gaat er desnoods op achteruit, maar beweging is er wel en die mag niet miskend worden. Regels en afspraken moeten, maar mogen geen doel op zich zijn, anders krijg je de dictatuur van de paardenbril.

Niet dat het zoveel werk is, niet dat het zo immens belangrijk is, maar ik voel me vereerd dat ik op een serieus niveau mee kan debatteren over de taal die me zo lief is. Dat zelfs een barokke mens als ik dat haalt, ha! En ik ben vooral blij dat wordt bemerkt dat niet alleen germanisten iets kunnen zeggen over taal. Dit gaat over gevoel, over aanvoelen, over meningen, niet over regels. Een niet-schoolse liefhebber als ik kan er maar van genieten.

Met dank aan taaladviseur (én kersverse hoofdredacteur van Van Dale) Ruud Hendrickx, die me de kans heeft gegeven.

« Vorig bericht