Laatste reacties


Proche du peuple?

Ik viel bijna van mijn stoel toen ik het zag. Neen, niet bijna, ik donderde gewoonweg naar beneden. Uit mijn bruine hoekzetel. Op de zender genaamd VTM voltrok zich het jaarlijkse showspektakel van de verenigde Belgische voetballerij: het Gala van de Gouden Schoen.

Calimero

Milan Jovanovic, een Servische spits met kruit in de voeten, werd (wellicht terecht) gelauwerd als de beste voetballer op de Belgische velden in 2009. Maar de man was niet aanwezig op de uitreiking. Standard, niet vies van af en toe eens een Calimero-houding (“wij worden gekloot door Jan en alleman, vooral door Jan”), stuurde alle Luikse katten naar de show. Want de krant Het Laatste Nieuws had Axel Witsel na de hele affaire met Marcin Wasilewski van Anderlecht (tackle hier, tackle daar, voet volledig omgeplooid) durven te catalogeren als een slechterik pur sang. Eigenlijk zelfs niet de krant, eerder de site, die redactioneel volledig onafhankelijk is van de krant, wist de hoofdredacteur van de krant me te vertellen.

Juist, ‘t was ietwat overdreven. De vorige Gouden Schoen werd gecatalogiseerd in een rijtje van seriemoordenaars en dilettant gespuis als Kim De Gelder. Overdreven? Nogal enorm. Maar de krant had haar excuses aangeboden. Volstaat dat? Misschien wel niet, een journalistieke dwaling van jewelste kan je niet zomaar gauw even met de mantel der liefde bedekken. Maar de papier maché uit Asse had de fout ingezien en liet dat blijken.

Standard bleek toch -een dag voor de uitreiking- nog altijd gevoelige en blauwe tenen te hebben. Niemand mocht zich vertonen op euh, ja, de vertoning. Zelfs niet de gedoodverfde winnaar, Jovanovic. Kleintjes.

Een deus ex machina

En wat gebeurt er? Een Shakespeariaans maneuver, een schoolvoorbeeld van een deus ex machina. Ene Yves Leterme kwam het podium op om de trofee van de hoogst afwezige Jovanovic in ontvangst te nemen. Grijnsbekkend en half geforceerd nam de man de replica van de schoen in ontvangst. En er kwam nog een potje halfbakken Servisch idioom aan te pas. De katholieke koorknaap uit de Westhoek had een mondje Balkanees geleerd en wou zo de Luikse tifosi charmeren.

Mogen we dat hoogst dubieus noemen? Hoogst wenkbrauwfronsend? Hoogst opportunistisch? Dat de man supporter is van een welbepaalde club, ach wat. Schoonvader Dehaene heeft ook een onomstotelijke link met Club Brugge, senator Pol Van Den Driessche voert het hoge woord bij Cercle Brugge, Vincent Van Quickiebornie stond al eens met een sjaal van KV Kortrijk te wankelen en Caroline Gennez doet nog beter: zij supportert voor én Racing én voor KV Mechelen. Da’s zoals kiezen voor de Hutu’s én de Tutsi’s – vergeef me de licht misplaatste overdrijving.

Profilering

Hoe “de politiek” een volkse belevenis aangrijpt om aan profilering te doen, verbijsterend. Direct schiet het beeld op mijn netvlies waarbij Didier Reynders én Michel Daerden indertijd de kampioenenviering van de Rouches van Standard kwamen meevieren. Wat Daerden, retorisch best apart te noemen, de volgende historische uitspaak ontlokte: “Regarde, ça c’est aimer le peuple, proche des gens, vive la Standard!” Die Daerden is diezelfde van de grote presidentiële akkoorden in Ans, die man die in een handomdraai van een groenboek een witboek maakt, die een nietszeggend antwoord over de aanpak van de pensioenen verpakt in een stand-up comedy-act van hoog niveau. Met een grijns erbij, zo breed als de Maas. En da’s breed.

Al snel denk ik ook aan Silvio Berlusconi, wiens prominente oren doen denken aan de betere pizzabodem van casa di mama. Mediamagnaat, zakenman, politicus ook naar ‘t schijnt, wellicht zo corrupt als het gemiddelde personage uit “The Godfather”. Die middels zijn voorzitterschap van AC Milaan zieltjes won. En wint. De Rossoneri als opstapje naar de eeuwige roem. En dan krijgt zo iemand al eens een Dom van Milaan tegen zijn smikkel. Tot bloedens toe. Het toeristenkleinood verworden tot wapen van de protesterende burger. Je moet iets doen met de ontkerkelijking. Wat ie dan weer handig uitbuit. Als de Calimero van Italië. Een risorgimento van de moderne tijden.

Calimero? Kwam al eerder voor. Bij Standard, bestuurd en bestierd door de broertjes D’Onofrio. Lekker Italiaans. Pastamonarchieën. ‘t Zal wel toeval zijn en een door een columnist vergezochte link. Maar toch. En Yves, past ie, die schoen? Of heb je hem toch al aan Jovanovic gegeven? Met een kwinkslag op zijn Servisch.

Laat voetbal voetbal zijn. Een sport, een spektakel, een beleving, een cultuur zelfs. Maar geen electoraal wingewest. Grazie mille.

(ook verschenen op deredactie.be)

Business Broker

Tweet tweet

In Nederland is het woord “twitteren” het woord van het jaar. Het genootschap “Onze taal” vond dat (werk)woord invloedrijker dan “vaccinatieangst”, “koninginnedagramp” of “vuvuzela” (da’s die vreselijke voetbaltoeter, de uitvergroting van 1.000 zoemende bijen) .

Het zegt veel over de toenemende invloed van het internet. Op het leven van de gemiddelde internetgebruiker, in onze contreien is dat intussen toch 8 op 10 mensen, durf ik zo denken. Elke huiskamer is een marktplaats geworden, een forum, een uitwisselingsplaats en zelfs een communicatiecentrum.

Het zegt ook veel over de toegenomen extravertie van de internetgebruiker. Die wil gerust prijsgeven wat ie denkt, doet of plant. In maximaal 140 karakters kom je te weten dat iemand hard aan het werk is (maar blijkbaar toch de tijd had om daarover te twitteren – bekt toch raar). Of straks naar de fitness trekt. Of champignonsoep aan het maken is. Of zo verliefd als wat is op Marie Vinck en haar twee troeven. En dan staan er nog van die vreemde dingen in als RT of # of @. Net codetaal, zijn de Russen op komst misschien? Met hun internetfalanksen?

Twitteren doe ikzelf niet. Ik ben al modern genoeg. Ik mail, ik surf én ik ben al goed drie jaar lang een blogger. Twitteren is me te snappy, te kort, te weinig, te gebald, te weinig verhalend. Op een blog kun je nog de mens zelf ontdekken. En kijken of ie kan schrijven. Of niet. Want ook dat heb je dan. Door de intrede van de burgerjournalistiek (een luxewoord toch?) kan nu iedereen zijn mening laten walmen. Publiceren. In een klik en een draai. De heropleving van de vox populi. De volksmond spreekt en gaapt. En die volksmond kan bij momenten verschrikkelijk stinken.

De (digitale) schuur openzetten voor alleman is nobel en democratisch en zelfs goed voor de samenleving, maar zorgt wel voor een ratatouille van meninkjes, niveautjes en uithaaltjes. Allemaal beroemd, iedereen journalist. Maar ’t is zoals met een televisie. Of een krant. Of een radiozender. Als je ’t niet goed vindt, zet je de knop af. Of gooi je het vodje weg. Internetgewijs wordt dat de verbanning van een welbepaalde URL uit je surfwinkel.

Een “tweet” lijkt onschuldiger. Ach, ’t is maar kort en wat kan je daar nu in kwijt? Tarara, sommige mededelingen hebben toch al voor ophef gezorgd. Ik denk in mijn vakgebied nog maar aan wielrenner Lance Armstrong die tijdens de vorige Tour De France zijn mond niet hield over ploegmaat annex pijn-in-het-hol Alberto Contador. Want kijk, “The Boss” heeft op dit eigenste moment meer dan 2 miljoen volgers op Twitter. Dan kun je al eens een bommetje droppen. Wat ook is gebeurd, mijns inziens zeer bewust.

Facebook, Twitter, blogs: het zijn de vensters op de wereld, de appels van de moderne generatie. Je zou bijna denken dat de nieuwe culturele revolutie ofte de “computercumulus” de mens opener, transparanter en duidelijker heeft gemaakt. “A ja, mijnheer, we communiceren toch meer en beter?” Meer wel. Beter niet, vrees ik. Bij deze dan ook de welgemeende boodschap om af en toe eens met je adresboek of je vriendenlijst of je followers een gewone pint te gaan pakken. Lekker echt, niet digitaal of virtueel. Dan kan je wel tien tweets per minuut lanceren. Toch? Of word ik oud?

(eerder verschenen op deredactie.be)

Business Broker

Envoi

Je kent het wel, “Envoi”, van Absynthe Minded. Je kent het wel, het is gebaseerd op één van de vele poëtische hoogtepunten van Hugo Claus zaliger. We gaan muziek en lyriek combineren: eest het clipje, dan de tekst. Mooi allemaal.

ENVOI

Mijn verzen staan nog wat te gapen.
Ik word dit nooit gewoon. Zij hebben hier lang
genoeg gewoond.
Genoeg. Ik stuur ze ‘t huis uit, ik wil niet wachten
tot hun tenen koud zijn.
Ongehinderd door hun onhelder misbaar
wil ik het gegons van de zon horen
of dat van mijn hart, die verraderlijke spons die verhardt.

Mijn verzen neuken niet klassiek,
zij brabbelen ordinair of brallen al te nobel.
In de winter springen hun lippen,
in de lente liggen zij plat bij de eerste warmte,
zij verzieken mijn zomer
en in de herfst ruiken zij naar vrouwen.

Genoeg. Nog twaalf regels lang op dit blad
hou ik ze de hand boven het hoofd
en dan krijgen zij een schop in hun gat.
Ga elders drammen, rijmen van een cent,
elders beven voor twaalf lezers
en een snurkende recensent.

Ga nu, verzen, op jullie lichte voeten,
jullie hebben niet hard getrapt op de oude aarde
waar de graven lachen als zij hun gasten zien,
het ene lijk gestapeld op het andere.

Ga nu en wankel naar haar
die ik niet ken.

(Hugo Claus)

Business Broker

Tussen nostalgie en Ostalgie

Melancholie is de moeder van de mistroostigheid en nostalgie is de navigator van het nijpend besef. Dat het ooit beter is geweest. Of toch tenminste anders.

De eighties zijn weer in. Je kan er niet naast kijken. Onlangs vulden duizenden mensen een zaal in Hasselt om “I love the 80’s” te bevolken, om daar ene Rick Astley nog eens zijn ding te zien doen. En The Confetti’s godbetert. En een gebotoxte Kim Wilde. Het Noorse poptrio A-ha vulde de Ancienne Belgique en toont aan dat het weer bon ton is om met synthesizers te goochelen. Een groep als Editors komt af met een geluid dat 25 jaar geleden al scoorde, toen doemdenkerij en zwarte gedachten inspiratiebronnen waren in hitparades overal. Het woord “hitparade” alleen al, hoe meer jaren ‘80 kan iets klinken?

De muur

Twintig jaar geleden viel in Berlijn de Muur. Ook in de eighties dus. Frustraties werden verbrokkeld en dromen konden rijzen, al is het Berlijnse paradijs 20 jaar na datum nog altijd niet opgedoken. Daarvoor moet je immers geesten ontwrikken en mentaliteiten omvormen. En dat kan niet. Toch niet zolang je hersenen niet genetisch kan en mag manipuleren. Wat dan resulteert in Ostalgie, in dwepen met Ampelmännchen en Oost-Duitse augurken. Rücksichtlos omkijken. Is het dat maar?

Ik bekeek de beelden van de viering. Een feest omdat die verdammte Mauer in november 1989 dan toch werd neergehaald. Nadat de wormen van het Westen al geruime tijd de voegen en het beton hadden aangetast. Goed dat het is gebeurd. Die betonstorm toch. De viering op zich was één grote parade van staats- en regeringsleiders, Duits klank- en lichtspel (en dat is -laat ons eerlijk zijn- toch altijd wat ouderwets, of neen, zo jaren ‘80). Ook wat voorgebakken speeches en een dominospel met bekunstelde wanden – wat op zich wel een leuk idee was.

Walesa en Co

En lap! Daar sprongen de jaren van weleer in het oog. Lech Walesa mocht nog eens opdraven, met zijn pet die hem nog eens het aura van een dokwerker uit Gdansk gaf. Angela Merkel, de vleesgeworden betonmolen, was duidelijk naar haar Berlijnse coiffeuse geweest en sprak wat obligate zinnen. De tsarina van de CDU-CSU moest haa woorden zelfs aflezen van een papiertje, zo gründlich is ze blijkbaar niet in impovisaties.

Dan trok een stoet onder de Brandenburger Tor met Prime Minister Gordon Brown mee voorop. De man met het charisma van een zakje Lemon Tea was er ook bij zie. En Obama had een videoboodschap ingesproken (wie weet zelfs op zo’n oude Betamax-cassette), Berlijn halen lukte hem niet. Te ver, te druk en misschien minder interessant dan die keer in volle verkiezingscampagne toen ie JFK deed vergeten door zelf de Berlijnse bollen toe te spreken. Of neen, hij noemde zich geen Berliner, zo slim waren zijn speechschrijvers wel. Ach, Hilarious Clinton was er. Den Amerikaan was toch aanwezig.

Opdonder

Maar bovenal sprong die kleine opdonder eruit. Monsieur Sarkozy, de Louis de Funès van de wereldpolitiek. Nerveus, continu met het hoofd schuddend, mimisch en druk doend. Pas op, een zegen voor het oog, een welkome spat rock ‘n roll in de grijze brij van de politiek, maar wat deed le petit Nicolas? Hij liet vooraf foto’s verspreiden die moesten tonen dat ie op die welbewuste 9 november 1989 eigenhandig gaten aan het kappen was. Neen, kleine geschiedvervalsing toch, Nicolas liet zijn promojongens een beetje antidateren. Alles voor het imago, n’est-ce pas? ”Le gendarme à Berlin”, zoiets.

De reus

Onthutsend beeld, enkele dagen voordien. De oude Mikhail Gorbatsjov dook op, op een staatsieportret. Met Helmut Kohl, de reus uit Ludwigshafen, naast hem. In een rolstoel zelfs, de aftakeling spaart niemand, zelfs geen wegbereiders van de Grote Eenmaking. En daarbij ook ene George Bush Sr., toen de muur werd gesloopt de president van de Verenigde Staten van Amerika (wat ik me trouwens afvraag: vraagt die mens zijn zoontje Jr. wel eens op de koffie of is de schaamte te groot?). Drie tenoren van toen die allemaal van hun voetstuk zijn gevallen. Gorby omdat ie reclame begon te maken voor Louis Vuitton-tassen, de natte droom van menig (zelfverklaarde) stijlvolle Rode Duivel. Bush omdat ie de ene stinkende zaak met de andere niet echt koosjere affaire bleek te hebben gecombineerd. Kohl omdat ie het principe van dubieuze partijfinanciering eerder gehuldigd heeft dan afgewimpeld. De man moest zelfs zijn erevoorzitterschap van de CDU teruggeven daarvoor. Dat is nog eens iets anders dan een liberaal die een overloper voor enkele jaren een parlementaire wedde belooft.

Dwaze ideologie

Ach, de Muur is gevallen, in de tijd toen de dieren nog spraken. Of toch fezelden. Een zoveelste dwaze ideologie kwam onzacht in aanraking met de drieste en hongerige onwil van het volk. Maar elders blijven dwaze overtuigingen floreren. Je kan alleen maar hopen dat ze aan de Westelijke Jordaanoever sneller dan mogelijk kunnen vieren omdat “hun” Muur weg is.

O ja, tussen al dat geweld aan hoge piefen liep onder de Brandenburger Tor ook een man uit het kiesarrondissement Brussel-Halle-Vilvoorde. Onopvallend, maar toch aanwezig. Herman Van Rompuy, genoemd als de mogelijke president van Europa. Da’s toch al ietsje prestigieuzer dan voorzitter van het Davidsfonds in Zwevezele. Met alle respect voor Zwevezele en voor het Davidsfonds. Van Rompuy aan de macht? De eighties zijn weer in, ik zei het al. Waar liggen die beenverwarmers ook alweer?

(eerder verschenen op deredactie.be)

Business Broker

Strooien dakske

‘t Is het jaar van de bekende doden aan het worden zo stilaan. Gisteren hield Jef Nys het dus voor bekeken, de tekenaar van Jommeke. Leuk om te zien trouwens dat nieuwslezer Freek Braeckman wel heel toevallig een Jommeke-outfit aan had (Jommeke was ook voor hem een jeugdheld, weet ik).

‘t Deed me nog denken aan afgelopen zondag. We reden terug van Hasselt richting Gent, mijn vader en zijn drie kinderen hadden er een Decroubele-weekend op zitten, om zijn pensioen te vieren. Achteraan zat mijn broer, Robbe, een Jommeke te lezen. Ik weet niet meer welke titel, maar ‘t viel op, zeker als je weet dat ie nu in zijn eerste jaar geschiedenis zit aan de unief. Grote kinderen, niets dat mooier is.

jommeke

Afijn, Jef Nys is niet meer, Jommeke nog altijd wel, die blijft voort leven. Gelukkig maar voor de aankomende generaties. Ik heb ook uren versleten met dat manneke, net als met Suske en Wiske, met Kiekeboe, Roel Hansen, de Rode Ridder, Kuifje, Kramikske en nog wel enkele namen.

Uit heel die periode heb ik jammer genoeg niet zo heel veel stripboeken meer over. Nu, de collectie Suske en Wiske is nog altijd groot én is goed bewaard gebleven, ik zal ze met plezier aan mijn dochtertje schenken.

Bedankt, mijnheer Nys voor de uren plezier. In mijn hoofd tollen titels als “De grasmobiel” en “Kaas met gaten gaatjes” en prachtige figuren als Gobelijn, Jampudding en Kwak en Boemel. En oei, wat heb ik weer een geweldige opstoot van melancholie en nostalgie…

Business Broker

Taalinformant

Ik keeg een mailtje met de vraag of ik zin heb om “informant” te worden op taalgebied. Het informantenpanel van Taaladvies.net zoekt wat nieuwe mensen, die op die manier dus advies geven aan de Nederlandse Taalunie.

Het gaat dan over -ik citeer- “iemand die in zijn adviezen de intuïtie van Vlaamse en Nederlandse taalgebruikers mee in overweging neemt”. Komt erop neer dat Nederlands Nederlands en Belgisch Nederlands tegenover elkaar worden afgewogen, als panellid kan je mee oordelen over teneur, tendens en evolutie.

Interessant, want een taal is in ontwikkeling, continu. Ik krijg jeukende puisten van dogmatici, regelneukers en linguïstische conservatievelingen. Een taal evolueert, verandert, gaat er desnoods op achteruit, maar beweging is er wel en die mag niet miskend worden. Regels en afspraken moeten, maar mogen geen doel op zich zijn, anders krijg je de dictatuur van de paardenbril.

Niet dat het zoveel werk is, niet dat het zo immens belangrijk is, maar ik voel me vereerd dat ik op een serieus niveau mee kan debatteren over de taal die me zo lief is. Dat zelfs een barokke mens als ik dat haalt, ha! En ik ben vooral blij dat wordt bemerkt dat niet alleen germanisten iets kunnen zeggen over taal. Dit gaat over gevoel, over aanvoelen, over meningen, niet over regels. Een niet-schoolse liefhebber als ik kan er maar van genieten.

Met dank aan taaladviseur (én kersverse hoofdredacteur van Van Dale) Ruud Hendrickx, die me de kans heeft gegeven.

Business Broker

Komen & gaan

Uitgelezen, eindelijk dan: “Komen & gaan” van Youp van ‘t Hek, één van mijn eeuwige helden én onderwerp van mijn thesis waarmee ik mijn diploma haalde dat zei dat ik volwassen ben. Een week lang zat Youp in een hotel aan het Parijse Gare du Nord. Zijn Parijs. Mijn Parijs.

komenengaan_boek

Verhalen over herinneringen aan het Parijs van dertig jaar geleden. Parijs van nu. Over romantiek, schoonheid, verwondering en ergernissen. Hapklare filosofietjes. Geen wereldliteratuur, maar wel typische en dus rake beschouwingen van de man. Zinnen die gensters slaan, al zijn ze soms maar enkele woorden lang.

Als je eens een uurtje of twee over hebt, is het een aanrader. Al is het maar om met zijn universum kennis te maken. Eventjes. Leuk en treffend, zonder meer. ‘t Doet je nadenken, dat zeker.

Business Broker

Gedegouteerd

‘t Blijft fantastisch klinken: “Lorsque les dégoûtés s’en vont, il ne reste plus que les dégoûtants”. ‘t Zijn verkiezingen binnenkort.

Business Broker

Camps

Ik weet het, je moet er voor zijn, maar wat Hugo Camps in zijn sportcolumns in “De Morgen” allemaal uit zijn pen schudt, wel, ik vind dat wonderlijk.

camps

‘t Is bijwijlen overdreven lyrisch, ‘t is vaak gelardeerd met klodders bombast, ‘t is vaak ver gezocht, ‘t is soms dubieus qua stellingname, ‘t is ook wel eens Mulischiaans erudiet (eventjes tonen wat ie kan en wat ie beheerst) en ja, het is vaak lijzig literair. En tot bloedens toe gestileerd. En soms grillig geplaatst heroïsch van toon.

Maar wil ik net ook zo zijn. Ach, was ik maar zo. Hugo Camps, ik vind dat een hele grote. Eigenlijk.

Business Broker

De deugd van het lezen

Ik was in mijn jeugd een boekenwurm. Ik heb toen “alles” van in de schoolbibliotheek van het toenmalige Sint-Jozefinstituut in Cortoriacum gelezen: Jan Terlouw, Thea Beckman, Evert Hartman, mijn eerste Herman Brusselmans, “De leeuw van Vlaanderen” van Hendrik Conscience, Bart Moeyaert, René Swartenbroeckx, R.H. Schoemans, de dagboeken van Adrian Mole door Sue Townsend, tientallen verhalen van Agatha Christie en zo meer. Ik was hongerig, gulzig, wou alles weten, alles lezen.

Rond mijn zestiende viel het wat stil en tijdens mijn tijd aan de unief ben ik opnieuw beginnen lezen. Met enkele kleppers die me hebben omver geblazen. “Kartonnen dozen” van Tom Lanoye, “Het proces” van Kafka dat ik geweldig vond, de ontdekking van Marcel Möring en vooral zijn “Het grote verlangen”. Ik herinner me ook hoe ik me dagen opsloot om “De naam van de roos” van Eco te nuttigen. De pracht van “Madame Bovary” van Flaubert, het ploegen in Shakespeare, het psychologische plezier door het werk van Alberto Moravia en dan vergeet ik nog Jean-Paul Sartre, echt, dat laatste vond ik een openbaring. Blij dat ik was dat de existentialisten zich blijkbaar in het zwart tooiden, toevallig ook mijn outfit die dagen.

Naderhand ben ik blijven lezen, natuurlijk, maar langzaamaan kwam het journalistieke in me op. Ik verslind nog altijd kranten, tijdschriften en magazines. Zeker kranten, het is een wezenlijk onderdeel van mijn bestaan als (sport)journalist. Maar boeken? Hmm, niet echt. Enkele jaren geleden maakte ik een jeugddroom waar door in mijn huis een grote bibliotheek te laten installeren. Mooi, in zebrano hout, op maat en gangvullend. Vol boeken, maar té veel ervan is nog altijd ongelezen.

Als ik de voorbije zes maanden overschouw, heb ik eigenlijk maar één roman gelezen: “Het derde huwelijk” van één van mijn absolute helden, Tom Lanoye. Goed, zeker dat, maar eens verteerd, kwam de honger niet terug. Maar kijk, ik ben nobel en goedmenend van bedoelingen en ik ga er iets aan doen. Onlangs heb ik nog eens wat boeken gekocht: David Van Reybrouck, wat Wim Helsen (vooral theatertechnisch interessant) en Koen Peeters.

Voorlopig zijn ze nog ongelezen omdat ik ook iets vond waar ik al veel goeds had over gehoord. Wat dan? “Het diner” van Herman Koch. De man is één van de drie mannen van Jiskefet, de Nederlandse absurde komieken die me al hebben doen krullen van het lachen. Zeker hun serie over “De lullo’s” vind ik nog altijd magistraal. Dat is -om het op zijn Hollands te zeggen- zo gaaf lekker lachen.

catalogue_9329_detailjpg

Enfin, terug naar Koch. Hij blijkt ook een begenadigd romanschrijver te zijn en ik hou me klaar voor zijn diner in literaire vorm, voor zijn intermenselijke beschouwingen, voor zijn schetsen van kronkels in de hoofden van mensen, vleesgeworden kronkels op zich. En wie weet overtuigt Koch me om weer meer te gaan lezen, in plaats van me onledig te houden met internet, televisie en ander grof vuil.

Ik weet nog te zeggen, te schrijven wat ik ervan vond. Van dat boek dat voorlopig al het nachtkastje heeft gehaald.

Business Broker

Cheslea

‘t Was Champions League-avond op de redactie. En alweer, alweer, alweer. Hoe komt het toch dat ik altijd “Cheslea” tik terwijl het “Chelsea” moet zijn? En da’s dus al jaren zo. Is dat een vorm van momentane dyslexie?

Business Broker

Kruithof is niet meer

Zo stak het in het radionieuws daarnet: “In Boechout, bij Antwerpen, is filosoof Jaap Kruithof overleden. Hij doceerde lange tijd het vak moraalfilosofie aan de universiteit van Gent. Kruithof publiceerde ook veel over actuele maatschappelijke problemen. Als vrijzinnige lag hij mee aan de basis van het Humanistisch Verbond. Jaap Kruithof is 79 geworden.”

Professor Kruithof is niet meer. Het is één van die professoren van de toenmalige Rijksuniversiteit Gent waarvan ik nooit les kreeg. Gemist dus. Net zoals Etienne Vermeersch. Stommerik die ik ben. Ik kon toch gewoon langslopen in hun les, ook al waren dat geen verplichte vakken voor mij. Maar neen, ik had veel boeiendere en interessantere dingen te doen blijkbaar. Een snotjong was ik, onverstandig en nog niet rijp.

l19069276495_7609

Ik zag hem voor het laatst ruim een jaar geleden, denk ik. Ik zie hem nog zo zitten. Op de bank, links als je binnen komt in het mij geliefde “Trefpunt” aan Sint-Jacobs. Ook zijn geliefd “Trefpunt” trouwens, hij werd onder meer daar legendarisch als debater. Toen ik hem zag was ie aan het praten, orerend, gesticulerend en overtuigend. Leek me een een zachte man te zijn, een lieve opa.

Ik moet eens iets lezen van hem. Ik struinde net in het audio-archief en ik kon nog een reportage over hem beluisteren (ze is ook hier te vinden). Over zijn verzamelwoede, zijn eigen museum in huis met pakweg 15.000 voorwerpen. Hij wou bewaren, collectioneren, niet weggooien en niet oeverloos consumeren. Een tegendraads iemand. Wat we best kunnen gebruiken in onze samenleving van volgers, kuddedieren en makke lammetjes. Hopelijk inspireert Kruithof nog vele studenten. Van hen moet de verbeelding komen. Dat vond ie zelf ook namelijk.

Ajuus, Jaapie.

Business Broker

« Vorig bericht