Laatste reacties


Over dochters en een godin

Van de week nu al twee keer Els Dottermans op televisie gezien, bij Marcel Vanthilt in zijn zomerprogramma én in de documentaire met haar prachtige vader (in de reeks “Mijn vader”, het stond nog te wachten op de digicorder). Al sinds mijn achttiende is la Dottermans zowat een godin voor mij. Ooit wil ik haar spreken en interviewen, bloednerveus zal ik zijn. Trouwens, hoe haar vader over zijn kinderen spreekt, hopelijk doe ik dat ook zo als ik zijn leeftijd heb…

Dottermans. Horen over spreken ten tijde van “Wilde Lea”, de poster ervan heeft jarenlang op mijn kot geprijkt. Liefjes die passeerden, moesten er op kijken. Ik zag ze later in “All for love”, in de film “Beck”. Meer nog, ik figureerde als jonge snaak in “Moeder, waarom leven wij?” en ik mocht in (het oude “vettekot” in) Kuurne net niet meespelen met haar. Ik speelde wel met Dirk Roofthooft samen, ook een held van mij. Maar ik zag haar, met haar toenmalige levenspartner Luk Perceval, samen met mij in de kleedkamer, in lingerie, jawel, voor een potente achttienjarige was dat alles.

Een deel van mijn licentiaatsthesis ging over de Blauwe Maandag Compagnie, waar Dottermans een absolute protagoniste was. Het intrigeerde mij en ik kon haar zo heel even van nabij volgen.

Ik ben haar blijven volgen omdat ze nu eenmaal een steengoede actrice is én omdat ze schoonheidsgewijs dartele dingen met me deed. Zeker meer dan de helft van haar werk op het theater heb ik gezien.

En nog altijd beroert ze mij, tien jaar ouder dan ik ben, maar een majestueuze vrouw, zoals ze is. Met haar vader zeg, een kruising (uiterlijk én van manier van doen) tussen mijn eigen vader én Jan Decorte, vind ik. Hoe die sprak over vader zijn van (vier) dochters, over de jongste, zijn zoon, die uit het leven is gestapt. En hoe vader en dochter naar elkaar keken. Goddelijk.

Zo wil ik over dertig, ja, veertig jaar ook bestaan. Zo kunnen spreken over mijn kinderen, in mijn geval mijn twee heldinnen, Janne en Sien. ‘t Zou mooi zijn, trouwens iets waar ik, hypochonder pur sang, mee bezig ben. Hoelang leef je, hoelang heb je? Wat zou ik nu direct tekenen om 80 te mogen worden, er dus nog net geen 45 jaar bijdoen, en dan langzaam en stil doodgaan in je slaap. Wie wil dat niet?

Hopelijk is het me gegund. Zo ja, ben ik tevreden. Maar in een leven is je niets gegund, of beter, is niets zeker, niets afgelijnd, niets te bespreken. Je neemt wat komt. Je moet wel. Iets of iemand beslist voor jou.

Mevrouw Dottermans, een dezer bel ik je. Voor een interview, of liever nog voor een gesprek met drama, misbaar, gestes, witte wijn en gelach.

Dochters, vrouwen, meisjes, het zijn godinnen, zeg ik je.

Maanziek

Ik mocht van de week op uitnodiging van Lunatic én comedian Joris Velleman mee kijken naar “Maanziek” in het NTG. Een voorstelling van de geestesgenoten Wouter Deprez, Wannes Cappelle en celist Frans Grapperhaus.

Zéér van genoten. Van wat voor een publiesksspeler en publieksbespeler Wouter Deprez toch is, van de geweldige, ja superbe in melancholie gedrenkte liedjes van Wannes Cappelle en van de charmante, in vier snaren verpakte Grapperhaus. Mooi, mooi, bij momenten kippenvel, gewoonweg een hele goede voorstelling.

Wouter vertrekt binnenkort voor een jaar naar Zuid-Afrika en grijpt deze show aan om zijn tijdelijk afscheid van de Vlaamse podia aan te kondigen. En propageert Wannes als zijn opvolger, alhoewel. Knap gedaan.

Nog leuker was dat ik achteraf met Wouter en Wannes had afgesproken. We kennen mekaar van in 2002, toen Wannes met zijn kompaan meedeed aan “Humorologie”, ik ook met mijn kompaan onder de koepel “Flegma”. Zij wonnen prijzen, wij niet, we waren ook maar pas begonnen en we zijn nooit zo heel ver geraakt, maar we hebben ons wel danig geamuseerd, dat wel. Fijn om nog eens samen te kouten, onder meer ook over kinderen. Ik heb intussen twee dochters, Wannes en Wouter hebben elk twee zonen. Een marriage arrangé kan, euh, gearrangeerd worden. Ook vriend Gili was erbij, kortom, la comédie profonde Flamande wat samen.

Leuk moment toen Wouter me begon te omschrijven. En zei dat er in het leven twee groepen zijn: enthousiaste mensen en niet-enthousiaste mensen. En “dat Peter toch wel een zeer enthousiaste mens is”. Een compliment.

Hartverwarmend om nog eens als jonge jongens samen te staan en te tetteren. En te overschouwen dat we -elk in ons vakgebied- doen wat we eigenlijk wilden doen. Min of meer. Jonge jongens, de leeftijd van dertig jaar al lang voorbij. Ik ben met een glimlach ingeslapen.

- Je kan “Maanziek” nog bekijken en beluisteren tijdens de Gentse Feesten in Vooruit, waar “mijn” Lunatics ook staan met onze “La guerre belge”…

Kuchen en hoesten

Het is me wat geweest al. Vorige week ging ik met vriend D. kijken naar “Lucifer”. Tekst van (Joost van den) Vondel, geënsceneerd door Theater Zuidpool. Met Koen van Kaam, Sofie Decleir en haar vader Jan Decleir op het podium.

Een behoorlijk zwaar stuk, tekstueel dan toch. Behoorlijk barok en niet zomaar weg te happen. Maar goed gedaan, mooi uitgewerkt met levensgrote poppen die door de acteurs manueel werden “bediend”. Met (alweer eens) een indrukwekkende Jan Decleir. De man is een levende legende, maar ‘t is niet zomaar, hij is gewoon een acteur opgetrokken uit klasse en kunde.

Vreemd genoeg voer ie -tamelijk op het einde van het stuk- uit tegen het publiek. Dat “theater net als muziek ontstaat uit stilte”, dat ze als spelers “vergast werden op een grof concert van kuchen en hoesten”. Zoiets. Ik zat wat perplex in mijn pluchen zetel, door te zien hoe Decleir letterlijk uit zijn rol stapte om het publiek te berispen. Ik wist niet wat ik er mee aan moest, een absolute held van mij had mij doen schrikken. Terwijl er -mijns inziens- niet echt al te veel gekucht en gehoest was.


(foto: Leo van Velzen)

Enfin, het weze zo, dat gebeurt nu eenmaal in het theater, ik had het meegemaakt en einde verhaal. De dag erna spookte de scène nog door mijn hoofd en zette ik volgende status op mijn Facebook-account: Ik zag gisteren een weer eens indrukwekkende Jan Decleir in “Lucifer”, maar de mythe is toch wat ineengestuikt. Hij begon te razen op het publiek (over kuchen en hoesten en theater vanuit de stilte) en ik vond het precies niet gepast en onterecht. Dubbel. Jammer.

Plots kreeg ik telefoon van een journalist van “Het Nieuwsblad”, die mijn status had gelezen via een collega van hem, een FB-vriend van mij. Of ik daar iets meer wou over zeggen. En getuigen. Wat ik ook deed, voor wat het waard was. Als ie maar zou vermelden dat ik het stuk schitterend gespeeld vond. En dat de acteurs veel applaus kregen.

Het kwam ook zo in de krant. Maar daarna rolde de sneeuwbal voort. Zelfs ik, journalist zijnde en de media toch een beetje kennende, werd enorm verrast door wat één getuigenis en één artikel teweeg kunnen brengen.

Plots kreeg ik telefoontjes van her en der om nog eens te getuigen en alles te duiden. Wat ik telkens afwimpelde, ik had mijn ding gezegd, het was/is ook geen staatsdrama en meer adem moest daar niet aan verspild worden. Uit reacties in mijn mailbox en op mijn Facebook bleek dat Decleir wel vaker eens om stilte vraagt in zijn voorstellingen. Alleen al in deze “Lucifer” heeft ie blijkbaar hetzelfde gedaan in Heusden-Zolder, Leuven, Strombeek-Bever, Sint-Niklaas en nog wel op wat plaatsen. Een gimmick? Een constante? Een gevoeligheid?

Wat de dagen nadien is gebeurd, tartte mijn verbeelding. De Gazet van Antwerpen citeerde me plagiërend zonder me ooit te hebben gebeld, “De Morgen” pakte uit met een groot artikel over collega-acteurs die Decleir steunden, het item geraakte zelfs in “Peeters en Pichal” (die me blijkbaar ook citeerden zonder dat ze mij, een collega toch, eens hadden gebeld). “Man bijt hond” wijdde er een stukje aan en ik hoorde nu ook dat “Reyers laat” het onderwerp heeft aangegrepen.

Ik zit er zeer mee verveeld. Of Decleir nu gelijk had of niet om die avond in het NTG zo uit te halen, feit blijft dat ik hem bewonder en dat ik het beste van het beste heb gezien door hem. Ik ben al langer dan 15 jaar een trouw theaterbezoeker, ik heb honderden stukken gezien, en wat hij telkens deed was geweldig goed. Ik herinner me zijn vertolking in “Meneer Paul” van de Blauwe Maandag Compagnie (nooit vergeet ik dat ik toen amper één dag samen was met mijn toenmalig lief, mijn huidige vrouw, we schrijven werkelijk 15 jaar geleden). Ik herinner me vooral ook zijn vertolking van Risjaar Modderfokker den Derde in “Ten Oorlog” van Tom Lanoye, waar ie het laatste kwartier tot bloedens toe de zaal plat speelde, een monoloog zoals ik er nooit meer één heb gezien. Los van zijn vele superbe vertolkingen in films.

Enfin, ik ben een fan en vind het een beetje gênant dat een opmerking van mij een kleine hetze heeft ontketend, een item van enkele dagen is geworden “in de media”.


(foto: cobra.be)

Leert me drie dingen…

Ten eerste de macht en invloed van Facebook, wat een nieuwsbron op zich is geworden.
Ten tweede dat ondanks politieke strubbelingen in ons land en het feit dat Noord-Afrika en de Arabische regio in brand staan er blijkbaar toch geen nieuws genoeg is.
Ten derde, dat kranten en andere media niet te verlegen zijn om onderwerpen van elkaar in te pikken. Zomaar, om te vullen. En te citeren hoe en wie zij willen. Vreemd.

Ik mag dan journalist zijn, mijn eigen habitat blijft me verrassen. Deze keer toch ietwat onaangenaam. Enfin, zoals zoveel nieuwtjes is dat iets van gaan en komen. Over enkele dagen weet niemand het nog. Is het overgewaaid. Denk ik. Maar ik heb weer bijgeleerd.

O ja, mijnheer Decleir, mag ik Jan zeggen trouwens? Ik vind je nog altijd steengoed. Ik vond je uitval vorige week in die prachtige schouwburg in Gent gewoon wat vreemd. Maar het volgende stuk waarin je speelt, kom ik met veel graagte weer bekijken. Omdat je van een heel apart en alleenstaand kaliber bent.

Einde, wat mij betreft.

Post #1000

Dit is em dan: mijn duizendste post op “Het Radiofonisch Instituut”. Het zat al een tijdje te tikken en nu is het zover. Duizend meninkjes van mij, duizend gedachten, duizend tekstuele neerslagen. Met deze post begonnen, op 19 november 2006. Toen was ik al radiomannetje voor Sporza, maar ik had nog geeneens kinderen, het eerste moest zelfs nog “gemaakt” worden. Hoe de tijden in een periode van duizend posts zijn veranderd…

Mijn vrouw blogde al een tijdje, had mee Gentblogt opgericht en ik ben gezwicht. Ik wou meedoen, ik wou publiceren, ik wou een publiek. Welaan dan. Zo ging het.

Nu zijn we 46 maanden later. Duizend posts, goed voor gemiddeld 2,5 comments per stukje. Zowat 1000 stukjes op pakweg 1400 dagen, pas mal. Niet overdreven veel, maar toch iets. Ik heb -denk ik- een tijdje geresideerd tussen de zogenoemde A-list bloggers. Ik had volgens enkele internetuele parameters wel wat influence, maar’ t zal afgenomen zijn. Zeker van. Ik publiceer het laatste jaar te weinig. Bedolven onder een blogger’s block, bevangen ook door enkele keiharde privézaken die me vaak het schrijven hebben belet. Ik zal nog eens wat links van de “grote bloggers” nodig hebben.

Als ik de voorbije maanden bekijk, heb ik schandalig weinig geplaatst. Maar ik ben blijkbaar ook die efficiëntie kwijt om rap tussendoor iets te pennen: werk, relatie, twee kleine dochters, geen goesting, bezig met tientallen andere zaken etcetera. Excuses zijn er om ze aan te wenden. Ik moet vooral nog eens iets over mijn jongste dochter plaatsen. Onder meer. Evenzeer mijn oogappel, maar nog te weinig over geschreven. Alhoewel, is dat de bedoeling van mijn blog? Mja, beetje wel.

Veel geleerd in die bijna vier jaar tijd. Hoe je op het internet in principe iedereen aanspreekt met je zieleroerselen. Hoe iedereen kan, mag en zal meelezen. Vaak amusant van reacties, soms hard confronterend qua commentaren. Al eens met twisten ook. Hoort er dan bij zeker, als je alles op het net gooit?

Vreemde dingen ook meegemaakt in die bijna vier jaar tijd. Mijn zogenoemde “muziek op zondag” (nooit zo an sich geproclameerd) dat een fanbase heeft gekregen. Ik, ego, de man met de diverse maar bijwijlen foute muzieksmaak, die mensen lokt met zijn muziekjes. Hoe divers en discutabel ook.

Dit blogje heeft ook al dingen opgeleverd, ben ik eerlijk in: schrijfopdrachten en presentatieverzoeken. Maar vooral ook, enkele vriendschappen die zich zonder deze URL nooit zouden hebben voorgedaan. Van virtuele kennissen naar contacten in real life, vaak zeer amusant. Leuke bijkomstigheid, daarvoor alleen al ben ik blij dat ik een blogje ben begonnen.

Ik doe voort. Schrijven. Ik heb een hernieuwde goesting. En hopelijk nog een publiek. En zoniet, wat dan? Een blog is het beste dagboek. U blijft lezen? Welkom!

Oud België

Eindelijk uitgekeken, alle afleveringen resideerden al lang op mijn hard disk: “Oud België”. Het epos over de vergane en verdwenen glorie “Ancienne Belgique” in Antwerpen.

Ik moest er wat in komen na de eerste aflevering, maar gaandeweg raakte ik verslingerd. Tragisch verhaal, la flandre profonde in zekere zin, maar o zo mooi gemaakt. Bijzonder knappe regie (van Indra Siera), zeer frisse montage en geweldige acteerprestaties van onder meer mijn eeuwige muze Els Dottermans, van Kristine Van Pellicom (wat een mooie vrouw, maar dit terzijde), van Viviane De Muynck en van good old Arnold Willems. En de heerlijke Warre Borgmans (als regisseur Jack), die ik van heel dichtbij meemaakte toen ik “Het Besluit” maakte voor Canvas en Radio 1, werkelijk een zalige mens.

En dan zwijg ik nog over de protagonisten, Peter Van Den Begin en Stany Crets. Die twee hebben me al meermaals bewezen over hoeveel talent ze beschikken. Oké, “Debby & Nancy” vond ik eigenlijk maar niets, maar dan kon ik hen wel enorm pruimen in hun projecten bij de Blauwe Maandag Compagnie, in “Raf en Ronny”, in “Fans”, hun hilarische vertolkingen in “Alles moet weg” etcetera. Het zijn de beste vrienden en “1+1=3″-gewijs laten ze dat knallen op het scherm. Topacteurs, ik heb er geen andere woorden voor.

Ik had na “Oud België” het gevoel dat ik had na “Terug naar Oosterdonk”: topcinema van Vlaamse bodem. Waar is die DVD? Dat ik hem koop!

Feestgedruis

De Gentse Feesten, ‘t blijft iets hebben. Elk jaar weer laat ik me vangen en verzwelg ik in de poel des verderfs. Hét moment om bij te praten, om mensen te zien die je lang niet meer zag, om heerlijke nachtelijke momenten mee te maken.

Eigenlijk ben ik kalm gebleven tot nu toe. Wat tot in de vroege uurtjes in het Baudelopark gehangen, heel even op Bataclan geweest en weer le tout complet van de Vlaamse comedy gezien en gesproken (al wil ik zeker nog terug om Janne op de alternatieve kindermolen bezig te zien), de Flashmarkt gezien en beschouwd als zijnde niet meer voor mijn leeftijd, een poëzieavond gepresenteerd en waaw, die jonge lichting dichters heeft de rock ‘n roll in zich van stand-up comedians.

Ik ga nog naar Daan en vooral… ik heb mijn eigen Gentse Feesten. De verbouwingen in onze garage leveren de harde werkers van toen een barbecue op. Nu, met dat Belgisch, wispelturig weer moeten we denken aan alternatieve maaltijden, m’enfin, wijn en ambiance zullen er zijn! Mijn eigen Baudelo!

Daarna valt de stad weer stil, dan is Gent echt doods, ik hou er niet zo van dan. Daarom dus best nog enkele dagen gewoon meedruisen.

Tickets

Cultuursnuiverij! De voorbije tijd enkele tickets gekocht om de komende maanden enkele interessante creatievelingen te bekijken en te beluisteren.

Liggen te blinken op comedyvlak: Youp Van ‘t Hek en Theo Maassen
Theater? “The broken circle” van Cie. Cecilia
Muzikaal? Tori Amos, Tom McRae, Ludovico Einaudi, Dez Mona, Klaus Schulze & Lisa Gerrard (wat een koppel!) en Depeche Mode

Een staalkaart van mijn interesses want ja, er zijn sportjournalisten die in meer geïnteresseerd zijn dan in versnellingen, offside, wereldrecords en doping.

Bühnestatus

In navolging van toen en toen. Hoe zou het zijn met de Seebühne? Kijk maar…

buhne

Het nieuwe podium wordt klaargezet. Voor “Aïda” van Verdi blijkbaar. En als ik het goed zie, ligt er wat sneeuw op de tribune en het speelvlak in Bregenz. En de lucht is rozig, typisch voor sneeuwzwangere wolken.

Ik moet er nog eens naartoe, dringend. Maar wanneer? En met welke centen?

Eindejaar

Teruggevonden! Ik was een dag of vijf mijn sleutels kwijt. Ik moest het even doen met de sleutels van vrouwlief. Ambetant want ik wil ook zonder haar nog in huis kunnen geraken, nog kunnen rijden, nog in mijn kast op mijn werk kunnen… Afijn, op een plaats waar ik al veel had gezocht, heb ik ze gevonden. Klaar voor een nonchalant 2009!

Exemplarisch voor de voorbije weken: een hoop dingen moesten worden gedaan en ‘t was behelpen om alles rond te krijgen. En zoeken naar hoe je dat doet. En bemerken dat er nog een hoop dingen liggen te wachten, dat ik amper heb kunnen bloggen, dat ik altijd achter lig op schema’s en zo meer.

Beterschap in 2009, na een al bij al mooi jaar. In 2008 was Sporza vaak een uitdaging (met als hoogtepunt de Olympische Spelen), heb ik me fantastisch geamuseerd met mijn improviserende collega’s van The Lunatics (op en naast het podium), waren er aangename trips naar de Provence, de Bourgogne en Zeeland. Ook heb ik geweldig gelaveerd middenin mijn sociale verslaving: tof dat al die vrienden er zijn. Bovenal heb ik zéér genoten van de kleinste bij ons thuis, die van een bijna platte baby tot een heuse peuter is uitgegroeid. Aandoenlijk, nog altijd.

Het was ook het jaar dat het me moeilijk maakte om een eindejaarslijstje te vullen: weinig boeken gelezen, amper één film bekeken in de bioscoop (“Loft”, wat ik goed vond zonder meer). Wel knappe concerten gezien van Leonard Cohen, Nits en Bloc Party. Goeie nieuwe plaat ook die van Bloc Party, net als die van The Last Shadow Puppets bijvoorbeeld. Af en toe goeds gezien op tv (één én Canvas vooral), mooi theater gezien van bijvoorbeeld Compagnie Cecilia én veel genoten van allerlei op Radio 1.

Ik zwaai met clichés voor 2009: voor iedereen vrede én een goede gezondheid. Zeker dat laatste. Zelf eigenlijk het hele jaar door gesukkeld met kwaaltjes en vooral met mijn ziekenhuisaffaire. Ik wil eens een goed gezond jaar.

Ik wil ook professioneel vooruit gaan, iets met mijn sluimeringen doen en wie weet ook op de planken nog eens iets nieuws proberen. En vooral, dat Janne maar blijft vooruit gaan…

‘t Beste voor iedereen en een wens van heel de ménage: doe oorlogen, crisissen en beurscrashes vergeten en maak er iets moois van!

2009

De band hapert en vertoont scheuren

Ik ben nog eens naar het NTG getrokken. De reden was eenvoudig en tweeledig: een stuk van Samuel Beckett (als student was ie één van mijn absolute favorieten en ik regisseerde zelfs ooit nog een “Wachtend op Godot”) én Steven Van Watermeulen als acteur. Die in een werk met maar één acteur zijn hele palet kon uithalen en uitsmeren.

Regisseur Johan Simons doet het met een sober decor. Een bureau en een kast in plexiglas, waar banden, spoelen en bananen werden uitgetoverd. Want dat staat centraal in het stuk: het personage Krapp dat verouderd, verlaten, gefrustreerd en zo goed als blind terugblikt op zijn verleden, met behulp van een stemopname van 30 jaar geleden. Achter het bureau een berg keien, waar Krapp zijn kleren uithaalt en flessen cava vindt. En voor de rest een zwarte, houten achterwand en een wit theaterlicht rond Krapp gecadreerd.

Krapp (Van Watermeulen) komt volledig naakt de scène op en heeft dan zowat een kwartier nodig om zijn eerste woorden te prevelen, om zich te kleden en om de vaart in het verhaal te krijgen. Toen al voelde ik dat deze “Krapp’s laatste band” het publiek niet echt kon meeslepen, het hele ding kwam toch iets te afstandelijk over. Toen ook al viel me op dat Steven Van Watermeulen alles aan het geven was om zijn personage in te kleuren. Dat wel.

Langzaamaan kwam de schwung in het stuk en in de beleving ervan en het moet gezegd: Van Watermeulen ademde Krapp, liet de gebroken man zien, in tranen en zweet. De pijn en de wroeging gulpten van het podium, zijn strompelen over de scène was een metafoor voor zijn eigen ellende.

Of zoals het NTG het zelf omschrijft: Dat is wat deze monoloog zo doet ontroeren: we zien voor onze ogen hoe iemand probeert de intensiteit van het verleden te herbeleven, iemand die zich hortend en stotend en stamelend van herinnering naar herinnering sleept, en die daardoor uiteindelijk een ander soort intensiteit weet te bereiken: die van het herinneren zelf.

Marcel Möring schoot me te binnen. Hij schreef: “De herinnering is één groot verlangen”. Dat werd hier ook getoond, zij het te weinig appelerend richting publiek.

Ik vrees te moeten zeggen dat het universum van Beckett een moeilijke hap is geworden. Oudere knarren als pakweg Molière of Shakespeare hebben de tand des tijds overleefd, Becketts taal (in een bewerking van Peter Verhelst) is een verouderd en gerimpeld iets geworden. Over Van Watermeulen eigenlijk niets dan lof: een superbe acteur, die het ook moet doen met de tekst.

“Krapp’s laatste band” is in onze contreien ooit historisch geweest, door een vertolking van Julien Schoenaerts. Deze versie haalt dat niveau niet, maar dat ligt eerder aan het rigiede en stilaan ontoegankelijke van Beckett (en dan is dit stuk nog toegankelijker dan veel ander werk van de Ierse Nobelprijswinnaar). Laat ons zeggen dat het theater is van een andere tijd. ‘t Doet me er wel aan denken dat Van Watermeulen een fantastische Hamlet zou kunnen neerzetten.

(ook gepubliceerd op Gentblogt)

Gedaan of niet gedaan

Ik zie het volgende lijstje nogal veelvuldig opduiken in de blogosfeer de voorbije dagen. Honderd dingen die je in je leven al hebt gedaan of niet hebt gedaan. Niet dat daar iets valt uit af te leiden op het gebied van levenskwaliteit of zo, maar wel leuk om in te vullen. Vetjes betekent dat ik het heb beleefd. Gewoon, “normaal”, wil zeggen dat het me misschien nog overkomt…

1. Started your own blog (evident)
2. Slept under the stars (met vrienden in de Ardennen)
3. Played in a band (niet noemenswaardig, maar met “The Trumpets” wilden we nochtans de wereld veroveren, met mezelve als zanger)
4. Visited Hawaii
5. Watched a meteor shower
6. Given more than you can afford to charity (gegeven, ja zeker, maar nooit meer dan ik aan kon)
7. Been to Disneyland (lijkt me niets, maar met een kind weet je maar nooit)
8. Climbed a mountain (menige berg en gletsjer in Oostenrijk)
9. Held a praying mantis
10. Sang a solo (meerdere keren in het improtheater en met mijn cabaretgroepje “Flegma”)
11. Bungee jumped
12. Visited Paris (meermaals, de laatste keer om mijn trouwfoto’s te trekken)
13. Watched a lightning storm at sea
14. Taught yourself an art from scratch (een heel klein beetje piano, maar met te weinig resultaat om erover te mogen pochen)
15. Adopted a child (ik steun Foster Parents, maar da’s niet echt adopteren)
16. Had food poisoning (zeker, sindsdien eet ik nooit nog pickels en ajuintjes)
17. Walked to the top of the Statue of Liberty
18. Grown your own vegetables
19. Seen the Mona Lisa in France (schoolreis naar Parijs)
20. Slept on an overnight train (jaaaah, de eerste reis met mijn toenmalig lief en huidige vrouw, richting Firenze, heer-lijk)
21. Had a pillow fight (wie niet?)
22. Hitch hiked (zij het maar enkele keren)
23. Taken a sick day when you’re not ill (jaren geleden, maar nog eens sorry)
24. Built a snow fort (niets kinderlijks is mij vreemd)
25. Held a lamb
26. Gone skinny dipping (voor het laatst op vakantie in de Provence)
27. Run a Marathon
28. Ridden in a gondola in Venice (wil ik wel nog eens doen)
29. Seen a total eclipse
30. Watched a sunrise or sunset (meermaals, ik herinner me Nerja, Algarve, Andalusië, Toscane…)
31. Hit a home run
32. Been on a cruise
33. Seen Niagara Falls in person
34. Visited the birthplace of your ancestors (ik kom er zelfs heel vaak)
35. Seen an Amish community
36. Taught yourself a new language (zelf een basis aan Italiaans ingestampt)
37. Had enough money to be truly satisfied (elke dag kus ik mijn pollekes dat ik niets tekort kom, er zijn er miljarden in de wereld die dat niet kunnen zeggen)
38. Seen the Leaning Tower of Pisa in person (één keer op reis met mijn lief, één keer op huwelijksreis met het lief dat mijn vrouw was geworden)
39. Gone rock climbing (met school en met mijn vader)
40. Seen Michelangelos David (ja, op de Piazza della Signoria in Firenze, al is dat maar een kopie)
41. Sung karaoke (specialiteit: “Daar gaat ze” van Clouseau, jaja)
42. Seen Old Faithful geyser erupt
43. Bought a stranger a meal at a restaurant
44. Visited Africa
45. Walked on a beach by moonlight (met vrienden tijdens nachtelijke escapades)
46. Been transported in an ambulance (jammer genoeg)
47. Had your portrait painted
48. Gone deep sea fishing
49. Seen the Sistine Chapel in person (enkele weken na de verkiezing van de nieuwe paus, ik ging er volledig in op)
50. Been to the top of the Eiffel Tower in Paris (wonderlijk)
51. Gone scuba diving or snorkeling
52. Kissed in the rain (ik weet nog zo waar en wanneer, de rest is privé)
54. Gone to a drive-in theater (véél theater gezien, maar altijd in een zaal)
55. Been in a movie (in een tv-serie eens, in een videoclip ook)
56. Visited the Great Wall of China
57. Started a business (tenminste als ik de vzw die ik voorzit als een business mag zien, wat het ook wel is)
58. Taken a martial arts class (lijkt me vreselijk)
59. Visited Russia
60. Served at a soup kitchen
61. Sold Girl Scout Cookies
62. Gone whale watching
63. Got flowers for no reason (bloemen gekregen, wellicht mét reden, maar allez)
64. Donated blood, platelets or plasma (ik heb mijn eega voor de tweede keer gezien bij het bloed geven, daarna was de bal aan het rollen, sindsdien nooit nog bloed gegeven eigenlijk)
65. Gone sky diving
66. Visited a Nazi Concentration Camp
67. Bounced a check
68. Flown in a helicopter
69. Saved a favorite childhood toy (mijn gele beer met groene broek en mijn aapje met de kapot geknabbelde oortjes)
70. Visited the Lincoln Memorial
71. Eaten Caviar (bwah, trekt op niets, zoals zoveel zogenaamde delicatessen)
72. Pieced a quilt
73. Stood in Times Square
74. Toured the Everglades
75. Been fired from a job (ja, al was het in “onderling overleg”)
76. Seen the Changing of the Guards in London (samen met vijf anderen, van wie drie ervan nog altijd mijn goeie maten zijn)
77. Broken a bone
78. Been on a speeding motorcycle
79. Seen the Grand Canyon in person
80. Published a book (ik hoop dat het er eens van komt)
81. Visited the Vatican (ik ga zelden nog een kerk binnen op vakantie, na de kathedraal van Sint-Pieters heb ik het mooiste en indrukwekkendste wel gezien)
82. Bought a brand new car (mijn huidige, dierbare Golf)
83. Walked in Jerusalem
84. Had your picture in the newspaper (comedy gedaan en aan het doen, tv gedaan, een vzw voorzitten én “in de media” werken, ‘t zou raar zijn dat dat nog niet gelukt was)
85. Read the entire Bible
86. Visited the White House
87. Killed and prepared an animal for eating
88. Had chickenpox (maar ik weet er niet veel meer van)
89. Saved someone’s life
90. Sat on a jury (jury’s voor comedywedstrijden en in auditiejury’s)
91. Met someone famous (ik interview nogal vaak bekende mensen, maar om nu te zeggen wereldberoemd, neen, niet zoveel, maar iemand als Eddy Merckx kan wel tellen eigenlijk)
92. Joined a book club
93. Lost a loved one (wie niet?)
94. Had a baby (mijn vrouw heeft Janne gebaard, maar ik ben wél een trotse papa)
95. Seen the Alamo in person
96. Swam in the Great Salt Lake
97. Been involved in a law suit (politierechtbanktoestanden, dwaas verhaal)
98. Owned a cell phone (hallo?)
99. Been stung by a bee (vorig jaar nog, op een terras in Temse)
100. Read an entire book in one day (ik herinner me “De naam van de roos” van Eco, “Het grote verlangen” van Möring, poëzie van Brecht en toneelstukken van Beckett)

Zo, een score dan: 48/100. Ik heb nog veel te beleven. Nog niet eens aan de helft van mijn leven en mijn belevenissen. Ik mag het hopen. Zo’n 80 jaar worden, het is toch een ambitie. Een stille hoop. Voor wat het waard is allemaal.

Update: Blijkbaar naast liften gekeken, ook gedaan dus. Alsnog 49/100.

Binoche danst

Eén van mijn absolute godinnen is even in het land. En ik kan er niet bij zijn. Gelukkig heeft “De rode loper” (zowaar!) aandacht aan haar geschonken. Wat een verschijning, de dame uit “Trois couleurs: bleu”, zowat de beste film die ik ooit heb gezien.

En dame Binoche danst nu tegenwoordig. In “In-I”. En er loopt een expositie over haar filmwerk. En ze heeft zelfportretten getekend. Uomo universalis. Er zijn nog vrouwen!

« Vorig bericht