Over dochters en een godin
Van de week nu al twee keer Els Dottermans op televisie gezien, bij Marcel Vanthilt in zijn zomerprogramma én in de documentaire met haar prachtige vader (in de reeks “Mijn vader”, het stond nog te wachten op de digicorder). Al sinds mijn achttiende is la Dottermans zowat een godin voor mij. Ooit wil ik haar spreken en interviewen, bloednerveus zal ik zijn. Trouwens, hoe haar vader over zijn kinderen spreekt, hopelijk doe ik dat ook zo als ik zijn leeftijd heb…
Dottermans. Horen over spreken ten tijde van “Wilde Lea”, de poster ervan heeft jarenlang op mijn kot geprijkt. Liefjes die passeerden, moesten er op kijken. Ik zag ze later in “All for love”, in de film “Beck”. Meer nog, ik figureerde als jonge snaak in “Moeder, waarom leven wij?” en ik mocht in (het oude “vettekot” in) Kuurne net niet meespelen met haar. Ik speelde wel met Dirk Roofthooft samen, ook een held van mij. Maar ik zag haar, met haar toenmalige levenspartner Luk Perceval, samen met mij in de kleedkamer, in lingerie, jawel, voor een potente achttienjarige was dat alles.
Een deel van mijn licentiaatsthesis ging over de Blauwe Maandag Compagnie, waar Dottermans een absolute protagoniste was. Het intrigeerde mij en ik kon haar zo heel even van nabij volgen.
Ik ben haar blijven volgen omdat ze nu eenmaal een steengoede actrice is én omdat ze schoonheidsgewijs dartele dingen met me deed. Zeker meer dan de helft van haar werk op het theater heb ik gezien.
En nog altijd beroert ze mij, tien jaar ouder dan ik ben, maar een majestueuze vrouw, zoals ze is. Met haar vader zeg, een kruising (uiterlijk én van manier van doen) tussen mijn eigen vader én Jan Decorte, vind ik. Hoe die sprak over vader zijn van (vier) dochters, over de jongste, zijn zoon, die uit het leven is gestapt. En hoe vader en dochter naar elkaar keken. Goddelijk.
Zo wil ik over dertig, ja, veertig jaar ook bestaan. Zo kunnen spreken over mijn kinderen, in mijn geval mijn twee heldinnen, Janne en Sien. ‘t Zou mooi zijn, trouwens iets waar ik, hypochonder pur sang, mee bezig ben. Hoelang leef je, hoelang heb je? Wat zou ik nu direct tekenen om 80 te mogen worden, er dus nog net geen 45 jaar bijdoen, en dan langzaam en stil doodgaan in je slaap. Wie wil dat niet?
Hopelijk is het me gegund. Zo ja, ben ik tevreden. Maar in een leven is je niets gegund, of beter, is niets zeker, niets afgelijnd, niets te bespreken. Je neemt wat komt. Je moet wel. Iets of iemand beslist voor jou.
Mevrouw Dottermans, een dezer bel ik je. Voor een interview, of liever nog voor een gesprek met drama, misbaar, gestes, witte wijn en gelach.
Dochters, vrouwen, meisjes, het zijn godinnen, zeg ik je.






