Eindelijk uitgekeken, alle afleveringen resideerden al lang op mijn hard disk: “Oud België”. Het epos over de vergane en verdwenen glorie “Ancienne Belgique” in Antwerpen.
Ik moest er wat in komen na de eerste aflevering, maar gaandeweg raakte ik verslingerd. Tragisch verhaal, la flandre profonde in zekere zin, maar o zo mooi gemaakt. Bijzonder knappe regie (van Indra Siera), zeer frisse montage en geweldige acteerprestaties van onder meer mijn eeuwige muze Els Dottermans, van Kristine Van Pellicom (wat een mooie vrouw, maar dit terzijde), van Viviane De Muynck en van good old Arnold Willems. En de heerlijke Warre Borgmans (als regisseur Jack), die ik van heel dichtbij meemaakte toen ik “Het Besluit” maakte voor Canvas en Radio 1, werkelijk een zalige mens.
En dan zwijg ik nog over de protagonisten, Peter Van Den Begin en Stany Crets. Die twee hebben me al meermaals bewezen over hoeveel talent ze beschikken. Oké, “Debby & Nancy” vond ik eigenlijk maar niets, maar dan kon ik hen wel enorm pruimen in hun projecten bij de Blauwe Maandag Compagnie, in “Raf en Ronny”, in “Fans”, hun hilarische vertolkingen in “Alles moet weg” etcetera. Het zijn de beste vrienden en “1+1=3″-gewijs laten ze dat knallen op het scherm. Topacteurs, ik heb er geen andere woorden voor.
Ik had na “Oud België” het gevoel dat ik had na “Terug naar Oosterdonk”: topcinema van Vlaamse bodem. Waar is die DVD? Dat ik hem koop!
De Gentse Feesten, ‘t blijft iets hebben. Elk jaar weer laat ik me vangen en verzwelg ik in de poel des verderfs. Hét moment om bij te praten, om mensen te zien die je lang niet meer zag, om heerlijke nachtelijke momenten mee te maken.
Eigenlijk ben ik kalm gebleven tot nu toe. Wat tot in de vroege uurtjes in het Baudelopark gehangen, heel even op Bataclan geweest en weer le tout complet van de Vlaamse comedy gezien en gesproken (al wil ik zeker nog terug om Janne op de alternatieve kindermolen bezig te zien), de Flashmarkt gezien en beschouwd als zijnde niet meer voor mijn leeftijd, een poëzieavond gepresenteerd en waaw, die jonge lichting dichters heeft de rock ‘n roll in zich van stand-up comedians.
Ik ga nog naar Daan en vooral… ik heb mijn eigen Gentse Feesten. De verbouwingen in onze garage leveren de harde werkers van toen een barbecue op. Nu, met dat Belgisch, wispelturig weer moeten we denken aan alternatieve maaltijden, m’enfin, wijn en ambiance zullen er zijn! Mijn eigen Baudelo!
Daarna valt de stad weer stil, dan is Gent echt doods, ik hou er niet zo van dan. Daarom dus best nog enkele dagen gewoon meedruisen.
Cultuursnuiverij! De voorbije tijd enkele tickets gekocht om de komende maanden enkele interessante creatievelingen te bekijken en te beluisteren.
Liggen te blinken op comedyvlak: Youp Van ‘t Hek en Theo Maassen
Theater? “The broken circle” van Cie. Cecilia
Muzikaal? Tori Amos, Tom McRae, Ludovico Einaudi, Dez Mona, Klaus Schulze & Lisa Gerrard (wat een koppel!) en Depeche Mode
Een staalkaart van mijn interesses want ja, er zijn sportjournalisten die in meer geïnteresseerd zijn dan in versnellingen, offside, wereldrecords en doping.
In navolging van toen en toen. Hoe zou het zijn met de Seebühne? Kijk maar…
Het nieuwe podium wordt klaargezet. Voor “Aïda” van Verdi blijkbaar. En als ik het goed zie, ligt er wat sneeuw op de tribune en het speelvlak in Bregenz. En de lucht is rozig, typisch voor sneeuwzwangere wolken.
Ik moet er nog eens naartoe, dringend. Maar wanneer? En met welke centen?
Teruggevonden! Ik was een dag of vijf mijn sleutels kwijt. Ik moest het even doen met de sleutels van vrouwlief. Ambetant want ik wil ook zonder haar nog in huis kunnen geraken, nog kunnen rijden, nog in mijn kast op mijn werk kunnen… Afijn, op een plaats waar ik al veel had gezocht, heb ik ze gevonden. Klaar voor een nonchalant 2009!
Exemplarisch voor de voorbije weken: een hoop dingen moesten worden gedaan en ‘t was behelpen om alles rond te krijgen. En zoeken naar hoe je dat doet. En bemerken dat er nog een hoop dingen liggen te wachten, dat ik amper heb kunnen bloggen, dat ik altijd achter lig op schema’s en zo meer.
Beterschap in 2009, na een al bij al mooi jaar. In 2008 was Sporza vaak een uitdaging (met als hoogtepunt de Olympische Spelen), heb ik me fantastisch geamuseerd met mijn improviserende collega’s van The Lunatics (op en naast het podium), waren er aangename trips naar de Provence, de Bourgogne en Zeeland. Ook heb ik geweldig gelaveerd middenin mijn sociale verslaving: tof dat al die vrienden er zijn. Bovenal heb ik zéér genoten van de kleinste bij ons thuis, die van een bijna platte baby tot een heuse peuter is uitgegroeid. Aandoenlijk, nog altijd.
Het was ook het jaar dat het me moeilijk maakte om een eindejaarslijstje te vullen: weinig boeken gelezen, amper één film bekeken in de bioscoop (“Loft”, wat ik goed vond zonder meer). Wel knappe concerten gezien van Leonard Cohen, Nits en Bloc Party. Goeie nieuwe plaat ook die van Bloc Party, net als die van The Last Shadow Puppets bijvoorbeeld. Af en toe goeds gezien op tv (één én Canvas vooral), mooi theater gezien van bijvoorbeeld Compagnie Cecilia én veel genoten van allerlei op Radio 1.
Ik zwaai met clichés voor 2009: voor iedereen vrede én een goede gezondheid. Zeker dat laatste. Zelf eigenlijk het hele jaar door gesukkeld met kwaaltjes en vooral met mijn ziekenhuisaffaire. Ik wil eens een goed gezond jaar.
Ik wil ook professioneel vooruit gaan, iets met mijn sluimeringen doen en wie weet ook op de planken nog eens iets nieuws proberen. En vooral, dat Janne maar blijft vooruit gaan…
‘t Beste voor iedereen en een wens van heel de ménage: doe oorlogen, crisissen en beurscrashes vergeten en maak er iets moois van!
Ik ben nog eens naar het NTG getrokken. De reden was eenvoudig en tweeledig: een stuk van Samuel Beckett (als student was ie één van mijn absolute favorieten en ik regisseerde zelfs ooit nog een “Wachtend op Godot”) én Steven Van Watermeulen als acteur. Die in een werk met maar één acteur zijn hele palet kon uithalen en uitsmeren.
Regisseur Johan Simons doet het met een sober decor. Een bureau en een kast in plexiglas, waar banden, spoelen en bananen werden uitgetoverd. Want dat staat centraal in het stuk: het personage Krapp dat verouderd, verlaten, gefrustreerd en zo goed als blind terugblikt op zijn verleden, met behulp van een stemopname van 30 jaar geleden. Achter het bureau een berg keien, waar Krapp zijn kleren uithaalt en flessen cava vindt. En voor de rest een zwarte, houten achterwand en een wit theaterlicht rond Krapp gecadreerd.
Krapp (Van Watermeulen) komt volledig naakt de scène op en heeft dan zowat een kwartier nodig om zijn eerste woorden te prevelen, om zich te kleden en om de vaart in het verhaal te krijgen. Toen al voelde ik dat deze “Krapp’s laatste band” het publiek niet echt kon meeslepen, het hele ding kwam toch iets te afstandelijk over. Toen ook al viel me op dat Steven Van Watermeulen alles aan het geven was om zijn personage in te kleuren. Dat wel.
Langzaamaan kwam de schwung in het stuk en in de beleving ervan en het moet gezegd: Van Watermeulen ademde Krapp, liet de gebroken man zien, in tranen en zweet. De pijn en de wroeging gulpten van het podium, zijn strompelen over de scène was een metafoor voor zijn eigen ellende.
Of zoals het NTG het zelf omschrijft: Dat is wat deze monoloog zo doet ontroeren: we zien voor onze ogen hoe iemand probeert de intensiteit van het verleden te herbeleven, iemand die zich hortend en stotend en stamelend van herinnering naar herinnering sleept, en die daardoor uiteindelijk een ander soort intensiteit weet te bereiken: die van het herinneren zelf.
Marcel Möring schoot me te binnen. Hij schreef: “De herinnering is één groot verlangen”. Dat werd hier ook getoond, zij het te weinig appelerend richting publiek.
Ik vrees te moeten zeggen dat het universum van Beckett een moeilijke hap is geworden. Oudere knarren als pakweg Molière of Shakespeare hebben de tand des tijds overleefd, Becketts taal (in een bewerking van Peter Verhelst) is een verouderd en gerimpeld iets geworden. Over Van Watermeulen eigenlijk niets dan lof: een superbe acteur, die het ook moet doen met de tekst.
“Krapp’s laatste band” is in onze contreien ooit historisch geweest, door een vertolking van Julien Schoenaerts. Deze versie haalt dat niveau niet, maar dat ligt eerder aan het rigiede en stilaan ontoegankelijke van Beckett (en dan is dit stuk nog toegankelijker dan veel ander werk van de Ierse Nobelprijswinnaar). Laat ons zeggen dat het theater is van een andere tijd. ‘t Doet me er wel aan denken dat Van Watermeulen een fantastische Hamlet zou kunnen neerzetten.
Ik zie het volgende lijstje nogal veelvuldig opduiken in de blogosfeer de voorbije dagen. Honderd dingen die je in je leven al hebt gedaan of niet hebt gedaan. Niet dat daar iets valt uit af te leiden op het gebied van levenskwaliteit of zo, maar wel leuk om in te vullen. Vetjes betekent dat ik het heb beleefd. Gewoon, “normaal”, wil zeggen dat het me misschien nog overkomt…
1. Started your own blog (evident) 2. Slept under the stars (met vrienden in de Ardennen) 3. Played in a band (niet noemenswaardig, maar met “The Trumpets” wilden we nochtans de wereld veroveren, met mezelve als zanger)
4. Visited Hawaii
5. Watched a meteor shower
6. Given more than you can afford to charity (gegeven, ja zeker, maar nooit meer dan ik aan kon)
7. Been to Disneyland (lijkt me niets, maar met een kind weet je maar nooit) 8. Climbed a mountain (menige berg en gletsjer in Oostenrijk)
9. Held a praying mantis 10. Sang a solo (meerdere keren in het improtheater en met mijn cabaretgroepje “Flegma”)
11. Bungee jumped 12. Visited Paris (meermaals, de laatste keer om mijn trouwfoto’s te trekken)
13. Watched a lightning storm at sea 14. Taught yourself an art from scratch (een heel klein beetje piano, maar met te weinig resultaat om erover te mogen pochen)
15. Adopted a child (ik steun Foster Parents, maar da’s niet echt adopteren) 16. Had food poisoning (zeker, sindsdien eet ik nooit nog pickels en ajuintjes)
17. Walked to the top of the Statue of Liberty
18. Grown your own vegetables 19. Seen the Mona Lisa in France (schoolreis naar Parijs) 20. Slept on an overnight train (jaaaah, de eerste reis met mijn toenmalig lief en huidige vrouw, richting Firenze, heer-lijk) 21. Had a pillow fight (wie niet?) 22. Hitch hiked (zij het maar enkele keren) 23. Taken a sick day when you’re not ill (jaren geleden, maar nog eens sorry) 24. Built a snow fort (niets kinderlijks is mij vreemd)
25. Held a lamb 26. Gone skinny dipping (voor het laatst op vakantie in de Provence)
27. Run a Marathon
28. Ridden in a gondola in Venice (wil ik wel nog eens doen)
29. Seen a total eclipse 30. Watched a sunrise or sunset (meermaals, ik herinner me Nerja, Algarve, Andalusië, Toscane…)
31. Hit a home run
32. Been on a cruise
33. Seen Niagara Falls in person 34. Visited the birthplace of your ancestors (ik kom er zelfs heel vaak)
35. Seen an Amish community 36. Taught yourself a new language (zelf een basis aan Italiaans ingestampt) 37. Had enough money to be truly satisfied (elke dag kus ik mijn pollekes dat ik niets tekort kom, er zijn er miljarden in de wereld die dat niet kunnen zeggen) 38. Seen the Leaning Tower of Pisa in person (één keer op reis met mijn lief, één keer op huwelijksreis met het lief dat mijn vrouw was geworden) 39. Gone rock climbing (met school en met mijn vader) 40. Seen Michelangelos David (ja, op de Piazza della Signoria in Firenze, al is dat maar een kopie) 41. Sung karaoke (specialiteit: “Daar gaat ze” van Clouseau, jaja)
42. Seen Old Faithful geyser erupt
43. Bought a stranger a meal at a restaurant
44. Visited Africa 45. Walked on a beach by moonlight (met vrienden tijdens nachtelijke escapades) 46. Been transported in an ambulance (jammer genoeg)
47. Had your portrait painted
48. Gone deep sea fishing 49. Seen the Sistine Chapel in person (enkele weken na de verkiezing van de nieuwe paus, ik ging er volledig in op) 50. Been to the top of the Eiffel Tower in Paris (wonderlijk)
51. Gone scuba diving or snorkeling 52. Kissed in the rain (ik weet nog zo waar en wanneer, de rest is privé)
54. Gone to a drive-in theater (véél theater gezien, maar altijd in een zaal) 55. Been in a movie (in een tv-serie eens, in een videoclip ook)
56. Visited the Great Wall of China 57. Started a business (tenminste als ik de vzw die ik voorzit als een business mag zien, wat het ook wel is)
58. Taken a martial arts class (lijkt me vreselijk)
59. Visited Russia
60. Served at a soup kitchen
61. Sold Girl Scout Cookies
62. Gone whale watching 63. Got flowers for no reason (bloemen gekregen, wellicht mét reden, maar allez) 64. Donated blood, platelets or plasma (ik heb mijn eega voor de tweede keer gezien bij het bloed geven, daarna was de bal aan het rollen, sindsdien nooit nog bloed gegeven eigenlijk)
65. Gone sky diving
66. Visited a Nazi Concentration Camp
67. Bounced a check
68. Flown in a helicopter 69. Saved a favorite childhood toy (mijn gele beer met groene broek en mijn aapje met de kapot geknabbelde oortjes)
70. Visited the Lincoln Memorial 71. Eaten Caviar (bwah, trekt op niets, zoals zoveel zogenaamde delicatessen)
72. Pieced a quilt
73. Stood in Times Square
74. Toured the Everglades 75. Been fired from a job (ja, al was het in “onderling overleg”) 76. Seen the Changing of the Guards in London (samen met vijf anderen, van wie drie ervan nog altijd mijn goeie maten zijn)
77. Broken a bone
78. Been on a speeding motorcycle
79. Seen the Grand Canyon in person
80. Published a book (ik hoop dat het er eens van komt) 81. Visited the Vatican (ik ga zelden nog een kerk binnen op vakantie, na de kathedraal van Sint-Pieters heb ik het mooiste en indrukwekkendste wel gezien) 82. Bought a brand new car (mijn huidige, dierbare Golf)
83. Walked in Jerusalem 84. Had your picture in the newspaper (comedy gedaan en aan het doen, tv gedaan, een vzw voorzitten én “in de media” werken, ‘t zou raar zijn dat dat nog niet gelukt was)
85. Read the entire Bible
86. Visited the White House
87. Killed and prepared an animal for eating 88. Had chickenpox (maar ik weet er niet veel meer van)
89. Saved someone’s life 90. Sat on a jury (jury’s voor comedywedstrijden en in auditiejury’s) 91. Met someone famous (ik interview nogal vaak bekende mensen, maar om nu te zeggen wereldberoemd, neen, niet zoveel, maar iemand als Eddy Merckx kan wel tellen eigenlijk) 92. Joined a book club 93. Lost a loved one (wie niet?) 94. Had a baby (mijn vrouw heeft Janne gebaard, maar ik ben wél een trotse papa)
95. Seen the Alamo in person
96. Swam in the Great Salt Lake 97. Been involved in a law suit (politierechtbanktoestanden, dwaas verhaal) 98. Owned a cell phone (hallo?) 99. Been stung by a bee (vorig jaar nog, op een terras in Temse) 100. Read an entire book in one day (ik herinner me “De naam van de roos” van Eco, “Het grote verlangen” van Möring, poëzie van Brecht en toneelstukken van Beckett)
Zo, een score dan: 48/100. Ik heb nog veel te beleven. Nog niet eens aan de helft van mijn leven en mijn belevenissen. Ik mag het hopen. Zo’n 80 jaar worden, het is toch een ambitie. Een stille hoop. Voor wat het waard is allemaal.
Update: Blijkbaar naast liften gekeken, ook gedaan dus. Alsnog 49/100.
Eén van mijn absolute godinnen is even in het land. En ik kan er niet bij zijn. Gelukkig heeft “De rode loper” (zowaar!) aandacht aan haar geschonken. Wat een verschijning, de dame uit “Trois couleurs: bleu”, zowat de beste film die ik ooit heb gezien.
En dame Binoche danst nu tegenwoordig. In “In-I”. En er loopt een expositie over haar filmwerk. En ze heeft zelfportretten getekend. Uomo universalis. Er zijn nog vrouwen!
“De Kollega’s” gezien, een stuk van ‘t Arsenaal uit Mechelen. Een moderne versie zeg maar van het succesverhaal van de hand van Jan Matterne. In 1976 ontstond het theaterstuk, later werd het een ongelofelijke hit op televisie. Er kwamen drie reeksen van die miljoenen kijkers bekoorden en die nu na al die jaren nog legendarisch zijn.
Zelf ben ik om een of andere reden altijd een fan geweest van de reeks. Het is nog altijd één van de best gemaakte comedy’s ooit op de Vlaamse televisie, met scherp getypeerde personages, elk met hun eigen catch phrases die ik nog altijd hanteer, zeker met enkele, euh, collega’s die ook harde fans zijn. Ik zie elke aflevering nog altijd als een plezier, dat heb je nu eenmaal met sommige dingen.
De theaterversie (een herneming van het originele stuk) vond ik goed, maar niet goed genoeg. Aan de topcast zal het niet liggen: drievierde van het door mij al vaker geprezen Olympique Dramatique (Ben Segers, Stijn Van Opstal en Geert Van Rampelberg), uitgebreid met onder meer Marc Van Eeghem en Nathalie Meskens. De personages van weleer herleven in een nieuwe gedaante, zonder dat het kopietjes zijn geworden.
In het eerste deel zien we een soort aflevering uit de reeks, over de troebelen om een personeelsfeestje van Philemon Persez georganiseerd te krijgen. Deel twee toont het feest zelf, meermaals. Meermaals? Een basisscène van het feest wordt gespeeld en wordt daarna nog een viertal keer herhaald. In de herhalingen komen steeds andere elementen naar voor, tempowisselingen en herhalingen om de herhaling. Een procédé dat we in het improvisatietheater vaker gebruiken, dat inderdaad tot hil&riteit kan leiden, maar dat ik in dit stuk te zwak vond. Niet geïnspireerd genoeg, niet verpletterend genoeg.
Nu, de opvoering heeft een hoge amusementswaarde en doet kijken, dat zeker. Da’s soms al veel in het theater. Maar ik had het gevoel dat er meer in zat, dat het gaspedaal niet volledig werd ingedrukt. Niets aan te merken op de acteerprestaties, die waren voorttreffelijk. Maar ik miste een sprankel.
“De Kollega’s” versie 21e eeuw is goed, amusant en mooi gemaakt, maar topklasse was het niet. Een aanrader? Net niet.
Ik ben geen wiskundig talent, maar toch claim ik de “wet van de tijdvliegerij”. In periodes waarin je elke minuut liever zou zien talmen of kruipen, vliegen de seconden voorbij. Wanneer je liever zou hebben dat de tijd erg snel voorbij vliedt, kruipen de seconden vaak met een slakkengang irritant voorbij. Concreter: als je vakantie hebt, gaat alles te snel. Zeker ook als de zaterdag op de zondag maar 23 uur inhoudt, omdat het blijkbaar weer eens nodig is om de zomertijd te lanceren. Maar wat is een uur in een mensenleven?
Van de week zijn plannen (in en rond het huis) uitgewerkt en zijn er ook plannen niet uitgewerkt. Om diverse redenen (die er niet toe doen eigenlijk). Maar kom, er is verricht, er is weer iets meer orde in de chaos, er is weer een ietsiepietsie meer overzicht, er kan weer voortgedaan worden. Maar toch, eigenlijk wil een mens veel meer doen. Maar door een of andere formule lukt dat nooit echt. Zoals bij mensen die een sabbatjaar nemen en zeggen dat ze er eigenlijk niet toe gekomen zijn te doen wat ze wilden doen.
Avondlijk waren er mooie dingen te beleven: de goeie “De geruchten” van Olympique Dramatique (scenografisch mooi, het Claus-universum ten top, goed acteerwerk van de hele compagnie, deze keer wel minder dolkomisch), een goede voorstelling van de impro-collega’s van Quicksilver én er is onderweg nog een vriend gefêteerd voor zijn nieuwe jaarring. En er zijn afleveringen van “Lewis” ingehaald. En uren gespendeerd met dat geweldig kind. En er is gekermd en geschreeuwd om zon. ‘t Is de tijd van het jaar en het zou goed zijn voor mijn lijf, dat nog altijd alle positieve prikkels kan gebruiken.
De opwarming van de aarde? Neen, eerder de verregening. En de vervlieging van de tijd.
Gisteren gezien in “Phara” (goed programma trouwens, breedgaand en toch niet elitair): Wim Opbrouck. De man is al een week geleden geproclameerd als de aanstormende, nieuwe artistieke leider van het Nederlands Toneel Gent (NTG), wat me na aan het hart ligt.
Maar hij verraste me door te zeggen dat ie zijn contract nog niet heeft ondertekend. Als ik in in mijn professionele sfeer een transfer aankondig zonder dat er sprake is van een overeenkomst, dan heet dat een lapsus. Vreemd.
Enfin, ik heb er een goed gevoel bij dat die man de artistieke honneurs zal waarnemen (mogen we toch denken). De acteur (die ik benijd omdat ie erg veelzijdig is) die Überacteur wordt. Niet langer een geposteerde topregisseur aan de macht (hoewel Johan Simons, de man in kwestie, het blijkbaar goed doet). Het kan de theatrale zaak -die financieel noodlijdend is- maar ten goede komen. Ten tonele, alweer!
Ik ben een theaterfanaat. Ik ben opgegroeid middenin het amateurtheater en ben daarin ook begonnen als speler. Mijn debuut op de planken was als manneke van 11 jaar oud, dat zowaar de hoofdrol kreeg als druïde in de musical “Paniek in Farolaan” in Het Sint-Amandscollege in Kortrijk. Vergeet ik nooit meer.
Daarna heb ik een paar keer meegespeeld in producties van toneelgroep “Kohané” in Lendelede. Opgericht door mijn vader die er zelf jaren in heeft gesleten als acteur en regisseur. Ik vind het nog altijd doodzonde dat de man al jaren geen toneel meer speelt, op enkele schaarse uitzonderingen na. Bij deze een oproep aan mijn vader om ons toch nog eens te buigen over een Beckett. Ooit staan we nog eens samen op de planken.
Als uniefstudent heb ik ook gespeeld en één keer geregisseerd (een moderne “Wachten op Godot”, met zowaar vrouwen op het podium, een vloek volgens de Beckett Foundation). Nadien ben ik in het improvisatietheater gerold en heb ik cabaret gespeeld. Maar het “traditionele” theater ben ik blijven volgen. Sinds ik student was, in illo tempore, was ik abonnee bij de Vooruit, NTG en de laatste jaren ook in “De Herbakker” in Eeklo.
(affiche “De geruchten” – Anne-Mie Van Kerckhoven)
Sinds dit seizoen is dat voorbij (op een pak comedy na, dat blijf ik zien). Een kind, mijnheer. Dat hapt in je agenda, mijnheer. En we moeten alles al zo organiseren, mijnheer. Later weer, mijnheer. Meer, mijnheer.
Maar kijk, ik heb nu toch twee voorstellingen vastgelegd. Ik wil ze niet missen. Eerst “Fort Europa” van het NTG. Politiek getint, tekst van Tom Lanoye en met onder meer Frank Focketyn en Els Dottermans. Kan moeilijk fout lopen. En natuurlijk ook “De geruchten”. Mijn geliefde Olympique Dramatique werkt voor het eerst met een regisseur (Guy Cassiers) en gooit zich op het oeuvre van Hugo Claus.