Laatste reacties


Gefilmd in actie

Nu we allebei een smartphone hebben (de evolutie der dingen, nietwaar?) kunnen we nog sneller eens ons gedochterte filmen en voor het archief vastleggen. Mijn eega filmde dit, bij een routinebezoekje aan de kinderarts. Sien in full force. Ze stond al goed recht op haar 11 maanden, liep zowat op een jaar en is nu (bijna 15 maanden) al razendsnel te been. Ons komisch kleintje…

En dan afgelopen zondag, 1 mei, niet onbelangrijk met een socialistische mandataris in huis. Zij stapte mee op in de stoet en Janne (ook volledig in het rood getooid) mocht mee. En tijdens “De Internationale” (op de tweede rij) wist ze niet waar eerst gekeken, veel te veel te beleven…

Heerlijk doendig en bezig altijd, die twee…

Kuchen en hoesten

Het is me wat geweest al. Vorige week ging ik met vriend D. kijken naar “Lucifer”. Tekst van (Joost van den) Vondel, geënsceneerd door Theater Zuidpool. Met Koen van Kaam, Sofie Decleir en haar vader Jan Decleir op het podium.

Een behoorlijk zwaar stuk, tekstueel dan toch. Behoorlijk barok en niet zomaar weg te happen. Maar goed gedaan, mooi uitgewerkt met levensgrote poppen die door de acteurs manueel werden “bediend”. Met (alweer eens) een indrukwekkende Jan Decleir. De man is een levende legende, maar ‘t is niet zomaar, hij is gewoon een acteur opgetrokken uit klasse en kunde.

Vreemd genoeg voer ie -tamelijk op het einde van het stuk- uit tegen het publiek. Dat “theater net als muziek ontstaat uit stilte”, dat ze als spelers “vergast werden op een grof concert van kuchen en hoesten”. Zoiets. Ik zat wat perplex in mijn pluchen zetel, door te zien hoe Decleir letterlijk uit zijn rol stapte om het publiek te berispen. Ik wist niet wat ik er mee aan moest, een absolute held van mij had mij doen schrikken. Terwijl er -mijns inziens- niet echt al te veel gekucht en gehoest was.


(foto: Leo van Velzen)

Enfin, het weze zo, dat gebeurt nu eenmaal in het theater, ik had het meegemaakt en einde verhaal. De dag erna spookte de scène nog door mijn hoofd en zette ik volgende status op mijn Facebook-account: Ik zag gisteren een weer eens indrukwekkende Jan Decleir in “Lucifer”, maar de mythe is toch wat ineengestuikt. Hij begon te razen op het publiek (over kuchen en hoesten en theater vanuit de stilte) en ik vond het precies niet gepast en onterecht. Dubbel. Jammer.

Plots kreeg ik telefoon van een journalist van “Het Nieuwsblad”, die mijn status had gelezen via een collega van hem, een FB-vriend van mij. Of ik daar iets meer wou over zeggen. En getuigen. Wat ik ook deed, voor wat het waard was. Als ie maar zou vermelden dat ik het stuk schitterend gespeeld vond. En dat de acteurs veel applaus kregen.

Het kwam ook zo in de krant. Maar daarna rolde de sneeuwbal voort. Zelfs ik, journalist zijnde en de media toch een beetje kennende, werd enorm verrast door wat één getuigenis en één artikel teweeg kunnen brengen.

Plots kreeg ik telefoontjes van her en der om nog eens te getuigen en alles te duiden. Wat ik telkens afwimpelde, ik had mijn ding gezegd, het was/is ook geen staatsdrama en meer adem moest daar niet aan verspild worden. Uit reacties in mijn mailbox en op mijn Facebook bleek dat Decleir wel vaker eens om stilte vraagt in zijn voorstellingen. Alleen al in deze “Lucifer” heeft ie blijkbaar hetzelfde gedaan in Heusden-Zolder, Leuven, Strombeek-Bever, Sint-Niklaas en nog wel op wat plaatsen. Een gimmick? Een constante? Een gevoeligheid?

Wat de dagen nadien is gebeurd, tartte mijn verbeelding. De Gazet van Antwerpen citeerde me plagiërend zonder me ooit te hebben gebeld, “De Morgen” pakte uit met een groot artikel over collega-acteurs die Decleir steunden, het item geraakte zelfs in “Peeters en Pichal” (die me blijkbaar ook citeerden zonder dat ze mij, een collega toch, eens hadden gebeld). “Man bijt hond” wijdde er een stukje aan en ik hoorde nu ook dat “Reyers laat” het onderwerp heeft aangegrepen.

Ik zit er zeer mee verveeld. Of Decleir nu gelijk had of niet om die avond in het NTG zo uit te halen, feit blijft dat ik hem bewonder en dat ik het beste van het beste heb gezien door hem. Ik ben al langer dan 15 jaar een trouw theaterbezoeker, ik heb honderden stukken gezien, en wat hij telkens deed was geweldig goed. Ik herinner me zijn vertolking in “Meneer Paul” van de Blauwe Maandag Compagnie (nooit vergeet ik dat ik toen amper één dag samen was met mijn toenmalig lief, mijn huidige vrouw, we schrijven werkelijk 15 jaar geleden). Ik herinner me vooral ook zijn vertolking van Risjaar Modderfokker den Derde in “Ten Oorlog” van Tom Lanoye, waar ie het laatste kwartier tot bloedens toe de zaal plat speelde, een monoloog zoals ik er nooit meer één heb gezien. Los van zijn vele superbe vertolkingen in films.

Enfin, ik ben een fan en vind het een beetje gênant dat een opmerking van mij een kleine hetze heeft ontketend, een item van enkele dagen is geworden “in de media”.


(foto: cobra.be)

Leert me drie dingen…

Ten eerste de macht en invloed van Facebook, wat een nieuwsbron op zich is geworden.
Ten tweede dat ondanks politieke strubbelingen in ons land en het feit dat Noord-Afrika en de Arabische regio in brand staan er blijkbaar toch geen nieuws genoeg is.
Ten derde, dat kranten en andere media niet te verlegen zijn om onderwerpen van elkaar in te pikken. Zomaar, om te vullen. En te citeren hoe en wie zij willen. Vreemd.

Ik mag dan journalist zijn, mijn eigen habitat blijft me verrassen. Deze keer toch ietwat onaangenaam. Enfin, zoals zoveel nieuwtjes is dat iets van gaan en komen. Over enkele dagen weet niemand het nog. Is het overgewaaid. Denk ik. Maar ik heb weer bijgeleerd.

O ja, mijnheer Decleir, mag ik Jan zeggen trouwens? Ik vind je nog altijd steengoed. Ik vond je uitval vorige week in die prachtige schouwburg in Gent gewoon wat vreemd. Maar het volgende stuk waarin je speelt, kom ik met veel graagte weer bekijken. Omdat je van een heel apart en alleenstaand kaliber bent.

Einde, wat mij betreft.

Angry older man

Ik zit al meer dan een week te sikkeneuren op dit postje. Doen, of niet? Dus wel. Niet het vrolijkste van mezelf, m’enfin. Omdat iets me van het hart moet. Omdat schrijven therapeutisch werkt. Omdat dit mijn persoonlijk (weliswaar openbaar) dagboek is. Omdat ik het toch eens moet zeggen. Inhouden heeft geen zin, braken is beter dan slikken.

Feit is dat ik al enkele weken niet langer mijn vrolijke zelf ben. De reden is niet ver te zoeken: vorig jaar was een rampjaar voor mijn vrouw, omgeving en ik. Drie mensen afgeven die je dierbaar zijn, in amper twaalf maanden tijd, het doet wat met een mens. Oké, ook intussen een kleintje bijgekregen dat het zeer goed doet, net als dat ander heerlijk meisje in huis. Niet te vergeten. Opbeurend en ‘t heeft en ‘t geeft zin. Maar enkele mokerslagen doen iemand sterretjes zien, ook bij “sterke karakters” zoals mijn eega en ik. De puist heeft een jaar gegroeid, ze is nu opengebarsten. En etter is lelijk. En stinkt. En stoot af. Het weze zo.

Een onomstotelijk feit is dat ik minder lach tegenwoordig. Ik betrap mezelf erop dat ik me aan alles en iedereen erger. Dat de kleinburgerlijke besognes en materialistische nulliteiten me mateloos de gordijnen injagen. Dat ik me soms alleen voel. Dat ik mijn passie, zijnde comedy, verwaarloos. Dat ik mijn naasten en vrienden wellicht ook wat in de kou laat staan. Ik ben in plaats van een bolide met snelle reactie- en injectiemotor een aftandse, trage diesel geworden. Die roet spuugt. En vitriool.

Ik erger me de pleuris aan wat ik dagelijks rond me zie. Slijmballerij en gatlikkerij. Opportunisme en halfslachtig vermomd geneuzel. En dat net die kwalen vaak de sleutel blijken te zijn “om er te geraken”. Ergerlijk. Ik kan dat niet, ik ben een slechte leugenaar. Liever de naïeve Don Quichot dan de vileine Don Corleone. Ik wil niet mee in de mallemolen, ik bezit liever mijn eigen malle kindermolen, met plezante figuurtjes en leuke deuntjes, wars van conformisme en zo-moet-het-nu-eenmaal. Ach wat, wie zegt dat? En als je daar dan gehoor aan geeft, ben je dan niet grijs en nauwelijks betrokken? Of is grijs een eeuwige modekleur?

Ik zie combines die er geen zijn. Ondanks veel steun en vriendschap en gehoor, ik heb veel vrienden. Veel oren. Veel vangnetten. Maar uiteindelijk, moet je niets alles zelf beredderen en oplossen? L’enfer, c’est les autres. Ik eis te veel van mezelf. En bijgevolg van iedereen.

Ik twijfel aan alles en trek alles in twijfel. Ik sla heen en weer tussen koele ratio en ongebreidelde vulkanische emotionaliteit. Ik sakker en mekker. Ik catalogeer onnodig veel en schrijf af waar het niet nodig is. Ik wil meer en beter en veel. Ik wil alles, nu of nooit.

Het ideale scenario is duidelijk. Mijn boeltje pakken, mijn drie vrouwtjes mee en weg. Weg. Ver weg. Buitenland. Zon. Onbekenden. Nieuwe horizonten. Onbekende plekjes. Tijd om te denken. Te ordenen. Te doen. Enkele maanden. Huis zo laten, vrienden in stoppen voor een tijd en elders naartoe. Met een minimum aan communicatiemiddelen. Narcismebook Facebook, Splitter Twitter (wat ik sowieso al niet doe), Jail Mail, … Niets van dat. Enkel wat telefoon (voor sommigen al een onoverkomelijke drempel) en desnoods een envelop met een brief in. Met een poststempel die uitgelopen is door de woedende en geselende regen in Belgenland. Of Vlaanderland. Of Absurdistan.

Maar tussen droom en daad staan wetten in de weg en praktische bezwaren (dank je, Willem). Vooral dat laatste. Sabatten kost centen. Ik ben de eerste -al sinds ik werk- om niet in te zitten met mijn rekeningsaldo. Gewoon ervoor zorgen dat je rond komt, dat je kinderen en vrouw het goed hebben en meer doet niet ter zake. Wie weet ben je morgen dood en daar staan die getalletjes dan. Verweesd en uitgerekend, niet van tel en hopeloos weggecijferd. Maar zomaar eventjes weg van alles, neen, kan ik niet. Gaat niet. Realiteit. Waarheid. Naakte waarheid. Confronterend naakt. Niet eens functioneel.

Geen optie, die exodus. Ik moet er zijn en blijven. Ik ga dat ook doen. En strijdend (wat klinkt dit fout poëtisch en ouderwets revolutionair), desnoods tegen windmolens en winderige orakels, zo komen we er weer bovenop. Zeker van. Ik heb een missie, een doel, een ideaal, een principe. Ik heb nog principes, ha!

Waarom word ik nu plots zo’n hopeloos passé angry young man? Older man intussen. Nog zoiets: de tand des tijds die om zich heen bijt en kloven, gaten en littekens trekt. Nog eens 26 zijn, nog één keer zo, heel even… Te laat, gedaan, voorbij, voortdoen.

We komen er wel, zeker weten. Liever snel dan traag, liever ooit dan nooit, liever met obstakels dan nooit geprobeerd. Ni Dieu, ni maître. Maar sta me vrijelijk toe dat ik dezer dagen heel even, even, soms, regelmatig, vaak eens wil roepen en schoppen. Omdat ik veel dingen beu ben. Behalve die dingen en die mensen die me heel nauw aan het hart liggen. En dat is toch nogal wat, kan ik zeggen. Best maar.

Om het met mijn eeuwige wijsgeer Jacques Brel te zeggen:

Il faut oublier
Tout peut s’oublier
Qui s’enfuit déjà
Oublier le temps
Des malentendus
Et le temps perdu
A savoir comment
Oublier ces heures
Qui tuaient parfois
A coups de pourquoi
Le coeur du bonheur

En als ik dan toch tijdelijk zou verdwijnen…

Moi je t’offrirai
Des perles de pluie
Venues de pays
Où il ne pleut pas

Ach, alles komt altijd goed, zeg ik altijd. Ik heb het niet van mezelf, ik heb het van elders, ik het het ooit eens gehoord, of ooit eens gelezen. Of het mezelf ooit eens ingebeeld.

Sta me toe dat ik deze traan van woorden pleng. Wellicht was ik nooit eerder zo duister. Ik ben à fond ook niet duister, ik ben gewoon moe, ben heel veel toestanden beu en ik wil dat het anders begint te lopen.

Met dank voor uw aandacht. Geen commentaren, noch wensen. We komen er wel. Leef toch je leven als het allerlaatste uur, zong Youp. Motto. Slagzin. Levenswijsheid. Welaan dan, op naar morgen, naar beter, naar voldoening.

Iemand nog een aperitiefje? AvantiEt demain est un autre jour

(en nu op Publish drukken, of ik durf het nooit meer…)

Vlinderend draaien

Kort maar krachtig: “Papillon” van Editors. ‘t Heeft hier al ooit eens gestaan, maar niet deze prachtige akoestische versie, die de collega’s van Stubru konden registreren, in die legendarische Marconi-studio bij ons.

Trouwens, bij deze aankondigen dat ik vanavond nog eens Zondagsdraaier ben in “Trefpunt” aan Sint-Jacobs. Nog eens onversneden en zonder regels de plaatjes opleggen die ik wil horen. En die “het publiek” dan ook zal horen. Lange tijd heb ik het niet meer gedaan wegens allerlei redenen. Ik weet dat ik de vorige keer ook minder gelukkig was achteraf. God mensen, ‘t is al bijna twee jaar geleden zeg, zie ik. Ik heb er zin in.

Caleidoscopie wordt het weer, voor elk wat wils. Klaar voor Mumford & Sons, Stornoway, Postal Service, Morrissey, Nits, Preisner, Rota, Coltrane, Brel, Stranglers, The Police, Everything But The Girl en Tiersen. Met als werktitel The Peter Pan Project.

U mag ook komen!

De nacht…

Gisteravond om 22 uur in bed gekropen. Niét ziek nochtans én er zijn geen speciale goede voornemens gemaakt (er was wel een glurende ochtenddienst). Sommige dingen gebeuren. En passeren. Voor iedereen een 2011 vol rode rozen gewenst. Wacht maar op de nacht…

Deze als muziek op zondag, ook al is ‘t dinsdag…

2011 en poging elfendertig

De voorbije maanden heb ik hier weinig geplaatst. Heel vorig jaar eigenlijk. Ik moest me vaak naar mijn blogje slepen om er iets op te zetten. Tja, dan liever niet. ‘t Moet leuk blijven.

En leuk was het vorig jaar allerminst. Ik heb veel te vroeg mijn schoonzus en mijn schoonvader moeten laten gaan. Elke is in januari heel plots overleden en je kan alleen maar hopen dat haar zo veel ellende is bespaard. Raf werd ziek op oudejaar 2009 en is goed een half jaar later ook al overleden, na een hevige en niet te winnen strijd tegen de vieze ziekte. Hij zo sterk als tien beren, maar langzaamaan uitgedoofd.

Ik heb veel van hem geleerd, ik had hem graag, ik zag hem graag en ik voelde dat dat omgekeerd ook zo was. Helaas, ik had nog zoveel glazen wijn te goed met hem, nog zoveel dolle gesprekken, nog zoveel hilarische discussies. Nooit meer. Een getalenteerde opa is weggevallen. Mijn gedachten gaan naar mijn schoonmoeder die haar huis ongewild zag leeglopen.

En op het einde van vorig jaar moesten we ook nog noodgedwongen afscheid nemen van het piepjonge dochtertje van goeie vrienden, ook metekindje van mijn vrouw, die zo wel tot drie keer toe een mep in haar mooie gezicht kreeg. In één verschrikkelijk jaar tijd. Annus horribilis.

Nu, in het voorbije jaar werd ook onze Sien geboren, die opperbest en wonderwel langzaamaan groeit en bloeit. Gelukkig maar. En Janneke doet het ook voortreffelijk, dat hebben we toch. Die twee zijn meer dan ooit mijn absolute heldinnen. Twee klaterende bronnen van geluk.

Professioneel mocht ik niet klagen: mooie en leuke dingen mogen doen op de radio, van “Het Besluit” een mooie versie kunnen maken. Daarnaast met mijn Lunatics een mooi jaar neergezet op het podium. En bovenal heb ik kunnen dobberen in een warm bad van veel vrienden. Zeker op momenten dat ik/we het kon(den) gebruiken.

Een mens mag niet zuur, verbitterd, duister of ongelukkig worden. Dat is ook niet mijn stijl. Maar meer dan ooit ben ik een bohémien in mijn kop geworden. Wat doen hebben en houden ertoe? Wat is bezit, status, titulatuur of aanzien waard? Niets. Ik raas maar door, meer en meer bekijkend wat de volgende dag brengen zal. Niet blind, niet stomweg. Mijn kinderen wil ik voorzien van toekomst, veel toekomst.

Meermaals heb ik me geërgerd aan de onwezenlijke besognes van sommigen, aan de materialistische kopzorgen van menigeen, aan het geneuzel over details, aan de petieterige onrust over de niet-dingen des levens (ook bij mezelf). Velen die amper of geen ellende hebben meegemaakt, beseffen niet hoe goed het hen allemaal vergaat. En gaan maar door in de drang naar meer. Rücksichtlos.

Neem het van me aan, alles kan in enkele uren tijd totaal omkeren. Geniet dan ook van de pure dingen des levens, van de échte waarheden. En die hebben meestal niets met bezit, status of bankstatussen te maken. Dit klinkt zo naïef wereldverbeterend. Maar neem ook dat van me aan, het is gewoonweg zo. Zonder tegenspraak. Dat waar de suffix “euro” niet achter staat, is vaak veel mooier.

Afgelopen jaar heb ik veel blogposts ingeslikt. Net als mijn geliefde, die vaak ook bepaalde tekstjes niet meer wou bloggen. Wat doet het ertoe? Wie heeft nu nood aan mijn/onze mening? Is er eigenlijk wel enig belang te koppelen aan dat wat je op een blog kwakt? Wat is het allemaal waard? Dat maakte dat ik veel ideetjes in mijn kop liet, hier niet publiceerde.

Maar in 2011 wil ik poging elfendertig wagen om “Het Radiofonisch Instituut” nieuw leven in te blazen. Omdat ik het eigenlijk graag doe. Omdat ik door het afgelopen jaar plannen heb afgevoerd, andere plannen heb gewijzigd. En nieuwe plannen heb gelanceerd. Ambitie, wil en gedrevenheid. In die bohémienkop van mij.

In de hoop dat gebeurt wat moet gebeuren. Een rustig jaar zonder incidenten. Zonder weerga. Zonder obstakels. Vloeiend en kabbelend en fris. Omdat ik blijf geloven dat uiteindelijk alles altijd goed komt.

Ik wens mezelf een topjaar toe. Met op de eerste plaats de drie meisjes in mijn huis. En ik wens het ook iedereen die me dierbaar is toe, en dat zijn er velen. Ik wens het u, beste lezer, ook toe.

Welaan dan… Op naar beter! En dat ze voor de rest mijn Glockenspiel kussen…

Adieu, Victoria

Victoria,

Het heeft niet mogen zijn. Er was iets fout in dat lichaampje van jou. Iets onherstelbaars. Wat ervoor zorgde dat echt goed leven voor jou nooit mogelijk zou zijn. Op 19 oktober kwam je ter wereld, goed twee maanden later nam je al afscheid. Met die fantastische ouders van je dicht bij jou.

Ik heb je nog even kunnen zien. Lien, jouw trotse meter ook. Met veel pijn in ons hart hebben we nog eens gekeken en gezwaaid. Het had zo heel anders kunnen zijn, maar in het leven heb je over sommige zaken niets te zeggen. Heb je geen invloed, hoe hard een mens het ook wil.

Nooit gedacht dat deze foto, die ik met plezier nam van je toen je nog maar enkele uren oud was, hier om die reden zou prijken. Wie denkt dat nu? Helaas, maar toch… Het is nu zo en daar moeten we mee voort. Voort in dat bijwijlen ellendig hard leven.

Victoria, slaap zacht. Droom zoet. Knipoog eens. En voor de rest van mijn leven denk ik aan je, zeker als de bladeren van de bomen mooi rood, bruin en vergeeld kleuren. Herfstkinderen zijn van de mooiste. Jij dus ook. Je hebt niet overwonnen, Victoria. Maar je hebt wel onze liefde gewonnen, kleintje.

Slaap zoet, droom zacht, Victoria.

Uit het boek gehaald

Facebook is als een portefeuille, af en toe moet je het ding eens rigoureus uitkuisen en alles eens opblinken, zei een wijsgeer uit Gent.

Gedaan zo. Iedereen in mijn “portefeuille” kén ik nu wel degelijk, ik heb met hem/haar eens een geweldig (vaak laat) moment gehad of ik zie hem of haar in staat om de komende zes maanden mijn pad te kruisen – mijn voorwaarden om te mogen blijven.

Narcismbook, het is iets… Is toch zo, FB is toch meer en meer een moderne uiting van narcisme aan ‘t worden, waar we ons nagenoeg allemaal aan bezondigen?

Enfin, ruim 700 vrienden/contacten, iets zegt me dat ik de voorbije 10 jaar te weinig thuis ben geweest, haha… Maar ‘k zou ‘t zo herdoen, voor een sociale verslaving bestaat toch geen afdoende kuur.

Weekendwoorden

De twee woorden van het afgelopen weekend….

Gelezen in een weekendkrant én bij een Facebook-vriend: procrastinatie, zeg maar extreem uitstelgedrag, zie ook op Wiki of daar.

Van Dale blijkt het zelfs niet te vermelden, vreemd. Maar nu heb ik eindelijk een diagnose/naamgeving voor mijn afwijking.

Ook mooi, Angela Merkel die erkent dat de multiculturele samenleving is mislukt in Duitsland (en wellicht her en der in Europa) en ze heeft het over MultiKulti. ‘t Lijkt de naam van een stripfiguur, maar ‘t is een politiek geladen, zelfs zeer beladen term.

En uw woorden waren?

Reislijst

Ik ben ne raren. Soms. Ik durf al eens laat te leven. En dan heb ik gedachten die ik kwijt wil aan mijn geliefde. Maar zij slaapt dan al. Dus mail ik ze. Ge moet gebruik maken van den techniek, vind ik. Is er voor gemaakt.

Zo zat ik afgelopen nacht nog eens te bepeinzen dat ik graag reis. En meer wil reizen. Niet professioneel (dat doe ik trouwens toch amper), daar lig ik niet zo van wakker. Maar privé. Zelf tempo en inhoud bepalen. Ik heb dan maar volgend lijstje doorgemaild naar de oudste vrouw in huis:

- Oxford/Cambridge/Canterbury
- Boedapest en Wenen
- IJsland
- New York
- Kroatië
- Berlijn
- Venetië/Milaan/Turijn
- Sicilië
- nog wat Umbrië en Toscane
- Madrid
- Zeeland/Friesland/Urk
- Bordeaux
- Rijsel
- Barcelona (toch nog eens, al is ‘t maar voor de evolutie van de Sagrada Familia)

Zoals ge ziet, ben ik niet zo’n Afrikaan of Aziaat. Niets daartegen, maar da’s voor later eens. Het enige wat ik nu nog zoek is iemand die mijn dienstroosters zodanig wil vervalsen dat ik pakweg 100 vakantiedagen per jaar heb. En een exorbitante milde schenking van zilverlingen vanwege een legaat Gods zou ook welkom zijn – want er is een manifest tekort.

Een mens mag al eens dromen, toch?

Update: Nog vergeten: Istanboel en Lissabon.

Brief aan Janne

Lieve Janne,

‘t Is exact drie jaar geleden dat je op de wereld bent geworpen. Ik had toen nog niet door welke revolutie me te beurt viel, ik heb zelfs nog enkele weken, ja zelfs maanden, moeten wennen.

Naderhand werd me duidelijk wat me was overkomen en wat me nog zou te beurt vallen. Je nam stukje bij beetje je eigen leventje in en je klauwde kriebelend aan mijn leven, aan mijn zijn, aan mij, aan mijn vaderhart. Je moeder heb je zo mogelijk nog meer ingepalmd, zij heeft dan ook al immens veel tijd met je gespendeerd, nu drie jaar later is dat nog altijd zo, ik sta soms in opperste bewondering hoe zij dat allemaal voor elkaar krijgt met haar drukke agenda.

Janne, de mensen zeiden me dat je niet weet wat je mist als je geen kinderen hebt. Dat klopt. Je hebt me de voorbije drie jaar gecharmeerd, getroffen, opgejaagd, en heel af en toe ook eens geërgerd, geprikkeld en meermaals ontroerd. Sinds jij er bent wellen tranen vlotter dan ooit in mijn ogen. In alle mogelijke situaties. Een mens wordt ouder, gevoeliger, weker. Verstandiger ook zeker?

Dromerig

Janneke, ik kan honderden momenten noemen die me zijn bijgebleven de voorbije 36 maanden. Maar ik ga er niet aan beginnen uit schrik minstens één topmoment te vergeten. Het zit in mijn hoofd, dat is onbetaalbaar. En bovenal, ik heb duizenden, werkelijk duizenden foto’s van jou én ik heb enkele honderden filmpjes. Allemaal materieel, maar toch…

Hoe graag ik je moeder ook zie, als ik jouw haar besnuffel ben ik op slag weer verliefd. Als jij prevelt en spreekt, zijn de muren als klankkasten vol galm en zoete melodie – je was een late prater, maar het zeemzoet van je iele stemmetje is er langzaam toch doorgekomen (de huig-r ook trouwens, grappig). Als je weer eens je intussen bekend oerkaraktertje laat spreken, verman ik me om het niet al te zeer toe te juichen. De wereld is niet gediend met seuten en brave ja-knikkers. Kloten heb je nodig, maar nu ook niet al te veel.

Wie daar?

Maar doe maar. Doe vooral maar. Kies maar, ga maar, wees wie je bent. Laat af en toe die -ook ouder wordende- papa van je in je leventje binnen. Blijf hem bedwelmen met je vette lach. Blijf hem -en je mama- verdoven met je liefde voor je zusje (prachtig om jullie de voorbije tijd samen bezig te zien). Blijf ons ontroeren en ontvoeren met je ogen die geen tranen dragen, maar zachte parels.

En weet, Janneke, dat er van ergens heel ver weg minstens twee paar ogen meekijken, van lieve mensen die je liefst hadden vastgepakt. Maar in het leven gaat het vaak niet zoals je het zelf wil, dat leer je nog wel.

Later, veel later. Maar trek je dat niet aan, eerst nog een hoop jaren gewoon Janneke zijn, dat zou me plezieren. En neuzeneuze doen. En springen op mijn buik. En op mijn rug hangen. En knuffelen. En zeggen dat papa “lief” is.

Straks een berekoek, Janneke?

Post #1000

Dit is em dan: mijn duizendste post op “Het Radiofonisch Instituut”. Het zat al een tijdje te tikken en nu is het zover. Duizend meninkjes van mij, duizend gedachten, duizend tekstuele neerslagen. Met deze post begonnen, op 19 november 2006. Toen was ik al radiomannetje voor Sporza, maar ik had nog geeneens kinderen, het eerste moest zelfs nog “gemaakt” worden. Hoe de tijden in een periode van duizend posts zijn veranderd…

Mijn vrouw blogde al een tijdje, had mee Gentblogt opgericht en ik ben gezwicht. Ik wou meedoen, ik wou publiceren, ik wou een publiek. Welaan dan. Zo ging het.

Nu zijn we 46 maanden later. Duizend posts, goed voor gemiddeld 2,5 comments per stukje. Zowat 1000 stukjes op pakweg 1400 dagen, pas mal. Niet overdreven veel, maar toch iets. Ik heb -denk ik- een tijdje geresideerd tussen de zogenoemde A-list bloggers. Ik had volgens enkele internetuele parameters wel wat influence, maar’ t zal afgenomen zijn. Zeker van. Ik publiceer het laatste jaar te weinig. Bedolven onder een blogger’s block, bevangen ook door enkele keiharde privézaken die me vaak het schrijven hebben belet. Ik zal nog eens wat links van de “grote bloggers” nodig hebben.

Als ik de voorbije maanden bekijk, heb ik schandalig weinig geplaatst. Maar ik ben blijkbaar ook die efficiëntie kwijt om rap tussendoor iets te pennen: werk, relatie, twee kleine dochters, geen goesting, bezig met tientallen andere zaken etcetera. Excuses zijn er om ze aan te wenden. Ik moet vooral nog eens iets over mijn jongste dochter plaatsen. Onder meer. Evenzeer mijn oogappel, maar nog te weinig over geschreven. Alhoewel, is dat de bedoeling van mijn blog? Mja, beetje wel.

Veel geleerd in die bijna vier jaar tijd. Hoe je op het internet in principe iedereen aanspreekt met je zieleroerselen. Hoe iedereen kan, mag en zal meelezen. Vaak amusant van reacties, soms hard confronterend qua commentaren. Al eens met twisten ook. Hoort er dan bij zeker, als je alles op het net gooit?

Vreemde dingen ook meegemaakt in die bijna vier jaar tijd. Mijn zogenoemde “muziek op zondag” (nooit zo an sich geproclameerd) dat een fanbase heeft gekregen. Ik, ego, de man met de diverse maar bijwijlen foute muzieksmaak, die mensen lokt met zijn muziekjes. Hoe divers en discutabel ook.

Dit blogje heeft ook al dingen opgeleverd, ben ik eerlijk in: schrijfopdrachten en presentatieverzoeken. Maar vooral ook, enkele vriendschappen die zich zonder deze URL nooit zouden hebben voorgedaan. Van virtuele kennissen naar contacten in real life, vaak zeer amusant. Leuke bijkomstigheid, daarvoor alleen al ben ik blij dat ik een blogje ben begonnen.

Ik doe voort. Schrijven. Ik heb een hernieuwde goesting. En hopelijk nog een publiek. En zoniet, wat dan? Een blog is het beste dagboek. U blijft lezen? Welkom!

« Vorig bericht   Volgend bericht »