Laatste reacties


9/11, 10 jaar later

Terugdenken aan 9/11. Ik herinner me vooral een ouderwetse tv-avond met allemaal televisielozen die kwamen kijken daar in ons appartementje, recht tegenover waar we nu wonen. En dat we goed gelachen hebben. Sorry, guys.

Ik herinner me bij de schuldigen zeker nog mijn vrouw-die-toen-nog-vriendin-was, mijn nog altijd zeer goeie vriend annex peter van mijn jongste en ik van de zijne, Joris, vriendin Lies, die Henk van “Zonde van de zendtijd”, vriendin/actrice Katrien en Bjorn, ook al van “Zonde van de zendtijd”. En eigenlijk allemaal kornuiten van “The Lunatics”. Daarmee dat lachen zeker?

Enkele dagen later begon ik op de VRT. Da’s tien jaar geleden, mensen. Ik ga me even onderdompelen in een emmer melancholie.

Teken van leven

Tja, wat moet ik zeggen? En schrijven? Mijn laatste post dateert van bijna twee maanden geleden, bloggen is echt een detail der details geworden bij mij. Jammer, maar ‘k ga proberen de discipline en de goesting op te vijzelen – al heb ik dat al vaak gezegd hier.

Enfin, ik kan gelukkig zeggen dat in die twee maanden tijd mijn schoonmoeder goed vooruit is gegaan. Van intensieve, naar een kamer, naar een revalidatiecentrum, naar huis… Het komt goed, stilletjesaan.

In juli goed gewerkt voor de Tour op de radio en dan in augustus maar op vakantie getrokken. Met leuke en gezellige mensen en hun partners. Ietwat zwak festival muzikaal, het weer was ook maar zo en zo, maar wel een week lang genoten alweer van die heerlijke streek daar. En intussen gegeten met een ster (in alle betekenissen) in “In de Wulf”. Zoiets probeer je toch om de zoveel jaar eens te doen.

Nadien Umbrië verkend, mijn favoriete Italiaanse streek, met vrienden ook alweer. En met de twee meisjes die het fantastisch deden. Ook weer top, zij het dat ik er met een joekel van een dubbele oorontsteking ben geplaagd, verhalen van een spoedafdeling in een Italiaans ziekenhuis, immense doofheid… enfin, een vakantie met een dubieuze rand aan.

Afijn, de doofheid neemt stilaan af, het normale leventje keert terug. En hopelijk straks wat energie om wat posts in te halen, over de voorbije maanden. En over wat komen zal… Blijf lezen!

Spinaziepuree Sientje

Ik heb nogal twee geweldige dochters. De oudste is de lieve resolute, de jongste de kleine komieke. Wel, dat Sientje mocht van de week twee keer op bezoek bij Sofie en Tom (schrijft die eigenlijk ooit nog iets?), ze hadden daar veel zin in.

Meisjes met ijsjes

En ‘t is blijkbaar leuk geweest, voor iedereen. Hartverwarmend. Fijn om te lezen. Leuk. En bedankt!

Relativiteit

Overpeinzend, over de voorbije week. Weer moeten omgaan met een ellendige situatie, de zoveelste op te korte tijd. De rek op onze rekker is eruit, het is genoeg geweest, we willen eens meeval, ooit moet het toch eens keren?

Misschien is het wel aan het keren. Mijn schoonma gaat stukje bij beetje vooruit, heeft haar comateuze toestand achter zich gelaten en gaat nu vooruit. ‘t Is nog basic communiceren en de weg van de revalidatie zal lang zijn, maar we hebben hoop. En vuur. En wil.

Van de week een paar keer gedacht dat ik mijn kinderen onder een stolp wil zetten. Opdat hén toch niets zou overkomen. Maar dat is spreekwoordelijk natuurlijk, om de boze wereld te overwinnen, moet je durven in de klatergolven van de alledaagsheid stappen. Gewoon leven.

Ik bewonder de sterkte van mijn vrouw die de zoveelste klets op haar mooi gezichtje heeft gehad, maar gewillig blijft vooruit kijken. Verbolgen, verbeten en verblind. Omdat het moet. Voor die twee kleintjes, voor haarzelf, voor mij ook wel, voor anderen. Enorm veel gehad aan berichten, telefoons, bezoekjes en hand- en spandiensten van vrienden. Collega’s ook die zich betrokken toonden. Steun in bange tijden is een deugd.

Van de week is mijn eigenste relativiteitstheorie nog meer ontwikkeld: Geluk = durven leven x meeval in het kwadraat. Nog meer zijn de slijkpoelen der aarde me veraf. Bezit, geld, snobisme en hebben-hebben staat nu nog verder van mij. Je doet toch alleen maar voort met gezondheid en mensen rondom je. Een cliché, maar door velen niet beseft. Bankrekeningen, eigendommen en merken zijn in mijn ogen nog meer uitwassen van onwetendheid. Sommige mensen moeten nu eenmaal beseffen dat ze het goed hebben en niet te piekeren hebben. Als je ‘t goed hebt, zoveel te beter, maar kus uw pollekes dan!

Ik wens iedereen alle geluk en voorspoed toe, maar ik wens het ons nog het meest toe. Egoïsme gestuurd door saturatie: het is genoeg geweest. Graag eens gewoon leven, mijn drie vrouwen en ik. En doen wat we willen doen: leven, werken, genieten, varen. En lachen. Dat ook. Honderduit.

Alles komt goed, ik blijf het herhalen. Maar een nieuwe tegenvaller kan er niet meer bij. De grenzen zijn dicht, omdat ze overschreden zijn.

Jeannine, blijven vechten. We komen er wel. Ooit…

Situatie

Van de week weer veel te veel de binnenkant van een ziekenhuis gezien. Ik ben alle gedoe zo ongelofelijk beu, kan ik zeggen. Enfin, zolang er maar vooruitgang is zeker? Meer info bij mijn eega.

Ik hoop op een snelle en definitieve ommekeer, ik vind dat we thuis eens wat geluk mogen hebben.

Enfin, veel veel dank aan onze vele vrienden, die zich uitvoerig betrokken hebben getoond van de week. Dank ook aan de welgemeende empathie van veel van mijn collega’s.

Maanziek

Ik mocht van de week op uitnodiging van Lunatic én comedian Joris Velleman mee kijken naar “Maanziek” in het NTG. Een voorstelling van de geestesgenoten Wouter Deprez, Wannes Cappelle en celist Frans Grapperhaus.

Zéér van genoten. Van wat voor een publiesksspeler en publieksbespeler Wouter Deprez toch is, van de geweldige, ja superbe in melancholie gedrenkte liedjes van Wannes Cappelle en van de charmante, in vier snaren verpakte Grapperhaus. Mooi, mooi, bij momenten kippenvel, gewoonweg een hele goede voorstelling.

Wouter vertrekt binnenkort voor een jaar naar Zuid-Afrika en grijpt deze show aan om zijn tijdelijk afscheid van de Vlaamse podia aan te kondigen. En propageert Wannes als zijn opvolger, alhoewel. Knap gedaan.

Nog leuker was dat ik achteraf met Wouter en Wannes had afgesproken. We kennen mekaar van in 2002, toen Wannes met zijn kompaan meedeed aan “Humorologie”, ik ook met mijn kompaan onder de koepel “Flegma”. Zij wonnen prijzen, wij niet, we waren ook maar pas begonnen en we zijn nooit zo heel ver geraakt, maar we hebben ons wel danig geamuseerd, dat wel. Fijn om nog eens samen te kouten, onder meer ook over kinderen. Ik heb intussen twee dochters, Wannes en Wouter hebben elk twee zonen. Een marriage arrangé kan, euh, gearrangeerd worden. Ook vriend Gili was erbij, kortom, la comédie profonde Flamande wat samen.

Leuk moment toen Wouter me begon te omschrijven. En zei dat er in het leven twee groepen zijn: enthousiaste mensen en niet-enthousiaste mensen. En “dat Peter toch wel een zeer enthousiaste mens is”. Een compliment.

Hartverwarmend om nog eens als jonge jongens samen te staan en te tetteren. En te overschouwen dat we -elk in ons vakgebied- doen wat we eigenlijk wilden doen. Min of meer. Jonge jongens, de leeftijd van dertig jaar al lang voorbij. Ik ben met een glimlach ingeslapen.

- Je kan “Maanziek” nog bekijken en beluisteren tijdens de Gentse Feesten in Vooruit, waar “mijn” Lunatics ook staan met onze “La guerre belge”…

Angry older man

Ik zit al meer dan een week te sikkeneuren op dit postje. Doen, of niet? Dus wel. Niet het vrolijkste van mezelf, m’enfin. Omdat iets me van het hart moet. Omdat schrijven therapeutisch werkt. Omdat dit mijn persoonlijk (weliswaar openbaar) dagboek is. Omdat ik het toch eens moet zeggen. Inhouden heeft geen zin, braken is beter dan slikken.

Feit is dat ik al enkele weken niet langer mijn vrolijke zelf ben. De reden is niet ver te zoeken: vorig jaar was een rampjaar voor mijn vrouw, omgeving en ik. Drie mensen afgeven die je dierbaar zijn, in amper twaalf maanden tijd, het doet wat met een mens. Oké, ook intussen een kleintje bijgekregen dat het zeer goed doet, net als dat ander heerlijk meisje in huis. Niet te vergeten. Opbeurend en ‘t heeft en ‘t geeft zin. Maar enkele mokerslagen doen iemand sterretjes zien, ook bij “sterke karakters” zoals mijn eega en ik. De puist heeft een jaar gegroeid, ze is nu opengebarsten. En etter is lelijk. En stinkt. En stoot af. Het weze zo.

Een onomstotelijk feit is dat ik minder lach tegenwoordig. Ik betrap mezelf erop dat ik me aan alles en iedereen erger. Dat de kleinburgerlijke besognes en materialistische nulliteiten me mateloos de gordijnen injagen. Dat ik me soms alleen voel. Dat ik mijn passie, zijnde comedy, verwaarloos. Dat ik mijn naasten en vrienden wellicht ook wat in de kou laat staan. Ik ben in plaats van een bolide met snelle reactie- en injectiemotor een aftandse, trage diesel geworden. Die roet spuugt. En vitriool.

Ik erger me de pleuris aan wat ik dagelijks rond me zie. Slijmballerij en gatlikkerij. Opportunisme en halfslachtig vermomd geneuzel. En dat net die kwalen vaak de sleutel blijken te zijn “om er te geraken”. Ergerlijk. Ik kan dat niet, ik ben een slechte leugenaar. Liever de naïeve Don Quichot dan de vileine Don Corleone. Ik wil niet mee in de mallemolen, ik bezit liever mijn eigen malle kindermolen, met plezante figuurtjes en leuke deuntjes, wars van conformisme en zo-moet-het-nu-eenmaal. Ach wat, wie zegt dat? En als je daar dan gehoor aan geeft, ben je dan niet grijs en nauwelijks betrokken? Of is grijs een eeuwige modekleur?

Ik zie combines die er geen zijn. Ondanks veel steun en vriendschap en gehoor, ik heb veel vrienden. Veel oren. Veel vangnetten. Maar uiteindelijk, moet je niets alles zelf beredderen en oplossen? L’enfer, c’est les autres. Ik eis te veel van mezelf. En bijgevolg van iedereen.

Ik twijfel aan alles en trek alles in twijfel. Ik sla heen en weer tussen koele ratio en ongebreidelde vulkanische emotionaliteit. Ik sakker en mekker. Ik catalogeer onnodig veel en schrijf af waar het niet nodig is. Ik wil meer en beter en veel. Ik wil alles, nu of nooit.

Het ideale scenario is duidelijk. Mijn boeltje pakken, mijn drie vrouwtjes mee en weg. Weg. Ver weg. Buitenland. Zon. Onbekenden. Nieuwe horizonten. Onbekende plekjes. Tijd om te denken. Te ordenen. Te doen. Enkele maanden. Huis zo laten, vrienden in stoppen voor een tijd en elders naartoe. Met een minimum aan communicatiemiddelen. Narcismebook Facebook, Splitter Twitter (wat ik sowieso al niet doe), Jail Mail, … Niets van dat. Enkel wat telefoon (voor sommigen al een onoverkomelijke drempel) en desnoods een envelop met een brief in. Met een poststempel die uitgelopen is door de woedende en geselende regen in Belgenland. Of Vlaanderland. Of Absurdistan.

Maar tussen droom en daad staan wetten in de weg en praktische bezwaren (dank je, Willem). Vooral dat laatste. Sabatten kost centen. Ik ben de eerste -al sinds ik werk- om niet in te zitten met mijn rekeningsaldo. Gewoon ervoor zorgen dat je rond komt, dat je kinderen en vrouw het goed hebben en meer doet niet ter zake. Wie weet ben je morgen dood en daar staan die getalletjes dan. Verweesd en uitgerekend, niet van tel en hopeloos weggecijferd. Maar zomaar eventjes weg van alles, neen, kan ik niet. Gaat niet. Realiteit. Waarheid. Naakte waarheid. Confronterend naakt. Niet eens functioneel.

Geen optie, die exodus. Ik moet er zijn en blijven. Ik ga dat ook doen. En strijdend (wat klinkt dit fout poëtisch en ouderwets revolutionair), desnoods tegen windmolens en winderige orakels, zo komen we er weer bovenop. Zeker van. Ik heb een missie, een doel, een ideaal, een principe. Ik heb nog principes, ha!

Waarom word ik nu plots zo’n hopeloos passé angry young man? Older man intussen. Nog zoiets: de tand des tijds die om zich heen bijt en kloven, gaten en littekens trekt. Nog eens 26 zijn, nog één keer zo, heel even… Te laat, gedaan, voorbij, voortdoen.

We komen er wel, zeker weten. Liever snel dan traag, liever ooit dan nooit, liever met obstakels dan nooit geprobeerd. Ni Dieu, ni maître. Maar sta me vrijelijk toe dat ik dezer dagen heel even, even, soms, regelmatig, vaak eens wil roepen en schoppen. Omdat ik veel dingen beu ben. Behalve die dingen en die mensen die me heel nauw aan het hart liggen. En dat is toch nogal wat, kan ik zeggen. Best maar.

Om het met mijn eeuwige wijsgeer Jacques Brel te zeggen:

Il faut oublier
Tout peut s’oublier
Qui s’enfuit déjà
Oublier le temps
Des malentendus
Et le temps perdu
A savoir comment
Oublier ces heures
Qui tuaient parfois
A coups de pourquoi
Le coeur du bonheur

En als ik dan toch tijdelijk zou verdwijnen…

Moi je t’offrirai
Des perles de pluie
Venues de pays
Où il ne pleut pas

Ach, alles komt altijd goed, zeg ik altijd. Ik heb het niet van mezelf, ik heb het van elders, ik het het ooit eens gehoord, of ooit eens gelezen. Of het mezelf ooit eens ingebeeld.

Sta me toe dat ik deze traan van woorden pleng. Wellicht was ik nooit eerder zo duister. Ik ben à fond ook niet duister, ik ben gewoon moe, ben heel veel toestanden beu en ik wil dat het anders begint te lopen.

Met dank voor uw aandacht. Geen commentaren, noch wensen. We komen er wel. Leef toch je leven als het allerlaatste uur, zong Youp. Motto. Slagzin. Levenswijsheid. Welaan dan, op naar morgen, naar beter, naar voldoening.

Iemand nog een aperitiefje? AvantiEt demain est un autre jour

(en nu op Publish drukken, of ik durf het nooit meer…)

2011 en poging elfendertig

De voorbije maanden heb ik hier weinig geplaatst. Heel vorig jaar eigenlijk. Ik moest me vaak naar mijn blogje slepen om er iets op te zetten. Tja, dan liever niet. ‘t Moet leuk blijven.

En leuk was het vorig jaar allerminst. Ik heb veel te vroeg mijn schoonzus en mijn schoonvader moeten laten gaan. Elke is in januari heel plots overleden en je kan alleen maar hopen dat haar zo veel ellende is bespaard. Raf werd ziek op oudejaar 2009 en is goed een half jaar later ook al overleden, na een hevige en niet te winnen strijd tegen de vieze ziekte. Hij zo sterk als tien beren, maar langzaamaan uitgedoofd.

Ik heb veel van hem geleerd, ik had hem graag, ik zag hem graag en ik voelde dat dat omgekeerd ook zo was. Helaas, ik had nog zoveel glazen wijn te goed met hem, nog zoveel dolle gesprekken, nog zoveel hilarische discussies. Nooit meer. Een getalenteerde opa is weggevallen. Mijn gedachten gaan naar mijn schoonmoeder die haar huis ongewild zag leeglopen.

En op het einde van vorig jaar moesten we ook nog noodgedwongen afscheid nemen van het piepjonge dochtertje van goeie vrienden, ook metekindje van mijn vrouw, die zo wel tot drie keer toe een mep in haar mooie gezicht kreeg. In één verschrikkelijk jaar tijd. Annus horribilis.

Nu, in het voorbije jaar werd ook onze Sien geboren, die opperbest en wonderwel langzaamaan groeit en bloeit. Gelukkig maar. En Janneke doet het ook voortreffelijk, dat hebben we toch. Die twee zijn meer dan ooit mijn absolute heldinnen. Twee klaterende bronnen van geluk.

Professioneel mocht ik niet klagen: mooie en leuke dingen mogen doen op de radio, van “Het Besluit” een mooie versie kunnen maken. Daarnaast met mijn Lunatics een mooi jaar neergezet op het podium. En bovenal heb ik kunnen dobberen in een warm bad van veel vrienden. Zeker op momenten dat ik/we het kon(den) gebruiken.

Een mens mag niet zuur, verbitterd, duister of ongelukkig worden. Dat is ook niet mijn stijl. Maar meer dan ooit ben ik een bohémien in mijn kop geworden. Wat doen hebben en houden ertoe? Wat is bezit, status, titulatuur of aanzien waard? Niets. Ik raas maar door, meer en meer bekijkend wat de volgende dag brengen zal. Niet blind, niet stomweg. Mijn kinderen wil ik voorzien van toekomst, veel toekomst.

Meermaals heb ik me geërgerd aan de onwezenlijke besognes van sommigen, aan de materialistische kopzorgen van menigeen, aan het geneuzel over details, aan de petieterige onrust over de niet-dingen des levens (ook bij mezelf). Velen die amper of geen ellende hebben meegemaakt, beseffen niet hoe goed het hen allemaal vergaat. En gaan maar door in de drang naar meer. Rücksichtlos.

Neem het van me aan, alles kan in enkele uren tijd totaal omkeren. Geniet dan ook van de pure dingen des levens, van de échte waarheden. En die hebben meestal niets met bezit, status of bankstatussen te maken. Dit klinkt zo naïef wereldverbeterend. Maar neem ook dat van me aan, het is gewoonweg zo. Zonder tegenspraak. Dat waar de suffix “euro” niet achter staat, is vaak veel mooier.

Afgelopen jaar heb ik veel blogposts ingeslikt. Net als mijn geliefde, die vaak ook bepaalde tekstjes niet meer wou bloggen. Wat doet het ertoe? Wie heeft nu nood aan mijn/onze mening? Is er eigenlijk wel enig belang te koppelen aan dat wat je op een blog kwakt? Wat is het allemaal waard? Dat maakte dat ik veel ideetjes in mijn kop liet, hier niet publiceerde.

Maar in 2011 wil ik poging elfendertig wagen om “Het Radiofonisch Instituut” nieuw leven in te blazen. Omdat ik het eigenlijk graag doe. Omdat ik door het afgelopen jaar plannen heb afgevoerd, andere plannen heb gewijzigd. En nieuwe plannen heb gelanceerd. Ambitie, wil en gedrevenheid. In die bohémienkop van mij.

In de hoop dat gebeurt wat moet gebeuren. Een rustig jaar zonder incidenten. Zonder weerga. Zonder obstakels. Vloeiend en kabbelend en fris. Omdat ik blijf geloven dat uiteindelijk alles altijd goed komt.

Ik wens mezelf een topjaar toe. Met op de eerste plaats de drie meisjes in mijn huis. En ik wens het ook iedereen die me dierbaar is toe, en dat zijn er velen. Ik wens het u, beste lezer, ook toe.

Welaan dan… Op naar beter! En dat ze voor de rest mijn Glockenspiel kussen…

Adieu, Victoria

Victoria,

Het heeft niet mogen zijn. Er was iets fout in dat lichaampje van jou. Iets onherstelbaars. Wat ervoor zorgde dat echt goed leven voor jou nooit mogelijk zou zijn. Op 19 oktober kwam je ter wereld, goed twee maanden later nam je al afscheid. Met die fantastische ouders van je dicht bij jou.

Ik heb je nog even kunnen zien. Lien, jouw trotse meter ook. Met veel pijn in ons hart hebben we nog eens gekeken en gezwaaid. Het had zo heel anders kunnen zijn, maar in het leven heb je over sommige zaken niets te zeggen. Heb je geen invloed, hoe hard een mens het ook wil.

Nooit gedacht dat deze foto, die ik met plezier nam van je toen je nog maar enkele uren oud was, hier om die reden zou prijken. Wie denkt dat nu? Helaas, maar toch… Het is nu zo en daar moeten we mee voort. Voort in dat bijwijlen ellendig hard leven.

Victoria, slaap zacht. Droom zoet. Knipoog eens. En voor de rest van mijn leven denk ik aan je, zeker als de bladeren van de bomen mooi rood, bruin en vergeeld kleuren. Herfstkinderen zijn van de mooiste. Jij dus ook. Je hebt niet overwonnen, Victoria. Maar je hebt wel onze liefde gewonnen, kleintje.

Slaap zoet, droom zacht, Victoria.

Uit het boek gehaald

Facebook is als een portefeuille, af en toe moet je het ding eens rigoureus uitkuisen en alles eens opblinken, zei een wijsgeer uit Gent.

Gedaan zo. Iedereen in mijn “portefeuille” kén ik nu wel degelijk, ik heb met hem/haar eens een geweldig (vaak laat) moment gehad of ik zie hem of haar in staat om de komende zes maanden mijn pad te kruisen – mijn voorwaarden om te mogen blijven.

Narcismbook, het is iets… Is toch zo, FB is toch meer en meer een moderne uiting van narcisme aan ‘t worden, waar we ons nagenoeg allemaal aan bezondigen?

Enfin, ruim 700 vrienden/contacten, iets zegt me dat ik de voorbije 10 jaar te weinig thuis ben geweest, haha… Maar ‘k zou ‘t zo herdoen, voor een sociale verslaving bestaat toch geen afdoende kuur.

Er klaar voor

Eens een zondag thuis. Wat met het gedochterte spelen en mijn gouwe ouwe studentenkameraad ontvangen. En tussenin ook eens naar collega’s luisteren, naar “Sporza”. ‘t Is Super Sunday (twee heuse voetbaltoppers) en ik ben eens benieuwd of mijn nieuwste worp, mijn lange reportage in de nieuwe reeks “Hoe zou het zijn met?”, een plaatsje krijgt. Mijn lange babbel met Michel Verschueren is dat, compleet met docu-achtige muzikale score van Yann Tiersen.

Ook luisteren is het naar Gert Geens, mijn goeie collega en zelfs vriend. Die z’n show startte met het onderstaand sterk nummer van Arcade Fire (uit die intrigerende plaat “The Suburbs”)…

En daarna kwam zelfs “Eye in the sky” van The Alan Parsons Project, mooi mooi…

Monteverdi

Gezien in het Concertgebouw in Brugge: de Mariavespers van Monteverdi, onder leiding van Sir John Eliot Gardiner.

Uitstekende wijn behoeft geen krans. ‘t Was en ‘t is hemelse muziek, fantastisch gebracht, met stemmen die overal in de zaal opdoken, hemels, simpelweg. Een minutenlange staande ovatie, “bravo’s” alom, wereldniveau, laat ik me vertellen.

Met dank aan L. die me ook in contact bracht met musicoloog/professor Ignace Bossuyt waarmee ik al geruime tijd een mailrelatie heb. En met enkele andere interessante netwerken.

Barok, renaissance, het lag ertussen, en ik hou daar nogal van. Moet ik meer doen.

« Vorig bericht