Laatste reacties


Monteverdi

Gezien in het Concertgebouw in Brugge: de Mariavespers van Monteverdi, onder leiding van Sir John Eliot Gardiner.

Uitstekende wijn behoeft geen krans. ‘t Was en ‘t is hemelse muziek, fantastisch gebracht, met stemmen die overal in de zaal opdoken, hemels, simpelweg. Een minutenlange staande ovatie, “bravo’s” alom, wereldniveau, laat ik me vertellen.

Met dank aan L. die me ook in contact bracht met musicoloog/professor Ignace Bossuyt waarmee ik al geruime tijd een mailrelatie heb. En met enkele andere interessante netwerken.

Barok, renaissance, het lag ertussen, en ik hou daar nogal van. Moet ik meer doen.

Post #1000

Dit is em dan: mijn duizendste post op “Het Radiofonisch Instituut”. Het zat al een tijdje te tikken en nu is het zover. Duizend meninkjes van mij, duizend gedachten, duizend tekstuele neerslagen. Met deze post begonnen, op 19 november 2006. Toen was ik al radiomannetje voor Sporza, maar ik had nog geeneens kinderen, het eerste moest zelfs nog “gemaakt” worden. Hoe de tijden in een periode van duizend posts zijn veranderd…

Mijn vrouw blogde al een tijdje, had mee Gentblogt opgericht en ik ben gezwicht. Ik wou meedoen, ik wou publiceren, ik wou een publiek. Welaan dan. Zo ging het.

Nu zijn we 46 maanden later. Duizend posts, goed voor gemiddeld 2,5 comments per stukje. Zowat 1000 stukjes op pakweg 1400 dagen, pas mal. Niet overdreven veel, maar toch iets. Ik heb -denk ik- een tijdje geresideerd tussen de zogenoemde A-list bloggers. Ik had volgens enkele internetuele parameters wel wat influence, maar’ t zal afgenomen zijn. Zeker van. Ik publiceer het laatste jaar te weinig. Bedolven onder een blogger’s block, bevangen ook door enkele keiharde privézaken die me vaak het schrijven hebben belet. Ik zal nog eens wat links van de “grote bloggers” nodig hebben.

Als ik de voorbije maanden bekijk, heb ik schandalig weinig geplaatst. Maar ik ben blijkbaar ook die efficiëntie kwijt om rap tussendoor iets te pennen: werk, relatie, twee kleine dochters, geen goesting, bezig met tientallen andere zaken etcetera. Excuses zijn er om ze aan te wenden. Ik moet vooral nog eens iets over mijn jongste dochter plaatsen. Onder meer. Evenzeer mijn oogappel, maar nog te weinig over geschreven. Alhoewel, is dat de bedoeling van mijn blog? Mja, beetje wel.

Veel geleerd in die bijna vier jaar tijd. Hoe je op het internet in principe iedereen aanspreekt met je zieleroerselen. Hoe iedereen kan, mag en zal meelezen. Vaak amusant van reacties, soms hard confronterend qua commentaren. Al eens met twisten ook. Hoort er dan bij zeker, als je alles op het net gooit?

Vreemde dingen ook meegemaakt in die bijna vier jaar tijd. Mijn zogenoemde “muziek op zondag” (nooit zo an sich geproclameerd) dat een fanbase heeft gekregen. Ik, ego, de man met de diverse maar bijwijlen foute muzieksmaak, die mensen lokt met zijn muziekjes. Hoe divers en discutabel ook.

Dit blogje heeft ook al dingen opgeleverd, ben ik eerlijk in: schrijfopdrachten en presentatieverzoeken. Maar vooral ook, enkele vriendschappen die zich zonder deze URL nooit zouden hebben voorgedaan. Van virtuele kennissen naar contacten in real life, vaak zeer amusant. Leuke bijkomstigheid, daarvoor alleen al ben ik blij dat ik een blogje ben begonnen.

Ik doe voort. Schrijven. Ik heb een hernieuwde goesting. En hopelijk nog een publiek. En zoniet, wat dan? Een blog is het beste dagboek. U blijft lezen? Welkom!

Retour

We zijn terug. Heel kort na de begrafenis van mijn schoonpa zijn mijn vrouw en ik vertrokken. Op reis met vrienden: met I., H., J. en L., en alle kinderen erbij – onze kleinste had zo haar peter én meter mee, niet dat ze dat zelf beseft, maar best leuk. Deugddoend, negen dagen lang. Wegens vrienden bij ons en ook mensen die de hele situatie hebben gevolgd. En wisten waarom we er soms eens niet met ons hoofd bij liepen.

Gelogeerd in een huis in Olargues, in de Hérault, goed ten westen van de Provence, zeg maar, zeer mooie streek alleszins. Weinig tripjes verricht (wel onderweg de wonderlijke brug van Millau bereden, ontworpen door de man van vele grootse projecten, Norman Foster) , maar geluierd, gedronken, gezwommen, gepraat, gesakkerd op de tientallen muggenbeten, maar ook wel écht genoten. In de terugtocht als bij toeval ook nog gelogeerd in een erg aangenaam landhuis/kasteel in Les Deux Chaises, in de Bourbonnais-streek, hartje Frankrijk (enkele foto’s later eens).

Thuis op het terras een frietje gegeten en nog eens afgesloten met mijn twee dochters, die zich weer -meestal- erg aangenaam hebben gedragen. Wat een bloedjes, allebei!

De klanken van de Gentse Feesten overspoelen al de terrastafel. Hinderlijk? Neen. Ik ga er niet meer zoals vroeger elke avond naartoe, maar ‘t hoort bij een bruisende stad als Gent.

En langzaamaan moeten we weer ons leven opnemen. Voortdoen. Voortwerken. Er zijn. In de eerste plaats voor Janne en Sien. Voor mijn schoonmoeder. Voor onze talrijke vrienden, die ons geweldig hebben gesteund. Voor onszelf. Dat heeft mijn schoonpa zo gewild.

Vooruit dan maar, al zullen we nog veel achterom kijken. Om te taxeren of Raf daar toch niet staat. Ik vrees van niet, maar ‘t gedacht alleen al…

Jonge leeuwen

Mijn liefde voor de heren van Mumford & Sons is de lezer hier genoegzaam bekend. Afgelopen dinsdag stonden ze in de AB en iemand draaide een filmpje bij “Little lion man”, wist mijn compagnon die avond me te melden. Die vier wisten eigenlijk -overpositief bedoeld- heel de show amper wat hen overkwam (net als ik woensdag als speler met “The Lunatics” in een school in Torhout). De AB is en blijft een topzaal. En ‘t Belgisch publiek een toppubliek. Mumford zei dat het het beste concert uit de hele reeks was. Oké, ze zeggen dat allemaal en altijd, maar deze keer geloofde ik het totaal. Welaan dan.

Voorname voornamen

Van de week ga ik het doen. Dan ga ik mijn verse dochter “aangeven”. Richting de dienst bevolking van Stad Gent. Op het beruchte Woodrow Wilsonplein. Het Zuid, zeg maar. Door velen verguisd, door mezelf geliefd. Koel? Ja, maar ‘t heeft iets. Iets modern DDR zo, iets Berlijn op zijn Vlaams. Enfin.

Het kind heeft een naam nodig. Neen, het heeft al een naam: Sien. Ik moest er -net zoals bij Janne- nog wat aan wennen, dat is zo bij een nieuw kindje, maar ‘k ben al volledig mee. En aan verslingerd. Maar dan de voornamen. Net zoals bij Janne wordt dat weer een hele reeks voornamen.

Ikzelf ben bejegend met maar liefst zes voornamen. Zes? Ja, zes! Een of ander folieke van de mensen die mij zijn gaan “aangeven”. Ik ga dus officieel door het leven als Peter, Marc, Jo, Walter, Guido, Juul. Niet gezeverd! En ik vind het lachen!

Ik heb Janne dan ook maar direct vijf namen gegeven en ook Sien moet eraan geloven. Haar eerste naam is duidelijk, namen #2 en #3 mochten/moesten de meter en peter kiezen. Wij kozen bij onze kinderen vertrouwenswaardige vrienden als peter en meter (op één iemand na, Liens broer, maar da’s eigenlijk ook een vriend). Niets tegen de grootouders, wel integendeel, maar zij zijn per definitie al gefêteerd.

Meter Ilse koos voor Marieke.

Kijk! Meter Ilse!

Omdat ze ‘t mooi vindt (ze koos iets in die lijn voor haar eigen dochter, Mira) en rekening houdend met de liefde van mijn eega en mij voor Jacques Brel. Goeie keuze, zeg ik dan.

De derde naam komt van peter Joris: Martha.

Joris

Gehaald uit de film “Bella Martha” (“Mostly Martha”), die hij omschrijft als een warme film, een feelgood movie rond koken, met een mooie vrouw. Die vrouw trouwens is Martina Gedeck, die ook meespeelt in het alom geprezen “Das Leben der Anderen” en ze is ook Ulrike Meinhof in “Der Baader Meinhof Komplex”.

De vierde naam is evident: Elke. Zus van mijn vrouw en sinds kort niet meer bij ons. De pijn is hier al beschreven, is er nog altijd en gaat nooit meer weg. Een eerbetoon, noem het zo.

Naam nummer vijf is simpelweg Jip. Van Jip en Janneke, ja. Met dank aan (schrijfster) Annie M.G. Schmidt en (tekenares) Fiep Westendorp. Omdat we het kind in de buik ook zo noemden. Simpel.

Kortom, binnenkort staat in de annalen van de stad ene SIEN MARIEKE MARTHA ELKE JIP Decroubele. Kind van Lien, Mimi, Ellen en Peter, Marc, Jo, Walter, Guido, Juul. En zus van Janne, Maartje, Nadine, Elke, Mies.

Eigentijds barok, noem ik dat.

Lof aan iedereen!

‘t Kan allemaal vreemd lopen. Zowat tien jaar geleden deed ik -op aanraden van een toenmalige IBM-collega- mee aan de audities bij The Lunatics. Improvisatietheater, volgens mijn maat van toen (en nu) was dat iets voor mij.

Ik werd toegelaten en mocht meedoen. Door enkele vreemde gebeurtenissen werd ik binnen het jaar zelfs voorzitter van vzw The Lunatic Comedy Club. Plots moest ik managen en het beleid bepalen. We zijn nu goed tien jaar later en ik ben op enkele tussenpozen na voorzitterke gebleven. Ik ga zowat mijn negende jaar in, denk ik. Enfin.

Het is altijd een bende geweest van leuke mensen die -zij het tersluiks- enorme ambities hadden. Die zelfs grotendeels hun ding hebben kunnen doen. Leuk én het bewijst wat voor een kweekvijver ons boeltje is geweest. En nog altijd is.

Even opsommen… Henk Rijckaert floreert dezer dagen met “Zonde van de zendtijd”. Ik had deze keer nog geen reclame gemaakt voor hem, maar ‘t is niet nodig gebleken als je ziet dat ie bijna 600.000 kijkers haalt op Canvas. Leuk, een maat van mij, wiens lief meter wordt van mijn aankomende. Een kameraad ook waarmee ik op vakantie trek een dezer. Jonas Geirnaert boost dankzij zijn Kabouter Wesley. Ja, ook één van ons. Zijn neef, Lieven Scheire, speelde vorig jaar mee met onze toernee, die mens moet ik ook niet meer voorstellen.

Katrien Pierlet wint een cultuurprijs voor jeugdtheater met haar Studio Orka. En dan beginnen we nog maar. Joris Vanderpoorten maakte nam als Kanaal Z-journalist, geeft nu vooral les en is vooral ook de peter van mijn aankomende. Bruno Claeys is meervoudig Belgisch recordhouder rugslag. Joris Velleman is stand-up comedian én speler bij ons. Koen De Poorter speelt bij ons én is één van de vier van Neveneffecten. Sofie Verschueren is een stem van Radio Nostalgie en ambieert -denk ik- (terecht) de VRT. Joost Van Hyfte is standupper, Bjorn Dhaenens is redacteur van Henks programma, Illi Van Nieuwenborgh is redacteur van sporza.be, ikzelf ben een radiomannetje van de sport.

En dat zijn dan de mediagenieke posten. Lees: diegene die in het oog springen. Ik zwijg nog over de vele talentrijke leraars en leraressen, de gevreven IT’ers, de nucleaire geneeskundige, de vrouw die haar droomjob vond in het SMAK, de studenten die nog een hele weg hebben open liggen, Dimitri Desmyter die van vele markten thuis is en onder meer finalist was op Cameretten. Etcetera, etcetera. Of mijn vrouw, die het in de politiek is gaan zoeken als Gents gemeenteraadslid. En dan zwijg ik over de creatievelingen die minder bekend zijn, de bankbediende, de psychiater, de zakelijk directeur van de regionale televisiezender (Geert De Wael van TV Brussel) en zo voort.

We hebben ook een getalenteerde tuinarchitect, een kundige sitebouwer, ondernemers… Echt, name it. Twee vorsers die doctor aan het worden zijn, een EU-diplomate…

Ik vergeet nog Lucas/Matthias De Man die afstudeerde als toneelregisseur in Amsterdam en boven de Moerdijk aanzien wordt als één van dé toptalenten in het theater daar.

Ik weet het, ‘t is allemaal maar name dropping en “met titeltjes gooien”, allemaal enorm te relativeren, maar ‘t bewijst hoe een bende kwieten, die zich verenigden onder de noemer “The Lunatics” verdorie algemeen gezien al ergens zijn geraakt.

En ik dan, die voorzitter was en lijf en leden gaf voor de hele troep, geniet dan. We hebben allemaal al iets verwezenlijkt, los van ons onnozel gedoe op het podium. En ja, dat maakt me blij. Dat mag toch? Ik ben gewoon zo ongelofelijk trots op al die mensen.

Als ik alles overschouw, ben ik weer kandidaat om nog eens twee jaar die boel te leiden. Omdat ik er vooral een hemels genoegen in schep om mensen te zien doorgroeien. En te zien dat ze plots iets betekenen.

En dat wil uiteindelijk iedereen. Zeker van. Ik toch….

Zondags

En wat zei de zondag? Weinig, toch niet op het vlak van de Wirbelung van de buik. Wel enkele vrienden op bezoek gehad, met goeie gesprekken en gelach ook, zo passeren de moeilijke tijden – vreemd allemaal. De dageraad van het wachten…

Los

‘t Is schoon geweest. We zagen er allemaal tegenop, maar we hebben van de uitvaart van Elke iets moois kunnen maken. De dienst die we wilden. Een massa volk erbij (met veel vrienden van ons erbij, hartverwarmend), het koor van mijn schoonpa (“De Welgezinden”) in topvorm, de teksten gezegd die we wilden zeggen.

‘t Is keihard allemaal, maar er is gebeurd wat moest gebeuren. Een last is van onze schouders gevallen eigenlijk, Elke is (weer eens) goed begeleid. Lien en ik zijn ‘s avonds zelfs samen iets gaan eten, los van alles, tesamen. Nog eens alles nuchter, ja zelfs vrolijk, overschouwend. En ‘s nachts is een goeie vriend nog langs gekomen. Een glas wijn, een gesprek. Meer moet het niet zijn.

Elke rust nu, wij ook. ‘t Blijft een gemis, maar we boeren voort. En één dezer komt er nieuw leven aan. De slinger van het leven slaat heen en weer.

Hieronder de prachtige tekst die schoonbroer Pieter declameerde in de dienst. Uit volle liefde en met veel warmte…

_________

Elke,
Onze zus,

Jij was het die met ons opgroeide,
Jij was het waar wij van hoorden, toen wij nog heel klein waren, dat jij anders was.

Toch probeerden wij jou overal bij te betrekken. Weet je nog toen wij naar de Komi’s gingen, naar de activiteiten, op kamp, en zelfs samen met de leiding naar de na-activiteiten, Ondanks je anders-zijn probeerden we je overal bij te betrekken.

Maar onze levensweg ging verder. Wij leerden autorijden, jij niet. Wij hadden een liefje, jij niet. Wij trouwden, jij niet. Wij kregen kindjes, jij niet.
Elke, voor jou als grote zus was dit héél moeilijk. Jij was het die vanaf de zijlijn moest toekijken naar de dingen die wij deden, dingen die jij ook allemaal graag zou gedaan hebben, maar door jou anders- zijn niet kon.

Jouw levensweg was vaak een lijdensweg, een weg van de ene instelling na de andere. Telkens je ergens weer ergens gelukkig was moest je weer weg… Jij wilde dit niet maar wij stonden machteloos. We botsten vaak op een muur van onbegrip.

Toch ben je je hele leven omringd geweest door mensen die jou zielsgraag zien: mama, papa, wij als je broer en zus. Peter en Marjan sloten hun aparte schoonzusje met veel liefde in hun hart. Voor Ludje en Gilbert, tante Mia en nonkel Johan was geen enkele moeite hen te veel: zij hebben je ontelbare keren terug naar de Okkernoot gebracht of gehaald. Jouw begeleiders van De Okkernoot die altijd geprobeerd hebben je een fijne tijd te bezorgen. En nog zoveel mensen meer…

Zusje, waar je ook bent, waar we ook zijn: jij zult altijd bij ons blijven. Je blijft onze grote zus. Je blijft de tante van onze kindjes, je zag hen zo graag. We zullen hen veel vertellen over hun tante Elke.

Wij hopen nu dat je eindelijk de rust gevonden hebt die je nooit gevonden hebt in dit leven. We zullen je heel erg missen.

_________

En nu voortdoen. Voort leven. In de geest van…

Even zo

Hier zit ik dan. Leeg in het hoofd en vol van emoties. Straks moet ik mijn schoonzus ten grave dragen. Plots weggevallen, 35 pas, we werden koud gepakt en nog altijd hoop ik dat ik wakker word en dat ik weet dat het maar een vieze droom was.

Maar neen, realiteitsbesef is me niet vreemd. Ik zie enorm op tegen de uitvaart. Al dat gedoe, al die samengepakte emoties, al die pijn. Ik zie op tegen het feit dat ik een tekst ga lezen. ‘t Was mijn voorstel, een laatste ode aan Elke, ze verdient dat. En ik kan met mijn beperkte gaven niet veel meer dan een woordje plegen, dan doe ik dat maar beter ook. Maar ik ben bang dat ik stok, dat ik blokkeer, dat ik niet meer voort kan doen.

Zo lastig allemaal, zo pijnlijk. Het moest een tijd van blij uitkijken worden naar ons tweede kind, uitgerekend voor de 28e. Nu doorkruist een ramp alle vreugde. We hebben ons voorgenomen om op het moment zelf niet meer te treuren, dat kleintje verdient een enorm warm onthaal. ‘k Ben al blij dat Lien van de emoties niet vroeger is bevallen. Straks treuren we ons leeg, om dan het kind van de hoop te verwelkomen. Een cliché zegt soms dat als er eentje komt er ook eentje gaat. Hoe het leven verschrikkelijk bizar kan zijn.

Wat had ik al gesakkerd in december. Auto naar de vaantjes én een vakantie met vrienden die niet is gelopen zoals gewenst. Maar wat daarna gebeurde zette alles in de schaduw – materie stelt niets voor. Mijn schoonvader overleefde net een bloeding in zijn buik en moest daarna nog eens opgenomen worden. En er wachten hem nog operaties en een lange medische weg. Maar dat Elke dan moet verdwijnen, dat was er te veel aan.

Ik was al leeg na enkele maanden hard werken en vliegen en jagen, nu ben ik nog leger en eigenlijk wil ik een periode gewoon niets doen. Niet denken, niet doen, niet ondernemen, niet uit huis komen. Maar dat kleintje verplicht me tot meedoen. Niet nadenken, maar meedoen. Maar ik zal dat ook doen, uit nu al pure liefde voor dat nog ongeboren kind. Mag ik de goden of dergelijke vragen om die bevalling tenminste vlot te laten verlopen?

Ik had enkele dagen geleden een heel goed gesprek met een collega en goede vriend. Hij had ooit ook zo’n rampjaar en werd sarcastisch en cynisch. En zei me dat ik dat best ook wat mag zijn, ondanks mijn positivisme. ‘t Slijt wel, wist ie me te vertellen. Of een andere vriend die me zei dat het vanaf nu niet verboden is om “niet goed” te zeggen als iemand vraagt hoe het met je is.

De voorbije dagen hebben heel veel mensen hun steun en medeleven aangeboden. Per SMS, per mail, per telefoon, door bij ons thuis te komen… Deugddoend. Ik moet ook zeggen dat bepaalde mensen hebben gefloreerd in boertigheid, door gewoonweg te doen alsof hun neus bloedde. Wat zeg je op zulke momenten? Ik weet dat ook niet, ik ben daar ook slecht in, maar niets zeggen, tja, het heeft me veel geleerd. Over hoe onkundig sommigen zijn. Over de ego-cultuur. Over homo homini lupus. Over de relativiteit van alles.

Want dat heb ik me voorgenomen: ze gaan allemaal niet te veel moeten memmen over hun pietluttigheden en onbelangrijke feiten. Zonder een zure, norse man te willen worden ga ik meer nog op zoek naar het genot van het moment. Ik had dat al enkele jaren in mij, gelukkig, ik ga het nog meer doen. Wat zou ik me druk maken over hoe ik mijn bankrekening meer kan spekken? Wat kan het mij schelen dat ik geen flashy sportkar heb? Waarom zou ik me conformeren en een brave burger worden? Waarom zou ik censuur tolereren?

Ik zal de komende tijd wel erg kregelig worden als ik de mensen bezig hoor over die toch niet zo zachte biefstuk, over de slechte sneeuw in Avoriaz, over die foute tackle in match X, over de boter die weer 20 cent duurder is geworden of over de mindere aanbiedingen in de solden. Waar gaat het allemaal over zeg? Over dat vuil slijk, dat de warmte uit mensen zuigt?

Ach, laat ik vanaf hier maar mijn zuurtegraad weer naar beneden trekken. Maar ik bedoel maar, geen onnozele praatjes voor deze jongen de komende tijd. Tijd voor vrienden en plezier. Tijd voor (werktitel) Jip die eraan komt. Tijd voor Janneke, die groot wordt.

Nu eerst nog tijd voor Elke. Ons gruwelijk onttrokken, maar we gaan ze ook vrolijk uitwuiven. Met een glimlach. Of een grimlach.

‘t Is zover, tijd voor het besluit

Straks om 13 uur op Radio 1. Ook volgende week zaterdag (Tweede kerstdag) om 12 uur op Radio 1. En op Kerstdag om 21.35 uur op Canvas. Ook nog eens in de nacht van 1 op 2 januari op Canvas, vlak na middernacht.

affiche_landscape

Ik heb in “Het Besluit” heel wat werk werk en zweet gestoken, als inhoudelijk adviseur, noem het eindredacteur. Maar ik heb er voldoening uit gehaald én leerde enkele professionele mensen als Luc Janssen en Warre Borgmans kennen (de andere komieke kwieten kende ik al). Graag nog eens! En luisteren! Of kijken!

Het besluit

Vandaag en mogen ben ik druk in de weer. In de Arenbergschouwburg in Antwerpen. Een tijdje geleden vroeg mijn eerbiedwaardige werkgever me om eindredacteur te zijn van “Het Besluit”, een humoristisch jaaroverzicht dat op Radio 1 en op Canvas komt (ik ben vooral bezig met het Canvas-luik).

Leuk! Eens iets anders dan sport, ook voor de VRT en volledig mijn vrijetijdsbesteding kruisend: Vitalski, Warre Borgmans, Philippe Geubels, Gunter Lamoot en Nigel Williams blikken op hun eigenste manier terug op het al bij al dolkomische afgelopen jaar 2009. Afgewisseld met filmpjes van de kwajongens van “Zonde van de zendtijd: Bert Gabriëls en vriend Henk Rijckaert. En met Luc Janssen als MC.

r1_header_besl

Uitzending op Canvas trouwens op Kerstdag en nieuwjaarsdag. Op Radio 1 op 20 december, tussen 13 en 14 uur. Op 26 december, tussen 12 en 13 uur.

Er is veel werk aan vooraf gegaan. Meer dan gedacht, een bijjobke werd plots toch veel meer. Hopelijk kan ik op dinsdag tevreden en opgelucht zuchten. En dan alles afwerken in de montage. ‘t Zou me plezieren.

En zo is direct ook de algehele lethargie van de voorbije maanden op mijn blog verklaard. Ik geraak al drie maanden niet meer aan een respectabel aantal publicaties hier. Straks treedt de rust opnieuw in. En is er weer ruimte om hier te schrijven. Hopelijk is mijn publiek intussen niet al te zeer afgekalfd.

En eind januari (of iets later) een nieuw Croubeliaantje op de wereld: iets zegt me dat ik dan ook weer zal weten wat gedaan. Ach wat, we blijven bezig. En zolang het allemaal leuk is…

Zonder handen

Vorige week kreeg ik te horen en te zien dat ik nog eens op tv was te zien met “Flegma”, mijn cabaretgroepje, waarmee ik een jaar of vier à vijf geleden ben gestopt. Waarmee ik de finale HUMO’s Comedy Cup speelde en in de finale van The Lunatic Comedy Club Award stond, ook mee deed aan het AKF in Amsterdam en een poging waagde op Cameretten in Rotterdam. Maar vooral waarmee we in menig jeugdhuis en klein zaaltje speelden, tot vermaak van vooral onszelf.

Nu hebben we nog eens “Man bijt hond” gehaald, in het overzicht van alle afsluiters van het programma van de voorbije jaren. Wij zaten in het toenmalige “Zonder handen”. Benieuwd? Klikken! (sorry, embedden kan blijkbaar niet)

Allez, we waren nog zo slecht niet dan? Ik heb het altijd gezegd: we zijn te vroeg gestopt, net voor de comedyboom. Ik stuurde dat laatste ook SMS-gewijs naar mijn vroegere kompaan en nog altijd goede vriend. Zijn antwoord: “Abso fucking luut”. Hmm, zijn reünies nog wel in?

« Vorig bericht   Volgend bericht »