Het is me wat geweest al. Vorige week ging ik met vriend D. kijken naar “Lucifer”. Tekst van (Joost van den) Vondel, geënsceneerd door Theater Zuidpool. Met Koen van Kaam, Sofie Decleir en haar vader Jan Decleir op het podium.
Een behoorlijk zwaar stuk, tekstueel dan toch. Behoorlijk barok en niet zomaar weg te happen. Maar goed gedaan, mooi uitgewerkt met levensgrote poppen die door de acteurs manueel werden “bediend”. Met (alweer eens) een indrukwekkende Jan Decleir. De man is een levende legende, maar ‘t is niet zomaar, hij is gewoon een acteur opgetrokken uit klasse en kunde.
Vreemd genoeg voer ie -tamelijk op het einde van het stuk- uit tegen het publiek. Dat “theater net als muziek ontstaat uit stilte”, dat ze als spelers “vergast werden op een grof concert van kuchen en hoesten”. Zoiets. Ik zat wat perplex in mijn pluchen zetel, door te zien hoe Decleir letterlijk uit zijn rol stapte om het publiek te berispen. Ik wist niet wat ik er mee aan moest, een absolute held van mij had mij doen schrikken. Terwijl er -mijns inziens- niet echt al te veel gekucht en gehoest was.

(foto: Leo van Velzen)
Enfin, het weze zo, dat gebeurt nu eenmaal in het theater, ik had het meegemaakt en einde verhaal. De dag erna spookte de scène nog door mijn hoofd en zette ik volgende status op mijn Facebook-account: Ik zag gisteren een weer eens indrukwekkende Jan Decleir in “Lucifer”, maar de mythe is toch wat ineengestuikt. Hij begon te razen op het publiek (over kuchen en hoesten en theater vanuit de stilte) en ik vond het precies niet gepast en onterecht. Dubbel. Jammer.
Plots kreeg ik telefoon van een journalist van “Het Nieuwsblad”, die mijn status had gelezen via een collega van hem, een FB-vriend van mij. Of ik daar iets meer wou over zeggen. En getuigen. Wat ik ook deed, voor wat het waard was. Als ie maar zou vermelden dat ik het stuk schitterend gespeeld vond. En dat de acteurs veel applaus kregen.
Het kwam ook zo in de krant. Maar daarna rolde de sneeuwbal voort. Zelfs ik, journalist zijnde en de media toch een beetje kennende, werd enorm verrast door wat één getuigenis en één artikel teweeg kunnen brengen.
Plots kreeg ik telefoontjes van her en der om nog eens te getuigen en alles te duiden. Wat ik telkens afwimpelde, ik had mijn ding gezegd, het was/is ook geen staatsdrama en meer adem moest daar niet aan verspild worden. Uit reacties in mijn mailbox en op mijn Facebook bleek dat Decleir wel vaker eens om stilte vraagt in zijn voorstellingen. Alleen al in deze “Lucifer” heeft ie blijkbaar hetzelfde gedaan in Heusden-Zolder, Leuven, Strombeek-Bever, Sint-Niklaas en nog wel op wat plaatsen. Een gimmick? Een constante? Een gevoeligheid?
Wat de dagen nadien is gebeurd, tartte mijn verbeelding. De Gazet van Antwerpen citeerde me plagiërend zonder me ooit te hebben gebeld, “De Morgen” pakte uit met een groot artikel over collega-acteurs die Decleir steunden, het item geraakte zelfs in “Peeters en Pichal” (die me blijkbaar ook citeerden zonder dat ze mij, een collega toch, eens hadden gebeld). “Man bijt hond” wijdde er een stukje aan en ik hoorde nu ook dat “Reyers laat” het onderwerp heeft aangegrepen.
Ik zit er zeer mee verveeld. Of Decleir nu gelijk had of niet om die avond in het NTG zo uit te halen, feit blijft dat ik hem bewonder en dat ik het beste van het beste heb gezien door hem. Ik ben al langer dan 15 jaar een trouw theaterbezoeker, ik heb honderden stukken gezien, en wat hij telkens deed was geweldig goed. Ik herinner me zijn vertolking in “Meneer Paul” van de Blauwe Maandag Compagnie (nooit vergeet ik dat ik toen amper één dag samen was met mijn toenmalig lief, mijn huidige vrouw, we schrijven werkelijk 15 jaar geleden). Ik herinner me vooral ook zijn vertolking van Risjaar Modderfokker den Derde in “Ten Oorlog” van Tom Lanoye, waar ie het laatste kwartier tot bloedens toe de zaal plat speelde, een monoloog zoals ik er nooit meer één heb gezien. Los van zijn vele superbe vertolkingen in films.
Enfin, ik ben een fan en vind het een beetje gênant dat een opmerking van mij een kleine hetze heeft ontketend, een item van enkele dagen is geworden “in de media”.

(foto: cobra.be)
Leert me drie dingen…
Ten eerste de macht en invloed van Facebook, wat een nieuwsbron op zich is geworden.
Ten tweede dat ondanks politieke strubbelingen in ons land en het feit dat Noord-Afrika en de Arabische regio in brand staan er blijkbaar toch geen nieuws genoeg is.
Ten derde, dat kranten en andere media niet te verlegen zijn om onderwerpen van elkaar in te pikken. Zomaar, om te vullen. En te citeren hoe en wie zij willen. Vreemd.
Ik mag dan journalist zijn, mijn eigen habitat blijft me verrassen. Deze keer toch ietwat onaangenaam. Enfin, zoals zoveel nieuwtjes is dat iets van gaan en komen. Over enkele dagen weet niemand het nog. Is het overgewaaid. Denk ik. Maar ik heb weer bijgeleerd.
O ja, mijnheer Decleir, mag ik Jan zeggen trouwens? Ik vind je nog altijd steengoed. Ik vond je uitval vorige week in die prachtige schouwburg in Gent gewoon wat vreemd. Maar het volgende stuk waarin je speelt, kom ik met veel graagte weer bekijken. Omdat je van een heel apart en alleenstaand kaliber bent.
Einde, wat mij betreft.